maandag 30 juli 2012

Een minithematornooi

Een thematornooi is een tornooi waarin de spelers opgelegd worden te spelen vanuit een bepaalde stelling die afwijkt van de klassieke beginstelling. Veelal wordt dan 1 of andere obscure openingsvariant gekozen waarin de organisator geïnteresseerd is. Die partijen tellen uiteraard niet mee voor rating want het selecteren van een opening maakt deel uit van iemands speelsterkte wat bij thematornooien (grotendeels) geëlimineerd wordt. 

In de voorbije Open van Gent bespraken we met een aantal spelers de verdiensten van een zijvariant van het vierpionnensysteem in de Aljechin. Alhoewel er geen sprake was van een verplichting, kozen ik en Frederic Decoster (beiden FM) de witte stukken terwijl Maurice Engelaer en Martijn Maddens de zwarte stukken kozen. 

De meeste grootmeesters kiezen vandaag voor het relatief rustige 4.Pf3 tegen de Aljechin omdat wit zonder veel risico hiermee op winst kan spelen. Echter m.i. is het vierpionnensysteem ook een goede keuze om een openingsvoordeeltje met wit trachten te bereiken maar je moet dan wel bereid zijn om een stel kritieke varianten in te studeren want het kan snel voor wit fout gaan. De meeste professionals spenderen liever de tijd aan andere openingen dan de Aljechin die eerder zelden op het bord komt zodat slechts een minderheid bereid is om het vierpionnensysteem in het repertoire te nemen.

Ik en Frederic zijn m.i. beide aanhangers van powerplay. Hiermee bedoel ik dat we eerder kiezen om het bord te spelen en niet de tegenstander door het selecteren van kritieke openingsvarianten. De theorie wordt deels al spelend aangeleerd wat vanzelfsprekend voor een professional onaanvaardbaar is daar dit een te grote financiële aderlating zou betekenen. Persoonlijk vind ik als amateur dat een resultaat best  ondergeschikt mag zijn aan een partij die een boost kan geven aan mijn schaakkennis in het bijzonder de opening.

Mijn partij tegen Maurice Engelaer werd gespeeld in de 2de ronde waarin ik een foute strategische keuze hardhandig kon afstraffen. Desalniettemin tonen mijn analyses toch aan dat het niet allemaal zo loepzuiver en eenvoudig was daar op zet 14 zwart een mooie kans mistte.

Frederic Decoster mocht in ronde 5 tegen Martijn Maddens spelen die al flink wat ervaring had met het systeem want hij had in het Belgisch kampioenschap van 2010, Robert Schuermans ermee op remise gehouden, zie partij BK 2010. Martijn vond een knap nieuwtje achter het bord waardoor Frederic plots extreem moeilijke stellingsproblemen moest oplossen en verloren kwam te staan. Martijn liet de winst glippen maar het spreekt voor zich dat de partij een reclame was voor de openingsvariant. Ik heb in de nota's trachten aan te tonen hoe ik de juiste evaluatie zie van de diverse zetten.
Als verrassingsvariant heeft de opening zeker zijn waarde. Echter ik vrees als de witspeler goed gewapend is met huisanalyses dat zwart wel eens moeilijkheden kan ondervinden om remise te maken.

Brabo

maandag 23 juli 2012

Deurne profiteert in de interclub

Het nieuws begint hier en daar door te sijpelen. Volgend jaar speelt Deurne 1 opnieuw sinds het seizoen 2005-2006 in 1ste afdeling. Op zich opmerkelijk daar we slechts 2de eindigden na Zottegem afgelopen seizoen. De reden is de plotse terugtrekking van Ans uit 1ste afdeling. Eigenlijk had ik het al kunnen vermoeden want in april werd op het Franstalige forum een erg vreemd artikeltje gepost over Ans waarin verteld werd dat men de pijp aan Maarten wou geven.

Het is een steeds wederkerend probleem met clubs die beroep doen op betalende schakers. Op een bepaald moment is het geld op en/of wil men geen inspanningen meer doen en stort de hele structuur als een pudding ineen. Het is duidelijk crisis in de schaakwereld en ik ben blij zelf geen schaakprofessional te zijn. 

Je had nog kunnen denken dat Ans dan maar met de lokale spelers zou verder spelen maar gezelligheid en amusement staan vanaf nu centraal wat uiteraard moeilijk te combineren valt met spelen tegen veel (te) sterke tegenstanders in 1ste afdeling. Ik kan de beslissing perfect begrijpen maar wel een stuk sportiever ware geweest om die beslissing onmiddellijk in april te nemen en mee te delen want nu brengt Ans de competitieleider in een moeilijk parket. Hierdoor moeten allerlei aanpassingen worden uitgevoerd in een erg beperkt tijdsbestek zonder veel overleg.

Het huidige KBSB reglement vertelt ons vandaag dat de plaats van Ans wordt ingenomen door de beste 2de ploeg uit de onmiddellijk lagere afdeling. Hierbij worden de matchpunten als 1ste scheidingsparameter genomen. KSK Deurne uit reeks A heeft in dit geval 17 punten terwijl CRELEL uit reeks B slechts 15 punten. Ik heb altijd bezwaar geuit tegen dit reglement en dat is nu niet anders ondanks de voor ons voordelige uitkomst. M.i. kan je pas van beste 2de spreken indien beide reeksen ongeveer gelijke sterkte hebben en dat was hier niet het geval. De B-reeks is duidelijk sterker dan de A-reeks zoals al enkele jaren het geval is. Concreet kreeg Deurne een gemiddelde elo = 2115 tegen terwijl Luik een gemiddelde van 2157 elo. Dit is niet niets want over 8 borden, loopt het totale eloverschil op tot 336. Bovendien geldt die handicap gemiddeld over 11 ronden ! Ik vond het dan ook ethisch correcter om het voorstel te lanceren tot een onderlinge promotiewedstrijd tussen Deurne en CRELEL zodat de schaakstukken en niet de reglementen zouden bepalen wie echt de sterkste ploeg heeft.

Ik weet niet in hoeverre dit voorstel ook serieus is besproken maar feit is dat er vorige week werd meegedeeld dat Deurne in 1ste afdeling zou aantreden. Nu Ans had wel erg laat hun afzegging kenbaar gemaakt en het is inderdaad heel moeilijk om nu nog in allerijl een nieuwe wedstrijd te organiseren terwijl eigenlijk iedereen verwacht dat de reeksen zullen worden gepubliceerd. Als clubs/ ploegen iets meer het algemeen belang zouden dienen i.p.v. puur het eigen belang dan zou het allemaal een stuk sportiever en vlotter verlopen maar we hebben al te vaak gezien dat het naïef is om hierop te rekenen.

Desalniettemin is de promotie van Deurne niet helemaal onverdiend. Toen ik de TPR uitrekende van Deurne (55/87 tegen 2115 gemiddeld dus 1 forfait afgetrokken) dan bekom ik 2212 terwijl Luik (49,5/88 tegen 2157 gemiddeld) net iets minder heeft namelijk 2202. Hiermee scoort Deurne 49 elo gemiddeld boven de eigen rating (2163) wat toch erg bijzonder is als je weet dat de gemiddelde leeftijd van de basisspelers bijna 53 jaar is. Wellicht valt het succes te zoeken bij het feit dat er heel weinig rotatie was want 75/ 88 partijen werden afgewerkt door de 8 basisspelers wat meer dan 85% is (heel wat meer dan het geweigerde voorstel om tenminste 50% van de effectieven, een ruimer begrip dan basisspelers, te eisen). Het is dus niet alleen sportiever om zo homogeen mogelijk te spelen als team t.o.v. de tegenstanders maar het levert tevens betere resultaten op.

Ik vond het ook vreemd dat de competitieleider ons vroeg of we zin hadden om te promoveren. Ik zou denken dat zoiets automatisch gebeurt en dus a priori geaccepteerd moet worden. Ik heb in het verleden spelers gekend die niet wensten te promoveren omdat ze liever speelden tegen zwakkere tegenstanders daar dit voor hen aangenamer was en bovendien meer kansen opleverde op prijzengeld. Het met opzet spelen in een reeks beneden de verwachting is absoluut ongepast t.o.v. de andere deelnemers. Ik vraag mij dan ook luidop af of de werkwijze niet aangepast moet worden voor dit soort scenarios.

Toevallig zal ik volgend seizoen voor het eerst in mijn schaakcarriere voor Deurne uitkomen op het eerste bord. Ik speel sedert 1998 in Deurne. In de afgelopen 13 seizoen waren altijd wel 1 of meerdere spelers die hoger speelden. Deurne hanteert hierbij een ijzeren maar erg eerlijke logica waardoor conflicten geen kansen krijgen. De volgorde gebeurt strikt volgens elo dus zonder toepassen van de +/- 50 eloregel zodat niemand zich benadeeld kan voelen. In andere clubs zie je wel eens schuiven van spelers door het bestuur/ kapitein op basis van allerlei andere criteria en dat leidt vaak tot spanningen. Een wissel in Deurne kan enkel gebeuren op vraag van de betrokken spelers zelf dus compleet vrijblijvend.

Vandaag heb ik met mijn Belgische elo een nieuwe piek van 2343 elo gehaald. Vreemd voor een 36 jarige als je enkel rekening houdt met de 21 officiële partijen die ik afgelopen jaar gespeeld heb, waaronder 9 tegen een gemiddelde rating van 1870 in het Deurne clubkampioenschap. Zoiets verwacht je eerder bij een jongere speler die een veelvoud aan partijen speelt. Door de Opens van Leuven en Gent te spelen, kon ik een minimum aan competitieritme behouden wat de voorbije 5 jaren af en toe niet lukte door priveomstandigheden (trouwen, kinderen, verhuizen,...) . Het blijven werken aan het schaken thuis (waarvan op deze blog reeds talloze bewijzen staan) compenseert het gebrek aan competitie waardoor toch enige weliswaar bescheiden progressie kan worden gemaakt.

Het eloverschil met Jan Rooze en Daniel Sadkowski is zo klein dat het een echt puntenspel was voor het eerste bord. Ik geloof dat een gezonde onderlinge competitie uiteindelijk ons allemaal wel stimuleert om beter te doen want we zijn erg aan elkaar gewaagd. Het is voornamelijk een kwestie van geluk wat de finale volgorde bepaalt. Het was wachten tot bijna de laatste partij van het Belgisch kampioenschap om definitief te weten hoe het klassement eruit zag. Ook iets eigenaardig want voor zover ik mij kan herinneren, werd het Belgisch kampioenschap steeds verwerkt voor het klassement van januari en werd een Belgisch eloklassement nooit eerder uitgesteld hiervoor. Zelfs in 2007 toen het Belgisch kampioenschap tevens startte op 30 juni zie bkwebsite, werd de verwerking pas uitgevoerd in januari. Ik vind dit ook normaal want het uitbrengen van een eloklassement heeft slechts waarde als er strikte deadlines zijn die niet kunnen verschoven worden. Ik heb geen melding in een bestuursverslag gezien betreffende een uitzondering dus ik vraag mij af wie dit eigenlijk beslist heeft en waarom. Op de KBSB-website kwam erg laat (ongeveer een maand voor de deadline) een melding over de gewijzigde deadline wat op zijn minst een dubieuze werkwijze is.

Gelukkig voor mijzelf maakte de verwerking van het bk niets meer uit. Volgend seizoen speel ik voor het eerst op bord 1 in 1ste nationale. Ik ben van plan om mij erg goed voor te bereiden op de partijen en zelfs die voorbereiding te starten van zodra de reeksen en spelerslijsten bekend zijn. Niet alleen omdat ik het een geweldige uitdaging en eer vind maar ook omdat ik vrees tijdens het seizoen niet altijd voldoende tijd te vinden om het nodige werk te verrichten. Ik maak mij echter geen illusies betreffende de resultaten. Het zal zonder twijfel een harde interessante leerschool worden. Ik geraak zelf niet meer in het buitenland om te schaken en nu zal het buitenland wellicht naar mij komen.

De club betaalt geen spelers dus kunnen we geen sterke spelers aantrekken die behoud kunnen verzekeren. Desalniettemin zijn we niet kansloos. De laatste 2 borden worden versterkt met 2 nieuwe basisspelers van ongeveer 2100 elo. Hierbij wens ik ook nog eens Guy Dugailliez en Patrick Verrijssen (topscorer vorig seizoen) te bedanken die uitstekend werk geleverd hebben en waar we zonder twijfel nog zullen op beroepen tijdens het nieuwe seizoen. Daarnaast hebben we ook nog een luxereserve op standby staan. Mits een goede teamspirit en inzet is overleven in 1ste nationale een haalbare kaart.

Brabo

zaterdag 21 juli 2012

Afgesproken resultaat in Open Gent of niet?

Net zoals de voorbije jaren speelde ik opnieuw mee in de Tamico Open Gent. Mijn eerste deelname dateert al van 1993, het grootste tornooi qua aantal deelnemers met 539 wat toch een heel verschil is met de laatste editie met nog steeds 258 spelers. Persoonlijk vind ik het nu iets leuker want rustiger en gezelliger.

De organisatie liep zoals gewoonlijk terug op wieltjes. Alles stond voor elke ronde netjes opgesteld zelfs met naamkaartjes wat toch een heus huzarenstukje is. Paringen waren ruim op tijd beschikbaar. De bars waren opnieuw tiptop qua bezetting en bediening. Voor mij het ideale tornooi om mits een minimum aan te investeren verlof toch 9 af en toe zelfs leerzame partijen te kunnen spelen in erg comfortabele omstandigheden. Bovendien is het speelschema voor mij ook erg aangenaam daar je de ochtenden vrij hebt om te spenderen aan je eigen gezin.

De persoonlijke resultaten in dit tornooi waren normaal tot vrij goed. 6 keer gewonnen van de lager gekwoteerde spelers waaronder enkele miniatuurtjes. 2 keer verloren tegen de hoger gekwoteerde spelers waarin ik in beide partijen kansen heb gehad. 1 keer remise met zwart tegen een speler van ongeveer dezelfde fiderating. Voor het eerst in mijn lange rij deelnames aan dit tornooi haalde ik hiermee een TPR boven de 2300 elo, namelijk 2326. Ik heb altijd ervaren dat het in dit tornooi erg moeilijk is om als niet-jeugdige Belgische speler een goede TPR neer te zetten omwille van de vele buitenlandse en/of jonge spelers die vaak ondergekwoteerd zijn naar Belgische elonormen.

Ik vond het bijgevolg een goede zet van de organisatie om af te stappen van het scheidingssysteem volgens TPR en gebruik te maken van Bucholtz ondanks dat het geen invloed heeft op het prijzengeld daar de prijzen toch in elk geval gedeeld werden bij gelijke puntenscore. Nog een beter scheidingssysteem voor de klassementsvolgorde vind ik voortschrijding in zulk groot tornooi omdat dit geen invloed heeft van forfaits. Hierbij doel ik niet op het rekenprobleempje van de Bucholtzpunten die blijkbaar een bekende softwarebug blijkt te zijn (herinner open rapidtornooi van hoboken ) maar wel de forfaits door bv Burnay Gerard en Ackaert Thierry die impact hebben op de Bucholtz van de klassementspelers Geert Van der Stricht, Klaus Klundt en Michael Klenburg. Het scheidingssysteem is gebaseerd op de logica dat alle spelers alles meespelen zodat de weerstandspunten weergeven hoe sterk de tegenstanders waren tijdens het tornooi. Als ze slechts enkele partijen meespelen dan geeft dit een vertekend beeld. Forfaits in dit soort tornooien zijn m.i. onvermijdbaar dus beter in te calculeren op voorhand bij de keuze van het scheidingssysteem.

In tegenstelling met vorig jaar viel ik net buiten de prijzen. Ik had nochtans evenveel punten gescoord als vorig jaar maar dit jaar had de organisatie de prijzen voor beste Belgen afgeschaft. Tja het is crisis uiteraard ook in het schaakwereldje. Nu ik ben gelukkig geen schaakprofessional of zelfs semi-professional zodat ik helemaal niet hoefde wakker te liggen van een paar extra centen. Wat ik wel enigszins vreemd vond bij de ratingprijzen is dat bij de buitenlandse spelers de fideelo wordt genomen terwijl bij de Belgische spelers veelal de hogere Belgische elo. Dat lijkt mij appelen met peren vergelijken en eigenlijk niet echt eerlijk t.o.v. de Belgische spelers. Voor mij maakte het opnieuw niets uit omdat mijn fiderating dit jaar dankzij een goed seizoen opnieuw boven de 2300 steeg maar bv. Marcel Roofthoofd zou normaal met zijn fide in de -2200 klasse spelen i.p.v. de - 2300 vandaag en er zijn nog andere gevallen.

Veel erger vind ik wat er gebeurde op bord 2 in de laatste ronde tussen de grootmeesters Viesturs Meijers en Vyacheslav Ikonnikov. Personen beschuldigen mag zeker niet lichtzinnig gebeuren dus ik zou het niet vermelden indien de weliswaar indirecte bewijslast niet verpletterend was. Ik geef hieronder een samenvatting van de vastgestelde feiten en laat de lezer zelf een oordeel vellen of er terecht sprake is van een afgesproken resultaat of niet? In elk geval dit is slechts een blog waarbij ik geen direct belanghebbende partij ben dus het is aan andere personen of organisaties om eigen conclusies te trekken. Ik begin met de desbetreffende partij mee te geven.

Aan het zwarte spel van GM Ikonnikov is niets speciaal op te merken. Hij speelt zijn normale repertoire en wint. Echter wits spel is bijzonder verdacht. De openingskeuze van de GM Meijers valt nog te begrijpen. Je kan sinds 2007 geen partijen meer vinden van de GM Meijers in de database met dit systeem maar voor 2007 heeft hij er meer dan 20 partijen. Bovendien is het een vrij veilige keuze voor wit in een kritieke laatste ronde waar veel geld op spel staat. Licht verdacht is 7.a4 wat GM Meijers nog nooit eerder gespeeld heeft volgens de databases. Nu de zet bestaat, heb ik zelf nog onderzocht en is zelfs speelbaar dus kan een logische keuze zijn als je een GM uit zijn voorbereiding wil spelen. Echter zijn zet 14 laat bij mij alle alarmbelletjes afgaan. Niemand gaat 0-0-0 spelen in deze stelling. Wit heeft niet het minste tegenspel op de andere vleugel en alle zwarte stukken staan klaar om direct toe te slaan rond de koning. Zelfs zonder te kijken naar de computerevaluatie die onmiddellijk verlies optekent na de gespeelde zet, wist ik dat dit gewoon een beginnerszet was. Het is dan ook geen wonder dat wit, GM Meijers al op zet 27 tegen mat in 1 aankijkt. De schertsvertoning ging verder na de opgave die ik toevallig van dichtbij volgde. Hierin gaf Viesturs aan hoe zwart nog sneller had kunnen winnen, natuurlijk glimlachend en druk gesticulerend. Alles gebeurde in het Russisch maar voor iemand die getrouwd is met een Russische en zelf enkele jaren Russisch gestudeerd heeft, was het perfect te volgen. Ik heb nog nooit iemand, laat staan een professional opgewekt gezien na een nederlaag waardoor hij uitgesloten werd van de prijzen. Nee het was mij duidelijk dat er iets onregelmatigs was gebeurd.

Een kleine berekening laat verstaan dat een remise wat een logische uitslag was, beiden samen (3de prijs + 4de prijs + 5 de prijs) / 7 spelers met 7/9 * 2 = (600 + 400 + 200) / 7 * 2 = 343 euro opgeleverd had. Dankzij de m.i. duidelijke afspraak konden ze samen (1ste + 2de + 3de prijs) / 3 spelers met 7,5/9 = (1800 + 1000 + 600) / 3 = 1133 euro delen onderling. Dat betekent dat ze 800 euro uit de pot genomen hebben van de andere toppers (spelers met 7,5 en 7 punten). Harde bewijzen zoals een opgenomen gesprek tussen beide spelers heb ik uiteraard niet. Echter de reputatie van GM Meijers spreekt evenmin in zijn voordeel. Vooreerst is er het oude verhaal van Open Leuven. Ook vond ik op het internet een verwijzing naar een verdachte nederlaag tegen zijn echtgenote Gaponenko Inna: chesspub. Ik heb ondertussen de bewijslast opgestuurd naar de tornooiorganisatie dus is het aan hen om te beslissen er iets mee te doen of niet. 

Sommigen vinden dat je dit soort fraude toch nooit helemaal uit de wereld kunt helpen en dus best gewoon negeert. Dit vind ik onzin. Met dit soort redeneringen zeg je dat je gewoon dom bent om niet te frauderen en dus eigenlijk iedereen het best doet. Het spelen van de laatste ronde gebeurt dan pro forma waarbij alle resultaten allemaal op voorhand zijn afgesproken.

Je kan fraude uiteraard niet 100% vermijden maar je kan het wel als organisatoren erg moeilijk maken en/of ontraden. Enkele middeltjes die zeker helpen:
1) paringen van de laatste ronde pas aankondigen enkele minuten voor aanvang van de ronde waardoor geen geraffineerd plan kan worden afgesproken
2) sofiaregels invoeren voor de 20 hoogste borden in de laatste ronde
3) uitdrukkelijk vermelden bij aanvang van de laatste ronde dat fraude erg streng zal worden bestraft wat m.i. een een sterk ontradend effect zal geven
4) ander prijzenmechanisme waardoor het verschil tussen beslist en onbeslist resultaat niet zo hoop oploopt in een laatste ronde. Ideaal is een prijs per behaald punt
5) startfees voor enkele geselecteerde GM's. Geen correct gedrag, geen invitaties meer
6) invoeren van bonussen voor spelers die fairplay en/ of strijdlust tonen eventueel gekoppeld aan het klassement
7) aanleggen van blacklists ...

Vandaag is het gewoon te gemakkelijk om te frauderen. Echter we moeten ook opletten dat we niet elk gedrag bekijken als fraude want zich vergissen is menselijk. Heel belangrijk is dus ook om steeds achteraf aan de beschuldigden hun versie op de feiten te vragen. Zo werd mij gevraagd wat ik zou doen als iemand mij beschuldigt van oneerlijk spel in mijn partij tegen Hovhanisyan in ronde 8. Sommigen kunnen ook de blunder op zet 21 zien als opzettelijk. Zie het partijfragment:
Het is duidelijk dat in ronde 8 nog geen geld op spel staat en dus het eerder een hypothetische vraag is indien de partij in ronde 9 was gespeeld. De verklaring is m.i. vrij logisch voor de kolossale blunder. Ik had slechts een dikke 20 minuten resterend op de klok tegen meer dan een uur voor Hovhanisian dus kon ik mij niet meer permitteren om nog eens enkele minuten uit te trekken. Ik had gezien dat 21.Pc3 faalt omwille van 21...Da6 22.Txc2 Txc3+ dus wou met 21.Kg1 dit vermijden hierbij totaal zijn niet evident antwoord missend. Dit soort tactische blunders onder tijdsdruk komen op alle niveaus voor en zijn van een totaal ander orde dan 14.0-0-0 wat enkel gespeeld kan worden bij een totaal gebrek aan schaakkennis, uiteraard totaal onnatuurlijk voor een grootmeester.

Fraude gevallen aanpakken in het schaken is een delicate materie waarin indirecte bewijslast voldoende moet overtuigen vooraleer tot actie over te gaan.  Ik hoop dat organisatoren enkele van mijn tips oppikken om het spel zuiverder te maken/ houden.

Brabo

dinsdag 10 juli 2012

Tanguy Ringoir is Belgisch kampioen

Persoonlijk ken ik Tanguy helemaal niet. Ik ben gestopt met internationaal schaak voor priveredenen op een moment toen hij pas startte zodat we elkaar niet ontmoet hebben. Hoogtijd vond ik om naar aanleiding van deze eerder verrassende prestatie wat dieper in te gaan op deze 18 jarige jongeman. Roddels via schaakfabriek, Caballoswebsite,... hoor je wel geregeld maar slechts enig onderzoek kan klaarheid brengen wat nu precies waarheid is of onzin. Een vrij goed beeld kon worden gevormd door het naspelen van zijn recentere partijen en het bekijken van zijn elocurve.

Tot voor kort werd algemeen gepropagandeerd dat je slechts een echt goede speler kunt worden door het principe van 'powerplay' toe te passen. Powerplay is het toepassen van optimale openingssytemen waarmee je een voordeel(tje) tracht te verwerven t.o.v. de tegenstander vanaf de eerste zetten en je vervolgens dit voordeeltje uitbouwt liefst met logisch en rechtlijning spel om het uiteindelijk te verzilveren. Het systeem bestaat eigenlijk al van Botvinniks tijd die mits studie en grondige voorbereidingen succes garandeerde. De laatste decennia is die speelwijze grondig uitgebouwd door de meeste topspelers. Het is dan ook geen wonder dat boekenseries zoals 'Opening for white/black according to Anand/Kramnik/Karpov' erg populair zijn/waren onder de schakers omdat ze een goede introductie maken tot het 'powerplay'. 

Vandaag echter klagen de meeste spelers dat het principe van 'powerplay' een regelrechte aanslag is geworden op de creativiteit van het spel en bovendien een onmenselijke, vervelende opdracht om vol te houden. De reactie van Emmanuel Nieto op schaakfabriek vertegenwoordigt mooi dit gevoel. Het is dan ook geen wonder dat steeds meer spelers trachten een oplossing hiervoor te bedenken. Vaak wordt dan Fischerrandom genoemd. Diverse topspelers hebben al verklaard dat ze liever dit type schaak zouden spelen, zie bv David Navara maar er zijn momenteel geen sponsors geinteresseerd. Nochtans is er m.i. een tweede oplossing waar o.a. Tanguy een duidelijk aanhanger van is.

Een naam voor deze relatief nieuwe tendens heb ik nog niet gehoord alhoewel ik Anand wel al eens horen spreken heb van 'hit and run' maar dit dekt niet de complete lading. Enkele grote voortrekkers vandaag van deze nieuwe methode zijn Nigel Short en vooral Magnus Carlsen. In tegenstelling tot  'powerplay' wordt het spelletje op een totaal andere wijze gespeeld waarin optimale openingssystemen helemaal niet meer centraal staan.
1) Diversifieren van het repertoire. Spelers spelen geen 2 of 3 systemen meer maar zijn nu bereid om ongeveer alles te spelen zolang het maar als effect heeft dat de tegenstander geen precieze openingsvoorbereiding kan gebruiken. Zelfs Anand heeft in de laatste jaren recent met succes gebruik gemaakt van dit systeem. Je speelt een opening 1 keer met de bedoeling van de tegenstander te verrassen (hit) en daarna switch je naar de volgende (run). Een voorbeeldje dat ik mij herinner, was Mexico 2007 waar Anand wereldkampioen werd. Anand kreeg 4 keer het Marshallgambiet voorgeschoteld en speelde 4 keer een totaal ander systeem erop.
2) Vermijdt openingen die erg trendy zijn en waarin de theorie momenteel erg snel ontwikkelt. Met wit is het geen probleem om dat soort systemen te vinden, zelfs al speel je 1.e4. Ik denk bijvoorbeeld aan Italiaans met c3-d3, Spaans met d3, loperspel,... Met zwart is het iets moeilijker om een 100% veilig systeem te vinden als je afwijkt van de grote lijnen maar er is wel meer keuze zoals Berlijns, Schliemanngambiet, Spaans met g6 of misschien het Hollands wat Carlsen in Wijk aan Zee probeerde.
3) Vermijdt openingen die een geforceerd karakter hebben zodat een stelling met wederzijdse kansen op het bord komt. Je vertrouwt op jouw eigen rekenkracht en inzicht om de tegenstander te verslaan en dus niet op jouw betere openingskennis.

Tanguy Ringoir voldoet m.i. volledig aan dit plaatje. Zijn witrepertoire bestaat uit allerlei kleinere zijsysteempjes die niet een openingsvoordeel garanderen maar wel een open strijd op het bord. Bovendien wisselt hij heel geregeld van systeem om geen aanknopingspunten te geven aan tegenstanders die willen voorbereiden. Ik heb Alapin, Tarrasch, gesloten siciliaans, siciliaans met Lb5, Spaans met De2, Schots, Aljechin met Pc3, Scandinavisch met 3.Pf3, Pirc met Ld3 en c3 de revue zien passeren. In het afgelopen Belgisch kampioenschap kwam er loperspel en Italiaans bovenop. Het zwartrepertoire is gebaseerd  op Caro Cann, Frans Rubinstein en Berlijns waarbij strategisch inzicht belangrijker is dan concrete theoriekennis. Ik ben het dan ook totaal oneens met de uitspraak van Glen De Schampeleire op caballosforum dat Tanguy een fenomenale openingskennis heeft. Veel openingen spelen heeft niets te maken met veel kennis maar net met een gebrek zoals ik eerder trachtte aan te tonen.

De kracht van Tanguys spel komt dus uit zijn schaakinzicht en tactisch talent. Stefan Docx vatte het mooi samen door te stellen dat Tanguy elke kans heeft gegrepen die hij kreeg wat uiteraard een compliment is. Vraag is hoe hij dit niveau bereikt heeft en waarom kunnen andere spelers dit niet? Wel het komt niet van duizenden uren huisanalyes, noch van vele trainingen, noch van ondersteuning door onze Belgische schaakinfrastructuur. Nee ontelbare blitzpartijtjes en heel veel spelen tegen sterke spelers. Ik heb al eerder aangehaald dat blitz online ook voor mij een ideale methode is om techniek, openingsgevoel aan te leren, zie blogartikel: aljechin-met-g5. Botvinnik zou wellicht in zijn graf omdraaien als hij dit zou horen maar tegenwoordig begint men steeds meer de waarde te apprecieren van blitz vooral met de snellere tijdscontroles die vandaag worden gehanteerd. Uiteraard is blitz onvoldoende om diepgang te brengen in iemands spel wat bij aanhangers van de nieuwe stroming wordt opgelost door heel veel te spelen. De stiel wordt dus al doende aangeleerd en niet meer door studie. Tanguys uitspraak, betreffende 'ik leer geen schaak met engines, daar leer je volgens mij niets van' moet je dan ook zien als een verlengde hiervan. M.i. kan je wel degelijk iets leren uit engines maar het rendement is vele malen hoger als je het direct uit de praktijk kunt leren, liefst met grootmeesters die achteraf bereid zijn om een woordje uitleg te geven. Die grootmeesters vind je niet of nauwelijks in Belgie dus ben je verplicht om naar het buitenland te gaan. Tanguy heeft honderden partijen gespeeld in het buitenland wat een opmerkelijke investering in tijd en geld moet zijn geweest. Zelf kan ik mij dit niet permitteren wat het verschil in aantal gespeelde partijen verklaart tussen ons beiden. Tanguy is 18 en heeft nu al 665 partijen meetellend voor zijn elo. Ik ben 36 en heb slechts 390 partijen meetellend voor mijn elo.

Hoogtijd om 1 van zijn partijen eens uit te lichten waarin je een aantal aspecten uit bovenstaande analyse mooi kunt terugzien. Ik neem de partij uit ronde 5 waarop ik al enkele commentaren via schaakfabriek heb gegeven.
Om het verschil aan te tonen met 'powerplay' geef ik ook eens de partij mee die ik zelf met dezelfde variant heb gespeeld. Je zal onmiddellijk zien dat het spelletje helemaal anders wordt gespeeld.
Zelfs met dezelfde opening, is het een totaal ander soort schaak dat er geproduceerd wordt. De rek i.v.m. progressie zit er nog duidelijk in maar alles zal afhangen hoeveel tijd en energie Tanguy zal kunnen/ willen steken in het spelletje. Hogere studies combineren met vaak in het buitenland tornooien spelen, valt moeilijk of niet te combineren dus keuzes zullen gemaakt moeten worden. In elk geval wens ik hem het allerbeste met om het even welke keuze hij maakt.

Brabo

zondag 8 juli 2012

Gajewski 2.0

Een van mijn eerste blogartikels ging over de erg creatieve Poolse grootmeester Bartel Mateusz. Nu zijn landgenoot en collega Grzegorz Gajewski moet zeker niet onderdoen want hij lanceerde de laatste jaren tal van opmerkelijke nieuwtjes.
Bron: Wikipedia
Bij het grote schaakpubliek is hij vooral bekend geraakt met zijn opzienbarend nieuwtje in het Spaans waar hij een interessante mix maakte van de Chigorin en Marshallgambiet. De variant kreeg onmiddellijk zijn naam ondanks dat je niet meer dan 2 partijen gespeeld door hem in de Megadatabase kunt terugvinden. Bovendien vond ik achteraf de zet 10...d5 ook terug in een correspondentiepartij maar omwille van het erbarmelijke niveau vind ik het correcter om toch de ontdekking aan Gajewski toe te kennen die met sterk schaak een duidelijke propaganda maakte. Zie hieronder voor Gajewskis stampartij.
De partij werd al snel opgepikt o.a. op chesspub en kreeg pas grote bekendheid toen iets later de topgrootmeester Magnus Carlsen de variant oppikte met succes in de Worldcup Khanty Mansiysk van 2007. Zelf analyseerde ik de opening uitgebreid in 2007. De Chigorin is tegenwoordig mijn hoofdwapen in het Spaans en het Marchallgambiet had ik al geruime tijd mee zitten experimenteren dus was het enigszins logisch om deze hybridevariant ook te bestuderen. Alhoewel de resultaten in de meer dan 20 online blitzpartijtjes met de variant best meevielen, bleek al snel dat de variant moeilijker te vertrouwen was in lange partijen. De conclusies van mijn bevindingen, publiceerde ik in 2007 op chesspub

Van dichtbij heb ik de theorie niet meer opgevolgd sedert 2008. In de databases staan vandaag heel wat partijen met de Gajewskivariant waaruit een aantal zaken af te leiden zijn. De variant wordt niet meer gespeeld op een niveau boven de 2600 elo met zwart. Er is een explosie geweest in de laatste jaren van ontwikkelingen in de diverse kritieke lijnen met verbeteringen aan beide zijden maar ik blijf het gevoel hebben dat de uiteindelijke evaluatie niet gewijzigd is, namelijk interessant maar wellicht dubieus.

Ik was dan ook verwonderd dat Gajewski in de 7de ronde van het ENCI Limburg Open 2012 (het tornooi volgde ik omdat er enkele Belgen meespeelden die echter geen potten braken) toch opnieuw de variant bovenhaalde. Bovendien koos hij voor het duidelijk inferieure 10... exd4 volgens de huidige stand van de theorie dus wou ik wel eens weten hoe de vork aan de steel zat. Bij het napluizen van de opening, kwam ik al snel tot de vaststelling dat ik mij vergist had. De opening zag er uit als een Gajewski, rook als een Gajewski en de zwartspeler heette zelfs Gajewski maar toch was het niet de Gajewski. Nee het was een nieuwe hybide Chigorin en Marshallgambiet met een totaal nieuw complex van kritieke varianten. Opnieuw vond ik het de moeite waard om dit eens in detail te bestuderen wat ik afgelopen weken ook gedaan heb. Hieronder vind je aan de hand van de stampartij een samenvatting van mijn persoonlijke notities.
Ik heb het gevoel dat de Gajewski 2.0 een verbeterde versie is van de eerder vermelde variant omdat het grotendeels de angel uit de kritieke 11./10. d4 lijnen haalt. Ik ben er dan ook zeker van dat we de variant vaker zullen zien alhoewel ze niet zo furore zal maken dan de 1.0. omdat je de anti-Marchallsystemen niet vermijdt. In mijn eerste test online in blitz kreeg ik net dezelfde variant tegen als in de stampartij van Gajewski en ook ik kreeg goed spel maar verloor desalniettemin na een foute zet in het middenspel. De verleiding is dus erg groot om de Gajewski 2.0 te behandelen op dezelfde wijze als de 1.0 wat m.i. niet optimaal is. 

Ik zal in de toekomst zeker het systeem verder online testen. Op chesspub zal ik een link publiceren naar deze blog (in de hoop zo iets steviger het copyright op mijn persoonlijke analyses te kunnen afdwingen) waarna ik verwacht dat een bredere groep van spelers het idee zullen oppikken, analyseren en experimenteren.

Brabo

Addendum 9 juli 2012:
Op chesspub werd ik door PANFR attent gemaakt dat een dikke week geleden, het nieuwtje werd opgepikt door de Griekse grootmeester Halkias. Kotronias, een zeer gerenommeerde theoreticus testte het systeem met toevallig de kritieke witte variant aangeduid in mijn analyses van bovenstaand blogartikel maar kon de opening niet kraken, integendeel want hij kwam zelfs iets slechter te staan. Zie:

De partij laat vermoeden dat de zet h3 gemist wordt in deze kritieke variant maar eerlijk gezegd is het debat nog maar geopend want wit kan zeker zijn spel verbeteren.

maandag 2 juli 2012

Schaakopeningen studeren

Iedere schaker stelt zich wel eens de vraag of het uberhaupt nuttig is om schaakopeningen te studeren. Enkele interessante en leuke interviews kan je lezen op crestbook waarin (top)-grootmeesters aangeven dat 90% of meer van hun studietijd vandaag naar openingen gaat. Echter een gewone amateur (<2400 elo) beschikt niet over de techniek om een openingsvoordeel te verzilveren. Het is bijgevolg erg twijfelachtig of openingen studeren ook voor die amateur enig rendement zal opleveren.

Ik kreeg onlangs een anonieme commentaar op 1 van mijn blogartikels waarin er duidelijk wrevel en onbegrip getoond werd t.o.v. amateurs die veel tijd spenderen aan het studeren van openingen. Uit puur financieel standpunt kan ik die persoon alleen maar gelijk geven want de eventuele extra elopunten zullen nooit een serieuze winst aan prijzengeld of andere schaakinkomsten verwezelijken. Echter ik kan ook nog andere minder materialistische redenen vinden om openingen te studeren. Een erg competitieve speler haalt graag het maximum uit zichzelf. Openingen studeren kan best ook interessant en leuk zijn. Dat laatste valt moeilijk te begrijpen voor sommige schakers. Hetzelfde onbegrip zie je bv. bij je medestudenten wanneer je vrijwillig, puur voor het plezier als enige in de klas meedoet aan een wiskundeolympiade (zelf 3 keer gedaan) waarmee ik wil aantonen dat er grote verschillen in plezierbeleving bestaan.

Schaakopeningen kan je bestuderen in functie van een partijvoorbereiding, partijanalyse, correspondentiepartij of zonder specifiek doel en dus puur uit interesse. Ik heb al deze varianten van studie al beoefend maar zal in dit artikel niet in detail deze varianten bespreken maar enkel het effect van alle openingsstudies op de prestaties/ rating van een speler. Voor zover ik weet, heeft nog niemand echt onderzoek gedaan hierop dus ondernam ik zelf een bescheiden poging. 

M.i. zal het studeren van schaakopeningen, ook je algemene kennis van het schaken ontwikkelen zodat je zelfs in onbekende situaties betere keuzes zult maken maar ik zie geen serieuze wetenschappelijke methode om dit effect in kaart te brengen zodat ik het in mijn verdere berekeningen niet in rekening breng. Het onderzoek zal ik dus beperken tot het directe visuele effect van een goede openingskeuze dankzij openingsstudie op het uiteindelijke resultaat van een partij. Een goede openingskeuze beschouw ik voor wit een stelling waarvan je na de gestudeerde openingszetten minstens beschikt over een soort voordeeltje: materieel voordeel, structureel voordeel, initiatief,... Een goede openingskeuze voor zwart is een stelling waarvan je na de gestudeerde openingszetten beschikt over minstens comfortabel gelijk spel.

Spijtig is het onmogelijk om uit een willekeurige partij (bv. van Megadatabase) af te leiden of de goede openingskeuze afkomstig is uit openingsstudie of niet dus ben ik noodgedwongen om enkel mijn eigen partijen in rekening te brengen. Zelf kan ik aan de hand van mijn goed geinformatiseerde database bestaande uit becommentarieerde partijen zeer goed definiëren in welke partijen, openingsstudie een positieve invloed had op de openingskeuze. Om het werk enigszins op korte termijn te kunnen voltooien en tevens om enige constante te hebben in mijn speelsterkte, heb ik gekozen om alle partijen gespeeld op een langzaam tempo (4 uur of meer) te selecteren in de periode 2007 - 2012. Zo kreeg ik een bestand van 159 partijen waarvan ik enkele relatief betrouwbare statistieken kon maken.

Tabel met eloperformantie volgens invloed, kleur, rated over de volledige periode

Invloed?
Kleur
Rated?
Score
Aantal
Gem. Elo
Elo Perf.
J
W
R
18,5
21
2.085
2.421
J
Z
R
23
36
2.163
2.265
J
W
U
9,5
12
2.143
2.373
J
Z
U
8,5
13
2.172
2.282
N
W
R
23
33
2.115
2.264
N
Z
R
15
21
2.035
2.193
N
W
U
11
14
2.067
2.297
N
Z
U
5,5
9
2.094
2.174
J
W

28
33
2.106
2.402
J
Z

31,5
49
2.165
2.267
N
W

34
47
2.101
2.267
N
Z

20,5
30
2.053
2.186
J

R
41,5
57
2.134
2.309
J

U
18
25
2.158
2.324
N

R
38
54
2.084
2.233
N

U
16,5
23
2.078
2.244
J


59,5
82
2.142
2.317
N


54,5
77
2.082
2.240


Uit bovenstaande tabel kan je heel wat conclusies trekken.
  1. Algemeen zien we een TPR-verschil van 80 elo tussen met of zonder positieve openingsinvloed. Concreet betekent dit een winst van bijna 50 elo t.o.v. iemand die zich niet of nauwelijks bezighoudt met openingsstudie. 
  2. Openingen studeren heeft een positieve invloed in iets meer dan 50% van de partijen. Hierbij zien we dat meer zwartpartijen dan witpartijen worden beinvloed door openingsstudie wat te verklaren valt door het feit dat met zwart gemakkelijker het spel te sturen valt en dus efficienter gewerkt kan worden op de openingen. Daarentegen zien we wel een groter effect bij een goede opening met het witte kleur t.o.v. het zwarte kleur wellicht dankzij het gemiddeld groter verkregen voordeel. 
  3. Er is een duidelijk verschil in TPR van ongeveer 100 elo waar te nemen tussen het zwarte en witte kleur onafhankelijk van de invloed of de partijen meetellen voor rating. 
  4. Er is geen merkbaar verschil in TPR tussen partijen die meetellen voor rating of niet om enige conclusies te kunnen trekken. De speelomstandigheden hebben geen doorslaggevende invloed op de prestaties. 
Tabel met eloperformantie volgens elogroep,invloed over de volledige periode

Elogroep
Invloed?
Score
Aantal
Som Elo
Elo Perf.
<2000
J
16
17
31.078
2.272
<2000
N
24
24
43.009
2.542
2000 - 2150
J
17,5
22
45.844
2.324
2000 - 2150
N
9
13
27.231
2.236
2150 - 2250
J
12
18
39.521
2.321
2150 - 2250
N
15
23
50.376
2.300
2250 - 2350
J
8,5
11
25.197
2.502
2250 - 2350
N
4,5
12
27.549
2.209
>2350
J
5,5
14
33.966
2.346
>2350
N
2
5
12.169
2.362

Ook uit bovenstaande tabel kunnen nog enkele interessante conclusies worden getrokken.
  1. De elogroep <2000 heeft percentueel het minst invloed van openingsstudie. Dit kan wellicht verklaard worden daar onder de 2000, veel spelers zelf hun zetten zonder of met weinig openingsstudie fabriceren waardoor ze uiteraard veel sneller afwijken van de bekende paden. 
  2. De score tegen de <2000 elogroep is zo hoog dat in beide scenarios geen serieuze conclusies kunnen worden getrokken behalve misschien dat er kan gesteld worden dat het niveauverschil (300 elo of nog veel meer) zo groot is dat openingsinvloed geen betekenisvolle rol meer speelt. 
  3. Het verschil in score tegen spelers in mijn eigen elogroep met of zonder openingsinvloed is zeer groot. Mogelijke verklaringen zijn dat ik over deze groep spelers veelal een betere kennis heb van hun repertoire en dat mijn gekozen openingsrepertoire net het best werkt in die elogroep. Het is ergens een logische reactie om jezelf vooral te meten met je peers en dus jezelf daar ook op af te stellen. 
  4. Het aantal partijen tegen de sterkere elogroep zonder openingsinvloed is te klein om betekenisvol te kunnen zijn. Trouwens 1 van de 2 gewonnen punten was tegen Hovhanisian in een zeer slechte stelling waarin hij blunderde. Een iets breder genomen onderzoek tegen + 2500 spelers, vermeld in de commentaren van schaakintuitie insinueert dat ook op hoger niveau een effect op de eloprestatie kan worden opgemerkt.
Ik meen dat de statistieken voor mijzelf duidelijk aantonen dat openingen studeren een gunstige invloed heeft op mijn resultaten. Ik heb een sterk vermoeden dat de bovenstaande conclusies ook gelden voor andere amateurs van ongeveer mijn niveau maar om dit hard te kunnen maken, zou je bv. dit type onderzoek moeten herhalen op tientallen spelers wat allesbehalve evident is. Hoogstwaarschijnlijk zullen spelers met een agressiever repertoire nog grotere winsten kunnen verkrijgen met openingsstudie. Ik twijfel sterk of ernstig studeren van openingen wel nuttig is voor amateurs onder de 2000 elo. Ik zie in elk geval in mijn eigen partijen met - 2000 elospelers geen verschil in prestaties maar dit betekent niet dat er onderling toch geen verschillen kunnen bestaan.

Dit blogartikeltje is dus zeker niet het laatste woord over zin of onzin van openingen studeren maar ik hoop toch dat het enig licht werpt op deze vaak erg gevoelige materie.

Brabo