maandag 2 juli 2012

Schaakopeningen studeren

Iedere schaker stelt zich wel eens de vraag of het uberhaupt nuttig is om schaakopeningen te studeren. Enkele interessante en leuke interviews kan je lezen op crestbook waarin (top)-grootmeesters aangeven dat 90% of meer van hun studietijd vandaag naar openingen gaat. Echter een gewone amateur (<2400 elo) beschikt niet over de techniek om een openingsvoordeel te verzilveren. Het is bijgevolg erg twijfelachtig of openingen studeren ook voor die amateur enig rendement zal opleveren.

Ik kreeg onlangs een anonieme commentaar op 1 van mijn blogartikels waarin er duidelijk wrevel en onbegrip getoond werd t.o.v. amateurs die veel tijd spenderen aan het studeren van openingen. Uit puur financieel standpunt kan ik die persoon alleen maar gelijk geven want de eventuele extra elopunten zullen nooit een serieuze winst aan prijzengeld of andere schaakinkomsten verwezelijken. Echter ik kan ook nog andere minder materialistische redenen vinden om openingen te studeren. Een erg competitieve speler haalt graag het maximum uit zichzelf. Openingen studeren kan best ook interessant en leuk zijn. Dat laatste valt moeilijk te begrijpen voor sommige schakers. Hetzelfde onbegrip zie je bv. bij je medestudenten wanneer je  vrijwillig, puur voor het plezier als enige in de klas meedoet aan een wiskundeolympiade (zelf 3 keer gedaan) waarmee ik wil aantonen dat er grote verschillen in plezierbeleving bestaan.

Schaakopeningen kan je bestuderen in functie van een partijvoorbereiding, partijanalyse, correspondentiepartij of zonder specifiek doel en dus puur uit interesse. Ik heb al deze varianten van studie al beoefend maar zal in dit artikel niet in detail deze varianten bespreken maar enkel het effect van alle openingsstudies op de prestaties/ rating van een speler. Voor zover ik weet, heeft nog niemand echt onderzoek gedaan hierop dus ondernam ik zelf een bescheiden poging. 

M.i. zal het studeren van schaakopeningen, ook je algemene kennis van het schaken ontwikkelen zodat je zelfs in onbekende situaties betere keuzes zult maken maar ik zie geen serieuze wetenschappelijke methode om dit effect in kaart te brengen zodat ik het in mijn verdere berekeningen niet in rekening breng. Het onderzoek zal ik dus beperken tot het directe visuele effect van een goede openingskeuze dankzij openingsstudie op het uiteindelijke resultaat van een partij. Een goede openingskeuze beschouw ik voor wit een stelling waarvan je na de gestudeerde openingszetten minstens beschikt over een soort voordeeltje: materieel voordeel, structureel voordeel, initiatief,... Een goede openingskeuze voor zwart is een stelling waarvan je na de gestudeerde openingszetten beschikt over minstens comfortabel gelijk spel.

Spijtig is het onmogelijk om uit een willekeurige partij (bv. van Megadatabase) af te leiden of de goede openingskeuze afkomstig is uit openingsstudie of niet dus ben ik noodgedwongen om enkel mijn eigen partijen in rekening te brengen. Zelf kan ik aan de hand van mijn goed geinformatiseerde database bestaande uit becommentarieerde partijen zeer goed definiëren in welke partijen, openingsstudie een positieve invloed had op de openingskeuze. Om het werk enigszins op korte termijn te kunnen voltooien en tevens om enige constante te hebben in mijn speelsterkte, heb ik gekozen om alle partijen gespeeld op een langzaam tempo (4 uur of meer) te selecteren in de periode 2007 - 2012. Zo kreeg ik een bestand van 159 partijen waarvan ik enkele relatief betrouwbare statistieken kon maken.

Tabel met eloperformantie volgens invloed, kleur, rated over de volledige periode
Invloed?
Kleur
Rated?
Score
Aantal
Gem. Elo
Elo Perf.
J
W
R
18,5
21
2.085
2.421
J
Z
R
23
36
2.163
2.265
J
W
U
9,5
12
2.143
2.373
J
Z
U
8,5
13
2.172
2.282
N
W
R
23
33
2.115
2.264
N
Z
R
15
21
2.035
2.193
N
W
U
11
14
2.067
2.297
N
Z
U
5,5
9
2.094
2.174
J
W

28
33
2.106
2.402
J
Z

31,5
49
2.165
2.267
N
W

34
47
2.101
2.267
N
Z

20,5
30
2.053
2.186
J

R
41,5
57
2.134
2.309
J

U
18
25
2.158
2.324
N

R
38
54
2.084
2.233
N

U
16,5
23
2.078
2.244
J


59,5
82
2.142
2.317
N


54,5
77
2.082
2.240

Uit bovenstaande tabel kan je heel wat conclusies trekken.
  1. Algemeen zien we een TPR-verschil van 80 elo tussen met of zonder positieve openingsinvloed. Concreet betekent dit een winst van bijna 50 elo t.o.v. iemand die zich niet of nauwelijks bezighoudt met openingsstudie.
  2. Openingen studeren heeft een positieve invloed in iets meer dan 50% van de partijen. Hierbij zien we dat meer zwartpartijen dan witpartijen worden beinvloed door openingsstudie wat te verklaren valt door het feit dat met zwart gemakkelijker het spel te sturen valt en dus efficienter gewerkt kan worden op de openingen. Daarentegen zien we wel een groter effect bij een goede opening met het witte kleur t.o.v. het zwarte kleur wellicht dankzij het gemiddeld groter verkregen voordeel.
  3. Er is een duidelijk verschil in TPR van ongeveer 100 elo waar te nemen tussen het zwarte en witte kleur onafhankelijk van de invloed of de partijen meetellen voor rating. 
  4. Er is geen merkbaar verschil in TPR tussen partijen die meetellen voor rating of niet om enige conclusies te kunnen trekken. De speelomstandigheden hebben geen doorslaggevende invloed op de prestaties.

Tabel met eloperformantie volgens elogroep,invloed over de volledige periode
Elogroep
Invloed?
Score
Aantal
Som Elo
Elo Perf.
<2000
J
16
17
31.078
2.272
<2000
N
24
24
43.009
2.542
2000 - 2150
J
17,5
22
45.844
2.324
2000 - 2150
N
9
13
27.231
2.236
2150 - 2250
J
12
18
39.521
2.321
2150 - 2250
N
15
23
50.376
2.300
2250 - 2350
J
8,5
11
25.197
2.502
2250 - 2350
N
4,5
12
27.549
2.209
>2350
J
5,5
14
33.966
2.346
>2350
N
2
5
12.169
2.362

Ook uit bovenstaande tabel kunnen nog enkele interessante conclusies worden getrokken.
  1.  De elogroep <2000 heeft percentueel het minst invloed van openingsstudie. Dit kan wellicht verklaard worden daar onder de 2000, veel spelers zelf hun zetten zonder of met weinig openingsstudie fabriceren waardoor ze uiteraard veel sneller afwijken van de bekende paden.
  2. De score tegen de <2000 elogroep is zo hoog dat in beide scenarios geen serieuze conclusies kunnen worden getrokken behalve misschien dat er kan gesteld worden dat het niveauverschil (300 elo of nog veel meer) zo groot is dat openingsinvloed geen betekenisvolle rol meer speelt.
  3. Het verschil in score tegen spelers in mijn eigen elogroep met of zonder openingsinvloed is zeer groot. Mogelijke verklaringen zijn dat ik over deze groep spelers veelal een betere kennis heb van hun repertoire en dat mijn gekozen openingsrepertoire net het best werkt in die elogroep. Het is ergens een logische reactie om jezelf vooral te meten met je peers en dus jezelf daar ook op af te stellen.
  4. Het aantal partijen tegen de sterkere elogroep zonder openingsinvloed is te klein om betekenisvol te kunnen zijn. Trouwens 1 van de 2 gewonnen punten was tegen Hovhanisian in een zeer slechte stelling waarin hij blunderde. Een iets breder genomen onderzoek tegen + 2500 spelers, vermeld in de commentaren van schaakintuitie insinueert dat ook op hoger niveau een effect op de eloprestatie kan worden opgemerkt.
Ik meen dat de statistieken voor mijzelf duidelijk aantonen dat openingen studeren een gunstige invloed heeft op mijn resultaten. Ik heb een sterk vermoeden dat de bovenstaande conclusies ook gelden voor andere amateurs van ongeveer mijn niveau maar om dit hard te kunnen maken, zou je bv. dit type onderzoek moeten herhalen op tientallen spelers wat allesbehalve evident is. Hoogstwaarschijnlijk zullen spelers met een agressiever repertoire nog grotere winsten kunnen verkrijgen met openingsstudie. Ik twijfel sterk of ernstig studeren van openingen wel nuttig is voor amateurs onder de 2000 elo. Ik zie in elk geval in mijn eigen partijen met - 2000 elospelers geen verschil in prestaties maar dit betekent niet dat er onderling toch geen verschillen kunnen bestaan.

Dit blogartikeltje is dus zeker niet het laatste woord over zin of onzin van openingen studeren maar ik hoop toch dat het enig licht werpt op deze vaak erg gevoelige materie.

Brabo

7 opmerkingen:

  1. allemaal interessant maar aangezien jij net teert op openingen is het logisch dat bij jou openingen veel doorslaggevender zijn als bij bvb mij.

    Niemand zegt dat openingstudie zinloos zijn alleen moet het relevant en proportioneel zijn.

    er moet altijd, op elk niveau, een juiste verhouding zijn tussen de 3 spelfases. na opening beter staan en nog verliezen/remise spelen is teken van een zwakte op 1 vd andere onderdelen. schakers verstoppen zich graag achter allerlei excuses als ze op techniek kansloos weggetikt worden, te traag spelen, zich taktisch laten beschwindelen etc

    bekijk ik mijn partijen dan worden 90% vd winstpartijen (in eender welke richting) in het middenspel taktisch beslist.

    met schaak bezig zijn zal ALTIJD je spelniveau ten goede komen. de vraag is of je meer rendement haalt uit openingen dan uit taktiek, studie vd oude meester of elementaire eindspelletjes.
    en ja, ik ben overtuigd dat voor amateurs (95% vd belg. schakers) boeken als "oordeel en plan" van eeuwe veel zinvoller zijn dan het meeste recent grunfeld boek van pakweg Gelfand.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik geef nergens aan in mijn artikel dat mijn openingen doorslaggevender zijn dan bij iemand anders. Mijn blogartikel toont via data en statistieken aan dat het studeren van openingen mij niet meer dan 50 extra elo heeft opgeleverd als je puur de invloed op de opening bekijkt. De andere 2250 elo moet dus ergens anders vandaan komen zoals taktiek, eindspel,... of niet soms?

      Als een amateur zijn plezier haalt uit openingen te bekijken dan zie ik niet in waarom dit relevant en proportioneel moet zijn. Uiteindelijk haalt iedere speler uit het schaken wat hem bevalt en dat is voor iedereen wel wat verschillend.

      Betreffende rendement, is een optimale studiekeuze m.i. afhankelijk van je sterkte. Hoe hoger je rating, hoe groter gemiddeld proportioneel je tijd moet spenderen aan openingen. Een coach om een optimaal rendement te halen, is zeer sterk aan te raden want hij/ zij zal meestal heel snel kunnen zeggen waar de zwakke punten zijn waarop gewerkt moet worden.

      Persoonlijk is voor mij een optimaal studierendement van ondergeschikt belang aan het plezier in het schaken. Ik heb al lang geleden beslist dat ik geen prof zal worden dus zoek ik nog andere dingen dan extra elopunten in het schaken.

      Verwijderen
    2. 1) met schaken bezig zijn is altijd goed voor je ontwikkeling
      2) jouw artikel claimt dat openingstudie de meest effectieve manier is om je te verbeteren. of toch effectiever als de studie van schaakonderdelen? hier zullen velen hetn iet mee eens zijn
      3) dat jij openingen leuker vindt dan andere schaakonderdelen is je gegund maar totaal irrelevant voor je stelling over de waarde van openingstudie (je hebt nogal vaak de neiging om af te dwalen vh onderwerp). de helft van je reactie gaat over je subjectieve spelplezier en noemen ze ook al eens off topic.
      is daarmee bvb weerlegt dat een weekje nimzowitsch Mein system bestuderen minder zinvol is dan een weekje het meest recente grunfeld boek? ik denk het niet aangezien mein systeem veel universeler is en nimzo's boek veel bekender is dan al die openingsboekjes

      Verwijderen
    3. Als je ergens een passage kan citeren waarin ik claim dat openingsstudie de meest efficiënte studiemethode is dan gelieve die aan te duiden. Ik vind ze niet terug, integendeel en ik citeer mijzelf : " Het is bijgevolg erg twijfelachtig of openingen studeren ook voor die amateur enig rendement zal opleveren". Noch zeg ik ergens dat het studeren van openingen perse leuker is voor mij dan het studeren van andere schaakonderdelen. Als je schaak studeert op een ontdekkende wijze (en niet puur memoriserende) dan kan voor mij om het even welk schaakonderdeel leuk en interessant zijn om te bestuderen. Een voorbeeldje is http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/06/aljechin-met-g5.html waar ik een gloednieuw openingssysteem in detail bekijk ondanks de erg beperkte praktische waarde.

      In het artikel staan concrete data die aantonen wat je kan verwachten als je openingen studeert. Ik vond dit interessant om eens te vermelden want zoiets is in de schaakliteratuur vrij onontgonnen terrein. Spelers kunnen met deze info zelf beter uitmaken of het de moeite waard is om in openingen (veel) tijd te spenderen. Het is dus helemaal niet mijn bedoeling om amateurs te overtuigen om veel aan openingen te werken, eerder integendeel.

      De titel van het artikel betreft 'openingen studeren' en niet 'schaak studeren'. Ik vind het dus normaal dat ik enkel geschreven heb over openingen en niet over strategie, eindspel,...

      Tenslotte gebruik ik zelf geen openingsboeken om openingen te studeren. Je gaat mij dan ook nooit kunnen betrappen op een weekje een openingsboek bestuderen.

      Ik hoop dat hiermee heel wat verduidelijkt is en dat we eigenlijk helemaal niet zo oneens zijn.

      Verwijderen
  2. Leuk artikel...ik ben nu enige jaren clubschaker mijn rating is rond de 1400..(ook mijn knsb-rating)
    Regelmatig heb ik geprobeerd mij te verdiepen in de openingstheorie..1d4..2.e4,,flankspelen enz..maar het heeft geen zin..eenmaal achter het schaakbord moet je het zelf doen..ik heb de beste partijen gespeeld met het feit dat ik niet eens wist welke opening er op het bord terecht kwam.
    Ik heb eens een aantal boeken gekocht betreft schaakcombinaties ,composities.matvoeringen enz.
    Dat is leuker en leerzamer..vaak zit er vanaf de 15e zet een tactische combinatie in..!
    Als men zich de algemene grondbeginselen eigen maakt om een leuke partij te spelen is dat genoeg!
    Simon Bouwhuis

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Met golf heeft de afslag invloed op de rest van de slagen. Met schaken is het niet anders. Kom je goed uit de opening, dan speelt het middenspel gemakkelijker dan dat je slecht uit de opening komt. Vaak haal je het eindspel niet eens als je slecht speelt in de opening. 50-100 ELO-punten extra als gevolg van een goede openingskennis lijkt me zelfs laag ingeschat.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. In mijn artikel schrijf ik : "M.i. zal het studeren van schaakopeningen, ook je algemene kennis van het schaken ontwikkelen zodat je zelfs in onbekende situaties betere keuzes zult maken maar ik zie geen serieuze wetenschappelijke methode om dit effect in kaart te brengen zodat ik het in mijn verdere berekeningen niet in rekening breng. Het onderzoek zal ik dus beperken tot het directe visuele effect van een goede openingskeuze dankzij openingsstudie op het uiteindelijke resultaat van een partij."
    Dus ja de 50-100 punten extra is slechts een deel van de winst door openingen te bestuderen.

    BeantwoordenVerwijderen