vrijdag 19 november 2021

Mortal Kombat Fatality

Alhoewel ik in 1990 al mijn eerste schaakcomputer kocht (zie schaakcomposities) duurde het nog tot eind 1995 dat ik een PC had. Naar hedendaagse normen was de Intel Pentium 90 Mhz een zeer traag en onpraktisch ding maar toen moest je er bijna 3000 euro (110.000 in oude Belgische franken) voor neerleggen. De helft financierde ik met vakantiewerk. De andere helft werd bijgelegd door mijn ouders.

Al heel snel begon ik de PC toen te gebruiken voor het schaken maar ik miste de trein van het gamen. Ik ben een van de allerlaatste die nog opgegroeid is zonder in de jeugd veelvuldig in contact geweest te zijn met computerspelletjes. Ik vermoed als ik een paar jonger was geweest dat ik misschien nooit competitieschaak had gespeeld en bijgevolg deze blog nooit had bestaan. Het moet echt randje geweest zijn want mijn 3 jaar jongere broer werd wel nog voor zijn 18de gebeten door het gamen en is dit sindsdien altijd intensief blijven doen (vandaag is hij dus 42 jaar oud).

Het is niet dat ik nooit spelletjes buiten het schaken gespeeld heb op de computer. Ik heb een paar periodes gehad waar ik enkele maanden fanatiek 1 spelletje speelde maar vaak waren er ook meerdere opeenvolgende jaren dat ik niet 1 keer gamede. Mijn zoon Hugo, zelf een fanatieke gamer (op vakantiedagen soms tot 12 uren gamend) heeft mij een paar keer proberen te overhalen om zelf eens iets te proberen maar ik hap bewust niet toe. Het zou wel leuk zijn om samen iets te doen maar ik ken het gevaar om jezelf helemaal te verliezen (en dus alle vrije tijd) aan een spelletje. Dan zet ik mij liever af en toe eens naast Hugo als toeschouwer, kijkend naar hoe hij weer eens op Fortnite een potje wint met 10 kills of meer.

De graphics vandaag zijn ongelooflijk. Wat een verschil met 25 jaar geleden toen ik soms keek naar hoe mijn broer het toen waanzinnig populaire computerspel Doom speelde. Waar is de tijd dat we nog de computers handmatig aan elkaar moesten koppelen om met vrienden te kunnen gamen? Vandaag gebeurt alles over het internet en zorgen de krachtige processors dat alle in- en output correct wordt verwerkt.

Van die eerste spelletjes zijn er bijgevolg dan ook nog bitter weinig die de tand des tijds hebben doorstaan. Een grote uitzondering is Mortal Kombat. Dit spel waar er man tegen man in een arena wordt gevochten, bestaat al sinds 1992 en heeft tot op vandaag een grote schare supporters. Er is zelfs in 2021 nog weer eens een film over gemaakt zie Mortal_Kombat_(2021). Visueel blijft het een meesterwerk en dan in het bijzonder de fatalities. De winnaar krijgt op het einde van het gevecht de kans om de tegenstander die nog leeft maar geen weerstand meer kan bieden om op een heel bijzondere en vaak ook heel gruwelijke wijze af te maken. Een overzicht van dit soort genadeslagen kan je hier terugvinden: Youtube Mortal Kombat 11 Fatalities (te bekijken op eigen risico, +16 jaar).

Het schaken is in vergelijking daarmee uiteraard een heel droog en saai spelletje wat niet betekent dat fatalaties helemaal niet bestaan in het schaken. Het komt heel zelden voor bij ervaren schakers maar zo af en toe kan je de tegenstander helemaal vastzetten dat hij alleen maar nog kan wachten tot je hem afmaakt. Laatst in de 5de ronde van de muensterlandopen liet ik mijn tegenstander helemaal dol worden door alle tijd te nemen van de wereld om de onvermijdbare killer te plaatsen.
In een eindspel kom je wel vaker tegen dat een speler alleen nog maar wat heen en weer kan schuiven maar met een bord vol stukken vind ik andere koek. Sterke schakers laten bovendien heel zelden zulke hopeloze situaties toe. Men probeert nog liever een laatste tactische val dan zich neer te leggen bij complete passiviteit. Je moet dan ook weer Magnus Carlsen heten om een 2700 2 keer op een rij in zulke omklemming te kunnen steken, zie eentje van de 2 hieronder. De klassieke partijen werden gespeeld in de troostfinale te Sochi (zie o.a. het chess.com-artikel Stalemate your opponent)
Heel wat schakers geven dan ook op als ze niets meer nuttig met hun stukken kunnen doen en het gewoon een kwestie van tijd nog is dat de tegenstander de genadeslag zal uitvoeren. Echter sommigen hopen op een mirakel en dan laat ik de kans zeker niet schieten om uitgebreid te genieten van mijn fatality.

Brabo

zondag 14 november 2021

Computerevaluaties

Wat me in deze tijden van ultradiep rekenwerk door programma’s opvalt, is dat deze vaak evaluaties meegeven die voor ons stervelingen buiten ons begrip liggen. Dan bedoel ik bv evaluaties van +2 of meer in “half-gezonde” openingsvarianten, daar waar wij mensen dit als een uitdagende, scherpe voortzetting zouden inschatten, zonder dat daarbij meteen aan winst of verlies wordt gedacht.

Een voorbeeld is de (1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pc3 dxe4 4.Pxe4 Pf6 5.Pxf6 gxf6) variant in de Caro-Kann waarbij zwart met zijn g-pion terugslaat, iets wat Larsen en Bronstein graag speelden, wegens de scherpe stellingen die ontstaan en de mogelijkheden tot aanval met zwart. Ik denk niet dat een wereldtopper dit nu nog zou riskeren met zwart. Een mooi voorbeeld was het recente debacle dat Kasparov overkwam, toen hij zijn oude WK-varianten boven haalde in een blitztornooi (GCT Blitz Kroatië 2021) en prompt met 0,5/9 opzij werd gezet. Zijn blitzelo donderde meteen naar beneden van 2801 naar 2644. Ik denk dat het nog even duurt eer hij weer een officieel FIDE blitz- of rapidtornooi gaat spelen.

Een ander voorbeeld is deze stelling; na 1. e4 e6 2. d4 d5 3. Nc3 Bb4 4. e5 c5 5. a3 Bxc3+ 6. bxc3 cxd4 7. cxd4 Qc7 8. Bd2 Bd7 9. Qg4 g6 10. Bd3 Nc6 11. Ne2 O-O-O 12. O-O (Czerniak-Frydman, 1941) en SF14 zegt hierover “+3”. Nu mag dit een prettige stelling zijn om te spelen met wit, maar ik denk niet dat er veel witspelers te vinden zijn die na de partij zouden zeggen: “ik stond gewonnen na 12 zetten”.

Een ander voorbeeld? Na 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.Pxd4 Lc5 5.Pxc6 Df6 6.Df3 Dxc6 7.Pc3 Lb4 8.Ld2 is het volgens SF14 +2,3. Wit staat heel goed, geen twijfel mogelijk, maar “meer dan twee pionnen” in de plus, hmm. De partij is nog maar net begonnen, er zijn geen geforceerde voortzettingen. Alles is nog mogelijk, en zeker fouten of blunders langs beide kanten.

Computers zijn een uitstekend hulpmiddel, maar slechts een hulpmiddel, zoals Noël Studer op twitter Neil Bruce (een “adult improver” oftewel “chesspunk”) terechtwees, toen hij met de computer tot een omgekeerd oordeel kwam dan wat in een tekstboek over een stelling stond. De aanbevolen zet “volgens theorie” was zo’n halve pion minder goed dan de “veroordeelde” mindere zet, die de computer de beste vond. Studer gaf terecht aan dat begrip veel belangrijker was dan één optimale zet te spelen (zonder in te zien waarom). Net het gevaar waar al tientallen jaren voor gewaarschuwd wordt bij beginnende schakers die met de computer werken: je gelooft teveel de evaluatie, maar begrijpt niet waarom. Gelukkig zijn de programma’s dankzij Alpha Zero nu ook beter geworden, want vroeger zat je soms met grote verschillen in evaluatie van stellingen voor en na een ruil en passant, een (onder)promotie, een dameruil of een rokade, omdat dat een “discrete” overgang was, die pas na de betreffende zet een andere subroutine activeerde (bv overgang middenspel naar eindspel, of het programma rekent niet vooruit met onderpromoties (of ze waren gewoon zelfs niet geprogrammeerd!), …). Zelfs nu durft het soms nog eens mis gaan: in deze stelling (8/5Q1P/8/6k1/P7/1P6/4qP1K/3q4 w - - 0 83) geeft Leela ook bij langere bedenktijd nog 83.h8D aan als gelijk staand (+0.04) en als beste zet, terwijl SF het na deze zet meteen uit maakt (mat in 5).

Dat is trouwens één van de redenen dat ik geen geforceerde openingsvarianten (zoals een Sveshnikov) meer speel. Ja, het is leuk om nu en dan een “gratis” punt door voorbereiding op te rapen (een klassieker die nog altijd niet overal gekend is (en makkelijk af te straffen), is Lg7 (?!) in de Levenfish draak of a6? tegen de Pd5-variant in de Sveshnikov). Maar zoals ook op twitter aangegeven: heb je net een hele Chessable cursus achter de kiezen over hoe je best de Richter-Rauzer beantwoordt, dan speelt iedereen Alapin, Grand Prix, Rossolimo of gewoon gesloten Siciliaans met wit tegen jou. Rendement en spelplezier primeren bij mij nog boven “alles uit de kast halen”.
 
Zoals Brabo al aangegeven heeft, zitten de huidige programma’s zelf ook er wel eens naast – in die zin dat een positieve evaluatie toch gekeept wordt bij “perfecte tegenstand” (iets waar we in menselijke partijen vaak geen rekening mee moeten houden). Wie voorbeelden wil moet maar gewoon eens naar  TCEC
 surfen – materiaal genoeg.

Onlangs speelde ik een in mijn ogen redelijk gelijk opgaande, maar ietwat complexe partij. Hierbij gaf de computer al na zet 16 aan dat ik gewonnen stond, maar dat gevoel had ik helemaal niet in de partij. Pas na zet 24 had ikzelf duidelijk zicht op winst, en ik had er een paar goede (al zeg ik het zelf) zetten voor nodig. De reden voor deze “mismatch” tussen gevoel en computerevaluatie, was dat wit heel actief speelde – en zijn langetermijnnadeel (koning in het midden) kwam pas op het einde van de partij naar voor als een beslissend nadeel. Een gelijkaardig verhaal in de Brugse open deze zomer : door onnozel in de aanval van zwart lang te rokeren, kreeg ik een pittige aanval van dame, toren en pion te verwerken (terwijl zwart niet eens zijn koningsloper en koningstoren in het spel had gebracht. Pas nadat ik met nauwkeurig spel de aanval afgeslagen had, kon ik het langetermijnvoordeel van de niet-ontwikkeling van mijn tegenstander uitbuiten. Ondertussen verkondigde SF14 wel vrolijk dat ik de hele tijd gewonnen had gestaan. Het is één iets om een rustige positionele plus naar winst te spelen, waar zetvolgorde geen rol speelt, maar het is iets heel wat anders om een scherpe stelling die “+5” staat binnen te halen. Om het met Donner te zeggen: “Geef mij een moeilijk positiespel, ik zal het spelen. Geef mij een slechte stelling, ik zal haar spelen, ingewikkelde stellingen en saaie remisestellingen, ik houd ervan en zal mijn uiterste best doen. Maar glad gewonnen stellingen, daar kan ik niet tegen.”

Een ander voorbeeld is volgend eindspel (5k2/4Nnp1/1p2p2p/1Pp5/2P5/3P1pP1/5P1P/6K1 w - - 0 34 "wit speelt en wint" ), dat ik uit een variant van een partij uit een openingsboek haalde (de lezer mag zich op een traktatie verwennen als hij de partij herkent). De computer geeft winst aan voor wit, en dat is juist, maar ik daag iedereen uit om dit met wit dit eindspel tegen de computer te winnen. Er is slechts één winstpad, en het is niet zo heel moeilijk, maar het komt letterlijk op één tempo aan, dus nauwkeurigheid en zetvolgorde is van groot belang.

Praktisch dan. Heel vaak merk ik, dat wanneer de computer “+2” of zo aangeeft, ik vlotjes tien – vijftien zetten de hoofdvariant moet doorspelen, alvorens er effectief duidelijk (materieel) voordeel op het bord staat, of een pion gewonnen wordt. Bijna even vaak verwatert die geprojecteerde winst, omdat schaken nu eenmaal een spel is met resources voor zowel verdediger als aanvaller. Daar heeft Brabo in één van zijn recente artikelen al over uitgeweid.

Vandaar dat ik sceptisch sta tegenover cafépraat van “ik stond +10 en gaf het dan nog weg”. Als je het grote voordeel niet ziet in je stelling (zoals ik onlangs een “+5” niet verzilverde in Brugge), dan hoef je achteraf ook niet te klagen dat je winst “gemist” hebt. We hebben allen onze begrenzingen en spelen het spel op ons bescheiden niveau.

Daarmee wil ik niet zeggen dat je computeranalyses naast je neer kan leggen. Ik geef gerust toe dat ik nu sommige openingszetten speel, omdat ik nu eenmaal sommige varianten vaak tegen krijg, en dan uiteindelijk eens gekeken heb wat de computer ervan vindt. Zelfs al is het maar één stapje / zetje beter schaak, je hebt tenminste dat op zak, en het geeft ietsje meer vertrouwen voor de rest van de partij. Volgende keer iets meer over wat we van die “overdreven” stellingevaluaties kunnen leren.

HK5000

maandag 8 november 2021

Fouten deel 2

De term curlingouders of ook wel helikopterouders kom je vandaag af en toe tegen als je enige literatuur over opvoeding leest. Het zijn ouders die elk obstakel voor hun kind uit de wegruimen. Ze proberen hun kind te beschermen van elke negatieve kritiek of ervaring en dat gaat soms heel ver. Zo vertelde mij enkele jaren geleden een HR-recruiter dat hij soms ouders de deur moest wijzen bij een sollicitatiegesprek van hun kind voor een job. Ga je straks als ouder ook het werk op kantoor doen van je kind?

Dat leerkrachten, politie,... steeds vaker een gebrek aan respect ervaren van onze jeugd verwondert mij bijgevolg niet. Stemmen gaan dan ook op om de legerdienstplicht terug in te voeren. Daar zou discipline en karakter wel weer worden aangeleerd. Nu ik ben zelf net ontsnapt hieraan (want slechts een paar jaar eerder afgeschaft) dus ik sta zelf zeker niet te roepen hiervoor. Dan denk ik dat schaken een veel humanere aanpak kan zijn als alternatief. Hierbij bedoel ik niet enkel schaaklessen volgen maar vooral de keiharde leerschool van competitieschaak.

In mijn artikel macho's sloot ik af met de stelling dat schaken niet voor watjes is. In welke sport heb je dat 1 fout talloze prachtige en goede zaken ineens teniet kan doen. Ik heb geregeld jonge spelers ontroostbaar zien huilen na een verloren partij. Verliezen hakt emotioneel diep erin. Echter iets wat je niet doodt, maakt je sterker. Ik kan het niet bewijzen maar ik heb het gevoel dat ervaren schakers in het algemeen toch veel makkelijker tegenslagen kunnen verwerken.

Dat betekent niet dat verliezen helemaal went. Ook ervaren schakers kunnen nog tilten bij een nederlaag of hebben het lastig om een nederlaag te accepteren.  Welbekend is de grappige quote: "Ik heb nooit een gezonde schaker verslagen." Schakers zijn heel goed in excuses te zoeken voor hun falen en ik geef toe dat ik daar ook niet helemaal vrijuit in ga. Echter erger vind ik de spelers die de winst gewoon niet gunnen voor hun tegenstander. In 2017 schreef ik zo over spelers die daarom opzettelijk hun tijd lieten aflopen zie mijn artikel slechte verliezers. Laatst had ik weer een tegenstander die na de partij mij heel boos vertelde dat hij eigenlijk de partij had moeten winnen en dus impliciet zei dat mijn overwinning onverdiend was. Ik was het daar niet mee eens maar hield wijselijk mijn mond.
Dus hoe er gereageerd wordt op fouten is iets heel persoonlijks maar hangt uiteraard ook af van de soort fouten die gemaakt werden. Zo wordt de term "computerzet" al snel gebruikt in de analyse wanneer men een fout wilt aanduiden die je als mens allicht onmogelijk had kunnen vermijden. Fouten door een gebrek aan kennis/ ervaring worden in het algemeen makkelijk aanvaard door de schakers en eerder gezien als een kans om bij te leren. De meeste schakers hebben het veel lastiger met de fouten die onder (tijds-) druk ontstaan. Mits voldoende tijd zijn die zeker te vermijden en dus zijn ze soms bijzonder pijnlijk. Tot een decennium geleden toen men nog zonder increment speelde, gebeurden die blunders heel frequent zoals in onderstaand voorbeeldje.
Met de jaren heb ik dit soort fouten wel leren relativeren. Je kan onder tijdsdruk blunders nu eenmaal niet vermijden. Tijdsnood kan je evenmin altijd vermijden bij het spelen van een onbekende type stelling tegen een sterke tegenstander die voortdurend je lastige zetten voorschotelt. Je riskeert dan door sneller te spelen net andere fouten of zelfs blunders te maken.

Tenslotte is de laatste categorie van concentratiefouten veruit de moeilijkste om een verklaring voor te vinden. In het tennis noemt men ze unforced errors. Het zijn fouten die gemaakt werden zonder dat er sprake was van tijdsdruk of moeilijkheid. In het schaken zijn ze zeldzaam zoals ik in deel 1 al eens probeerde te tellen. Ik kwam toen voor mezelf op 1 zulke fout per 100 partijen. Voor mijn tegenstanders kwam ik op 1 op 20 partijen.

Ik weet niet of het te maken heeft met de lange inactiviteit of het vele internetschaken maar de laatste maanden sloeg het blundervirus meerdere keren toe in mijn partijen. De blunder tegen de Belgische FM Adrian Roos die ik toonde in mijn artikel hybrid schaken deel 3 kan misschien nog passeren als een fout onder tijdsdruk maar daar was zeker geen sprake van in onderstaande stelling die ik in Praag op het bord had.
Ik vermoed een fout voor stap 4 of zo maar allerminst iets was je verwacht van een ervaren fidemeester. Dat ik dit nog remise kon keepen, kon je reeds zien in mijn artikel de afrekening. Echter nog veel groter was de zinsverbijstering in de 2 ronde van de Muensterlandopen waar ik enkele weken geleden speelde. Daar gaf ik mijn winnende pluspion plots zonder enige aantoonbare reden af in een toreneindspel.
Het moet een kortsluiting bovenaan geweest zijn want een andere verklaring kan ik hiervoor niet vinden. Dit is gewoon stukken weggeven en dus zelfs geen stap 2 waardig. Ik kon gelukkig mij nog herpakken en slaagde zelfs nog het eindspel te winnen waardoor ik het niet aan mijn hart liet komen.

In het eerder vermelde tennisartikel over ongeforceerde fouten wordt gezegd dat je er best niet over piekert. Zulke fouten compleet uitsluiten is onmogelijk als mens. Anderzijds 2-3 op zulke korte tijd zeker in vergelijking met eerdere jaren is op zijn zachtst gezegd merkwaardig. Ik moet er niet aandenken om dit geregeld mee te maken want dan zou mijn spelplezier toch heel snel verdwijnen. Voorlopig heeft het mij nog geen elo gekost maar dat mag ik toch zeker niet vaak meer doen. 

Word ik een dagje ouder? Het lijkt wel een heel zwak excuus van iemand die nog maar 45 jaar is als je dan op chess.com leest dat Manuel Alvarez Escudero nog competitie-schaak speelt als 100 jarige. Feit is dat ik sinds een paar jaar wel een leesbril nodig heb en zeker aan de start van een schaakpartij last heb om de notatie hierdoor te verzorgen. Zaterdaglaatst heb ik mezelf ook voor het eerst in meer dan 28 jaar competitieschaak ziek afgemeld voor een partij. Echter ik ben evenmin klaar met schaken. Bovendien lijkt het mij te vroeg om nu al het beste achter de rug te hebben.

Brabo

dinsdag 26 oktober 2021

Wonderkinderen

Vrijdaglaatst werd onze kersverse en piepjonge Belgische grootmeester Daniel Dardha uitgebreid in de bloemetjes gezet door Go for grandmaster. Ik vond het spijtig dat ik zelf niet bij de huldiging kon zijn wegens te veel uitgestelde partijen voor het klubkampioenschap van Deurne (4 stuks dus ik moest wel eerst daar iets aan doen). Aan de foto's die ik achteraf zag op de facebook van Chess in Belgium bleek dat er schoon volk aanwezig was. Een 15 jarige Belg die grootmeester wordt, is een primeur en ik verwacht niet dat we dit in de volgende 10 jaar nog opnieuw zullen meemaken.
Bron: Facebook Chess in Belgium
Bron: Facebook Chess in Belgium

Met zijn 15 jaar behoort Daniel nu tot het zeer selecte groepje van wonderkinderen die op zeer jonge leeftijd grootmeester zijn geworden. Extra straf is dat dit uberhaupt mogelijk is in een schaakarm land als België en bovendien tijdens coronatijden waardoor de meeste schaaktornooien waren afgeschaft. Behalve zijn laatste tornooi in België (het Belgisch kampioenschap in Brugge die hij won) moest Daniel daarom de nodige punten en normen noodgedwongen in het buitenland behalen. Ik heb eens gekeken op zijn fideprofiel waar hij allemaal de laatste maanden geweest was hiervoor en ik viel bijna van mijn stoel.
Je moet het maar willen doen als 15 jarige vaak alleen naar al die landen reizen om telkens een schaaktornooi te spelen zonder enige garanties op succes. Je kan alleen maar raden hoeveel corona-testen, tijd en geld dit allemaal heeft gekost. De premie van 25.000 euro uitgereikt door go for grandmaster lijkt dan plots wel dubbel en dik verdiend voor Daniel (en uiteraard ook zijn ondersteunende familie).

Trouwens een ander wonderkind de Amerikaan Abhimanyu Mishra (hij brak recent het 19 jaar oude wereldrecord van Karjakin door als 12 jarige de jongste grootmeester ooit te worden zie o.a. Made it! Abhi youngest Gm in history!) liet eerder al doorschijnen dat het financieel een zware dobber is om de ideale omstandigheden te creëren waarin zulke fenomenale prestaties mogelijk worden. Zijn vader riep nog in mei op voor donaties in een emotioneel bericht op Chessbase. De familie had bijna al 200.000 dollar geïnvesteerd in de schaakcarriere van hun zoon en zat nu bijna helemaal door hun eigen reserves. Met de eindmeet in zicht (slechts 1 norm nog nodig) ware het doodjammer om dan nog te stranden enkel door de centen.

De wonderkinderen zijn zonder twijfel stuk voor stuk enorme talenten maar het is een utopie om te schitteren puur op basis van talent. In een interview op chess.com gaf Mishra aan dat hij meer dan 12 uren per dag werkte aan het schaken zie What it takes to be the world's youngest grandmaster. Op de vraag van de interviewer wat Mishra nog graag deed buiten het schaken, kwam een heel ontnuchterend antwoord. "De schaaktrainingen zijn zo tijdrovend dat er geen tijd over blijft voor iets anders. Elke dag is enkel schaken."

Voor de gewone clubschaker is het eigenlijk zo goed als onmogelijk om zich het leven van een wonderkind in te beelden. Pas op momenten dat je zulk wonderkind als tegenstander voorgeschoteld krijgt, kan je een glimp opvangen van wat er allemaal op de achtergrond afspeelt. Veel kansen krijg je uiteraard niet om er tegen te spelen want wonderkinderen zijn uiteindelijk dan ook uiterst zeldzaam. Zelf heb ik in mijn schaak-carrière tegen wel meer jonge (zeer) talentvolle schakers gespeeld maar slechts mijn tegenstander van ronde 8 in Praag laatst beschouw ik als een echt wonderkind. Ik speelde toen tegen een zeer kleine jongen van slechts 11 jaar maar op koers voor een internationaal meesternorm en met reeds een torenhoge rating van 2372: Vaclav Finek. Het was mij dus op voorhand duidelijk dat hij tegen mij op winst zou spelen maar ik had geen zin om daar aan mee te werken.
Ondanks coronatijden drumden de toeschouwers rondom ons bord. Mijn 3 jonge 12 jarige metgezellen (zie de schaakmicrobe deel 5) waren vol bewondering voor hun 1 jaar jongere leeftijdsgenoot. Hoe speel je zo jong op zulk hoog niveau?  Hoe kan hij 20 zetten theorie spelen zonder dat we 1 van beide die lijn ooit eerder hadden gespeeld? Zou hij dit echt allemaal eens op voorhand bestudeerd hebben?

Ja gezien hoe snel de zetten in de opening op het bord kwamen door Valcac in vergelijking met het vervolg, ben ik er vrij zeker van dat hij het allemaal al eens eerder bekeken had. Dat betekent dus dat hij wellicht tientallen lijnen heeft moeten checken want hij kon onmogelijk weten wat er precies op het bord zou kunnen komen.

Mijn kinderen vonden het heel raar om als 11 jarige zoveel werk te steken in een spelletje. Zij hadden duidelijk een andere definitie van plezante dingen te doen. Een (schaak-) wonderkind wordt je pas door jezelf helemaal aan het schaken toe te wijden. Met bijna 9000 online partijtjes gespeeld in het voorbije jaar (zie de afrekening) heeft hij niet stilgezeten tijdens de corona-crisis. Zijn fide-elo is dan ook niet verwonderlijk ondertussen al boven de 2400 gestegen.

Brabo

maandag 18 oktober 2021

Macho's

Net als wellicht velen hebben mijn kinderen door corona beseft dat ze schaken niet echt nodig hebben om gelukkig te zijn. Ik was dan ook niet verwonderd dat ze aan de start van het nieuwe seizoen mij vertelden dat ze geen zin hadden in weer al die mooie zondagen op te offeren aan de Belgische interclub. Anderzijds helemaal stoppen met schaken vonden ze dan ook weer te jammer want ook zij vinden het best nog leuk om af en toe eens te schaken.

Daarom beslisten we om samen het clubkampioenschap van Deurne te spelen. Het zijn 7 partijen op vrijdagen verspreid over 7 maanden in een round-robin-formaat (reeksen van 8 dus waar iedereen 1 keertje tegen elkaar speelt).  Het is een minimale inspanning waardoor je toch enigszins het schaken niet helemaal verleert. Fun primeert. De rest zien we wel. Ik geloof niet in dingen op te dringen. Het initiatief laat ik aan mijn kinderen en ik sta klaar om te ondersteunen waar nodig.

Trouwens mijn dochter Evelien verraste mij onlangs door mij te vertellen dat ze zelf contact had gezocht met de schaakclub op haar school Sint Rita-college te Kontich. Met haar 1400 elo is ze er een van de sterkste schakers. Het feit dat de overgrote meerderheid jongens is, en haar respect moeten tonen in de partijen maakt het uiteraard extra aantrekkelijk (zie ook mijn artikel van 2019: schakende vrouwen). Dat wil niet zeggen dat er geen macho's tussen zitten. Jongens blijven jongens. Sommigen kunnen het niet laten om zich beter voor te doen dan ze zijn. Dat ze zichzelf daarmee compleet belachelijk makkelijk (vooral bij mijn dochter), lijkt hen niet te storen.

Nu dit is zeker niet iets specifiek tussen spelers van verschillend geslacht. Je komt het tegen in alle lagen van de schaakpopulatie. Zo zei wereldkampioen Robert James Fischer ooit dat hij hield van het moment waarop hij het ego van zijn tegenstanders vernietigde. Trash talking is van alle tijden in het schaken. Soms is het onschuldig en grappig maar dikwijls is het ook erg kwetsend en met de duidelijke bedoeling om iemand blijvend psychologisch te destabiliseren.

Trouwens dezelfde Fischer zei ook nog dat hij niet gelooft in psychologie, enkel in goede zetten. Ik ben het hiermee slechts deels eens. Goede zetten kan je nooit met psychologie weerleggen. Echter psychologische spelletjes zijn wel degelijk mogelijk op het bord en zijn in sommige gevallen zelfs niet met goede zetten af te straffen. Zulke situatie ontstond in mijn 7de partij van Open Praag. Ik had een pion meer in het eindspel maar mijn 15 jarige tegenstander gaf opzettelijk een tweede pion af enkel en alleen omdat hij wou tonen dat hij zelfs dan nog remise kon maken.
Achteraf begrepen sommige toeschouwers niet wat er gebeurd was. Hoe had ik uberhaupt die 2de pion gewonnen en waarom kon ik daarna die stelling met 2 pionnen extra niet winnen? Mijn tegenstander vermaakte zich kostelijk bij het zien van zoveel verwarring. In elk geval ik liet mij niet van de wijs erdoor brengen en speelde een goed slot van het tornooi. Bovendien als je denkt dat het wel de puber-hormonen zijn geweest dan zal je daar misschien anders over denken na het zien van onderstaand voorbeeld. In 2009 overkwam mij al iets zeer gelijkaardigs in een partij met de Belgische (toen nog) FM Stefan Docx.
Ik vermoed dat Stefan het weggeven van de pion grappig vond want een andere goede reden kan ik niet bedenken. Ik vind het nogal respectloos. Alhoewel er technisch niets verkeerd is, zou ik zoiets houden voor online schaak of meer informele partijtjes. Ik kan grapjes op een schaakbord zeker appreciëren maar klassiek schaken is voor mij niet het juiste moment.

Schaken is misschien voor nerds. Het is zeker niet voor watjes. Mijn artikel van 2013 het sadistische examen beschrijft hoe elke schaker een beetje een sadomasochist is. Iedere schaker moet talloze teleurstellingen zelfstandig verwerken in zijn carrière en doet dit elk op zijn eigen manier. Dus kom je nog weer eens een macho tegen dan denk eraan dat is misschien enkel een poging om de eigen tekortkomingen te verbergen.

Brabo

dinsdag 5 oktober 2021

Tablebases deel 2

9 jaar geleden is het ondertussen dat ik op deze blog een artikel schreef over tablebases. Tijd om eens een kijkje te nemen waar we vandaag staan. Hoeveel dichter zijn we geraakt bij het oplossen van het schaken? Welke ontwikkelingen waren er de voorbije jaren in het eindspel en wat is hiervan bruikbaar voor de clubschaker?

In 2012 slaagden de 2 programmeurs Zakharov and Makhnichev erin op een supercomputer van de universiteit van Moskou alle 7 stukken eindspelen op te lossen. Omdat in 2004 al de 6 stukken eindspelen beschikbaar waren, vroegen zich al vorig jaar veel schakers zich af waar blijven de 8 stukken eindspelen. Toen deze zomer dan eindelijk een artikel op de gerenommeerde website van Arves over 8 stukken tablebases verscheen, overheerste algemeen teleurstelling. Slechts een heel klein percentage van de 8 stukken eindspelen was tot nu toe opgelost en dan nog enkel eindspelen van zeer beperkt praktisch nut. Ik kan mij geen 8 stukken eindspelen zonder pionnen van mijn eigen praktijk herinneren.

Garry Kasparov zei al in 2010 dat hij 8 stukken eindspelen als de absolute limiet zag om volledig op te lossen en het ziet er naar uit dat die voorspelling nog zeer lang zal standhouden. Voor de gewone sterveling is het heel lastig om grote getallen goed in te schatten. Trouwens kansspelen zoals euro-millions leven daarvan. Als we naar het aantal mogelijke posities kijken dan spreken we over getallen met 14 nullen (voor 7 stukken) en 16 nullen (voor 8 stukken).

Vooreerst hebben de tablebases met 7 stukken nauwelijks of geen financiële opbrengsten opgeleverd voor de ontwikkelaars alhoewel er enorme kosten waren voor het generen van die tablebases en tot op vandaag er kosten worden gemaakt voor het opslaan en toegang verschaffen. Ik verwacht daarom niet dat iemand miljoenen zal spenderen aan de tablebases van de 8 stukken. In het beste geval genereert men de 8 stukken tablebases met hetzelfde budget als voor de 7 stukken tablebases en wordt er dus gewacht tot de prijzen van hardware voldoende gezakt zijn.

Om een zeer voorzichtige voorspelling te maken wanneer dan wel, kunnen we de wet van Moore toepassen op de factor 100 verschil tussen mogelijke posities voor 7 en 8 stukken tablebases. Die wet vertelt ons dat om de 2 jaar de computersnelheid verdubbelt. Ruim geïnterpreteerd kan je stellen bij stabiele prijzen van de hardware dat je kost halveert om de 2 jaar om computerberekeningen te laten uitvoeren en opslaan. Een computerfactor 100 financieel overbruggen betekent bijgevolg ongeveer 14 jaar wachten.

Vandaag zien we echter dat we allerminst kunnen spreken van stabiele prijzen voor de hardware. Door de coronacrisis is er een enorm tekort ontstaan aan componenten zie bv global chip shortage. Daarnaast is het allerminst bewezen dat de tijd voor het generen van tablebases rechtevenredig is met het aantal mogelijke posities. Ik ben geen expert maar kan mij goed voorstellen dat er ook een exponentiele factor aanwezig is omdat de tablebases onderling verbonden zijn met elkaar.

Kortom op het gebied van tablebases zijn we  in het laatste decennium niet veel wijzer geworden. De toegang naar de 7 stukken tablebases is vergemakkelijkt voor het publiek (zoals Lomonosov-app in januari 2016 en Chessbase in februari 2020) maar echte grote doorbraken bleven uit. Echter eindspelen zijn uiteraard niet enkel en alleen tablebases. Ook posities met 10, 11, 12.... stukken kunnen zeker nog beschouwd worden als eindspelen.

Het is in die laatste categorie van eindspelen dat ik in dit artikel even wil inzoomen. In de laatste paar jaar gebeurde er een ware revolutie die bijna volledig op de conto van 1 programma kan worden geschreven: Stockfish. 3 jaar geleden gaf ik al aan op deze blog (zie vals nieuws) dat Stockfish absolute top was in het eindspel maar in de meeste recente versie(s) is dit gat zeer duidelijk nog groter geworden met zijn concurrenten. Hieronder zien we een stelling die ik op het bord had in de 7de ronde van Open Praag.

Stockfish met zwart tegen Leela wint het eindspel. Indien je de kleuren omwisselt dan zien we dat het remise wordt. De stelling hieronder is eveneens van dezelfde partij uit Praag iets later. Opnieuw zien we hetzelfde gebeuren bij het uitspelen met de meest recente versies van beide programma's op mijn beste hardware.
Ik heb dit effect meermaals nog gezien in mijn analyses. Het algoritme van Stockfish die gebruikt wordt om de varianten te berekenen, blijkt bijzonder efficiënt te zijn zowel in diepte als breedte. Ik kan het niet bewijzen zonder tablebases maar ik krijg het gevoel dat Stockfish zelfs vaak die krankzinnige eindspelen helemaal kan ontleden en dus oplost. Het viel mij bovendien op dat ik recent bijna geen 7- stukken tablebases meer hoef te consulteren daar Stockfish al ruim op voorhand de winst/ remise herkend heeft.

Dan resteert wellicht bij de lezer de vraag wat is nu de correcte evaluatie van bovenstaande eindspelen. De ene keer is het gewonnen voor zwart en de andere keer is het remise. Wel daarvoor laat je Stockfish het best de stelling uitspelen tegen zichzelf (bijvoorbeeld elk kleur 15 min + 10 sec). In mijn 2 voorbeelden blijkt het dan toch dat zwart aan het langste eind trekt. Echter op dezelfde wijze ontdekte ik zo dat Stockfish wel remise maakte tegen zichzelf in een eindspel die vorig jaar de wereld rondging als 1 van de misschien best gespeelde ooit zie Stockfish-Komodo bishop endgame zugzwang.

Als je vandaag als clubschaker complexe praktische eindspelen analyseert dan kan ik zowel voor verdediging als aanval maar 1 programma aanraden en dat is Stockfish. De andere programma's zijn goed om eens enkele alternatieven te bekijken maar zijn geregeld inferieur in hun beoordelingen. Nu ik maak mij geen illusies. Eindspelen zijn nooit populair geweest en zullen dat nooit worden dus de meeste clubschakers kan het geen zier schelen wat de exacte beoordeling is van een eindspel. Ik vermoed als je tot hier het artikel gelezen hebt dan je bij de uitzonderingen hoort die net zoals ik ervan kan genieten.

Brabo

dinsdag 28 september 2021

Openingsstrategie deel 2

De prestatie van mijn zoon Hugo in de Open van Praag met 158 elo winst en een TPR van 1939 tartte alle logica. Hij had een jaar niet geschaakt (online schaak inbegrepen) en tijdens het tornooi had hij geen enkele partij voorbereid. Ik kan alleen maar er uit afleiden dat hij potentieel heeft. Stilletjes hoopte ik dan ook dat het voor Hugo een stimulans zou zijn om opnieuw meer te schaken.

Echter al snel bleek dat dit ijdele hoop was. Toen het tijd was om in te schrijven voor de Belgische en Nederlandse interclub, liet hij mij weten niet meer te willen meespelen. Ook een tornooi tijdens de herfstvakantie op maat gemaakt van de jeugd: La Bresse liet hij links liggen. Enkel het Belgisch jeugdkampioenschap schaken te Blankenberge kon hem nog bekoren maar ik heb het gevoel dat dit weinig te maken heeft met het schaken zelf. Plezier maken met de schaakvriendjes en vooral een extra dag geen school is waarvoor hij het wellicht doet.

Sommige ouders menen dat het in het belang van het kind is dat een talent ontwikkeld wordt zelfs als het kind daar geen zin in heeft. Een (12 jarig) kind kan nog niet weten wat goed is voor zichzelf (wat o.a. ook tot uiting kwam in mijn recent artikel de schaakmicrobe deel 5). Anderzijds heb ik te vaak gezien hoe zeer sterke jonge schakers van zodra ze volwassen werden, abrupt stopten met schaken. Niet zelden gaat dat dan ook nog gecombineerd met ouderverstoting: kinderen die niets meer van hun bezitterige ouders moeten weten. Kortom het is niet het pad dat ik wil bewandelen als ouder. Ik vind het spijtig maar ik respecteer de keuzes van mijn kinderen. Trouwens het vorige artikel van HK5000 toonde nogmaals aan dat je zeker niet moet schaken voor de centen.

Echter dat betekent dus ook dat ik mijn droom om op het elan van mijn zoon een comeback te maken, kan opbergen. Ik reken er niet meer op om samen van de ene naar de andere schaakwedstrijd te reizen. Als ik wil schaken dan zal ik voor mezelf moeten opkomen. Nu wat houdt mij nog tegen om dat effectief ook te doen? Mijn kinderen zijn ondertussen groot genoeg dat ze niet meer verlangen dat ik altijd thuis ben en hebben hun eigen hobby's/ vrienden.

Dus schreef ik mij dit jaar alleen in voor de Nederlandse interclub. 15 jaar geleden was het dat ik nog in het buitenland geschaakt heb zonder kinderen en ik genoot enorm van die eerste ronde een dikke week geleden. Het was een verademing om eens zonder jammerende kinderen te kunnen spelen die naar huis wilden gaan. Ik kon achteraf rustig de tijd nemen om een praatje te slaan en een biertje te drinken. Dat smaakt duidelijk naar meer.

Trouwens ik zag dat veel spelers na hun partij die eerste ronde bleven hangen. Er moest duidelijk bijgepraat worden na anderhalf jaar geen bordschaken. Een wederkerend onderwerp was hierbij natuurlijk de vraag wie wat had gedaan de voorbije lockdowns aan het schaken. Sommigen hadden een lang sabbatical genomen. Anderen hadden online af en toe geëxperimenteerd. Een enkeling had in het buitenland een tornooitje meegepikt maar niemand kon mijn programma in de verste verte evenaren. Ik had dan ook nauwelijks of niet het gaspedaal losgelaten.

Ik speelde 2 klassieke tornooien in Praag en 1 online klassiek tornooi mee. Ik richtte de Belgische online schaakclub op en onderhield die gedurende 6 maanden. Ik organiseerde en leidde een driedaags online jeugdtornooi. Ik organiseerde een 30-tal online schaaksessies op dinsdagen. Ik testte uitgebreid nieuwe versies van de schaakprogramma's Leela en Stockfish. Ik heb ongeveer 60 nieuwe artikels geschreven voor deze blog. Ik richtte de Beneliga op en speelde er vele keren mee. Ik speelde meer dan 10.000 online blitzpartijtjes. Last but not least ik analyseerde en bestudeerde 76 openingen.

Vorig jaar in november schreef ik op deze blog het artikel de onzin van blitz deel 3. Daarin vertelde ik dat ik begonnen was met openingen van mijn online blitzpartijtjes te selecteren om die eens serieus te bekijken bij gebrek aan eigen klassiek-competitiemateriaal. Tot net voor de start van Open Praag (begin augustus) probeerde ik elke dag een beetje hieraan te werken en dat leverde dus uiteindelijk een mooie collectie op.

Aanvankelijk bestudeerde ik enkel openingen waarvan ik verwachtte ze ook in klassiek schaken terug te zien. Echter naar verloop van tijd begon ik ook steeds vaker echte "blitz"-systemen in beschouwing te nemen. Heel veel spelers (mezelf incluis) passen een andere openingsstrategie toe bij het spelen op een sneller tempo. Er wordt veel meer op initiatief gespeeld en voorkennis (niet te verwarren met voorbereiding) want dat weegt zwaarder door in dit soort snelle partijen. In een periode met bijna enkel online blitz vond ik het dan ook niet onzinnig om daar eens extra aandacht aan te schenken.

Uiteindelijk denk ik dat ongeveer 24 van de 76 openingen in die categorie van pure blitz-systemen zich bevonden. Het zijn veelal stuk voor stuk gambieten waarmee ik soms al decennia worstelde omdat ik er nooit echt werk van had gemaakt. Van elk van die 24 openingen maakte ik een evaluatie over de correctheid. Sommige openingen werden min of meer weerlegd met enkele lastig te vinden computerzetten. Andere waren slechts licht dubieus maar er zaten ook enkele tussen die tot mijn verwondering perfect speelbaar bleken te zijn. Het is nogmaals een bewijs dat ik nog steeds weinig begrijp van het schaken. Dus ik heb weer veel nieuwe zaken ontdekt (nieuw op zijn minst voor mezelf) die ik daarna met veel plezier onmiddellijk uittestte online in nieuwe blitz-partijen. Een voorbeeldje hiervan is 4...Pxd4 in het Italiaanse Rosentreter-gambiet. Bijna niemand speelt het maar het is niet toevallig de eerste keuze van de topprogramma's.
De gambietspeler hoopte mij te verrassen maar was duidelijk zelf verrast door mijn tegengambiet. Hij had pech want het is zeker een van de minst slechte blitzsystemen. Het lijkt mij zelfs speelbaar voor een klassieke partij. Trouwens nu de klassieke bordtornooien terug opstarten, merk ik op dat een aantal spelers hun opgebouwde online-ervaring met enkele blitz-systeempjes ook eens durven te testen in serieuzere wedstrijden. In ronde 6 van Open Praag kwam mijn jonge tegenstander met zo een blitzsysteempje op de proppen maar hij kwam van een kale reis thuis.
Ik had het systeempje niet alleen tientallen keren al zelf online in blitz op het bord gehad. Ik wist ook al sinds 2009 van het stukoffer af op zet 14 waardoor de partij al min of meer beslist was in de opening. Echter pech durf ik het hier niet te noemen want ik vond de gekozen openingsstrategie van zwart gewoon te riskant. Toen ik het in 1997 voor het eerst tegenkreeg (jawel 24 jaar geleden dus verbetert mijn record van opening het langst op mijn repertoire), was het zeker nog speelbaar voor zwart. Vandaag met de huidige schaakprogramma's is het eerder raar om een tegenstander te ontmoeten die de anti-dote niet kent.

De juiste openingsstrategie hangt dus uiteraard af van de situatie en soms moet je ook een beetje geluk hebben. Trouwens het lijkt mij geen toeval dat we recent ook een opgang van blitz zien in de schaakliteratuur. Een paar decennia geleden werd blitz nog als een puur tijdsverdrijf bekeken en zeker onvoldoende gevonden om er achteraf aandacht aan te schenken. Vandaag zie ik dat databases blitzpartijtjes zonder schroom naast de klassieke partijen plaatsen. In schaakmagazines (zoals New In Chess) worden pagina's vol geschreven met analyses over armageddons (blitzpartijtjes om een duel te beslissen). Zelfs heuse repertoire-boeken worden nu gepubliceerd enkel en alleen voor dit type snelle partijen zie bv. a chess opening repertoire for blitz and rapidHow to crush super grandmasters in blitzInteresting Blitz Gamesa beginners blitz repertoireBlackmar-Diemer for blitz,...

De traditionalisten zien wellicht deze evolutie met leden ogen aan maar het is een feit dat veel schakers vandaag blitz/ rapid en zelfs bullet niet meer als een onnozel spelletje beschouwen. Voor sommigen is het zelfs het enige soort schaak dat men uberhaupt nog speelt. Tenslotte de vorige 2 klassieke wereldkampioenschappen werden beslecht in tiebreaks met rapid/ blitz. Op het allerhoogste niveau is elke professional vandaag bezig met het werken aan een aangepaste openingsstrategie voor die snelle partijen.

Brabo