vrijdag 3 april 2020

Schaakopeningen studeren deel 4

Mijn vorig artikel sloot ik af met de "grappige" noot dat ik een van de bekendste schakers in België ben geworden door deze blog. Er zijn zeker een pak sterkere spelers dan ikzelf maar bekendheid verwerf je niet of heel moeilijk door enkel te schaken. Echter misschien nog groter dan mijn bekendheid is mijn reputatie van theoreticus die zelfs nog veel verder in de tijd teruggaat dan deze blog. Ik kan het niet beter verwoorden dan het al eerder vermelde verslag van de KOSK: "Brabo... gevreesd als schaker met de goede/grote/gedreven/overdreven openingskennis". Trouwens gisteren nog kreeg ik plots een mailtje van een Nederlandse expert of ik niet eventjes hem kon helpen met de Graf-variant in het Spaans dus blijkbaar stopt mijn reputatie net als het coronavirus niet aan de landsgrenzen.

Ik hoor dit liedje al zeker 2 decennia. Ik heb het altijd onzin gevonden maar ik vond het wel altijd leuk om te zien hoe sommige spelers soms de gekste dingen uitprobeerden om toch maar mijn "encyclopedische" openingskennis te vermijden (herinner bv. mijn artikel herdersmat). Ja dat voorbeeld is niet echt overtuigend voor mijn stelling want ik kende zelfs iets over "de theorie" van het herdersmat. Hoogtijd vond ik dus om eens te kijken hoe de vork precies aan de steel zit. Wie overdrijft of zit de waarheid ergens in het midden?

Eerder deze week zei ik in een commentaar dat ik bezig was met een groot onderzoek en daarmee loog ik niet want ik spendeerde vele uren deze week om de openingen van al mijn standaardpartijen gespeeld in de laatste 20 jaar te bekijken. Het waren 722 partijen dus het duurde even om te bepalen van iedere gespeelde partij-opening wat ik afwist. Door tijdsgebrek moest ik het uitspreiden over meerdere dagen maar het resultaat mocht er wezen. Echter vooraleer ik de resultaten toon, moet ik eerst uitleggen wat ik beschouw als een opening.

Er bestaat geen eenduidige definitie van een opening. Je kan natuurlijk wikipedia of eco raadplegen maar dat is volstrekt onbruikbaar voor statistiek. Dus koos ik dezelfde arbitraire regel als ik al gebruikte in deel 2. Een unieke opening start van een originele positie waarvan maximaal 100 meesterpartijen (een van beide spelers heeft +2300 elo) in de megadatabase staan. Dus voor elk van mijn 722 partijen checkte ik waar de opening begon via mijn openingsboek gecreëerd van die meesterpartijen. Een screenshot legt dit altijd beter uit dan duizend woorden.

Deze positie kwam op het bord in mijn meest recente Belgische interclubpartij tegen de Belgische IM Stefan Beukema. Volgens de 100 meesterpartij-regel beschouw ik dus 8.Pe4 en 8.Pa4 als 2 verschillende openingen. Ik denk dat iedereen ook akkoord is dat de openingen heel verschillende type stellingen creëren.

Vervolgens maakte ik 3 categorieën van openingen volgens mijn openingskennis:

Categorie 1: De opening heb ik nog nooit gespeeld of bekeken met een computer. Ik heb er ook nog nooit iets over gelezen in een boek of forum. Mogelijks ben ik het wel eens in een online blitzpartijtjes tegengekomen maar ik heb toen gewoon geklikt naar volgende partij. Stefan speelde in de partij 8.Pa4 en die zet voldoet aan al deze voorwaarden. Ik antwoordde toen met het zwakke 8...Pfd7.

Categorie 2: Ik ken iets van de opening maar dit is heel beperkt. Ik heb de opening mogelijks in mijn voorbereiding even een paar minuten op het bord gehad waardoor ik nog 1 of meerdere extra zetten weet. Ik heb er ooit iets over gelezen in een boek of forum. Ik heb al eens een partij gespeeld met die opening maar toen kwam een andere sub-variant op het bord die ik nog niet eerder bekeken heb. Ik heb van Stefan geen partijen in de megadatabase gevonden met 8.Pe4 maar 8.Pe4 maakte wel nog deel uit van mijn partijvoorbereiding. Indien hij dus 8.Pe4 had gespeeld i.p.v. 8.Pa4 dan had ik die partij beschouwd met opening als categorie 2 i.p.v. 1.

Categorie 3: Ik heb ooit eens een uitgebreide analyse gemaakt van de opening. Dit kan op basis zijn van een gespeelde partij zoals ik in detail uitlegde in deel 2 maar kan ook gelinkt zijn aan een correspondentiepartij zijn die ik gespeeld heb. Dat betekent dus niet dat ik perse helemaal up to date hoef te zijn om een opening als categorie 3 te beschouwen. Onderstaand screenshot is hiervan een mooi voorbeeldje. In de laatste ronde van Cappelle La Grande gespeeld vorige maand kreeg ik 9...d6 op het bord. Ik had het nooit eerder op het bord gehad maar mijn tegenstander had pech. Ik kreeg de volledige analyse tot en met zet 18 op het bord die ik hier al in 2014 op mijn blog gepubliceerd had zie partij tegen Roel Goossens in mijn artikel mode. Met een topnieuwtje op zet 15 vind ik het ondanks het gebrek aan recente updates in de laatste 5 jaren toch een categorie 3 als opening.

Nu ik uitgelegd heb hoe ik openingen en kennis onderscheid, kunnen we eindelijk kijken naar de cijfers. Trouwens als iemand nog vragen of twijfels heeft bij de echtheid van de cijfers dan moet je maar een mailtje sturen. Ik ben bereid om alle data te delen en hierover te discussiëren. Ik geef ook toe dat het af en toe kantje boordje was om de categorie te bepalen maar dit is slechts ruis in de statistiek. Onze eerste tabel toont per jaar mooi aan het aantal partijen gespeeld volgens de 3 categorieën.

Dus gemiddeld zat ik in de voorbije 20 jaar net onder categorie 2: 1,8. De gemiddelde split tussen de categorieën is 38% voor categorie 1, 43% voor categorie 2 en slechts 19% voor categorie 3.

Het eerste jaar 2001 is duidelijk het slechtste en dat is niet verwonderlijk omdat ik toen nog vrij weinig ervaring had. Echter persoonlijk vind ik het wel choquerend om te zien dat er nauwelijks of geen progressie van mijn openingskennis op te merken valt in mijn partijen in de voorbije jaren. Ik heb enorm veel tijd zeker recent in het analyseren van openingen gestoken. Wat is hier de verklaring van?

Ten eerste is het zo dat de theorie geëxplodeerd is. Ik heb het al opgemerkt in 2013 zie revolutie in het millennium en dit is alleen maar versneld de voorbije jaren. Sommige openingen zijn gesplitst in 2,3 of meerdere nieuwe openingen. Spelers volgen graag nieuwe trends dus je bent steeds verplicht om bij te schaven. Echter minstens even belangrijk is de mix van tegenstanders. Zo maakte ik bovenstaande tabel opnieuw maar dan volgens elo-categorieen en dan zien we plots een ander beeld.
We zien dat het aantal lager gekwoteerde tegenstanders fel is toegenomen over de tijd terwijl het aantal hoger gekwoteerde spelers drastisch gereduceerd werd. Nee ik ben niet bang geworden maar dit is het logische gevolg van enkel dicht bij huis te spelen na de geboorte in 2007/2009 van mijn kinderen. Hierdoor koos ik voor kleine tornooien zoals het lokale clubkampioenschap wat vaak heel zwak bezet is (zie inactiviteit).

We zien ook dat mijn openingskennis weinig of geen invloed heeft op -1800 spelers. In deel 1 liet ik al doorschijnen dat -1800 spelers heel weinig theorie kennen/ spelen en dit wordt hier bevestigd.

Vervolgens is het ook heel opmerkelijk dat mijn openingskennis in de partijen verbetert tot 2200 elo waar het daarna weer daalt. Nee ik speel niet plots onzin boven de 2200 en het is evenmin zo dat +2200 spelers plots geen theorie meer kennen. Hoger beginnen partijvoorbereidingen een steeds grotere rol te spelen. Je tegenstander te slim af zijn in de opening is hiervan een zeer belangrijk onderdeel.

Tenslotte zien we in bovenstaande tabel wel duidelijk dat mijn openingskennis over de jaren heen gegroeid is. Ik ben dan ook blij om te zien dat al mijn inspanningen niet tevergeefs zijn geweest. Een stijging van 1,7 naar 2,3 in de elovork 2200-2400 lijkt niet veel maar weinigen weten dan ook wat het kost om dit te bereiken.

Het laatste waar ik ook nog naar benieuwd ben, is in hoeverre mijn reputatie, mijn kansen geschaad heeft in de partijen. Ik bedoel kunnen we een verschil zien in de categorie van de opening tussen iemand die mijn reputatie kent/vreest of niet. Wel vooraleer we daarna kijken, heb ik eerst trachten uit te zoeken over hoeveel partijen we dan spreken. Onderstaande tabel toont per jaar aan hoeveel van mijn tegenstanders ja/nee bewust waren van mijn reputatie een notoire openingskenner te zijn. Ik geef toe dat er enkele twijfelgevallen waren maar opnieuw beschouw ik dit slechts als ruis op de statistiek.
Het verschil tussen de eerste en laatste jaren is erg duidelijk. Het jaar 2006 is speciaal omdat ik toen het gesloten Brugse meestertornooi speelde die een grote invloed had op het jaargemiddelde omdat veel deelnemers mij er al heel goed kenden daar ik zelf Westvlaamse roots heb.

In 2012 ben ik begonnen met mijn blog en het kan bijna niet anders dan ik daardoor eigenhandig mijn graf heb gedolven. Ik merk op dat mijn tegenstanders in 40% van mijn recente partijen heel goed op de hoogte zijn van mijn blog/reputatie en dus hier rekening mee houden. Het was voor mij dan ook een verademing om recent weer eens in Nederland en Frankrijk te spelen zonder nadeel.

Anderzijds als ik kijk naar hoe mijn tegenstanders rekening houden met de bonusinformatie dan stel ik vast dat ook daar veel variatie bestaat. Soms is de remedie ook gewoon slechter dan de kwaal want je weet nooit precies wat ik wel of niet ken. Ik gaf eerder aan dat vanaf +2200 elo, partijvoorbereidingen een rol begonnen te spelen dus de laatste tabel toont de invloed van mij kennen/niet kennen in de jaren 2014-2020 voor de hoogste 2 elocategorieen.
M.a.w. ik verlies ongeveer 0,3 gemiddeld in beide categorieën wanneer ik al dan niet een tegenstander heb die op de hoogte is van mijn blog/ reputatie. Het is niet leuk maar voorlopig vind ik het ook te drastisch om hiervoor de blog stop te zetten. Bovendien hoop ik door meer in het buitenland te spelen, dit euvel deels te kunnen omzeilen.

Conclusie van dit speciaal artikel is dat ik zeker een pak openingskennis bezit. Dat zal ik niet ontkennen en betreft zeker veel meer dan de gemiddelde amateurschaker. Echter de vele keren dat ik niets of weinig ken van de openingen die ik nog elke keer op het bord zie verschijnen, laat ook verstaan dan ik nog ver weg ben van het niveau van professionele schakers of zelfs Belgische internationaal meesters zoals Steven Geirnaert, Stefan Docx, Bruno Laurent... Nu ik denk niet dat dit blogartikeltje veel zal veranderen aan mijn reputatie.

Brabo

woensdag 25 maart 2020

Verrassingen deel 3

Hoe ouder je wordt, hoe minder je nog zin hebt om jezelf aan te passen aan de maatschappelijke veranderingen. Mijn grootmoeder die ondertussen bijna 3 jaar geleden overleed, heeft nooit een computer of mobiele telefoon in huis gehad. De recente sluiting van talloze bankfilialen en de vraag/eis om enkel nog online te bankieren, veroorzaakte bij een groot deel van onze grijze bevolking angst en wanhoop. Ik vermoed velen van hen hebben dan maar hun financiële verplichtingen aan derden overgedragen.

Ook bij oudere schakers merk ik dezelfde terughoudendheid op t.o.v. veranderingen in het schaken. Sommigen zijn zelfs gestopt met schaken omdat schaken vandaag te veel verschilt met de tijd waarin men begonnen is met schaken. Schaken is dan ook de laatste 20 jaar erg veranderd. Ik denk aan het (veel) sneller tempo, de invoering van de increments, elektronische schaakklokken, afschaffen van het afbreken, nieuwe reglementen maar misschien wel de grootste impact had de computer.

Hoeveel schakers afgehaakt hebben onderweg is moeilijk in te schatten maar ik ben zeker ervan dat de veranderingen nodig waren om nieuwe jonge spelers aan te trekken en dus de toekomst op lange termijn van het schaken te vrijwaren. Trouwens ik denk dat voor veel jonge schakers het allemaal nog best sneller mag. Anderzijds is het geen toeval dat de seniortornooien erg populair zijn bij de oudere schakers net omdat men nog een trager tempo behoudt.

Jezelf heruitvinden is niet evident en dat geldt ook voor mezelf. Ik geef toe dat ondanks alle recente gemaakte inspanningen ik er niet in slaag om te wedijveren met de moderne openingsstrategien. Het is ook zo dat openingservaring in het schaken steeds minder waarde heeft. In een recent interview maakte Anish Giri de volgende interessante opmerking: "In 2010 zou je tien dagen nodig hebben voor een diepgaande analyse van een stelling. Twee jaar geleden kostte het twee dagen en tegenwoordig heb je de oplossing in een half uur gevonden."

Ik bedoel vandaag is het echt heel riskant geworden om 2 keer dezelfde variant te spelen als je tegenstander hierop zich kan voorbereiden. Je hebt slechts een fractie van de tijd nodig dan voorheen om de kritieke zetten met een computer te ontdekken en de tegenstander het erg lastig te maken zeker wanneer die tegenstander niet op voorhand weet welk stukje van zijn repertoire je zal aanvallen. M.a.w. speel niet iets waarvan al partijen van jezelf in een publieke database staan. In mijn situatie moet ik dan ook nog rekening houden met dat veel van mijn tegenstanders ook nog mijn blog lezen en daarvan zullen trachten te profiteren om informatie tegen mezelf te misbruiken/ gebruiken.

Kortom vandaag vanaf een zekere speelsterkte is het absoluut aan te raden om steeds nieuwe systemen aan te leren en zo voortdurend te variëren. Het is iets dat ik langzaamaan ook zelf steeds vaker tracht te doen. Echter ik geef toe dat het nog allemaal te traag en te weinig is. Een recent voorbeeldje opnieuw uit mijn Hollands repertoire illustreert heel duidelijk deze tekortkoming. Tot 2013 antwoordde ik 1.d4 f5 2.Lg5 h6 3.Lh4 g5 4.e4 met Pf6. 4 standaardpartijen speelde ik met deze variant waarvan onderstaande meest recente was.

De attente en trouwe bloglezer zal misschien de partij al herkend hebben van mijn artikel het sadistische examen. Daarnaast besprak ik in het artikel Lars Schandorff ook mijn andere partijen met deze variant. Dus toen eind vorig jaar de Belgische FM Arno Bomans mij verraste door deze variant binnen te gaan, rook ik onraad en besliste om direct af te wijken met een alternatief dat ik een jaar eerder bestudeerd had. In verrassingen deel 2 gaf ik aan dat gemiddeld mijn tegenstanders afwijken op zet 4 dus ik dacht op tijd te zijn maar dat viel dik tegen.

Er waren geen partijen met 4...Lg7 in de database van mij en op de blog kon je zelfs geen hint terugvinden dat ik zou variëren met 4...Lg7. Ik heb wel ooit eens op het slapende schaakfabriek vermeld dat ik de variant theoretisch interessant vind maar dat dateert al van 2015. Het lijkt mij erg onwaarschijnlijk dat die commentaar mij de das heeft omgedaan. Arno gaf achteraf grif toe dat hij de lijn heel goed had voorbereid. Op het moment dat Arno uit boek was, is de partij eigenlijk al gespeeld want wit staat na 12 zetten gewonnen. Hoe is het mogelijk om op dit bescheiden niveau tegen zulke voorbereiding aan te lopen want wat kan je nog meer doen dan op zet 4 af te wijken?

Tja je kan ook op zet 1, 2 of 3 afwijken natuurlijk. Nu in 99% van de gevallen zal afwijken op zet 4 volstaan maar hier botste ik tegen een heel uitgekookte tegenstander die mij ook nog eens heel goed kent. In onze 2 vorige partijen had hij telkens een systeem voorbereid maar had hij geen rekening gehouden dat ik een andere variant in het systeem zou kiezen t.o.v. eerdere partijen in de database van mezelf. Uit die partijen had Arno zijn lessen getrokken. Deze keer zorgde Arno er ook voor dat hij de zijvarianten had bekeken in het gekozen systeem om klaar te staan voor mijn verrassing. De moeilijkheid hierbij is natuurlijk een systeem te kiezen waarbij het aantal zijvarianten beperkt is en waarvan je relatief zeker weet dat ik het systeem nog steeds speel. Uiteindelijk viel zijn oog op een partij uit de 5de ronde van Open Leuven die ik speelde op een livebord nog geen maand eerder waarin ik exact de eerste 3 zetten speelde van het systeem. Een screenshot van mijn openingsboek laat zien dat het aantal partijen met dit systeem beperkt is.
Dus we spreken hier over zo een honderd gespeelde partijen in de megadatabase waarvan minstens 1 speler +2300 elo heeft. Misschien 10% van de gespeelde partijen is relevant voor de theorie dus uiteindelijk is het een kwestie van een tiental partijen iets dieper te bekijken met een sterk schaakprogramma en daarvan een samenvatting te maken om die van buiten te leren. Arno wist dat ik normaal altijd op bord 1 speel en dus ik meer dan waarschijnlijk zijn tegenstander zou zijn. Bovendien weet hij uit ervaring en wellicht ook van deze blog dat ik eenzelfde systeem vaak opnieuw speel. Dan is het echt niet zo verwonderlijk dat een ambitieuze fide-meester zoals Arno zowel op 4...Pf6 als 4...Lg7 als 4...Th7 zich had voorbereid.

Zelfs variëren met varianten waarvan ik geen partijen heb staan in de databases blijkt dus op mijn bescheiden niveau onvoldoende te zijn als ik een voorbereiding wil overleven. In een interclubverslag van de KOSK las ik dat ik 1 van de bekendste schakers ben van het land maar dat zie ik eerder als een nadeel. Ik denk dan ook dat ik een zeer specifiek probleem heb die niet of zeer zelden voorkomt bij andere Belgen. Er zijn geen Belgen die tot de absolute wereldtop behoren. In de lopende kandidatefinales die gespeeld wordt te Yekaterinburg, Rusland merken we heel duidelijk op dat spelers die vasthouden aan hun normale systemen erg afzien van voorbereide varianten door hun tegenstanders.

Brabo

woensdag 18 maart 2020

Gratis deel 3

Sponsors aantrekken voor het schaken is niet makkelijk en hoogstwaarschijnlijk wordt het straks nog veel moeilijker. Alle laatste geldreserves zullen aangewend worden om de economie terug te kunnen aanzwengelen na de grootste crisis sinds wellicht WO2 die we nu meemaken. Je mag er dan ook vanuit gaan dat schaken compleet genegeerd zal worden net als alle andere vrijetijdsactiviteiten.

Schakers zullen bijgevolg dan ook zelf voor het schaken moeten zorgen. Echter daar verwacht ik heel weinig van. De meeste schakers zijn niet rijk en houden nu al de vinger op de portemonnee. Een voorbeeldje hiervan gaf ik al in mijn artikel Papua New Guinea waarin ik schreef over de shift in het voorbije decennium van betalend online spelen naar gratis online spelen.

Zelf heb ik ook altijd getracht om de uitgaven aan het schaken te beperken want de kosten lopen snel op zoals ik berekende voor mezelf in mijn artikel Hoeveel geld spendeer je aan het schaken? Ik stel mezelf bij elke aankoop dan ook steeds de vraag of er geen goedkoper of zelfs gratis alternatief bestaat die bovendien legaal en functioneel nauwelijks minderwaardig is. Zo koop ik al enkele jaren geen schaakprogramma's meer omdat Stockfish en Leela gratis beschikbaar zijn. Ik wil hierbij opmerken dat voor schakers die een computer hebben met een moderne grafische kaart dat het tijd is om over te schakelen naar de T60 netwerken. De score van een zonet beëindigde rapidmatch tussen stockfish 11 en Leela T60 netwerk 62713 was 48-52 en dat betekent voor Leela een vooruitgang van 3,5 punten op 100 partijen (ongeveer 40 elo) t.o.v. een vorige test met een van de beste T40 netwerken.

Deze blog is gratis voor de lezer maar zelf gebruik ik ook bijna uitsluitend gratis software om de artikels te creëren. Eerst gebruikte ik de gratis KnightVision PGN Viewer. Omdat Flash steeds meer door de browsers geweerd werd, schakelde ik in 2017 over naar de gratis Chess.com PGNviewer zie mijn artikel nieuwe viewers. Echter gratis betekent spijtig genoeg ook vaak minder stabiliteit en dat mocht ik de voorbije maanden meerdere malen aan de levende lijve ondervinden. Zo merkte ik eind vorig jaar plots op dat chess.com zonder enige waarschuwing zijn script had aangepast voor de pgnviewer waardoor alle chess.com-viewers in mijn artikels er verschrikkelijk lelijk uitzagen.

Ik vermoed dat weinig lezers dit opgemerkt hebben want ik heb daarna onmiddellijk de meer dan 1000 partijen in +600 artikels aangepast om het opnieuw normaal te laten uitzien. Het kostte mij 8 uren van html code aanpassen. Leuk is iets anders maar ik vond het te jammer om de oudere artikels te laten verkommeren zoals sommige andere bloggers wel deden zie de Australische grootmeester David Smerdon en de Kroatische grootmeester Alex Colovic. Ik zie in de statistieken dat er heel vaak nog wordt gekeken naar mijn oudere artikels wat ik niet zo verwonderlijk vind want ik schrijf meestal weinig of niets over de actualiteit.

Toen ik 2 weken geleden voor een 2de keer ontdekte dat chess.com zijn script had aangepast, begon ik mij te realiseren dat gratis hier misschien toch niet de juiste keuze is. De schade deze keer was minder uitgesproken met een lelijke 2de schuifbar rechts dus heb ik beslist om enkel bij de meest recente artikels de html-code up te daten. Dit kan je duidelijk zien vanaf jeugdtornooien deel 2. Andere bloggers kampen ook deze keer met hetzelfde probleem zie bv. een artikel van Alex Colovic.

Als je voor een service niet betaalt dan krijg je ook geen garanties op de kwaliteit. Het is dan ook geen toeval dat chess.com voor de bloggers op hun eigen platform wel ervoor gezorgd heeft dat de oudere artikels automatisch niet gemassacreerd werden na de updates. Het is wellicht vrij simpel om bij een update van een script tezelfdertijd ook de html up te daten op je eigen platform.

Dus om nieuwe problemen te vermijden, zou ik deze blog kunnen transfereren of verderzetten op chess.com. Misschien lok ik hiermee zelfs een heleboel nieuwe lezers. Anderzijds geef ik er wel grotendeels mijn identiteit op want je wordt gewoon 1 van de honderden of zelfs duizenden blogs die vandaag al bestaan op chess.com. Dit lijkt mij niet aantrekkelijk. Bovendien wordt vandaag mijn blog heel snel herkend door de zoekmachines en dat zou wellicht op chess.com niet meer het geval zijn.

Misschien moet ik toch maar eens Chessbase aanschaffen en gebruik beginnen maken van hun viewer die je dan kan integreren op een blog. De kans lijkt mij veel kleiner dat je bij een betalend programma dezelfde fratsen kunt meemaken. Kwaliteit heeft een prijs. Het is trouwens iets wat ik recent ook meerdere malen opmerkte bij de online database van chess.db. De database wordt steeds minder vaak upgedate. Mijn recente partijen van Brasschaat, Leuven en Cappelle La Grande ontbreken in tegenstelling tot Chessbase. Ik weet dat chess.db voor vele spelers de gratis database is/was om zich voor te bereiden maar dat is vandaag dus een heel twijfelachtige keuze.

Het financieel model van chess.db bestaat uit reclame-inkomsten en ik vermoed dat men zich vergaloppeert heeft. Een site zoals chess.db onderhouden, betekent een continue investering van veel tijd en geld. Je moet al enorm veel verkeer naar je site kunnen lokken om dan te kunnen teren op reclame-inkomsten. Echter minder investeren, betekent ook minder bezoekers wat al snel een vicieuze cirkel wordt. Ik twijfel dan ook of chess.db op lange termijn zal blijven bestaan.

Tenslotte is het eigenlijk ook zo met het plaform waarop deze blog draait. Ik gebruik gratis die van google maar google doet uiteraard niet aan liefdadigheid. Google heeft het platform gecreëerd in de veronderstelling dat de bloggers niet alleen content zullen aanbrengen maar ook zullen toelaten om reclame te laten tonen. Duizenden blogs doen dat ook en lokken hierbij miljoenen lezers die op hun beurt dan reclame-inkomsten genereren. Om nieuwe blogs te laten groeien, laat Google toe om geen reclame te tonen maar je wordt na enige tijd wel regelmatig beleefd gevraagd om reclame te overwegen.

Tot nu toe heb ik dit steeds geweigerd. Ik heb geen zin om deze blog te bevuilen met vaak irrelevante reclame en de schaarse inkomsten interesseren mij niet. Hiermee neem ik wel een risico. Indien te veel bloggers dit beslissen dan wordt het voor Google niet meer interessant om dit platform te blijven onderhouden. In de voorwaarden staat ook duidelijk dat Google op elk moment kan stoppen met het platform zonder enige waarschuwing op voorhand. Tja dat kan je dan ook verwachten van gratis wat niet betekent dat je bij betalen een absolute garantie geniet. In elk geval neem ik mijn voorzorgen door geregeld alle html-code van deze blog te back-uppen. Bijna 10 jaar bloggen wil ik niet zomaar in een vingerknip zien verdwijnen.

Brabo

woensdag 11 maart 2020

Automatische zetten

Langzaam klimmen mijn kinderen op de schaakladder. Dochter Evelien doorbrak enige tijd geleden de 1400 elo. Zoon Hugo die enkele jaren langer schaakt, deed hetzelfde met de 1700 barrière. Elke coach of schaakouder zal beamen dat zulke resultaten jezelf met enige trots vervullen alhoewel het uiteraard voornamelijk de verdienste is van de kinderen zelf.

Voor clubs met veel jeugdspelers kunnen de nieuwe klassementen dan ook niet snel genoeg op elkaar volgen. Bijna iedereen wint telkens elo en zelfs bij verlies weet je dat dit slechts tijdelijk is. Echter voor clubs met uitsluitend oudere spelers zijn klassementen eerder een kwelling. Zo gaf Marcel Van Herck op facebook terecht aan dat er wel heel veel minnetjes waren bij de meest recente Belgische elo's voor de spelers van KSK Deurne.

Jong ben ik niet meer dus ook ik zie met flinke tegenzin veel vaker minnetjes dan plusjes bij mijn klassementen. Een 5de nederlaag dit seizoen in de Belgische interclub duwde zelfs recent mijn fide-elo op het laagste niveau in 18 jaar. Of om het nog dramatischer te laten uitschijnen, dook mijn fide-elo onder mijn startrating die ik in het jaar 2000 kreeg. Watskeburt? Voorkomt schaken niet Alzheimer?

Vooreerst moet ik uitleggen dat je in het jaar 2000 slechts een fide-elo kon krijgen als die hoger was dan 2200 elo. Vandaag ligt de minimumgrens op 1000 elo dus je kan mijn startrating van toen niet vergelijken met de startratings waarmee we vandaag vertrouwd zijn. Ook is een elo minder dan 100 elo onder je eigen beste elo niet uitzonderlijk zie piekrating deel 2. Kortom we moeten van een mug geen olifant maken.

Anderzijds vind ik mezelf nog (veel) te jong om nu al langzaam af te glijden. Bovendien heb ik in de voorbije maanden drastisch het aantal standaard-wedstrijden opgeschroefd waardoor ik meer dan ooit in vorm zou moeten zijn. Vorige jaren haalde ik gemiddeld 10 standaardpartijen per jaar voor fide-verwerking en speelde hierdoor vaak te traag en onzeker. In de laatste 6 maanden speelde ik al meer dan 25 fide-partijen dus ongeveer 5 keer meer dan voorheen (en dat komt natuurlijk omdat ik nu begonnen ben met tornooien te spelen samen met de kinderen).

Serieuze tijdnood (bestaat dit uberhaupt bij een increment?) kom ik dus recent nog zelden tegen. Echter misschien is er hierdoor een ander gevaar ontstaan in mijn spel doordat routine te ver is doorgeschoten naar automatismen. Zoals elke ervaren speler probeer ik mijn bedenktijd goed in te delen. Ik zal dan ook weinig of geen tijd spenderen aan zetten die mij vanzelfsprekend lijken want die tijd komt vaak van pas later in de partij wanneer complexe problemen opgelost moeten worden. Meestal is dit ook de juiste beslissing maar zo af en toe gaat het ook lelijk mis. Ik begin met een voorbeeldje uit mijn eerste interclubpartij in Nederland voor Landau Axel.
Als achteraf je eigen zoon Hugo komt vragen waarom geen 37.Tc1 en je weet niet waarover hij het heeft in eerste instantie dan besef je dat je veel te snel automatisch hebt teruggeslagen. Weinig tijd en lawaai van de omstaanders (Sliedrecht heeft een zeer leuke bar met een prachtige collectie aan bieren maar die staat wel midden in de speelzaal) mogen geen excuus zijn.

Nog erger was wat er gebeurde in de voorlaatste ronde van de laatste Open Leuven. Een gewonnen stelling verknalde ik met een automatische zet (toren op de open lijn plaatsen met tempowinst want aanval op de dame). Ik zag onmiddellijk bij loslaten wat ik gedaan had net als mijn tegenstander de Hongaarse expert Pal Suranyi maar hij verwisselde in een vlaag van zinsverbijstering de volgorde om. We schoten allebei in een lach tijdens de partij na het zien van zoveel absurditeit.
In de 2 eerste voorbeelden is het eenvoudig om te zien dat de automatische zet verkeerd was maar een pak moeilijker is het volgende voorbeeld opnieuw uit een partij die ik speelde in de Nederlandse interclub. Ik herinner mij dat ik even aarzelde bij het uitvoeren van de slagzet want ik voelde aan dat het misschien niet verplicht was.
Het resulterende eindspel was na de automatische slagzet beter voor mij maar niet gewonnen. Tot hiertoe liep het telkens goed af voor mij ondanks dat de automatische zet verkeerd was. Met snel spelen leg je ook altijd extra psychologische druk op de tegenstander. Echter in het laatste voorbeeld is mijn geluk op. Tegen de Belgische IM Stefan Beukema kun je zulke tactische frivoliteiten niet permitteren.
Ik begon dit artikel met het aanhalen van mijn fide-elo-dieptepunt. Het had dus nog veel slechter kunnen zijn indien mijn tegenstanders alle halve en hele punten hadden gepakt die ik in de voorbije maanden op het bord verprutste. Na de regen hoop ik dan ook dat de zon weer tevoorschijn mag komen. In elk geval was mijn meest recente open tornooi in het krokusverlof hoopgevend. Ik maakte 30 elo winst dus praktisch alle verlies van de voorbije maanden werd goedgemaakt. Omdat het pure actualiteit is, koos ik om een verslagje hiervan te laten publiceren op de site van mijn club Deurne.

Brabo

dinsdag 3 maart 2020

Curieuzeneuzemosterdpot deel 2

Nieuwsgierigheid is wellicht de belangrijkste eigenschap om als schaker (snel) te verbeteren. Sommige topspelers raadplegen elke mogelijke bron van informatie en/of schakelen hiervoor hun secondanten in. Vragen stellen en jezelf in vraag stellen is de sleutel. Het is dan ook jammer dat mijn studenten weinig tot geen initiatief tonen. Ze wachten tot het voorgekauwd op hun bord ligt en doen nauwelijks of geen moeite om zelf eerst iets op te zoeken.

Ik heb ook al meerdere malen meegemaakt dat iemand zijn gewonnen partij wil tonen maar kritische vragen zijn absoluut niet welkom. Nu de taak van een coach is zeker ook het zelfvertrouwen van zijn leerlingen op te krikken maar een groepsles vind ik hiervoor niet de juiste plaats. Dus als iemand gewoon zijn zetten toont zonder meer dan vertel ik hem zachtjes dat dit weinig zinvol is. Misschien hebben de andere coaches wel gelijk door te stellen dat ik door mijn lessen gratis te geven ik dit soort gedrag zelf heb aangetrokken. Iets dat gratis is, zal veel minder serieus worden genomen.

Sim Maerevoet gaf in ideeën deel 2 aan dat hij een 3 tal spelers in een tornooi naast zichzelf kan voorbereiden. Voor het bjk (als het niet wordt afgelast door het coronavirus) is er sprake van al 10 spelers die mogelijk door mij voorbereid moeten worden. Echter daar komt nog bovenop de analyse van de gespeelde partijen. Mission impossible heb ik al gezegd want vorig jaar stonden ze al in de gang te wachten tot soms middernacht. Ik ga dan ook dit jaar eisen van de +12 jarigen dat ze eerst zelf met de eigen computer voorbereidingen/ analyses maken en pas daarna bij mij mogen komen. Als het huiswerk niet gemaakt is dan doe ik ook niets.

Trouwens nu we het over vragen stellen hebben, kan ik nog een 2de keer het artikel van Sim gebruiken als referentie. Daarin staat dat je ook vragen moet stellen aan je tegenstander tijdens de partij. Natuurlijk moet je dat niet letterlijk interpreteren want praten mag niet tijdens een wedstrijd. Sim bedoelt dat je stellingen moet creëren waarin de tegenstander verplicht wordt om moeilijke zetten zelfstandig te vinden. 1 specifieke vraag mag je aan jezelf stellen maar best nooit aan je tegenstander. Wat heeft mijn tegenstander voorbereid op mij? Aan jezelf is dit ok om zo een goede afweging te maken of het misschien verstandiger is om af te wijken van je normale opening. De vraag stellen aan je tegenstander is niet aan te bevelen en toch heel af en toe gebeurt het.

Soms geraakt een speler zo verliefd op een opening dat hij die met hand en tand wil verdedigen en zelfs nieuwsgierig wordt naar wat de tegenstander heeft voorbereid. Ik herinner mij een aantal jaren geleden dat ik erg verwonderd was dat onze Belgische grootmeester Bart Michiels het waagde om voor de 3de keer dezelfde opening tegen mij te spelen. Misschien dacht Bart dat hij weinig riskeerde daar er minder dan een uurtje was om voor te bereiden maar in open tornooien heb ik altijd mijn pc mee waardoor ik snel toegang heb tot al mijn databases en analyses. Ik analyseer al mijn partijen in detail en dan heb ik maar een tiental minuten nodig om die analyses eens op te frissen. De eerste 2 partijen met de opening bereikte ik geen voordeel maar deze keer kwam Bart wel in de problemen.
De extra 200 elo maakten uiteindelijk dan toch nog het verschil maar Bart heeft heel diep moeten gaan. Achteraf kreeg ik dan ook felicitaties van Bart dat ik een van de weinige spelers ben die met echt interessante ideeën op de proppen kom. Dit verwacht je niet van iemand met mijn rating en ik vermoed dan ook dat hij volgende keer toch 2 keer gaat nadenken om nog eens te vragen tijdens de partij wat ik heb klaarliggen op zijn favoriete opening.

Vandaag is het dan ook echt niet zo moeilijk meer om gevaarlijke ideeën te creëren tegen het repertoire van een grootmeester zelfs al ben je veel lager gekwoteerd. Ik ben net terug van de Open van Cappelle La Grande en ook daar viel het mij weer op dat ik er telkens in slaagde om de internationaal meesters en grootmeesters in de opening af te troeven. Alleen variëren zelfs tussen tientallen lijnen is vandaag al niet meer voldoende om veilig te zijn. Enkel door steeds nieuwe paden te bewandelen, kan je de invloed van de computer neutraliseren.

In het clubkampioenschap van Deurne vertelde Robert Schuermans mij na onze onderlinge partij dat hij te nieuwsgierig was naar wat ik deze keer had klaarliggen/ voorbereid op zijn absolute liefdeskind het Schliemanngambiet. Vorige zomer was Robert er in geslaagd om heel knap achter het bord een levensgevaarlijk idee van mij te neutraliseren maar deze keer liep het helemaal anders.
Als je iemand een opening wil laten testen en je hebt geen toegang tot topspelers dan denk ik dat ik hiervoor zeker in aanmerking kom. Ik heb onlangs een krachtige nieuwe pc gekocht met een sterke grafische kaart dus ik probeer zo goed mogelijk alle technologische ontwikkelingen op te volgen. Robert wil duidelijk deze opening nog meer spelen en dan is een punt opofferen een kleine investering.

Oh en ik heb het met opzet weggelaten uit de analyses maar een nieuw idee staat weeral klaar in de Schliemanngambiet. Het is maar dat je niet moet denken dat je met bovenstaande analyses nu alles weet en er geen gevaar meer is. Het houdt ook nooit op. Puur competitief ben ik het dan ook eens met de reactie van Richard Meulders: de beste opening is de opening die je tegenstander het minst kent of iets nauwkeuriger en jij natuurlijk wel kent.

Brabo

donderdag 20 februari 2020

15. Ronald "Ronny" Weemaes

15. Ronald "Ronny" Weemaes

 (31 augustus 1955, België – 2 augustus 2018, Kruibeke)


Ronny Weemaes was één van de beste Belgen van midden jaren 70 tot circa 2010. Hij was een natuurtalent – het schaken “zat” in hem, en als junior was hij al Belgische top: in 1969 werd hij NK bij de kadetten in Bredene. Hij won daarna nog de volgende nationale kampioenstitels: kampioen bij de scholieren in Sint-Niklaas 1971, bij de juniors in Menen 1972, bij de juniors snelschaken van 1975. Bij de senioren won hij tussen 1974 en 1983 alle zes NK’s blitz die in die periode werden georganiseerd. Nationaal kampioen in Oostende 1977 en in Sint-Niklaas 1981 (ex-aequo met Meulders).

Daarnaast was hij ook éénmaal NK probleemoplossen en tweemaal NK doorgeefschaak met Eddy Vanderbeken. Vooral die laatste twee titels zorgen ervoor dat zijn repertoire qua “volledigheid” moeilijk geëvenaard zal worden.

Zijn IM-titel behaalde hij dankzij normen in drie zware tornooien: in Dubai 1986, het open tornooi van Luik in 1987, en Thessaloniki 1988, waar hij brons haalde op het vierde bord (+6, =2, -1). Hij speelde zeven olympiades mee tussen 1982 en 1996 en behaalde een goede +24, =27, -13 of 58,6%. In 1982 en 1984 had hij bord 1 en zelfs op dat zware bord behaalde hij telkens circa 55%. Zelf was hij ook trots op zijn prestatie in Moskou 1994, waar hij 50% scoorde tegen grootmeesters, waaronder een remise tegen Jonathan Speelman, die in die periode dicht tegen de wereldtop aan zat.

In 1982 speelde hij met de KGSRL mee in het EK Teams en behaalde ook daar een plusscore (2,5/4), maar het team werd uitgeschakeld in de achtste finales door Sporting Lissabon. Met de KGSRL zou hij zes keer interclubkampioen worden. Hij was trouwens de tweede winnaar van het open tornooi van Gent in 1979 (85 deelnemers). Daarnaast won hij de open tornooien van Rennes, Bethune en Leuven. Ook boekte hij een hele lijst aan ereplaatsen in andere open tornooien: Badalona, Biel, Le Touquet, Bar-Le-Duc, Val Thorens, Avoine, Sas Van Gent en de open van Gent zelf natuurlijk.
Buiten de landsgrenzen werd hij nog eens kampioen van Rotterdam snelschaken en vice-kampioen van Nederland. In Frankrijk lukte hem deze stunt eveneens, door tweede te eindigen in een open NK blitz.

Nog in 1993, 2006, 2008 en 2009 veroverde hij de beker in Deurne; in 2003 was hij verliezend finalist tegen Daniël Sadkwoski. Een overzicht van zijn schaakloopbaan gaf hij op zijn eigen website.
Hij werkte bij General Motors, maar een actieve pensioencarrière als schaker zat er niet in; zijn oude vader wou hem dichtbij hebben en hijzelf had toch niets meer te bewijzen. Jammer genoeg kon hij ook van dit leven niet te lang genieten: begin 2011 kreeg hij een zware hersenbloeding, waarna hij zes weken in coma lag. Daarna had hij veel van zijn fysieke en mentale mogelijkheden verloren en was zijn schaakcarrière, maar ook zijn sociale leven voorgoed voorbij. Zijn laatste jaren bracht hij door in het woonzorg-centrum Wissekerke in Kruibeke, waar hij in de zomer van 2018 overleed.



Bronnen:
·       http://www.swa-hoymans.be/Schaakclub/historiek.htm# Opel Belgium Schaakclub: onder historiek staan enkele biografische schetsen uit Ronny’s schaakleven (de site is tevens bron van de foto’s)

HK5000

dinsdag 11 februari 2020

De expert deel 3

In 2013 schreef ik al op deze blog dat het Hollands een dubieuze opening is omdat wit een heel ruime keuze heeft aan mogelijkheden om zwart het vuur aan de schenen te leggen zie een hollands gambietje deel 2. Ik bedoelde hiermee niet dat de opening theoretisch weerlegd is. Wit heeft enkel veel meer opties t.o.v. meer solide openingen om zwart serieus te testen waardoor de zwartspeler extra veel erg verschillende type stellingen moet studeren.

Echter vorige maand schreef Sim Maerevoet in ideeën deel 2 dat er meerdere systemen zijn tegen het Hollands die voordeel geven dus de opening echt wel weerleggen. Het is enkel een kwestie van studie om zwart in verlegenheid te kunnen brengen. Spijtig genoeg ben ik steeds meer overtuigd dat Sim gelijk heeft. De laatste maanden heb ik bijna niets anders gedaan dan gaten te repareren in het Hollands. Vooral sedert ik begonnen ben met het analyseren met de nieuwe engine lc0 zijn tal van nieuwe hardnekkige problemen opgedoken in het Hollands. Lc0 maakt voortdurend brandhout van mijn oude analyses die varianten als speelbaar beschouwden.

Het lijkt mij een kwestie van tijd dat ik de pijp aan maarten zal geven. Trouwens ondanks Sim vertelde dat hij nog niet Lc0 gebruikt, hoorde ik wel al dat vele andere sterke schakers op de trein zijn gesprongen. Computers worden autonoom is recent duidelijk in een hogere snelheid geraakt. Bij het Hollands staat dus het water aan de lippen. Andere openingen zijn er al erger aan toe en zijn ondertussen kopje onder gegaan. In de vorige interclubronde kloeg de Belgische FM Frederic Verduyn over het bankrupt van het schaken door de computers. Ik wil niet doemdenken maar we zullen moeten aanpassen of (veel) elo verliezen.

Dit kan betekenen andere openingen spelen maar ook simpel tornooien kiezen waarbij je voorbereidingen veel minder hoeft te vrezen. Bovendien merk ik op dat steeds vaker tornooien met standaardschaak kiezen om het aantal speeldagen te beperken en dus meerdere partijen per dag te laten spelen. De tijd die je krijgt om iets voor te bereiden wordt hierdoor tot een minimum gereduceerd. Zo werden de paringen van de beslissende laatste ronde van Open Leuven 2019 minder dan een half uur vooraf aangekondigd waardoor van een serieuze voorbereiding helemaal geen sprake was.

Dit aspect komt nog veel meer tot uiting in rapid of blitz-tornooien. Op een enkeling na bereidt niemand zich specifiek voor op een speler. Daar is het dus veel makkelijker om weg te komen met een dubieuze opening. Sim antwoordde mij laatst dat een voordeel van het Hollands is dat het makkelijk speelt voor zwart maar daar ben ik het helemaal niet eens mee. Ik heb in de eerste jaren met het Hollands meerdere miniatuurtjes (minder dan 20 zetten) verloren met zwart. Echter na 25 jaar onafgebroken Hollands spelen heb je natuurlijk een enorme berg ervaring opgebouwd. Dit viel mij ook op de voorbije 2 jaren in de rapidtornooien die ik meespeelde. In die tornooien speelde ik uitsluitend het Hollands als ik de kans kreeg. Ik verloor er slechts 1 keer mee en won er talloze partijen mee o.a. zelfs van IM Tom Piceu, FM Sim Maerevoet, FM Warre De Waele, FM Sterre Dauw (mijn leerling is me zonet op de fide-elolijst voorbij gegaan)....

In deel 1 en deel 2 toonde ik aan dat het vandaag praktisch onmogelijk is geworden om te wedijveren met voorbereidingen van spelers als je enkel specialiseert in 1 opening. In dit artikel wil ik eens de andere kant tonen en dat een openingsexpert zijn soms voordelen oplevert tot ver in het middenspel/ eindspel. De pionstructuur speelt hierbij een grote rol maar ook het kennen van bepaalde stukken-maneuvers is erg nuttig zoals Sim al in zijn meest recente artikel opmerkte. Onderstaande koningsaanval tegen de Draak is wellicht 1 van de meest bekende opening/middenspel-thema's maar toch kom je soms nog spelers tegen die elke ervaring missen.
Na de partij vond ik in de database terug dat exact dezelfde partij nog minstens 2 keer gespeeld werd. 

Aan de tegenovergestelde kant van bekende thema's is wellicht onderstaand voorbeeld dat ik ontdekte tijdens het analyseren van mijn partij tegen Jan Rogiers en die ik integraal al publiceerde op deze blog zie the hyper modern french.
In het rapidtornooi van Gent (24 november 2019) miste ik de kans niet om hetzelfde uiterst merkwaardig thema uit te voeren in een partij tegen Robert Decruyenaere. We spelen dezelfde opening maar een iets andere variant. Echter het thema komt zo laat in de partij en de posities zijn zo verschillend dat ik mij afvraag of het puur toeval is. Ik vermoed daarom dat het thema al ook met totaal andere openingen is voorgekomen. De lezers kunnen het in een reactie vertellen.
Ervaring in openingen bestaat dus in diverse vormen. Ik overdrijf zeker niet dat je na +25 jaar Hollands spelen veel meer weet dan enkel de openingszetjes in het Hollands. Net daarom vind ik het dan ook zo lastig om het Hollands over boord te gooien. Ik schreef eerder in dit artikel dat het een kwestie van tijd is maar na +25 jaar heb ik geen haast. Onze nationale jeugdleider Arben Dardha vertelt in een recent interview over zijn zoon Daniel dat tijd kostbaar is. De tijd tikt inderdaad heel snel voor onze jeugd en eenmaal ze volwassen zijn, wordt het veel moeilijker om nog grote sprongen voorwaarts te maken. Dit is voor mij als 43 jarige natuurlijk veel minder of helemaal niet van tel. Er zijn nog een aantal varianten in het Hollands die ik wens nader te bestuderen en pas daarna zal ik in het reine zijn om het dikke boek te sluiten.

Brabo

dinsdag 4 februari 2020

Vakantie deel 6

Als je enkele leuke kampen wilt versieren voor je kinderen deze zomer moet je er niet alleen erg vroeg bij zijn maar moet je ook nog heel snel zijn. Elk jaar kom je dezelfde titels tegen : zomerkamp boeken bijna net zo moeilijk als ticket voor tomorrowland dit is wat je moet weten voor stormloop dit weekend en al 3 op 4 kampen van kazou volzet. Dit zijn artikels die gepubliceerd werden begin januari.

Omdat we vorige jaren nooit zo vroeg onze vakantie planden, werden onze kinderen dan ook telkens in het verleden verplicht om een keuze te maken uit het resterende minder interessante aanbod van kampen. Kleine kinderen maken daar niet echt een probleem van maar kleine kinderen blijven niet klein. Nu ze tieners zijn, eisen ze terecht meer inspraak op de invulling van hun vrije tijd. Begin januari gaf ik hen dan ook de boodschap om niet te wachten met het maken van plannen voor deze zomer. Je moet nu al zoeken en informatie verzamelen.

Mijn zoon Hugo had onmiddellijk de knoop doorgehakt. Hij wou de grote vakantie alleen maar schaken. De laatste tijd heeft niet het coronavirus maar wel de schaakmicrobe hem opnieuw zo te pakken dat hij zelfs thuis herbegonnen is met te werken aan schaken. Hij had al eerder mij gezegd dat hij wou snel sterker worden als schaker maar tot voor kort dacht ik dat het bij loze woorden zou blijven. Echter op 1 januari besliste hij zelfstandig om dagelijks puzzels op chess.com te gaan oplossen en dat houdt hij ondertussen nog steeds vol. Daarnaast begon hij ook online te experimenteren met allerlei openingen. 2 weken geleden stelde hij plots ook voor om onze handicapwedstrijden te hervatten. In 2018 waren we gestopt bij 18 minuten tegen 1 minuut+15 seconden maar ik ondervond al snel dat dit niet meer werkte. Slechts bij de veel kleinere handicap van 10 tegen 2 minuten werd het opnieuw spannend. Zijn recente sprong naar +1700 elo was geen toeval en onze recente partijtjes doen vermoeden dat de rek er nog lang niet uit is.

Het is natuurlijk geweldig om te zien dat je eigen zoon vrijwillig kiest om dezelfde passie na te jagen. Het spreekt voor zich dat ik mezelf hiervoor graag wegcijfer maar ik bots hierbij spijtig tegen limieten. Ik had het nooit verwacht maar recent heb ik al enkele keren zijn uitnodigingen om thuis tegen hem te schaken geweigerd omdat ik ook andere taken heb zoals eten maken, boodschappen doen,... Ook voor deze zomer heb ik hem al duidelijk gemaakt dat ik niet in staat ben hem de hele zomer te laten deelnemen in schaaktornooien of schaakkampen.

Onbetaald verlof nemen is geen optie zeker in het huidige klimaat van werkonzekerheid en met schaken kan ik niet de rekeningen betalen. Hugo is zonet 11 jaar geworden en dat vind ik nog veel te jong om hem al belangrijke verantwoordelijkheid voor zichzelf te laten opnemen. Trouwens ik ben hierbij ook kieskeurig als het gaat om andere volwassenen te vertrouwen. Dit is geen overbodige luxe want schakers zijn vaak niet de meest sociale mensen. Zo kreeg ik vorig jaar net voor de start van een interclubronde een telefoontje dat er geen vervoer terug was voorzien voor mijn kinderen. Kan je inbeelden hoe ik mij voelde om te horen dat mijn kinderen van 10 en 12 jaar aan hun lot zouden worden overgelaten na een uitwedstrijd terwijl ik net zou beginnen te spelen meer dan 100 km verder? Je moet dan ook weten dat mijn echtgenote niet met de auto rijdt en openbaar vervoer op zondag bijzonder slecht is.

Ik ben overtuigd dat veel spelen cruciaal is voor de ontwikkeling zie o.a. hoeveel partijen moet ik spelen maar dat zal voorlopig onder strikte voorwaarden gebeuren. Dus als compromis vind ik Hugo de helft van de grote vakantie te laten schaken al een heel mooie uitdaging. Ook op vsf-bestuursniveau heeft men ondertussen begrepen dat veel spelen gestimuleerd moet worden. De participatie-reward is hierbij een leuk initiatief alhoewel het natuurlijk onmogelijk de gemaakte kosten recupereert.

Daarom ook dat ik meen dat dit geen spelers gemotiveerd heeft om extra tornooien te doen spelen. Voor 100 euro zal geen enkele ouder bereid zijn om meer tornooien te begeleiden. Dit betekent niet dat er geen groep jeugdspelers was die het afgelopen jaar een echte tour van tornooien hebben gespeeld. Nee zo beslisten een aantal tieners om er gewoon zonder ouders op uit te trekken. Ouders waren blij dat ze hun vrijheid hadden herwonnen. Tieners waren blij dat ze eindelijk konden doen wat ze zelf willen.  Ik zag dat ze geweldig veel fun hadden op de tornooien (getuige de plotse rage van de gekleurde kapsels).  Schaken met vrienden heb ik al eerder aangehaald als een succesformule.

Echter op sommige momenten moet plezier ook plaatsmaken voor verantwoordelijkheid en dat ging niet altijd van een leien dakje. Ik zag en hoorde dan ook meerdere schandaaltjes het voorbije jaar. Tijdens de meest recente open van Le Touquet maakten het sommigen zelfs zo bont dat we achteraf ons luidop de vraag stelden of dit misschien de reden was waarom voor volgend jaar de organisatie beslist had om het tornooi te laten doorgaan buiten de herfstvakantie. De Franse arbiters kregen het geweldig op hun heupen van het gekonkelfoes met elkaar tijdens de wedstrijden. Daarnaast leek het of vuilbakken onbekend zijn in België voor onze tieners.

Tijdens Open van Leuven sprak ik met enkele buitenlanders en ook zij waren hoogst verwonderd over hoe onze jeugd zich gedroeg tijdens het tornooi. Hun tieners worden altijd begeleid door hun ouders. Op hun tornooien zelfs met veel jeugdspelers is het steeds muisstil. Iedereen bereidt zich  voor op de wedstrijden en neemt zijn partijen 100% serieus. Kortom ik denk dat we best eens aandacht in de schaakles mogen schenken aan niet alleen het schaaktechnische maar ook aan normen en waarden.

Ja dit is typische praat voor iemand die een oude zak aan het worden is. Ik ben zeker aan het overdrijven want het is nog nooit zo goed gegaan met onze jeugd. Wel dan stel ik voor dat je eens het nieuwe huisreglement van het aankomende bjk leest op de officiële site van het bycoo. Ik heb daar niets mee te maken dus het werd volledig onafhankelijk geschreven. Trouwens ik vind het reglement zo absurd, grappig en tezelfdertijd droevig dat ik het integraal publiceer:

Houdhoudelijk reglement

versie: 15 december 2019
EEN SCHAKER DRAAGT ZELF ZIJN VERANTWOORDELIJKHEID!
  1. Dit reglement is van toepassing op het Belgisch Jeugdkampioenschap Schaken.
  2. In het algemeen geldt dat iedere speler – zoals in een schaakpartij – zelf verantwoordelijk is voor zijn handelingen; ingeval van een minderjarige is/zijn de ouders of zijn wettelijke vertegenwoordiger te allen tijde verantwoordelijk; zij dragen elke burgerlijke verantwoordelijkheid.
  3. Indien de ouders of wettelijke vertegenwoordiger die verantwoordelijkheid willen overdragen/delen aan een begeleider (van een club) betreft dit een overeenkomst tussen deze.
  4. Zoals het in een echte schaaktraditie past, wordt in geen enkel geval enige verantwoordelijkheid afgewenteld; zij wordt zeker niet overgedragen aan de organisator of één van diens vrijwilligers.
  5. Er wordt niet aanvaard dat een minderjarige zonder ouder, wettelijke vertegenwoordiger of begeleider aanwezig is of verblijft.
  6. De ouder(s), wettelijke vertegenwoordiger die in strijd met het bovenvermelde onder 5, de minderjarige achterlaat op dit kampioenschap, blijft verantwoordelijk.
  7. Er wordt door de organisatoren op voorhand te kennen gegeven dat er door hen op geen enkele manier toezicht uitgeoefend wordt op de minderjarigen uitgezonderd tijdens de duur van de effectief gespeelde schaakpartijen en nevenactiviteiten.
  8. Iedere ouder of wettelijke vertegenwoordiger wordt aangeraden duidelijke afspraken te maken met de (club)begeleider van het kind, indien hij/zij zelf niet aanwezig blijft om toezicht uit te oefenen op het kind.
  9. Verblijf: elke speler en zijn ouder(s), wettelijke vertegenwoordiger of begeleider is verantwoordelijk voor het logement; hij zal dit in goede staat onderhouden, zal zorg dragen voor de verblijfsaccommodatie en zal elke schade vergoeden die de verhuurder claimt, zonder daarin de organisatoren op welke manier dan ook te betrekken.
  10. Hetzelfde geldt voor de andere dan slaaplokalen, waaronder recreatieruimten, speellokalen, toernooizalen, enz...
  11. De begeleider van een speler wordt geacht actief het betrokken kind te begeleiden en preventief op te treden teneinde elk mogelijk schadegeval te vermijden; hij zal al het mogelijke doen om het kind nauwgezet te volgen en toezicht uit te oefenen.
De eerste keer dat ik de 11 puntjes had gelezen, viel ik bijna van mijn stoel. 11 punten die allemaal eigenlijk hetzelfde zeggen van hou je manieren. Komaan je klinkt echt wel wanhopig als organisator wanneer je zegt dat je verantwoordelijk bent als ouder/wettelijke vertegenwoordiger ook als je er niet bent terwijl er ook geëist wordt dat je er net wel altijd bent. Dat laat verstaan dat het vorig jaar totaal niet meer onder controle was en er ook dit jaar weer gevreesd wordt voor nieuwe schandalen.

Het zou uiteraard spijtig zijn dat we worden verdreven uit de toplokatie die we vandaag mogen gebruiken voor het bjk. Echter ik denk niet dat je met een goed verborgen huisreglement kunt garanderen dat het deze keer wel allemaal goed zal verlopen. In de eerste plaats moeten de ouders realiseren dat tieners over het algemeen nog onverantwoordelijk zijn om hen al alleen te laten meerdere dagen op verplaatsing. Ik heb makkelijk praten omdat ik zelf schaak en dus het begeleiden bijna automatisch gebeurt maar je kan nu eenmaal niet de verantwoordelijkheid doorschuiven aan een kind. Arbiters/ organisatoren spelen ook beter veel korter op de bal wanneer er wantoestanden ontstaan want anders worden de problemen alleen maar groter. Het is geen reclame voor een tornooi zoals op Open Brasschaat wanneer verantwoordelijke ouders eerst moeten klacht indienen vooraleer een arbiter gaat optreden.

Brabo

dinsdag 28 januari 2020

Ideeën deel 2

Ik had een maand geleden een artikel geschreven over welke partijen analyseren, omdat daar een paar positieve reacties op kwamen had ik wel zin om er nog 1 te schrijven. Veel mensen vroegen zich af wat ik juist bedoelde met openingsideeën maken waar ik naar verwees in het artikel welke partijen analyseren deel 3.

Dus in dit artikel ga ik mijn werkmethode en een paar geheime openingsideeën delen (stiekem toch niet geheim anders zou ik ze niet delen). Ik heb wel even getwijfeld of ik dit wel zou doen omdat brabo schreef in één van zijn artikels dat er veel geprepd wordt tegen hem met zijn blog. Daarom deel ik hieronder openingsideeën die ik zelf niet speel of die ik speelde maar ondertussen al niet meer. Ik maak een onderscheid tussen openingsideeën voor mezelf of openingsideeën als beginnende coach. 

Openingsideeën voor mezelf

Voor openingsideeën voor mezelf ben ik meestal op zoek naar een nieuw type soort stelling of toch een minder vaak gespeelde stelling door de tegenstander. Ik kijk hier dan vooral naar de pionnenstructuur maar soms ook als ze een ander stukken-manoeuvre moeten uitvoeren. Hieronder een voorbeeld om het duidelijk te maken. Ik heb het een beetje uitgewerkt zodat je het zou kunnen spelen mocht je geïnteresseerd zijn.  Het gaat dus over 6.Pd2 maar ik raad je aan om eerst de main line te bekijken om de opening een beetje te snappen. Zelf bekijk ik veel ruimer de main line dus misschien nog een tip om thuis te doen als je naar een manier zoekt om te verbeteren in de opening.
Zo een openingsidee komt niet zomaar uit de lucht vallen, vaak bekijk ik een ongeveer de 5de meest gespeelde zet op mijn chessbase 14.  Op de foto hieronder zie je hoe dit eruit ziet in Chessbase. In het linkerverster bovenaan krijg ik een lijst van de verschillende gespeelde zetten samen met populariteit en de score. Daaronder kan je onmiddellijk partijen van topgrootmeesters selecteren en die naspelen. In het bovenste rechtervenster krijg ik de engine-score van de 3 beste zetten.





Stellingen die ik leuk vind, bewaar ik om ze dieper te bekijken. Vaak begin ik mijn zoektocht zonder engine maar ik kijk het altijd na om te zien of het wel speelbaar is. Ik gebruik hierbij nog steeds stockfish 10 puur omdat ik leela nog niet gedownload heb. Het is soms 2 uur doorklikken voor ik een idee heb gevonden en dan moet ik het nog uitwerken. Soms bekijk ik gewoon partijen en kom ik zo ook iets interessants tegen. Belangrijk is wel dat als je zelf een heel repertoire gaat uitbouwen met uw eigen openingsideeën dat je let op de zetvolgorde en transposities naar andere openingen. Zo was ik niet altijd klaar om tegen de stonewall te spelen met verschillende soorten opstellingen. En moet je dus zien dat je tegen de verschillende zetvolgordes verschillende ideeën hebt of dat uw systeem stand houdt tegen de diverse zetvolgordes van de tegenstander. 1 van die slimme systemen is de triangel system waar zwart klaar is om de notenboom te spelen en als wit dit vermijdt kan kiezen voor de stonewall of de semi slav. Dit is natuurlijk uiterst lastig en bezorgt me extra werk. Ik zou natuurlijk kunnen ingaan op de notenboom maar dat is tegen mijn ideologie over openingen. Na wat zoeken ben ik op het volgende idee gekomen.

Openingsidee 2 gaat over 8. Db1 in de triangel, dit idee heb ik gevonden omdat ik zelf de triangel wou spelen en ik de noteboom structuur 1 van de meest interessante stellingen vind in het huidig schaken. Ik had me dan ook verdiept in zijvarianten vooral om de stelling beter te begrijpen. Mijn hoofdboek van de triangel gaf een heel lastige stelling voor zwart tegen 8.Db1 waarvan de engine ook niet goed wist wat er aan de hand was, dit vind ik enorm interessant omdat het maar een kleine zijlijn is.

Jammer genoeg heb ik met zwart niet genoeg speling om mijn openingsideeën prijs te geven. Maar als je op zoek bent naar goede openingsideeën voor zwart moet je zeker eens gaan kijken bij FM Arno Sterck deze meest underrated speler van België op dit moment is mede de reden waarom Brugge zo een succes is de laatste jaren. 1 van zijn recentste slachtoffers was tegen eurochess in een interclub game. Zeker eens een kijkje nemen!

Openingsideeën voor mijn studenten

Ik heb nog geen vaste studenten maar ik geef af en toe les aan verschillende jeugdspelers meestal tussen 1500-1900 elo. Op tornooien waar ik zelf ook ben geef ik meestal voorbereidingen aan ongeveer 3-tal personen (voor het Belgisch jeugdkampioenschap ben ik nog op zoek naar 2-tal leerlingen dus als iemand interesse heeft mag die me altijd contacteren). Mijn openingsideeën zijn nu ook anders opgesteld. Bij deze openingsideeën staat het centraal om gemakkelijk spel te creëren, weten wat je aan het doen bent is namelijk voor elk niveau belangrijk. Ik heb deze gedachtegang van een zeer ervaren en uitstekende schaakcoach, FM Roel Hamblok. Dit is dus tegenstrijdig met wat mijn eigen schaakcoach Bruno Luyckx (de meest gemotiveerde schaakcoach die ik ken en eigenlijk recht heeft op een artikel dat enkel over hem gaat) tegen mij vertelde. Hij was van mening dat je alles altijd zo ingewikkeld mogelijk moet maken. Hoewel ik Bruno in bijna alles volg, zet ik begrijpen toch op plaats 1. Liefst van al bekijk ik dus een opening of openingsidee met zo weinig mogelijk verschillende pionnenstructuren. Voor mij liggen pionstructuren trouwens aan de basis van elke opening en eigenlijk aan de basis van het hele schaakspel. Hieronder vind je een openingsidee (zelfstandig gevonden op chessbase) tegen de caro-kan voor wit, het is niks speciaals maar ik vind het zeer simpel spelen langs de witte kant. Ideaal dus!
Als conclusie zou ik zeggen dat openingen niet het enige is waar je u mee kan bezig houden maar het wordt in deze computertijd wel redelijk makkelijk om expert te worden in openingen en op veel verschillende manieren vragen te stellen aan de tegenstander. Een idee moet dus geen weerlegging zijn. Het belangrijkste is dat het je tegenstander uit zijn comfortzone brengt vaak door een non-standaard pionnenstructuur op te zoeken waarvan je vrij zeker bent dat ze nog niet in detail werd bekeken.

Sim Maerevoet

woensdag 22 januari 2020

Ratings deel 2

Na 30 jaar beslissen ze eindelijk in Leuven om hun tornooi te laten meetellen voor elo. Een verdubbeling van het aantal deelnemers is het logische gevolg. Dit was de intro van het verslag over de meest recente Open Leuven op de schaakwebsite van Westerlo.

Vorig jaar in Open Gent hoorde ik dat enkele Amerikanen onaangenaam verrast waren toen ze midden het tornooi ontdekten dat hun zuurverdiende punten niet zouden worden doorgegeven voor eloverwerking. Ze begrepen niet dat er vandaag uberhaupt nog zulke open tornooien met standaardtempo georganiseerd worden. In Amerika ligt het inschrijvingsgeld ook vaak vele malen hoger dan in Europa dus langzame partijen worden altijd met een serieuze inzet gespeeld. Vrijblijvend schaak is niet meer van deze tijd en trouwens dat kan je altijd thuis op het internet vanuit de luie zetel doen.

Daar valt zeker iets voor te zeggen. Behalve het aantal deelnemers zag ik nog andere belangrijke verschillen in Open Leuven t.o.v. vorige jaren. Zo werd beduidend minder alcohol geconsumeerd tijdens het tornooi. Pas na de laatste ronde zag ik de vertrouwde bierglazen overal opduiken. In aanwezigheid van de vele jeugdspelers en de steeds groeiende kritiek op het overmatig alcoholgebruik in de maatschappij, kunnen we dit alleen maar toejuichen.

Daarnaast zag ik ook in tegenstelling met vorige edities dat ik bijlange niet meer de enige was die zich voorbereidde op de partijen. Met 2 ronden per dag zag ik veel deelnemers kamperen voor de plaatsen waar de paringen worden getoond. Van zodra ze beschikbaar waren, kwamen de laptops en smartphones naar boven om een crash-voorbereiding te maken. Ik herinner mij in het verleden dat iedereen gewoon ging eten of absoluut niets deed aan het schaken tussen de ronden.

Kortom alhoewel veel spelers nooit zullen toegeven dat rating belangrijk is voor hen, zien we in hun gedrag dat ze wel graag een zo hoog mogelijke rating willen bereiken/ vasthouden. Misschien het duidelijkste voorbeeld hiervan is de elospreiding op lichess. Het is absoluut geen toeval dat we net op de hondertallen een duidelijke afwijking zien van de Gauscurve.
Een speler met een stabiele speelsterkte heeft altijd een elo die fluctueert tussen een laagste en een hoogste punt. De meeste spelers weten van zichzelf met welk honderdtal hun hoogste punt overeenkomt en dan is het een koud kunstje om een sessie van blitzpartijen te rekken tot je weer bij dat honderdtal bent van je hoogste punt. Ik geef grif toe dat ik mezelf daar ook schuldig aan maak. Het voelt gewoon veel prettiger om op een hoge noot af te sluiten.

Deze knikjes zien we niet in de gauscurve van het bordschaak gewoon omdat het onmogelijk is om een speelsessie te verlengen/ verkorten. Het is te zeggen de effecten van de weinige bewuste forfaits is minimaal hierop. Anderzijds is het zeker ook zo dat veel spelers hun tornooien uitkiezen in functie waarin ze zich het best zien scoren. Zelf schreef ik een paar maanden geleden al op deze blog zie uit schaken met het gezin dat ik liever slechts 1 partij speel per dag i.p.v. 2 en daarom Brasschaat voorrang gaf op Brugse Meesters. Ik sta hiermee zeker niet alleen. Zo last ik vorig jaar in een verslag over Bethune van de Nederlandse IM Herman Grooten dat ook hij 2 partijen per dag zwaar begon te vinden.

In het begin van dit artikel gaf ik aan dat het aantal deelnemers aan Leuven verdubbeld was t.o.v. de vorige editie. Echter tijdens het tornooi viel het mij ook al op dat ik veel vertrouwde gezichten van vorige jaren niet meer terugzag. Daarom vond ik het wel eens interessant om eens te kijken hoeveel spelers beide laatste edities hebben meegespeeld en dat bleek toch wel een tegenvaller te zijn.
Deelnemers in 2 laatste edities van Open Leuven
45% van de deelnemers in 2018 (39/86) beslisten om niet te spelen in 2019. Ik beweer niet dat het allemaal omwille van de ratingverwerking gebeurde maar zonder twijfel zal het een rol gespeeld hebben. Ik heb zelf ook even getwijfeld maar ik dacht met een bye in de eerste ronde moet ik 3 dagen toch kunnen overleven en ik schaak ook veel te graag om aan de zijlijn te blijven staan.

Ik merkte ook op dat een aantal deelnemers geen fide-id hadden in 2018 en dus hoogstwaarschijnlijk hierdoor uit de boot vielen in 2019. Ik herinner mij dat enige tijd (jaren?) geleden fide de verplichting gecreëerd heeft om alle deelnemers te laten aansluiten bij de fide om een tornooi te laten meetellen voor fide-elo. In het verleden zag je wel eens organisatoren die creatief hiermee omsprongen maar dat wordt nu dus strikt gecontroleerd. In mijn beginjaren heb ik zelf meerdere tornooien gespeeld zonder dat ik aangesloten was maar dat wordt dus vandaag steeds moeilijker met het verdwijnen van de laatste tornooien zonder ratingverwerking. De drempel om te beginnen met schaken wordt hierdoor weer iets hoger.

Als organisator maak je natuurlijk een afweging. Fide betekent ook extra reclame voor je tornooi want fide publiceert zijn tornooien mooi op zijn website calendar en dit wordt dan weer opgepikt door andere zoals chess-calendar.eu. We zagen dan ook in de editie van 2019 een mooie toename van het aantal buitenlanders en dat op zich is ook zeker een aanwinst.

Open standaard-tornooien zonder ratingverwerking verdwijnen dus langzaam. Ik ken er nog 2 in Belgie: Geraardsbergen en Gent. Vooral Gent heeft wellicht meer te verliezen dan te winnen wanneer men op ratingverwerking zou overschakelen omdat heel veel deelnemers het tornooi combineren met dagelijks nachtelijke uitspattingen op de Gentse feesten.

Tenslotte had ik nog 1 laatste opmerking in verband met de verdubbeling van het aantal deelnemers in Leuven. Voor het tornooi had men het prijzengeld gelinkt aan minstens 100 deelnemers. Bij minder deelnemers zou een lager prijzengeld worden uitgekeerd. Achteraf waren dan ook heel wat deelnemers een beetje teleurgesteld om te zien dat het prijzengeld niet verhoogd was. Er wordt snel gezegd dat geld is net als rating onbelangrijk in het schaken maar als puntje bij paaltje komt dan hoor je plots andere geluiden.

Brabo

maandag 13 januari 2020

Papua New Guinea

Het is een vanzelfsprekendheid voor een millennial  maar de oudere generaties hebben nog de tijd meegemaakt dat er helemaal geen internet was. Zelf kwam ik er pas mee in contact op 22 jarige leeftijd in 1998. Het was het jaar waarin ik begon te werken enkele maanden nadat ik mijn studies had afgerond. Zo kreeg ik voor het eerst een emailadres want van mijn werkgever moest ik in staat zijn om files en andere informatie te ontvangen/ versturen.

In de maanden daarna ontdekten enkele collega's dat je via de mailserver ook berichten van en naar nieuwsgroepen kon sturen. Groot was mijn verwondering om daar schaken tussen te vinden. Het was voor mij de start om het internet te gebruiken voor het schaken. De nieuwsgroepen rec.games.chess.miscrec.games.chess.analysis en rec.games.chess.computer gaven mij talloze uren lees en schrijfplezier (tijdens de vele dode momenten op het werk). In die vroege dagen van het internet waren die nieuwsgroepen erg actief. Je kan ze vandaag nog steeds raadplegen en het is zelfs nog mogelijk om berichten van mezelf uit 1999-2003 terug te vinden (toen gebruikte ik nog geen pseudoniem).

Ik herinner mij niet meer het exacte tijdstip maar ik vermoed nog in 1999 dat we als werknemer toegang kregen tot het www (wereldwijd_web) en we dus de mogelijkheid kregen om te surfen. Echter omdat het allemaal vrij nieuw was en men niet goed wist wat de gevolgen zouden zijn voor de prestaties op het werk, werd elk surfgedrag toen nauwlettend gemonitord. Elke maand werden de werknemers die het meest gesurfd hadden op het matje geroepen en gewaarschuwd voor sancties wanneer de bezochte websites niet gerelateerd waren tot het dagelijkse werk. Online schaken was toen zeker geen optie voor mij alhoewel er al sites waren die het mogelijk maakten.

Het was pas toen mijn ouders een modem aanschaften dat ik rond mijn 25ste voor het eerst kennismaakte met online schaken. Yahoo bood een ruim gamma aan van online spelen waaronder het schaken. Veel heb ik er echter nooit gespeeld ook al omdat het enkel kon wanneer ik bij mijn ouders was (ik woonde op meer dan 100km afstand). Bovendien was internet vrij duur want je betaalde per gebruikte minuut bij gebrek aan een internetabonnement. Desalniettemin online schaken bleef mij sindsdien intrigeren.

Yahoo was 1 van de allereerste spelers op de markt. Het was een heel eenvoudig platform om te schaken en bovendien gratis maar dat trok ook heel wat ongure types aan. Langzaam kwamen steeds nieuwe en betere alternatieven beschikbaar waardoor Yahoo steeds minder relevant werd. In 2016 werd dan ook beslist om definitief de stekker uit te trekken. Daarnaast had je ook al heel vroeg premium-platformen zoals ICC waar je tegen betaling een veel betere service verkreeg maar zelf heb ik altijd geweigerd om te betalen om online partijtjes te spelen.

Pas in 2007 nam ik een internetaansluiting thuis na aandringen van mijn kersverse echtgenote. Al snel besefte ik wat ik allemaal in de voorbije jaren gemist had.  Het was voor mij de start van een heel actieve online schaakcarriere. Ik ontdekte Playchess en alhoewel het een betalend platform is, slaagde ik er toch in vele tienduizenden partijen de volgende jaren gratis op te spelen. Playchess laat toe om een beperkte tijd als nieuwkomer het platform te testen maar na het verlopen van een testperiode, maakte ik doodleuk weer een nieuwe account aan. Later werd Playchess bewust van deze taktiek en blokkeerde voor bepaalde periodes mijn IP-adres maar dat vond ik niet erg want een break vond ik af en toe heel nuttig.

Een decennium ging voorbij met Playchess waarbij alles min of meer hetzelfde bleef maar vanaf 2017 begon ik veranderingen waar te nemen. Steeds langer moest ik wachten om een tegenstander te ontmoeten die dezelfde of een hogere rating had dan ikzelf en dat was niet omdat ik beter schaakte. Ook de Belgische (sub-)toppers zag ik steeds minder vaak online en vandaag is het zelfs heel uitzonderlijk om er nog iemand te ontmoeten. Ik snap dat velen minder tijd hebben om online te schaken maar waar is de jeugd (zie onderstaande screenshot genomen op 13 januari om 8 uur 's avonds)?
Piekuur op Playchess met slechts 9 Belgen, slechts 1200 spelers in de hoofdkamer
en slechts 4 hoger gekwoteerde spelers aangelogd.
De verklaring is uiteraard dat Playchess zijn dominante positie van weleer heeft verloren aan alternatieven die gratis zijn en die functioneel nauwelijks of niet inferieur zijn. Gratis wint altijd van betalen. Vandaag zie ik dan ook dat de populairste online sites zoals lichess en chess.com respectievelijk 5x en 10x actiever zijn dan Playchess. Dit zijn niet toevallig ook de sites waarop nog recent onze huidige wereldkampioen Magnus Carlsen speelde. Jonge schakers kijken op naar Magnus en volgen hem massaal.

Het is een gouden tijd voor het online schaken met het ruime aanbod van gratis en goed werkende platformen maar ik zie ook enkele belangrijke nadelen. Lichess, chess.com, chess24, Fide Online Arenagameknot zijn slechts een greep uit de vele mogelijkheden en dus zien we een diaspora van de spelers. Een platform zoals chess.com zou heel graag online kampioenen creëren die dezelfde status en publiciteit uitstralen als in bordschaak maar dit lukt nooit met deze verdeelde wereld. Voor de amateurspeler is de kans ook veel kleiner geworden dat je toevallig een bevriende bordschaker online ontmoet tenzij iedereen zich op meerdere sites tezelfdertijd abonneert zoals theunknownone op chess24theunknownonex op chess.com en TheUnknownOnex op lichess.

Echter voor mij is het grootste nadeel van bovenstaande sites dat je gespeelde partijen online blijven staan in tegenstelling met Playchess. Ik heb het hierbij niet zozeer over de relatief kleine extra inspanning die je moet doen om de eigen gespeelde partijen down te loaden maar wel dat andere spelers ten allen tijde die ook kunnen bekijken. Dus dit kan makkelijk worden gebruikt als partijvoorbereiding tegen jezelf. Eerder schreef ik al in een artikel van 2017 dat het loont om anoniem op Playchess te spelen terwijl dat toen enkel de partijen betrof die je onderling had gespeeld. Het spreekt voor zich dat dit hier nog 100x meer van tel is.

Desondanks vorig jaar in Open Brasschaat had ik weinig moeite om van 5 van mijn 9 tegenstanders honderden tot soms duizenden van hun gespeelde online partijen terug te vinden. Ongelooflijk is het niet en dat terwijl we vandaag allemaal zoveel mogelijk trachten te vermijden dat onze partijen openbaar gepubliceerd worden (zie bv. paswoord). Hoe is dit mogelijk wat trouwens 1 van de betrokken 5 spelers mij ook persoonlijk vroeg na onze onderlinge partij?

Net als de anderen had hij een online account met een pseudoniem. Dit zou normaal moeten volstaan om de anonimiteit te verzekeren. Echter vandaag zie ik dat de meeste spelers geen rekening houden met een veiligheidslek die veroorzaakt wordt door de vriendschapsverzoeken. Eenmaal je 1 speler in de vriendenkring kent, is het vaak een koud kunstje om de anderen te ontmaskeren. 1 hilarisch voorbeeldje hiervan wil ik delen omdat het niet elke dag is dat je een Belg ziet spelen onder de vlag van Papua New Guinea (vandaar de titel !).

In de 4de ronde van de meest recente Open Leuven speelde ik tegen de Belgische expert William Boudry waarvoor ik enkele uurtjes had om mij voor te bereiden. Het eerste wat ik dan doe is een google search op chess.com & voornaam/naam. Bij de slechtst beschermde profielen heb ik dan al een hit en dat was hier al het geval zie jr-boetje maar ik kwam van een kale reis thuis want de laatste activiteit op het profiel dateerde al van 2012 dus volstrekt onbruikbaar. Vervolgens ga ik dan naar lichess waar 1 van mijn favoriete startprofielen die van FM Warre De Waele is omdat hij met 44 volgers 1 van de betere netwerken heeft in schakend Vlaanderen zie warredw/followers. 1 van zijn vrienden viel mij onmiddellijk op omwille van zijn merkwaardig pseudoniem en het feit dat hij van Papua New Guinea is: WBoe3.
Dankzij de televisieserie W817 die liep rond het jaar 2000 was ik bekend met het schrijven van woorden met een combinatie van letters en cijfers. Dus W817 = W-acht een-s even of iets vrijer genomen WBoe3 = William Boudry. Een check van de gespeelde lichess partijen met de meest recente partijen van William uit de megadatabase bevestigden mijn vermoeden. Ik had zo goed als zeker het juiste online profiel gevonden waarmee ik uiteraard aan de slag ging in de partijvoorbereiding.

Honderden of zelfs duizenden partijen vinden van iemand is leuk maar creëert ook stress want in enkele uurtjes kan je onmogelijk alles in detail bekijken. Ik concentreerde op de partijtjes gespeeld in de weken net voor het tornooi en dat bleek een correcte beslissing. Hierbij was onderstaande partij van William cruciaal, gespeeld net voor Open Leuven.
Dezelfde opening kwam al eens aan bod op mijn blog zie the hyper modern french maar in onze partij mocht ik ondervinden dat de theorie in de laatste 2 jaar weeral enorm geëvolueerd was. In elk geval de sub-variant die op het bord kwam, had ik nog nooit bestudeerd en dus koos ik logischer wijze evenmin voor de meest kritieke voortzetting.
Een halfje scoren was geen succes maar gezien de slotstelling zeker het maximaal haalbare. Hiermee is ook de relatieve waarde aangetoond van de online partijen. Het is twijfelachtig of het nuttig is om (veel) tijd te spenderen aan het opzoeken en bekijken van online partijen van een tegenstander. Het is ook twijfelachtig of het de moeite waard is om vrienden online te vermijden en dus eenzaam als anonieme schaker te schaken. In elk geval na dit artikel is iedereen gewaarschuwd.

Brabo