donderdag 22 februari 2024

Inactiviteit deel 2

Een inktzwarte bladzijde, een blamage, een vernedering zijn geen woorden die ik in een interclubverslag zou gebruiken maar ik heb zeker begrip voor de frustraties. De job van de interclubverantwoordelijke wil je vandaag niet meer doen. Je bent een hele week bezig met 85 spelers te contacteren om slechts 24 plaatsen op te vullen maar het lukt je niet. Deurne gaat er prat op dat we nooit forfaits geven maar op 4 februari 2024 was er geen ontkomen meer aan en bleef een bord leeg.

Ik merk het al enige tijd op die mentaliteitswijziging. Mensen doen steeds meer hun eigen goesting en geven nog weinig om eerder gemaakte afspraken. Het is misschien een gevolg van de corona-jaren waarna nu velen zeggen dat het leven te kort is voor dingen doen tegen je zin. Online hebben we ook allemaal geproefd van de vrijblijvendheid die de meeste platformen aanbieden. Online zijn er nauwelijks verplichtingen. Je kan er om het even wanneer beginnen of stoppen en dat verwachten nu ook veel spelers in het bordschaken. Met de afschaffing van de interclubboetes komt de Belgische schaakbond tegemoet aan deze verzuchtingen maar veel reglementen blijven hopeloos achterop hinken.

Trouwens ik moet ook mijn mening herzien dat klassiek bordschaken recent opnieuw populairder is geworden door de post-corona-internet-schaakboost. De weinige klassieke bordtornooien mogen dan wel kreunen onder de toevloed aan nieuwe spelers (zie de tornooiorganisator deel 2). Globaal is de daling van bord-activiteit niet gestopt. Ongeveer 10% van de Belgische KBSB-schakers speelde minstens 10 klassieke partijen met ratingverwerking in het laatste kwartaal van 2023 of het minimum aantal dat ik als actief beschouw. Bijna 50% van de Belgische KBSB-schakers speelde helemaal geen enkele partij.
Bron: Klassieke partijen met Belgische ratingverwerking

Uit nieuwsgierigheid heb ik ook eens de oefening hermaakt die ik in 2013 maakte zie inactiviteit deel 1. Ik had toen voorspeld dat de toekomst er niet goed uitzag voor klassiek schaken in België en ik heb spijtig gelijk gekregen.

Dat moet je nog beseffen dat een speler zoals de Belgische grootmeester Bart Michiels die voor seizoen 2023-2024 zijn lidmaatschap niet vernieuwd heeft, zelfs niet vermeld staat in de cijfers van 2023. Tevens zorgt de sterke Belgische grootmeester Daniel Dardha in zijn eentje met een recordbijdrage van 174 partijen in 2023 voor een sterk vertekend beeld.
Bron: Klassieke partijen met Belgische ratingverwerking

Echter vooral de stijgende leeftijd baart mij zorgen van de Belgische top 100. Dit staat haaks op de algemene trend elders in de wereld (zie o.a. nog dit artikel van enkele dagen geleden 8 jarige verslaat grootmeester in een klassieke bordpartij). Bovendien blijkt in onderstaande tabel nogmaals hoe hard we jongeren nodig hebben om de populariteit van het schaken te kunnen opkrikken.
Bron: Klassieke partijen met Belgische ratingverwerking

Hoe ouder een speler, hoe minder partijen er gemiddeld worden gespeeld blijkt uit de tabel dus als we de trend van een steeds ouder wordende top 100 bekijken dan heb ik geen goed voorgevoel. Trouwens recente berichten zoals Is classical chess being phased out ? en Is classical chess slowly dying or being killed ? doen dit doemscenario alleen maar versterken.

Het antwoord van onze Belgische bond op 1 januari 2024 hierop lijkt mij eerder een struisvogelpolitiek. Met het aantal minimumpartijen van 20 naar 5 te verlagen voor een Belgische rating, smuk je wel de cijfers op maar ik twijfel sterk dat je hiermee spelers zult motiveren om meer te spelen. Wat je hierdoor zeker krijgt, zijn veel meer onnauwkeurige ratings en hoogstwaarschijnlijk daarom veel meer ondergewaarde spelers. Daar werd dan weer een mouw aangepast door iedereen minimum 1150 elo te geven. Het is te zeggen wellicht voor even want vanaf 1 maart trekt fide de minimumrating op naar 1400 elo. Het is een knoeiboel geworden en ik vrees dat veel bordschakers spelen voor een (klassieke/ kbsb/ fide) rating niet meer interessant zullen vinden. Chess.com ziet het met veel plezier allemaal gebeuren en zal niet aarzelen om dit in hun voordeel te gebruiken.

Brabo

maandag 12 februari 2024

Copycats deel 3

Eind vorig jaar was het weer van dat in de Nederlandse interclub. Ik kreeg weer een tegenstander die ik kende van haar noch pluimen. Ik had begot geen idee welke rating hij had en ik herinnerde mij nog al te goed hoe sommigen mij uitlachten vorig jaar dat ik een speler zonder rating remise had gegeven. Op mijn blog schreef iemand in een reactie "het is de verantwoordelijkheid van de speler om de rating van de tegenstander te achterhalen".

Dus deze keer legde ik mij niet meer braaf neer bij de situatie. Van zodra mijn tegenstander in de denktank ging, zocht ik een toeschouwer die mij de rating van mijn tegenstander kon vertellen of wilde opzoeken. Na 10 minuutjes had ik succes en kreeg ik op die manier de gevraagde informatie. Ik paste mijn spelstrategie onmiddellijk aan want remise was geen goed resultaat.

Ik vermoed dat ik in de problemen kan komen als ik meer details vertel en al een serieus risico neem door dit hier te vertellen. Ik vind het zelf ook triestig dat ik zulke handelingen moet doen want bevorderlijk is dit niet voor de concentratie en de gemoedsrust. Vooraf van alle mogelijke tegenstanders (hier staat in theorie geen limiet op) de ratings instuderen, vind ik onzin. Bovendien laat het KNSB-reglement ook nog toe dat er tijdens het seizoen extra spelers worden aangesloten.

Trouwens dit was niet eens het enige wat mij die wedstrijd nerveus maakte. Terwijl ik in de openingsfase contact trachtte te leggen met een toeschouwer, merkte ik plots ook op dat op 2 borden exact dezelfde stelling stond. In elk team speelde iemand met wit de stelling op een bord en iemand  met zwart de stelling op een ander bord. M.a.w. niets stond in de weg om door de 2 spelers van het andere team beide stellingen identiek te houden en dus de zetten van het ene naar het andere bord telkens te kopiëren. Zoiets zou tactisch ook een heel logische keuze zijn want zo zouden ze gegarandeerd 1 op 2 scoren tegen hun veel hoger gequoteerde tegenstanders. 

Tja en ik zat natuurlijk te spelen op 1 van die 2 borden. De copycats zouden mij verplichten via een omweg te spelen tegen mijn veel hogere gequoteerde ploeggenoot. Het is te zeggen als ze ook zouden opmerken dat de 2 borden identiek waren en ik realiseerde mij dat dit wellicht nog niet was gebeurd. De 2 borden lagen niet naast elkaar en mijn tegenstander had nog niet de kans gekregen om eens rond te lopen want ik had tot dan toe alles a tempo gespeeld. De keuze was bijgevolg snel gemaakt om te blijven blitzen tot de 2 stellingen zouden divergeren.

Ik weet niet of de duplicatie had blijven doorgaan tot het einde van beide partijen zonder mijn plannetje maar ik vermeed het risico. Toen ik uit boek was en ik voor het eerst lang begon na te denken, bleken beide partijen al een uniek pad te zijn ingeslagen. Ik en mijn teamgenoot wonnen allebei ondanks de verwisselde kleuren.

Ik vermoed sommigen zullen mijn verhaal als te ongeloofwaardig beschouwen maar er zijn gevallen bekend waar de bovenvermelde truuk van copycats in bordschaken werd toegepast. In 2019 gebeurde het zelfs op het allerhoogste niveau met + 2700 spelers in een klassiek tornooi. Het was niet duidelijk wie kopieerde van wie maar het was wel duidelijk dat het gebeurde want ook de fouten werden gekopieerd. Uiteindelijk besliste de wedstrijdleider om de 2 borden van elkaar af te zonderen waarna beide partijen prompt hun eigen koers vaarden.
In bordschaken is niet iedereen het eens over wat er precies moet gebeuren met dit type copycats. De arbiter motiveerde in 2019 zijn beslissing dat het beter voor de gemoedsrust was van iedereen dat de borden naar verschillende kamers werden verhuisd maar dat is technisch niet altijd een mogelijkheid. Hij gaf hierbij ook aan dat hij niet expliciet het gekopieer afkeurde. Dat is dus een duidelijk verschil met de correspondentieschaak-reglementen waarin expliciet staat dat "mirror-partijen" onaanvaardbaar zijn.

Anderzijds bij het napluizen van mijn correspondentiedatabase op dubbels ontdekte ik dat toch heel wat spelers zich niets of heel weinig aantrekken van dit copycat-reglement. De absolute copycat-wereldkampioen is zonder twijfel de Tsjechische expert Milan Vodicka.

Honderden slachtoffers maakte hij de voorbije jaren en dan vermoed ik dat de lijst hierboven nog bijlange niet compleet is want ik mis de niet-ICCF partijen sinds 2018 (hiervoor zou ik de nieuwe UltraCorr 2024 moeten aanschaffen). De langste identieke partij is 78 zetten (zie oranje hierboven). Een aantal spelers werden zelfs meermaals het slachtoffer waaronder Christian Koch minstens in 5 partijen (zie rood hierboven). Ook minstens 3 Belgen waren onder zijn slachtoffers: Willy Vertongen, Andre Michiels en Hasan Kutlu.

Door partijen op diverse websites (ICCFLSS en FICGS) aan elkaar te linken, slaagde hij erin om grotendeels onder de radar te blijven. De laatste jaren is hij wel iets voorzichtiger geworden door slechts halve partijen te kopiëren maar het blijft uiteraard onethisch. Trouwens het is ook niet altijd makkelijk om het kopiëren consequent vol te houden want af en toe zien we in bovenstaande tabel dat er iets fout gaat (soms ook in Milans voordeel).

De correspondentieschaakfederaties weten niet hoe hoe ze hierop moeten reageren of beseffen onvoldoende de grootte van deze misbruiken. Het is ook niet makkelijk want soms geraken partijen pas bekend jaren nadat ze beëindigd zijn dus controles gebeuren veel te laat. Persoonlijk zie ik geen enkel nut meer in correspondentieschaak als er geen garanties kunnen worden gegeven over de identiteit van de tegenstanders. Correspondentieschaak was al dood en nu ook nog eens helemaal begraven.

In bordschaken is dit soort gekopieer onmogelijk om op grote schaal toe te passen maar als de melk bij de kat wordt gezet dan zullen sommigen zeker trachten te profiteren. Een schaker is geen heilige en voor enkele extra puntjes zijn velen best bereid om de kantjes ervan af te lopen.

Brabo

vrijdag 9 februari 2024

De Sponsor

De Sponsor


Schaakromans van Nederlandstalige schrijvers kun je op de vingers van één hand tellen. Zo zijn er Een schaaknovelle van Gerrit Krol (2002), Rokade van Hein Heijnen (2013), IJslands Gambiet van Dominique Biebau (2015), De secondant van Jan Veenstra (2016) en Meester Jacobson van Tim Krabbé (2022).  Des te verheugender is het, dat er ten behoeve van literatuur- en schaakliefhebbers nu een nieuw boek is verschenen van de hand van twee Nederlanders. De Sponsor belooft een thriller van internationale allure te zijn, zo lezen we op de achterflap. De titel verwijst naar een geldschieter van het Hoogovens-Corus-Tata Steel-schaaktornooi in Wijk aan Zee, tevens de protagonist van deze whodunit.
 
De internationale setting in het verhaal wordt alleszins waargemaakt, want het beschrijft het verloop van een tornooi met tien deelnemers uit respectievelijk Nederland, Italië, Tsjechië, IJsland, Oekraïne, Rusland, de Verenigde Staten, India, Tunesië en Noord-Korea. Stuk voor stuk kleurrijke figuren, van wie de karakters en bio’s uitvoerig beschreven worden door de auteurs Fred Das en Jeroen Terlingen. Fred Das is een voormalige subsponsor van het tornooi in Wijk aan Zee. Hij verbleef in hetzelfde hotel als de spelers, volgde in de tornooizaal als verdienstelijk amateurschaker (huidige FIDE-rating 1720 elo) aandachtig de partijen en maakte heel wat aantekeningen. Samen met Jeroen Terlingen, een ervaren journalist en redacteur die eerder een biografie schreef over de ondernemer Fred Das, werkte hij die notities uit tot een fictief verhaal.
 
In de proloog zitten we al meteen midden in dat verhaal: hoofdscheidsrechter Geurt Plomp (geen toevallige voornaam) moet bij aanvang van de zevende ronde spelers en publiek de jobstijding brengen dat de Amerikaanse deelnemer dood werd aangetroffen in zijn bad. Na deze korte flashback start hoofdstuk 1 twee dagen voor aanvang van het tornooi en worden in de volgende hoofdstukken geen chronologische zijpaden meer ingeslagen. Spoedig zal blijken dat een van de spelers machiavellistische truken uithaalt om zijn score te maximaliseren en dat er op de achtergrond allerlei geopolitieke belangen spelen. Ook wordt vlug duidelijk dat de verteller Godfried, de sponsor, meer dan een passieve rol speelt in dit onverkwikkelijke verhaal.
 
De verteller etaleert een grote schaakeruditie door kwistig namen als Bobby Fischer, Boris Spassky, Tony Miles, Svetozar Gligoric, Antoaneta Stefanova, Max Euwe, Jan Timman, Jan Hein Donner en Hans Böhm te citeren, maar het unieke en hoogst originele van deze roman is toch wel dat in de tekst 13 voetnoten zijn opgenomen van partijen of partijfragmenten die in het verhaal een rol van betekenis spelen. Deze genummerde voetnoten zijn achter in het boek opgenomen met commentaar en diagrammen en bieden enkele hoogtepunten uit de schaakgeschiedenis. Hier kon uiteraard de onsterfelijke partij tussen Andersson en Kieseritzy uit 1851 niet ontbreken, noch Marshalls magistrale damezet uit 1912. De caleidoscoop wordt vervolledigd met de dertiende partij van het wereldkampioenschap tussen Spassky en Fischer in Reykjavik 1972, Carlsens nederlaag tegen Duda in Stavanger 2020, Shirovs briljant loperoffer in Linares 1998, een doorgestoken remise tussen de zusjes Kosintseva, opmerkelijke partijen met spectaculaire wendingen van Kasparov, Anand en Giri en zelfs een eindspelstudie van de Israëlische schaakcomponist Afek. Een manco is dat die 13 voetnoten weliswaar de context schetsen van de situaties uit het verhaal, maar jammer genoeg geen paginaverwijzing inhouden.
 
Het boek leest bijzonder vlot, al is het niet eenvoudig om in het begin de tien spelers goed uit elkaar te houden, vooral omdat ze nu eens bij hun voornaam dan weer bij hun familienaam worden genoemd. Hier had vooraan het boek een lijstje van de deelnemers met naam, familienaam en nationaliteit ongetwijfeld een meerwaarde kunnen bieden. De schrijfstijl is zeer gedegen, waarbij mooie metaforen en referenties de revue passeren. Ik noteerde er een paar: …de geestdrift flakkerde als een kaarsje in een tochtige kerk (pag. 8), …op dat moment week de massa alsof het een Rode Zee was, die door Mozes met zijn staf was aangeraakt (pag. 10), …zijn hoofd bewoog als de periscoop van een duikboot op zoek naar zeemeerminnen (pag. 25), Trommels en trompetten ontbraken, maar de intocht van keizer Augustus in Rome na zijn geslaagde veldtocht tegen Gallië kon niet imposanter zijn dan de verblindende entree van de Italiaan (pag. 31), hij speelde een verbijsterde Othello, die de vermeende ontrouw van Desdemona niet kon bevatten (pag. 32), etc…
 
Naast deze stilistische hoogstandjes valt vooral de droogkomische toon op in de spitse dialogen. De personages kruiden hun taal met Attisch zout en schuwen daarbij de etnofaulismen (kaaskop, spaghettivreter,…) niet. De tien nationaliteiten met hun verschillende culturele referenties en talen worden handig gebruikt en zijn zeer leerzaam, al hebben de auteurs volgens mij toch wel een steekje laten vallen door de Italiaanse speler de Tunesische deelnemer te laten begroeten met namasté. Deze hindoeïstische begroeting had hij passender kunnen richten tot de Indiase speler van het tornooi.
 
Niet alleen de personen, maar ook de en passant vermelde ingrijpende, mondiale gebeurtenissen zoals o.m. de Bijlmerramp, de Jasmijnrevolutie, de instorting van de Twin Towers en de Arabische Lente verlenen deze pageturner een internationaal cachet.
 
New in Chess zet hoog in met deze schaakthriller. De colophon vermeldt drie eindredacteurs en er wordt nu al een Engelse vertaling aangekondigd. Uitgeverij en auteurs gun ik hoge verkoopcijfers. Ik heb het boek immers met veel plezier gelezen: het is een goedgeschreven en spannend verhaal met een ingenieuze plot die niet alleen schakers moet kunnen bekoren. Schaaktechnisch valt er weinig op af te dingen: de meeste partijen uit de voetnoten kende ik wel al, maar het is altijd leuk ze nog eens opnieuw na te spelen.
 
De Sponsor – Moord op het North Sea Chess Tournament
Fred Das & Jeroen Terlingen
New in Chess 2024, 222 pp., € 19,95
ISBN 978 90 833 7889 3
 
Frank82

PS Een interview met de auteurs van het boek kan je lezen op schaaksite.

woensdag 7 februari 2024

Volgers

De bronzen plak op het Europees kampioenschap in 2023 van Daniel Dardha was reeds straffe kost maar wat hij vorige maand in Tata Steel presteerde, acht ik nog een stapje hoger ondanks dat de TPR een paar punten lager lag (zie chess-results Tata Daniel en chess-results EK Daniel). Wordt Daniel de eerste Belgische grootmeester ooit boven de 2700 elo?

Enkele +2700 prestaties maken je nog geen +2700 speler maar hij is slechts 18 jaar dus er moet zeker nog marge zijn. Bovendien ik verwacht dat de 400 elopunten-correctie in de onderste eloregionen (1maart 2024) ook op termijn de hoogste elo's zullen doen stijgen. In elk geval bewees Daniel in Tata dat hij is blijven evolueren. Ik was vooral onder de indruk van hoe hij in ronde 12 de Franse grootmeester, regerend wereldkampioen bij de junioren en leider in het klassement Marc'Andria Maurizzi gedecideerd in een zeer knappe voornamelijk positionele partij versloeg.
In een interview net na de partij twijfelde Daniel over de kwaliteit van de partij maar dat bleek helemaal onterecht. Van wederzijdse fouten is geen sprake zoals ook een snelle computeranalyse op chess.com ons aantoont. Daniels spel was van wereldkampioen-niveau in bovenstaande partij.
Het toont nogmaals aan hoe groot het verschil is geworden tussen zelfs de beste schakers en de computer. Wij mensen zijn niet in staat om een computerbeoordeling na te bootsen maar dat betekent niet dat we nooit een goede partij kunnen spelen.

Ik vind het ook heel spijtig dat Daniel ondanks het superresultaat zich niet heeft gekwalificeerd voor de A-groep. Ik heb trouwens een wrange nasmaak hierbij want wie weet had zijn concurrent de sterke Indiase grootmeester Leon Luke Mendoca niet gewonnen in de laatste ronde zonder de extra hulp van de journalisten. Hoe stom kan je als organisatie zijn om journalisten eerst te informeren over dat Leon gewonnen staat en dan dezelfde journalisten toelating te geven om nog voor het einde van de partij foto's te laten nemen van de in-spe-winnaar? Leon was zelf nog aan het twijfelen of zijn stelling gewonnen was maar had door de domme acties van de journalisten zekerheid. Zijn tegenstandster was eveneens zo onder de indruk van alle plotse media-aandacht dat ze direct opgaf (normaal speel je nog even door).

Kortom het was een blunder van de organisatie en het was niet de enige. Zo wist de organisatie geen peil te trekken op de protesten van de klimaatbetogers tegen de sponsor Tata. Negeren was de strategie tot de klimaatbetogers in de laatste ronde hadden ontdekt waar schakers het meest last van hebben: lawaai. Een handvol maakte zoveel lawaai dat het in de speelzaal niet meer uit te houden was. Oordopjes werden massaal uitgedeeld aan de deelnemers maar velen gaven er vroegtijdig de brui aan (snelle remises). Als de oordopjes niet op maat zijn (zoals ik beschreef in een artikel vorig jaar) dan zijn ze heel weinig efficiënt. Trouwens ik vraag mij af hoe dit te rijmen valt met het verbod op oordopjes volgens sommige scheidsrechters want ze zouden te fraude-gevoelig zijn.

Het is een algemeen vrij recent fenomeen dat enkele individuen veel schade kunnen en mogen berokkenen aan heel grote groepen onder het mom van protesten. Grote kunstwerken, belangrijke verkeersaders, grote concerten, voedseldistributiecentra, grote sportmanifestaties,... dus zo een beetje alles waar je veel mensen kunt mee raken zijn een doelwit geworden voor protesten. De politiek durft niet te reageren want het is te riskant voor de eigen carrière om het recht op protest in vraag te stellen. Ik zie hierin geen snelle verandering dus volgend jaar verwacht ik nog erger voor het Tata-schaaktornooi. Ik raad daarom de organisatie aan om een draaiboek voor hevige protesten aan te maken (misschien moet worden gekeken naar opsplitsen in kleinere locaties).

Een derde blunder met het openzetten van commentaren onder het officiële kanaal Tata Steel Chess Youtube toont aan dat de organisatie een professionele media-expert mist en/of men weinig kennis heeft van sociale media. Elk groot professioneel bedrijf modereert heel strikt de eigen sociale media of je krijgt onvermijdelijk enorm veel schadelijke commentaren. Sommige trollen doen niet liever dan de creaties van anderen kapot te maken of gewoon zoveel mogelijk mensen te ergeren. Veel bedrijven laten het daarom zelfs niet meer toe om uberhaupt nog commentaar te kunnen geven want het positieve weegt vaak niet op tegen het negatieve.

Ik zal het uiteraard niet hebben hier over die diverse commentaren maar voor eentje wil ik een uitzondering maken omdat het thema over volgers gaat. Op twitter stelt de Oekrainsche grootmeester Mikhail Golubev dat amateurschakers geen interessante partijen kunnen spelen die de moeite zijn om live te volgen. Hij formuleert op een andere manier wat ik al eens eerder schreef in een artikel in 2015 dat heel weinig spelers partijen volgen van mindere goden.

Journalisten en de Tata-organisatie merkten dit jaar ook op dat er x-keer minder toeschouwers waren afgezakt naar Wijk aan Zee in vergelijking met vorige jaren. Dat heeft zonder twijfel iets te maken met het ontbreken van de top 3: Carlsen, Caruana en Nakamura. Er is gewoon veel minder interesse zonder hen om nog van de luie zetel thuis af te komen.

Trouwens zelf ben ik niet eens geraakt in de luie zetel. Het moet decennia geleden zijn dat ik zo weinig aandacht heb geschonken aan het Tata-tornooi. Dat Carlsen ontbrak is volgens mij niet het hele verhaal want ik miste ook leeftijdsgenoten. Zowel in de Masters als de Challengers deed geen enkele 40+ mee dus geen enkele leeftijdsgenoot. Het is alsof je boven de 40+ niet meer telt in het schaken maar ik begrijp wel van waar het gevoel komt. Zo ben ik in mijn Nederlandse club De Stukkenjagers met mijn 47 jaar veruit de nestor van het team. Ik ben 20 jaar ouder dan de gemiddelde leeftijd van mijn ploeggenoten (zie ook de cocktail).

Vandaag zijn er zoveel leuke verslagen, streams, video's dat ik mij nog zelden bezighoud met het bekijken van rauwe partijen. Ik heb dit seizoen nog geen enkele keer naar de interclubpartijen van de Belgische 1ste klasse in de interclub gekeken. Downloaden en gebruiken in partijvoorbereidingen is het enige wat ik er nog mee doe (eigenlijk zelfs dat niet want andere websites doen het voor mij) en ik vermoed dat ik bijlange niet de enige ben als ik kijk naar het aantal views vorig jaar op de interclubblog van schaakinitiatief. 4500 views voor een compleet seizoen is bedroevend laag zeker als je weet dat er 11 ronden waren waar telkens bijna 100 spelers aan deelnamen. Als elke speler 1 keer per partij zijn notatie checkt kom je al aan ongeveer 25% van de views.

Ik stel daarom ook steeds meer de vraag wie zulke partijpublicaties blijft propaganderen. De publiciteitswaarde is nihiel maar de deelnemers moeten wel jaren later rekening ermee houden dat tegenstanders ze gebruiken in de partijvoorbereiding.

Ik geloof dus niet dat spelers massaal elkaars partijen volgen. Volgers (soms ook vrienden genoemd) is online vaak ook niets meer dan een populariteitswedstrijd dan oprechte interesse in elkaar. Lichess besliste wellicht daarom een paar jaar geleden om het concept van volgers sterk te limiteren zodat gebruikers niet meer zich konden met elkaar vergelijken. Persoonlijk volg ik vandaag slechts 2 spelers op lichess waarvan ik weet dat ze af en toe een interessant blogartikel posten.

Tenslotte wil ik ook nog melden dat ik recent op de kar ben gesprongen van valse volgers/ vrienden. Dat zijn spelers die je volgt/ bevriend mee bent maar je helemaal niet kent en dus enkel en alleen hebt om detectives te misleiden. In 2020 schreef ik het artikel Papua New Guinea waarin ik het had hoe volgers/ vrienden hielpen om een naam op een geheime online account te kunnen plakken. Het is dankzij de Indische internationaal meester Dhulipalla Bala Chandra Prasad dat ik nu ook besef dat sommigen met opzet foute informatie verspreiden om een account geheim te houden. Abonneren op Franse accounts ondanks je geen woord Frans spreekt (zie lichess deel 2) is geen misdrijf maar was voor mij een waardevolle les.

Brabo