donderdag 16 maart 2017

Ploegencompetities

Aan het einde van de werkweek wordt er mij wel eens gevraagd wat de plannen zijn voor het weekend. Geregeld zeg ik dan een wedstrijdje interclub. Vervolgens moet ik soms een woordje uitleg geven want buitenstaanders begrijpen niet hoe je schaak in ploegverband kunt spelen. Schaken speel je toch 1 tegen 1, niet? Dat klopt. Een ploegencompetitie is niet meer dan gewoon de punten optellen van een aantal partijen en de sommen vergelijken tussen beide ploegen.

Dan kan je natuurlijk de vraag stellen wat er zo aantrekkelijk is aan ploegencompetities. 1552 spelers worden elke interclubronde aan een bord verwacht in België. Als je het vergelijkt met om het even welke andere schaakcompetitie in België dan is dit een reusachtig aantal. Nochtans wordt er gevraagd om 11 zondagen op te offeren terwijl andere tornooien kampen met een gebrek aan spelers ondanks veel minder speeldagen.

Het is een beetje zoals het kip en het ei. Zonder de massale deelnemersaantallen zou de interclub nooit zoveel (nieuwe) deelnemers aantrekken en net omwille van de aantrekkingskracht heeft de interclub zoveel deelnemers. Anderzijds speelt het unieke formaat hierin zeker ook een rol die toelaat om je steeds te omringen door spelers van ongeveer gelijke sterkte. De 5 afdelingen zorgen voor een redelijke afscheiding tussen verschillende speelsterktes. Dit betekent dat je niet alleen 11 interessante partijen kunt spelen maar ook dat je naast de partijen gesprekspartners hebt die op hetzelfde niveau over het schaken kunnen meepraten.

Echter hierover wil ik in dit blogartikel niet uitweiden. Nee ik ben eerder geïnteresseerd om eens te kijken of er een zekere cohesie en ploegsfeer kan ontstaan die verder gaat dan een stel schakers die bij elkaar zijn geplaatst door toeval. Is zoiets mogelijk bij schakers die op zichzelf vaak uiterst individualistisch zijn? Wel eerlijk gezegd, het is absoluut niet evident en soms gewoon zo goed als onmogelijk. Sommige ploegen spelen met een roterend systeem van spelers waardoor je nooit een groepsgevoel kunt creëren. Anderzijds levert zelfs een honkvaste kern geen garantie. Als ik onze huidige 1ste ploeg van Deurne vergelijk met die van 10 jaar geleden dan zijn nog steeds 5 kernspelers van de 8 dezelfde. Desalniettemin stelde ik tot mijn grote verwondering vast dat de 8 spelers na het beëindigen van de recente uitwedstrijd in Gent tegen Jean Jaures, werden verdeeld over 5 auto's !

Nochtans kan het ook anders wat ik leerde uit de jaren waarin ik Franse interclub speelde. Elke interclubronde werd gewerkt aan een echt team te smeden. Dit begon al vooraf door iedereen te betrekken bij de ploegopstelling (de Franse interclub laat binnen een zekere marge toe te schuiven met de spelers). 10 minuten voor de ronde kregen we een serieuze peptalk van de president en na de ronde werden de banden versterkt met een gezamenlijke maaltijd in een restaurant. Ook het voorstellen en aanvaarden van remisevoorstellen moest steeds via de ploegkapitein gebeuren. Ik herinner mij nog levendig hoe ik eens een serieuze uitbrander kreeg toen ik in onderstaande stelling remise aannam zonder voorafgaande consultatie.
De La Riva Aguando,O 2549 - Brabo 2308 : 1/2 - 1/2
Het staat ongeveer gelijk in de slotstelling en ik dacht dat een remise met zwart tegen een 250 punten hoger gekwoteerde grootmeester een zeer goed resultaat was. Echter op dat moment stonden we achter in bordpunten en verhoogde ik met de remise enkel de druk op de andere teamgenoten. In hogere zin bezegelde ik hiermee de matchnederlaag. Het was een pijnlijke maar leerzame les.

Met de jaren heb ik dan ook geleerd om een betere teamspeler te zijn zelfs als dit soms ten koste gaat van je eigen ambities. Ik ben vandaag dan ook sneller bereid om risico's te nemen wanneer de matchsituatie dit van mij verlangt. Zo was ik laatst van plan een zeer riskant kwaliteitsoffer te spelen in de slotstelling van mijn partij tegen Ian Vandelacluze. Het was pas toen ik hoorde dat de matchoverwinning al veilig was dat ik de zetherhaling toeliet.

Aanvankelijk vonden mijn teamgenoten het kwaliteitsoffer onzin. Pas na enkele varianten te tonen ging men akkoord dat het de enige serieuze winstpoging was die wit kon proberen in de slotstelling.

Ploegencompetities kunnen dus een extra dimensie geven aan elke wedstrijd zeker als er gewerkt wordt met matchpunten. Echter niet iedereen is bereid of geschikt om daaraan mee te werken. Meer dan eens zie ik dat iemand zijn eigen belangen laat primeren t.o.v. de ploeg. Helemaal fout kan je het evenmin noemen want uiteindelijk zet je enkel je eigen elopunten op spel. Dit is trouwens ook de reden waarom sommige spelers ijveren om ploegencompetities niet te laten meetellen voor elo.

Brabo

2 opmerkingen:

  1. Optrekken met dezelfde spelers kan wel degelijk een ploegsfeer creëren - dat de verplaatsing met één auto gebeurt - of zoals sommige teams doen, er een uitstap inclusief lunch van maken - is zeker bevorderlijk hiervoor. Ik herinner me twee campagnes, waarvan één met 11x dezelfde spelers en één keer met één of twee vervangingen, en die beide uitmondden in een eclatant succes (promotie). Ploeggeest staat wel degelijk voor iets.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. In Positional Decision Making in Chess vertelt Boris Gelfand ook over ploegencompetities. Zo was hij mateloos geïrriteerd door de jonge generatie schakers die liever over poker dan schaken praten. Toen hij later de kans kreeg om zijn eigen ploeg samen te stellen, koos hij steeds voor schakers die geen poker spelen en dus betere gesprekspartners waren.

    BeantwoordenVerwijderen