zondag 29 november 2020

De (on)zin van blitz deel 4

September 1995 speelde ik als 19 jarige mijn allereerste partij die meetelde voor een nationale rating. Dit is dus ondertussen 25 jaar geleden maar ik herinner mij dat ik zelfs toen al mijn partijen trachtte voor te bereiden. Het was amateuristisch uiteraard want veel materiaal bestond er niet en de engines waren nog erg zwak. Dit is vandaag helemaal anders. Zowel betreffende technieken als ervaring is er voor mij enorm veel veranderd. Ik heb wellicht al op meer dan 1000 spelers voorbereid.

Zo ontdekte ik door de jaren heen ook dat veel spelers (de meeste amateurs?) in de loop van hun schaakcarrière overstapten van hoofdlijnen spelen naar nevensystemen. Op zich niet verwonderlijk want zoals ik nog maar een paar weken eerder op deze blog schreef, heb je als volwassene in de meeste gevallen slechts een fractie van de vrije tijd t.o.v. die je als zorgeloos kind vroeger had. Het is vaak gewoon onmogelijk om en een voltijdse job te bekleden en een huishouden liefdevol te leiden en op de hoogte te zijn van alle laatste theoretische ontwikkelingen in het schaken. Sommige schakers kiezen dan ook liever om de stekker uit de competities te trekken dan zich neer te leggen bij het spelen van partijen op een lager niveau. Anderzijds mits een verstandig kiezen van kleinere systemen, is het zeker mogelijk om als amateur met weinig vrije tijd toch plezier te hebben aan het schaken.

Desalniettemin verraste mij het artikel Siem Van Dael unorthodox openings lead to success. Eind vorig jaar had ik zelf nog tegen Siem een zeer lange theoretische variant gespeeld in de Svechnikov en nu deed hij exact het tegenovergestelde met openingen zoals 1.h4, 1.a4, 1.h3, 1.a3 en 1.g3 g6 2.Lg2 Lg7 3.Pa3. Die jongen is slechts 16 jaar en nu al lijkt hij het gehad te hebben met openingen te studeren. Ik vind het heel jong maar misschien is het gewoon puberen. Ik heb thuis ook steeds meer mijn handen vol met het sturen van mijn tieners terwijl ik ook besef dat ze het best leren van hun eigen gemaakte fouten.

Met deze introductie wil ik terugkeren naar waar we gebleven waren op het einde van mijn vorig artikel. Ik sloot toen af met de beslissing om mijn nieuwe studie te concentreren op openingen die gespeeld worden door de sterkste spelers online en die ook in klassiek schaken zouden kunnen voorkomen. Wel de bongcloud is wellicht een stap te ver maar het is duidelijk dat sommigen zelfs in standaard schaken durven onorthodoxe openingen te spelen. Anderzijds als we gewoon kijken naar om het even welke database van standaardpartijen dan blijft het aantal 1.h4, 1.a4 ... een zeer kleine fractie te zijn van het totale aantal gespeelde partijen. Tijd is schaars dus lijkt het mij dan ook verstandiger om prioriteit te geven aan grotere dus meer frequent gespeelde openingen.

Bovendien heb je als schaker in zo goed als elke partij een moment waarop je zelfstandig moet spelen zonder voorkennis. Elke ervaren speler kent de basisregels in de opening en dat volstaat in de meeste gevallen voor onorthodoxe openingen. Het grote gevaar van openingen ligt immers dan ook vooral in die kritieke varianten waar het ontbreken van voorkennis wel degelijk een belangrijke handicap blijkt te zijn. In dit artikel zal ik dit met enkele voorbeelden haarfijn aantonen.

Tenslotte maakte ik een laatste restrictie in het kiezen van de openingen door enkel die partijen te kiezen met kritieke lijnen die ik recent nog niet serieus bestudeerd had. Met recent bedoel ik de laatste 5 jaar want al heel snel realiseerde ik mij dat er zoveel werk is dat ik die onbekende systemen best voorrang geef. Dus zelfs met al die zelf-oplegde beperkingen had ik nog steeds 3 van de 10 geselecteerde partijen met "interessante" openingen na het filteren op de sterkste online spelers. In het vervolg van dit artikel zal ik 2 van die 3 partijen uitlichten en zo de lezer trachten aan te tonen hoe geweldig interessant ik deze voor mij nieuwe methode van werken aan het schaken vind.

We beginnen met een variant waarvan ik oorspronkelijk dacht dat zwart een stuk wegblunderde om achteraf te ontdekken dat de variant niet alleen al bijna 50 keer in meesterpartijen gespeeld was maar ook nog eens bijzonder goed scoorde in de praktijk. De jonge Turkse internationaal meester Omer Faruk Ozer maakte op spectaculaire wijze brandhout van mij.
Achteraf ontdekte ik dat ik nog een tweede online partij een jaar eerder verloren had in deze variant tegen niemand minder dan Alexsur81, een van de bekendste en sterkste spelers op lichess. Zelf bescherm ik mijn accounts af maar het is natuurlijk leuk om te weten wie er precies achter een account schuilt. Zo is het niet erg moeilijk om te achterhalen dat de Russische grootmeester Aleksei Priodorozhni speelt met het profiel Alexsur81. Nog leuker wordt het als je ontdekt dat Aleksei deze gedurfde opening ook in een recente klassieke wedstrijd aan het bord al gespeeld heeft.
Aleksei verloor deze partij maar hij had wel degelijk kansen. Ik vermoed ook dat hij een grondige studie gemaakt heeft van deze opening want op lichess speelt hij het heel regelmatig en met succes. Ik weet niet of ik de opening ooit aan het bord zal tegen krijgen maar ik was niet verwonderd dat ik al heel snel online de kans kreeg om mijn openingsstudie uit te testen. Aleksei heeft bijna 4000 volgers dus dan kan je wel verwachten dat sommigen zijn repertoire kopiëren. Voor een partijtje gespeeld op slechts 3 min KO tegen 2440 elo was het best ok.
Het tweede voorbeeld betreft een variant die ik al zeker 15 jaar op mijn repertoire heb en ik zeer regelmatig online (60 keer) ontmoet maar nooit serieus bestudeerd heb omdat ik ze in standaardschaken nog nooit heb tegen gekregen. Vooral de behandeling gekozen door de Russische FM Kirill Kopjonkin baarde mij zorgen en dat bevestigde mijn engine door aan te tonen dat ik het al elke keer (7 in totaal) had fout gedaan in het verleden.
Dus ik weet nu dat 13.Pa4 een pak sterker is dan 13.fxe6 die ik tot dan altijd had gekozen in mijn online partijen. Bovendien wil ik er ook nog op wijzen dat mijn openingsstudie veel verder gaat dan enkel het detecteren van 1 verbetering. Daarnaast bekijk ik ook alternatieven voor zwart intensief en dat levert eveneens onmiddellijk rendement op. In de paar weken na de studie van deze opening slaagde ik er in om jawel met de nieuwe kennis 3 + 2400 spelers in miniatuurtjes van het bord te meppen.
Zo gemakkelijk zal het wel niet gaan in een klassieke bordpartij maar ik ben overtuigd dat het zeker helpt om deze lijn beter te spelen als je al een studie ervan gemaakt heb. 

Trouwens ik merk op dat ik met deze voor mij nieuwe studiemethode veel sneller en wellicht stukken efficiënter werk dan voor de coronacrisis. Ik spendeer geen tijd meer aan middenspelen en eindspelen. Alles concentreert zich nu op de opening en bovendien enkel echt kritieke lijnen. Ik zie onmiddellijk de resultaten ervan (weliswaar voorlopig online). In 5 weken tijd heb ik zo al 11 openingsstudies kunnen afwerken dus dubbel zoveel dan normaal.

Studiemateriaal is er voldoende om nog een hele tijd door te gaan. Ondertussen blijf ik ook actief online waardoor zowel de nieuwe kennis kan worden getest als andere/ nieuwe problemen kunnen worden gedetecteerd. Het is alleen een kwestie van de juiste tegenstanders hiervoor te vinden maar dit wordt het derde en laatste luik van mijn nieuwe online werkmethode. Welke online partijen (tempo/ tornooien/ ...) speel je het best en waar vind je de beste online tegenstanders om optimaal nieuw studiemateriaal te vinden?

Brabo

maandag 23 november 2020

De (on)zin van blitz deel 3

Verspil nooit een crisis want dat is de gelegenheid bij uitstek om het normale eens in vraag te stellen. We kunnen blijven wachten tot het voorbij is maar misschien keren we nooit meer terug naar de oude situatie. Desondanks stel ik vast dat het aantal nieuwe initiatieven heel beperkt blijft. Het is dus geen toeval dat net in de meest recente Vlaanderen Schaakt Digitaal een oproep staat naar de lezers om ervaringen/ ideeën te delen hoe we toch kunnen "overleven" als schaker in deze coronatijden.

In mijn vorig artikel gaf ik aan hoe sommige spelers zichzelf en hun omgeving in gevaar brachten om in verre oorden toch maar te kunnen schaken. In dit artikel wil ik daarom eerder kijken naar veilige oplossingen en toevallig botste ik gisteren nog op een schitterend initiatief via de site van mijn allereerste schaakclub de torrewachters die ik af en toe nog eens bezoek: mijn online klas.
Het is voorlopig enkel voor spelers van West-Vlaanderen en toegang moet je vragen via Tom Piceu/ Glenn Dayer dus ik kan het zelf niet testen maar het ziet er visueel fantastisch uit. Dit heeft potentieel om veel groter te worden. Wie een korte introductie over het virtuele schaakhuis wil bekijken, kan deze hier vinden, lees je liever dan is dit de link.

Zelf ben ik geen grote IT-savant zoals (ik vermoed) Mark Dechamps en ik heb ook niet zulke grote ideeën maar eind vorige maand schakelde ik de knop ook om. Afwachten wou ik niet langer en dus ging ik op zoek naar nieuwe mogelijkheden om mezelf als schaker verder te ontwikkelen. Wat van schaken kan vandaag wel nog mits de coronamaatregelen te respecteren? Tja online schaken is zowat het enige natuurlijk maar is dit vaatje niet ondertussen al helemaal leeg? Ik had zelf in juli op mijn blog geschreven in het artikel online schaaktornooien dat je aan online schaken best niet te veel tijd steekt.

Daar sta ik nog steeds volledig achter maar eind vorige maand realiseerde ik mij plots dat je ook meer kunt doen dan het spelen van die online partijtjes. In deel 2 had ik al aangegeven dat ik mijn gespeelde online partijtjes gebruik in de voorbereiding (maar ook in de partijanalyses achteraf) voor o.a. het ontdekken van potentiële fouten van mijn toekomstige bordtegenstanders. Echter deze keer ging ik verder en vroeg ik mij af of er niet meer te leren valt uit die online partijtjes. Kunnen die partijtjes die vaak slechts enkele minuutjes duren, meer bieden dan enkel het aantonen van veel voorkomende fouten?

Als ik kijk naar het middenspel dan merk ik op dat mijn online partijtjes doorspekt zijn van grote fouten die ik zeker voor 90% in een standaardpartij niet zou maken (ik vermoed dat het zelfs nog een pak hoger ligt). Eindspelen zijn nog minder interessant. Vooreerst zijn ze nog zeldzamer dan in standaardschaak maar bovendien ontaarden ze meestal in een pre-move-wedstrijd die zeer weinig nog te maken heeft met schaken. Dus blijven enkel openingen over maar zien we daar ook niet vooral onzin? Als je met de Bongcloud een online toptornooi kunt winnen dan kan je toch ook niet anders concluderen dat je niets kunt leren van openingen door online partijtjes te bestuderen.
Dit soort openingen zijn schering en inslag bij onlineschaken. De ene al wat lelijker dan de andere. Anderzijds er is maar 1 Magnus Carlsen die op het hoogste niveau hiermee (ook niet altijd) succesvol is. Daarnaast heb je ook nog heel veel spelers die normale openingen spelen. Dit legde ik trouwens al uit in deel 1 namelijk dat veel spelers dezelfde openingen online spelen als in standaardschaak. M.a.w. mits te concentreren op die online partijtjes met "serieuze" openingen, valt misschien wel meer te doen.

Sinds 2007 bewaar ik bijna al mijn online gespeelde partijtjes. Ondertussen is de teller al een eind voorbij de 70.000. Dit is een enorm aantal partijtjes en dus is de kans ook heel groot dat ertussen partijtjes met interessante openingen te vinden zijn. Dan is de volgende vraag natuurlijk hoe haal ik die er snel uit en welke krijgen voorrang? De openingen van meer dan 70.000 partijtjes handmatig classificeren is een onbegonnen werk. Dus al snel realiseerde ik me dat ik met filters moest werken maar welke was even zoeken. De eerste die ik probeerde was het bepalen van mijn persoonlijke score in diverse openingen. De bedoeling is dan uiteraard om de slechtst scorende opening eruit te selecteren en dan de online partijtjes met die specifieke opening over te houden als basis voor de studie. Als je een account hebt op lichess dan is dit iets wat je in een paar klikken kunt doen via Chess Insights. Zo kreeg ik onderstaande grafiek van 1 van mijn accounts.
Dit is enkel voor mijn zwartpartijen en bovendien heb ik de filter beperkt tot enkel de tegenstanders die ongeveer mijn rating hebben. Ik speel meer partijen tegen zwakkere dan sterkere en om dit effect te kunnen wegwerken zou je moeten eerder naar TPR kijken i.p.v. percentage (lijkt vandaag niet mogelijk te zijn op lichess). Echter het is zeker ook interessant om te zien hoe het repertoire scoort tegen enkel sterkere tegenstanders (correctheid) en enkel zwakkere tegenstanders (efficiëntie).

Vooreerst toont bovenstaande grafiek nogmaals aan dat dubieuze openingen erg goed scoren online. Mijn score met het Hollands is op uitzondering van A81 bijzonder goed. Klassieke openingen zoals Spaans en Schots die veel correcter zijn, scoren dan weer opmerkelijk zwakker. Dus hieruit zou je kunnen afleiden dat ik klassieke openingen zoveel mogelijk moet vermijden en mij nog meer moet toeleggen op dubieuze (tot zelfs weerlegde tricky) openingen als ik mijn scores nog wil verbeteren. Echter het lijkt mij erg twijfelachtig of ik mij hierdoor echt ontwikkel als schaker. Dit lijkt mij niet het correcte pad want online schaken is voor mij niet het ultieme doel. Ik zit ook verveeld met het feit dat lichess enkel toelaat om een overzicht te maken van 1 account. Die account betreft ruim 4000 partijtjes maar dat is slechts een fractie van mijn complete database. Tenslotte mis ik details over de openingen. Een opening is heel breed dus welke specifieke lijnen betreft het en waar gaat het precies mis?

Chess Insights lijkt mij dus voldoende voor de beginnende schaker die snel een oordeel wilt krijgen over grote lacunes in het eigen repertoire (bv. geen antwoord op de Caro-Kann) maar voor ervaren schakers is deze tool te licht. Om een meer gedetailleerde kijk te krijgen van mijn repertoire koos ik daarom om een openingsboek te maken volgens mijn artikel groene zetten van enkel mijn verliespartijen. In onderstaande screenshot toon ik hoe dit eruit ziet voor mijn repertoire nadat ik geopend heb met 1.e4.
Omdat partijen van 2007 nog weinig relevant zijn vandaag voor mijn repertoire en ik de laatste maanden erg veel gespeeld heb, heb ik enkel mijn verliespartijen van 2020 aan het openingsboek toegevoegd. Ja alleen al 665 verliespartijen na 1.e4 betekent dat ik flink veel verloren heb de laatste maanden en dat was niet altijd even prettig. Anderzijds hoe meer verliespartijen, hoe groter de kans is dat er iets van te leren valt.

Met dit openingsboek zie ik dus in een oogopslag na welke zetten ik precies de meeste nederlagen heb geleden. Logischerwijze wou ik dan ook voorrang geven aan de openingen/varianten met die meeste verliespartijen maar dit leverde niet het gewenste resultaat op. Zo mondde mijn verliezende hoofdvariant uit in het 6.Le2 systeem tegen de Najdorf en daarmee kwam ik onmiddellijk in conflict. De verliezende hoofdvariant bleek tezelfdertijd ook 1 van mijn best scorende varianten te zijn. Best betekent niet dat het niet meer beter kan maar als ik dan de verliespartijen met die opening aandachtiger bekeek dan merkte ik ook nog op dat de verliespartijen helemaal niets te maken hadden met de opening.

Dit soort openingsboek is dus evenmin de correcte aanpak. Vaak is het niet meer dan een indicatie van welke lijnen het populairst zijn (in online schaken maar daarom zeker niet in dezelfde verhoudingen als klassiek bordschaken). Tenslotte zijn het ook slechts blitzpartijtjes. Daarmee bedoel ik dat als de input van bedenkelijke kwaliteit is dan moet je ook niet veel verwachten van de output. Blitzresultaten zijn zo onvoorspelbaar dat je uitsluitend daarop best geen beslissingen kunt maken betreffende openingen.

Dus ik was terug bij af maar daarom gaf ik het nog niet op. Er was nog 1 filter over die ik wou proberen. Wat als ik nu enkel mijn online verliespartijen selecteer tegen mijn sterkste tegenstanders? Bijna elk online platform houdt vandaag een eigen online elorating bij. Bovendien worden bij elke online partij automatisch van beide spelers die online ratings toegevoegd. Daarop filteren is dus een koud kunstje.
In bovenstaande screenshot toon ik het resultaat van mijn filter op mijn verliespartijen na 1.e4 gespeeld in het jaar 2020 tegen +2600 elo (online) tegenstanders. Op de achtergrond zien we dat dit uiteindelijk 10 partijen oplevert en dat is uiteraard wel perfect manueel te doorploegen. Bovendien merk ik deze keer onmiddellijk op dat er interessante openingen tussen zitten. Vooral nummers 3, 7 en 8 trekken mijn aandacht. Met die ga ik aan de slag maar dit is een voor een volgend artikel want daar valt weer heel wat over te vertellen en dit artikel heeft al zijn maximale lengte bereikt.

Brabo

maandag 16 november 2020

Corona dreigt veel schaakclubs te laten verdwijnen

Enige tijd geleden probeerde mijn clubvoorzitter Robert de moed erin te houden door naar alle leden te mailen dat een jaartje zonder schaken helemaal ok is. Hij heeft natuurlijk gelijk. In het verleden hebben talloze schakers bewezen dat het perfect mogelijk is om na lange tijd van inactiviteit opnieuw te schaken (hierbij denk ik in het bijzonder aan sterke Jan die er in slaagde als gepensioneerde na decennia van geen schaken om alsnog internationaal meester te worden). Trouwens elk jaar bouw ik zelf (toegegeven vaak door de omstandigheden) enkele maanden rust in. Dat heb ik altijd ervaren als iets positief om o.a. even iets meer te kunnen concentreren op de analyses (om zo bepaalde defecten te repareren of nieuwe systemen aan te leren) waarvoor je tijdens de competities meestal onvoldoende tijd hebt.

Echter er zijn ook veel signalen dat we voor de grootste crisis van het schaken ooit staan. Zo meldde Vlaanderen-Schaakt-Digitaal-2020-17 dat 1 op 3 niet zijn KBSB-lidmaatschap vernieuwd had. Dit is een alarmerend cijfer en dan zijn we nog niet de slechtste leerling in de klas. In buurlanden zoals Engeland en Nederland tekent men zelfs dalingen hoger dan 50% op. Dit zijn bij mijn weten nooit eerder gekende terugvallen. Bovendien voor elke speler die gestopt is en later weer terugkeert, zijn er wellicht een veelvoud die nooit meer terugkeren. Ik merk het trouwens zelf ook op dat er een pak voordelen zijn aan geen competitieschaak te spelen. Plots is mijn leven veel rustiger geworden en kan ik de tijd nemen voor zaken waarbij ik anders mezelf moet krom plooien om ze te verwezenlijken. M.a.w. ik vermoed dat veel schakers definitief gestopt zullen zijn na corona zeker als die nog enige tijd blijft verder duren en daar lijkt het zo meer en meer op.

Misschien nog erger is het feit dat meerdere clubs op het punt staan te verdwijnen. 14 Belgische clubs hebben zich voor dit jaar niet meer aangesloten. De internationale situatie is zelfs zo ernstig dat Fide in oktober waarschuwde dat er clubs met een rijke geschiedenis van 150 jaar dreigen de dupe te worden van de leegloop. Die clubs zijn onvervangbaar maar ruimer genomen is het heropstarten van om het even welke club zo goed als onbestaande. Het is dus niet zomaar dat diverse bestuursorganen oproepen tot solidariteit om de toekomst van het schaken veilig te stellen. Onderstaande herwerkte poster van Lord Kitchener Wants You oorspronkelijk gepubliceerd om Britse soldaten op te roepen voor WW1 is grappig maar ook bittere ernst.
Fide Newsletter #17 (October 26, 2020)
Ik hoop dat er gehoor komt aan de oproep maar ik vrees dat veel mensen grotere zorgen hebben dan het voortbestaan van schaakclubs. Als je je werk verloren hebt in de laatste maanden of veel kosten hebt moeten maken aan ziekenhuisverzorging... dan is het volstrekt normaal om in de uitgaven te snijden die niet prioritair zijn. Ik kan ook goed begrijpen dat je als vrijwilliger nu even niet de handen uit de mouwen wilt steken.

Gelukkig is niet alles kommer en kwel want vele vrijwilligers blijven hun schouders onder het schaken steken. Ondanks moeilijke omstandigheden blijven veel (Belgische) clubs toch nog jeugdwerking aanbieden. De jeugd nu laten vallen, zal zich wreken voor heel lange tijd. Anderzijds zie ik wel een groot probleem voor onze tieners. 12-18 jaar zijn de belangrijkste in de ontwikkeling van een schaker en daar 1 of 2 van verliezen zal zich voor altijd laten voelen. Het aantal nieuwe IMs en GMs is zo goed als helemaal stilgevallen. Zonder perspectieven zal veel talent verloren gaan.

Persoonlijk heb ik ook altijd vooruitgang in het schaken gekoppeld aan competitieschaak spelen en dan spreek ik natuurlijk enkel over klassieke wedstrijden. Die serieuze wedstrijden waren bij wijze van spreken de stok achter de deur om te werken aan het schaken want zonder ze zijn er geen voorbereidingen of partijanalyses te maken. Bij mijn eigen kinderen is het eerder de sfeer en de inzet van die wedstrijden maar ook bij hen is/ was competitieschaak de motor voor hun schaakmicrobe. Deze zomer hebben we daarom nog een ultieme inspanning gemaakt om een tornooi in Praag te spelen zie de schaakmicrobe deel 3 maar dit kon/ wou ik niet meer herhalen.

Ik besefte in augustus al dat ik geluk had gehad en dat werd nogmaals bevestigd toen een maand later andere Belgen ook naar Tsjechië gingen schaken en daar zeer ernstig ziek werden door corona. Dit was dan ook voor mij de druppel om alle nieuwe plannen voor nog een tornooi in Tsjechië tijdens de herfstvakantie definitief op te bergen. De besmettingscijfers lagen er ondertussen ook al 10 keer hoger. Uiteindelijk werd het tornooi zelfs geannuleerd. Een alternatief die ik ook bekeek was Open Tegernsee in Zuid-Duitsland maar ook dit feest ging niet door. Echter daar maakte men wel nog een uitzondering voor een aparte meestergroep van 10 spelers waarvoor speciaal een extra plastieken wand op elk schaakbord werd geïnstalleerd. Zelf kwam ik uiteraard niet in aanmerking hiervoor maar wel onze Belgische hoop Daniel Dardha. Ondanks 3 nederlagen deed hij het heel behoorlijk want de tegenstand was zeer sterk en hij won zelfs nog een handvol punten. De overwinning tegen de Tsjechische grootmeester Thai Dai Van Nguyen bewees nogmaals dat de grootmeestertitel een kwestie van tijd is. Ik vermoed dat veel lezers nog niet gehoord hebben van die grootmeester maar hij won onlangs nog een rapidmatch over 10 wedstrijden tegen oud-wk-finalist Nigel Short.
Ik merk op dat Daniel overal opduikt in Europa (Portugal, Frankrijk, Hongarije, Griekenland...) waar er de kleinste kans is om normaal te schaken. Dit houdt zeker risico's in maar ik begrijp volstrekt zijn keuze. Zoals ik al eerder schreef, zijn dit zijn beste jaren om vooruitgang te boeken want na je 18de wacht wellicht de universiteit en daarna een drukke job. Bovendien zijn de gezondheidsrisico's van de coronaziekte zeer beperkt voor zijn leeftijd (ik moet veel meer opletten).

Hij is niet de enige zo las ik op hmcdenbosch dat de 16 jarige Nederlandse FM Siem Van Dael ondanks de corona-crisis 6 tornooien had gespeeld: Griekenland, Servië, Bulgarije, Italië, Zweden. Je moet er iets voor over hebben want zo gaf hij aan dat het geen pretje is om bij +35 graden te spelen met mondkapje aan. Echter zij zijn uitzonderingen. Ik denk 99% van de jeugd heeft geen officiële wedstrijden gespeeld en dat is uiteraard niet verwonderlijk.

Voor mij was Open Praag deze zomer het maximaal haalbare. Dit betekent dus dat ik sinds begin oktober helemaal droog sta betreffende partijanalyses. Ik zie dit jaar geen ook geen mogelijkheden meer om nog serieus te schaken. Nederlandse interclub, Open Bethune,... zijn ondertussen ook allemaal al geannuleerd. Echter in een volgend blogartikel wil ik het hebben hoe ik dan toch een methode heb gevonden om mezelf terug te activeren. Stilstaan is achteruitgaan en schaken opgeven is voor mij geen optie.

Brabo

zondag 8 november 2020

Schaakprogramma's testen deel 2

Corona hakt in ons sociaal en voor velen ook hun professioneel leven. De schade loopt op en er is geen twijfel over dat het zowel financieel als emotioneel een enorme kater zal opleveren. Echter zelfs ook aan het meest negatieve zijn er pluspunten. Zo las ik recent op diverse websites dat de slaagcijfers in het hoger onderwijs iets hoger lagen dan voorbije jaren zie o.a. hogere slaagcijfers in franstalig hoger onderwijs ondanks coronavirusgeen corona effect vub studenten leggen betere examens af dan afgelopen jaarondanks corona slaagcijfers ku leuven liggen hoger dan normaal.

Er werd nochtans op voorhand aangekondigd dat er niet milder zou worden verbeterd. Ook werd er gevreesd dat het gebrek aan fysieke lessen nefast zou zijn voor de slaagkansen. Ik vermoed dan ook dat het gebrek aan afleiding door corona misschien studenten wel vaker deed beslissen om de cursussen iets sneller te openen.

Ik kan ze geen ongelijk geven. Deze crisis schept zeker ook kansen om projecten op te starten die in gewone tijden moeilijker of zelfs helemaal niet haalbaar zijn. Ook voor schaakprogrammeurs is 2020 een boerenjaar. De progressie dit jaar versnelde want we kregen meerdere belangrijke updates van o.a. Leela en Stockfish. Het is ongelooflijk dat de rek er nog steeds niet uit is want ik vermoed dat de gewone sterveling al lang geen besef meer heeft van hoe sterk het beste commercieel schaakprogramma ondertussen is. Net daarom dacht ik dat het wel eens nuttig kon zijn om dit in een grafiek te gieten.

Voor lezers die een meer gedetailleerde evolutie van de topprogramma's willen bekijken, kan ik dit leuke youtube-filmpje aanraden. Er bestaan nog anderen op het internet maar de boodschap is steeds dezelfde. Ze zijn in ruim 3 decennia geëvolueerd van oorspronkelijk zeer zwak naar een niveau onmogelijk nog te snappen voor een mens. 

Op TCEC loopt er zelfs een permanente joke hierover. Zo houdt een teller bij hoe vaak iemand vraagt naar een match tussen Carlsen en de computer. In bovenstaande grafiek toon ik met de rode lijn aan wanneer het beste commercieel programma definitief de beste mens gepasseerd is. In 2006 gaf Rybka de doodsteek aan de strijd mens-computer en sindsdien is het gat steeds blijven groeien.

Testen van de beste schaakprogramma's heeft vandaag enkel nog zin onderling. Eind vorig jaar schreef ik in deel 1 dat dit testen naar meer smaakte voor mij maar te tijdverslindend was en dus niet voor direct. De corona-crisis zorgde uiteraard voor plots wel voldoende ruimte hiervoor en daar maakte ik dankbaar gebruik van. In het voorbije jaar organiseerde ik een dozijn matchen telkens bestaande uit 100 rapidpartijen (15min + 10sec) op diverse computers en tussen steeds nieuwere en sterkere schaakprogramma's.

Het is moeilijk om uit bovenstaande cijfers precies af te leiden hoe groot de progressie van het sterkste commercieel programma is geweest afgelopen jaar. Daarom maakte ik onlangs ook nog eens een vergelijking tussen Leela v22 (eind vorig jaar) en Leela v26 (nu) met Komodo 11 op mijn nieuwe laptop. Het resultaat was verbluffend. Vorig jaar vond ik de overwinning van Leela met 62,5 - 37,5 al indrukwekkend maar dit verbleekt met de recente nieuwe Leela die 75 -25 scoorde. Dat komt overeen met 100 TPR extra. M.a.w. het is dus hoogtijd om eens Leela up te daten als je nog werkt met een versie van vorig jaar (mijn best scorende versie in de testen is voorlopig v0.26.1 met netwerk J92-210).

Het blijft een kluwen om de beste versie van Leela eruit te pikken. Sommige testen met recentere versies scoorden zelfs slechter dus je weet nooit op voorhand of je er beter aan doet om up te daten. Het hangt trouwens ook sterk af van de hardware (grafische kaart) die je gebruikt. Dit is dan ook de reden waarom ik in bovenstaande tabel vermeld met welke computer ik een test gemaakt heb.

Zo zien we dat de laatste versie van Stockfish meer profiteert van mijn gloednieuwe desktop dan Leela. Nadat ik vorig jaar mijn laptop verving, heb ik vorige maand ook mijn desktop vervangen (de 4 jaar oude had een zeer slechte grafische kaart en er waren heel vaak problemen met het geheugen). Ik zie dat Stockfish 100-200% meer nodes berekent op de nieuwe desktop t.o.v. de nieuwe laptop. Leela wint slechts een 50% aan nodes.

Dus de progressie gebeurt zowel op software als hardware. Bovendien wordt het ook steeds lastiger om die progressie te meten. Zo kun je ook uit mijn testen zien dat het remise-percentage in mijn matchen steeds hoger wordt. Dit ligt ook volledig in de lijn van mijn vorig artikel dat schaken bij het naderen van perfect spel uiteindelijk enkel remises nog oplevert. Zelfs de truuk van opgelegde openingen blijkt steeds minder goed te werken.
Zo hou ik met een kleurentabel bij welke openingen interessant zijn en welke niet. Groen is ok. Oranje betekent dat ik ze verder moet opvolgen. Rood betekent dat de openingen moeten worden vervangen. Dat gebeurt nadat ofwel 4 keer na elkaar hetzelfde kleur wint met dezelfde opening of 8 keer na elkaar remise werd gespeeld met dezelfde opening. Na mijn laatste match moet ik 22 van de 50 openingen daarom vervangen.

Bij TCEC zijn Nelson Hernandez en Jeroen Noomen voortdurend op zoek naar openingen die ervoor zorgen dat de schaakprogramma's optimaal kunnen worden getest. Dit blijkt een steeds grotere uitdaging te worden. Na de eerste cyclus (4 matchen) verving ik 3 openingen, na de tweede 15 en nu blijken het er al 22 te zijn. Ik had nochtans net op het omgekeerde gehoopt nadat ik eerder al de slechte had vervangen. In elk geval de superfinale van TCEC Season 19 waarbij Stockfish won met 9 punten verschil was een sterk staaltje van openingen-selecteren.

Dit resultaat zal misschien ook lezers doen afvragen waarom ik nog die matchen uberhaupt organiseer. Vandaag Stockfish 12 downloaden en Kees is klaar. Tja dat is correct maar dat was zeker niet duidelijk een paar maanden geleden toen versie 12 nog niet eens beschikbaar was. Ik bedoel dat je heel snel achterop hinkt als je niet voortdurend uitkijkt naar vernieuwingen. Zo analyseerde ik nog tot september vorig jaar met Komodo 11. Vandaag zijn mijn analyses minstens 200 elopunten beter en zoiets kan wel degelijk een (miniem) verschil maken in een voorbereiding zelfs voor een klassieke bordpartij gespeeld op mijn bescheiden niveau.

Trouwens ik merk op dat de overlapping tussen de zetten van Stockfish 12 en de meeste recente versie van Leela nog steeds maar 60% is. Stockfish 12 volstaat zeker maar Leela biedt nog steeds extraatjes. Tenslotte is het ook gewoon een leuke bezigheid dit testen van schaakprogramma's en dat is zeker welgekomen in deze corona-tijden.

Brabo

maandag 26 oktober 2020

Praktisch schaak deel 2

Het lijkt er steeds meer op dat we voor lange tijd niet aan een bord zullen kunnen schaken. Het is te zeggen zonder dat we onszelf in allerlei bochten moeten wringen waardoor er van het oorspronkelijk plezier aan bordschaken nog bitter weinig overblijft. Echter de alternatieven zijn weinig benijdenswaardig. Online schaken kan je niet serieus nemen want je weet nooit tegen wie of wat je precies aan het spelen bent. De laatste maanden kwam het ene na het andere dopingschandaal naar boven in die mate zelfs dat het even werd opgepikt door grote nieuwskanalen zoals the guardian.

Misschien moeten we gewoon maar de computer toelaten zoals bij iccf als we toch niet in staat zijn om de valsspelers te vermijden. Dan is er uiteraard geen probleem meer van valsspelen en krijgen we bovendien als leuke bonus dat de partijen kwalitatief veel hoger en interessanter zullen zijn. Dit lijkt mij ook een stuk leerzamer dan de vele blitz- en bulletpartijtjes die grotendeels tijdsverspilling zijn.

Anderzijds denk ik niet dat er nog veel leuks aan het schaken is wanneer alle partijen in een tornooi zullen eindigen op remise door gebruik te maken van een computer. Dit is exact wat er recent gebeurde in een toptornooi georganiseerd door iccf: Joop van Oosterom Memorial. Alle 28 partijen werden remise ondanks dat er telkens tot de laatste snik werd gestreden voor de overwinning want veel partijen eindigden op een zetherhaling.

Het zat er al een tijdje aan te komen zie mijn artikel van 2015 computers worden autonoom. Of zoals Nigel Short het benoemde op twitter: correspondentieschaken is nog meer dood dan een Noorse blauwe papegaai. Daarop probeerde oud-wereldkampioen correspondentieschaak Leonardo Ljubicic nog de brokken te lijmen door te stellen dat de partijen zeer relevant blijven voor het bordschaken en het onderzoek van openingen maar het kwaad was al geschied. Trouwens ik geloof niet dat er 1 correspondentiespeler is die schaakt om openingsnieuwtjes gratis te doneren aan bordschakers of openingsboeken. Ook correspondentieschaak wordt gespeeld om partijen/ tornooien te winnen dus net als bij gewoon bordschaken. Zonder winnaars/ verliezers is een competitie niet meer zinvol.

Dat laatste was trouwens ook de commentaar op de meest recente finale van het bordwereldkampioenschap. Op 28 november 2018 moest een rapidmatch uiteindelijk uitsluitsel geven over wie wereldkampioen zou worden nadat all 12 klassieke partijen op remise waren geëindigd. Dus ook voor bordschaken (tenminste bij de elitespelers) vroeg men zich af of klassiek schaken nog zinvol was als er geen winnaars/ verliezers meer waren.

Echter hier denk ik dat we te snel conclusies aan het maken zijn. In tegenstelling tot correspondentieschaak hadden zowel Magnus Carlsen als Fabiano Caruana diverse winstkansen in de klassieke partijen. Voor uiteenlopende redenen slaagden ze er niet in die te verzilveren. Ik heb een klein onderzoek gedaan met Stockfish en Leela om deze claim te kunnen staven en stelde vast dat zeker 5 partijen geen remise zouden zijn geweest mits gebruik te maken van de computer vanaf een welbepaalde zet.

M.a.w. ondanks dat de beste spelers intensief trainen met de beste engines, slagen ze er niet in om het niveau van die engines te evenaren in hun bordpartijen. Zoals ik al in deel 1 vermeldde, rekenen wij als mensen heel anders dan schaakprogramma's en kunnen we dus nooit op hetzelfde niveau schaken. Wat vandaag wel mogelijk is, is om een bulletproof-repertoire op te bouwen. Er is zoveel kennis vandaag over openingen beschikbaar dat je in combinatie met analyses van de huidige beste engines kunt openingen selecteren die niet meer weerlegd kunnen worden.

Dit betekent uiteraard niet dat topspelers in het bordschaken geen partijen meer kunnen verliezen in de opening. Ons geheugen is slechts een fractie van een standaard chessbase-database. Bovendien zijn veel stellingen wel heel makkelijk te neutraliseren met een engine maar is het zonder voorkennis een heel ander verhaal aan het schaakbord. Persoonlijk stap ik dan ook steeds vaker af van de wetenschappelijke aanpak zie deel 1 en deel 2. Als er geen weerlegging te vinden is dan kijk je beter naar andere factoren van de opening. Niet zelden weet ik zelfs op voorhand dat wanneer mijn tegenstander de opening even grondig thuis geanalyseerd heeft dan ik en ervoor kiest om de hoofdlijn te spelen dat remise onvermijdbaar wordt als hij het allemaal kan reproduceren.

Op topniveau zien we dan bij openingen met veel verplichte zetten hierdoor partijen wel heel snel zelfs op een klassiek tempo remise worden (zie bv. partij Maxime Vachier-Lagrave - Boris Gelfand gespeeld in 2013 die aan bod kwam in mijn atikel iccf). Echter op mijn niveau merk ik op dat het gevaar voor dit soort non-partijen zo goed als onbestaande is. Ik ken niemand die de openingen even grondig analyseert zoals ik uitlegde in mijn artikel openingen studeren deel 2. Ik ben daarom ook niet meer vies van een  specifieke variant te spelen die geforceerd naar remise leidt zoals in onderstaande opening.
Een partij met die specifieke variant kwam al aan bod in mijn artikel curieuzeneuzemosterdpot deel 2 waarin je kunt zien dat ik vrij makkelijk won dus ondanks de theoretische evaluatie. Ik wil hierbij ook nog even aan toevoegen dat wit iets makkelijker speelt in de slotstelling. Ik bedoel alhoewel alle partijen in correspondentieschaak remise werden met de slotstelling, had ik nog even doorgespeeld in het bordschaken want wit riskeert niets en zwart moet nog enkele accurate zetten vinden.

Dit betekent dus ook dat ik die zogenaamde remisevarianten helemaal niet speel om remise te maken maar wel degelijk om partijen te winnen. M.a.w. dit is iets totaal anders dan op remise spelen met wit tegen een sterkere tegenstander en wit kiest al in de opening een remisevariant. Anderzijds kan je jezelf natuurlijk afvragen of er veel plezier nog aan het schaken is om op deze wijze te spelen.

Dit soort opmerking kreeg ik ook na mijn 7de partij in Open Praag deze zomer. Ik koos toen voor een theoretische lijn waarvan ik wist dat ze in een remise-eindspel uitmondt maar met een pluspion. Mijn tegenstander had echter geen zin in dit soort partij en week snel af met een idee dat hij een jaar eerder met de Duitse grootmeester Artur Joesoepov had bestudeerd en die snel enorme complicaties creëert.
Achteraf ontdekte ik dat het idee ondertussen al weerlegd was in correspondentieschaak. Toen ik mijn tegenstander hierover aansprak, bleek hij hiervan niet op de hoogte te zijn. Hij had misschien het anders ook niet durven te spelen. Ik heb het al eerder aangehaald in de valse waarheid deel 2 dat het kan lonen om verouderde analyses te spelen als je je tegenstander hiermee uit boek kunt gooien.

Anderzijds toonde ik ook nog recent aan in chess position trainer deel 4 hoe gevaarlijk het kan zijn om openingen te spelen die je niet goed kent. Mijn tegenstander in Praag had dus het geluk dat ik zijn idee nog niet op voorhand had bestudeerd.

Meer en meer spelers kiezen daarom ook vandaag voor openingen waarin geforceerde lijnen minder en minder voorkomen. Niet zomaar is daarom o.a. het rustige Italiaans en het Berlijns zo populair geworden zelfs bij amateurs in de laatste jaren. Dit laat toe om weer echt te schaken i.p.v. te kijken wie het beste geheugen heeft. Nu ook daar zien we de kapers al aan de kust. Ik denk aan de volgende zeer recente publicaties the modernized berlin wall defense en uiteraard The Italian Renaissance deel 1 en deel 2. Nergens ben je nog veilig.

Brabo

woensdag 21 oktober 2020

Nieuwe viewers deel 2

Vorige week heb ik alle 244 artikels van mijn Engelstalige schaakblog gemigreerd naar de Chessbase-viewer. Iets meer dan 10 uren kostte het me op de html-code manueel aan te passen dus geen leuk werkje dat je vaak wilt doen. Het is natuurlijk de bedoeling om in het vervolg er enkel nog die viewer te gebruiken.

Ik was al enige tijd met het idee aan het spelen om van viewer te veranderen op die site maar ik maakte er pas nu werk van. Door de corona-crisis zijn al mijn gewone schaakactiviteiten onderbroken. Bovendien had ik de waarschuwing gekregen dat tegen eind dit jaar flash niet meer ondersteund zou worden. Enkele browsers zoals chrome ontmoedigen al geruime tijd het gebruik van flash waardoor ik al midden 2017 had beslist om te veranderen naar de Chess.com-viewer. Meer en meer lezers klaagden toen dat ze problemen hadden met de flash-viewer en ik vermoed dat sommigen hierdoor ook hun interesse voor deze blog hebben verloren.

Tenminste zo ben ik zelf wanneer ik blogs lees. Tenzij de blog super interessant is, ben ik niet bereid om veel energie erin te steken om bijvoorbeeld uit te zoeken hoe flash te laten werken voor die blog. Trouwens er bestaan wellicht honderd(en) schaakblogs en eerlijk gezegd 99% of zelfs meer is totaal niet de moeite om te lezen. Dus een aantrekkelijke blog moet niet alleen iets interessants te vertellen hebben maar moet ook makkelijk te lezen/ consumeren zijn.

Anderzijds vermoed ik dat sommigen zich zullen afvragen wat het nut is om al die oude artikels op te frissen. Als ik rondom kijk dan zie ik dat bijna geen enkele (schaak-) blogger dit doet. De meeste informatie op blogs is dan ook heel snel verouderd. Tornooien (tenminste voor corona) volgen elkaar in sneltrein-tempo op. Zo goed als niemand kijkt nog naar een tornooiverslag van x maanden/ jaren geleden. Als het niet nieuw is dan verliest de informatie heel snel haar waarde. Wel net daarom heb ik ervoor opgelet in mijn artikels dat nieuws nooit het hoofdthema is. Ik kan immers nooit concurreren met professionele nieuwssites. Ik heb dus van bij de start beslist dat mijn blog een andere invalshoek moest hebben zodat lezers hier iets uniek konden vinden die mij toch de moeite waard leek.

Plagiaat is enorm verspreid bij bloggers maar ik ben zeker dat dit hier niet het geval is. Soms neem ik wel eens een quote mee maar dan wordt die verwerkt in een thema waardoor het een totaal ander verhaal wordt. Trouwe lezers weten ook dat in mijn artikels veel persoonlijks steekt (eigen partijen, ervaringen of interpretaties, ...) waardoor ik ook soms eens tegen een heilig huisje schop. Dat niet iedereen het altijd hiermee eens is, leidt soms tot interessante discussies. Dit is dan ook waarom ik niet alles van deze Nederlandstalige blog vertaald heb naar het Engels. Bepaalde onderwerpen zoals onze Belgische schaakbond hebben weinig of geen waarde voor een internationaal publiek. In elk geval ben ik ervan overtuigd dat veel artikels op deze blog goed de tand des tijds kunnen weerstaan waardoor het mij dus wel zinvol lijkt om die oudere artikels levend te houden.

Dit valt ook af te leiden uit de blog-statistieken. Elke dag worden nog oude artikels opgevraagd zelfs x maanden/ jaren na publicatie. Zelfs ik doe dit geregeld want ik herinner mij bijlange niet meer wat ik hier allemaal al heb neergeschreven en soms wil ik wel een bepaald detail terugzien. Dus het was voor mij een eenvoudige beslissing om beide blogs zo lang mogelijk in een goede conditie te houden. Moeilijker vond ik welke viewer hiervoor ik het best gebruik.

Eerder schreef ik al dat ik midden 2017 koos om vanaf dan te werken met de Chess.com-viewer. In die tijd leek het mij de best beschikbaar viewer zie nieuwe viewers deel 1. De viewer van Chessbase werd functioneel als iets beter beschouwd maar was in tegenstelling tot de Chess.com-viewer toen niet gratis waardoor bijna geen enkele blogger het gebruikte. Ik vermoed dat dit wellicht ook een rol heeft gespeeld bij Chessbase om hun viewer in 2018 dan ook maar gratis aan te bieden. Het heeft weinig zin om een mooi programma achter een betaalmuur te houden als niemand het gebruikt.

Ondertussen zijn meer en meer bloggers recent naar de Chessbase-viewer overgestapt ook omdat Chess.com niet omkijkt naar de collateral damage die ze veroorzaken na software-updates van hun viewer. Veel oude artikels zien er vandaag erg lelijk uit door die ongevraagde software-updates: een artikel uit 2016 op de blog van de Australische grootmeester David Smerdon. Wanneer je net alle html-code hebt aangepast om de layout terug te herstellen, kwam er weer een update door Chess.com die een lelijke tweede scrollbar rechts plots creëerde zie: een artikel uit 2019 op de blog van de Macedonische grootmeester Alex Colovic.

Ik heb geen garantie dat dit niet zal gebeuren met de Chessbase-viewer. Desondanks vind ik het voldoende redenen om voor mijn Engelstalige blog de Chessbase-viewer een kans te geven i.p.v. de Chess.com-viewer. Ik vind het ook leuk dat in tegenstelling tot de Chess.com-viewer alle partijen bewaard worden in de html-code van mijn blog en niet op hun website. Betreffende functionaliteit zie ik weinig verschil of tenminste niets belangrijk. In beide viewers kan je analyseren, partijen downloaden, de layout naar keuze aanpassen ... Het is wel zo dat na een zoveelste update van de Chess.com-viewer je nu eerst wordt omgeleid naar hun website. Persoonlijk denk ik dat het iets makkelijker is om op de blog te blijven, zoals mogelijk is met de Chessbase-viewer met "the maximize board" optie (zie beneden rode cirkel).

Om terug te keren naar de blog moet je simpel opnieuw dezelfde knop drukken (klik dus niet op x in de rechterbovenhoek zoals ik eerst dacht want dan sluit de volledige browser).

Spijtig zijn er ook enkele minder leuke kantjes aan de Chessbase-viewer. Zo werden tijdens de migratie van de Chess.com naar de Chessbase-viewer bij een aantal partijen sommige symbolen niet correct geïnterpreteerd. Uiteindelijk om geen uren hieraan te spenderen, heb ik ze weggelaten ook al omdat de gebruiker altijd het wieltje beneden het diagram kan gebruiken om onmiddellijk een evaluatie te zien door een sterke engine.

Een ander probleem verschijnt wanneer ik meerdere blogartikels in 1 keer op het scherm wil tonen. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het niet correct afsluiten van een script in html want de viewer van het ene artikel blijkt de viewer in het andere artikel te interfereren. Op deze Nederlandstalige blog heb ik gekozen om in 1 keer 7 artikels onder elkaar te tonen maar voor de Engelstalige blog heb ik noodgedwongen mij moeten beperken tot 1 artikel per keer. We zien dit probleem duidelijk wanneer je bijvoorbeeld kiest voor de artikels van september. Nu mijn artikels zijn meestal vrij lang dus echt problematisch lijkt het mij niet dat de lezer slechts 1 artikel per keer kan lezen.

Tenslotte krijg ik ook het gevoel dat de Chessbase-viewer minder stabiel is op smartphones. Ik lees bijna nooit blog-artikels erop maar ik vermoed dat sommige lezers dit wel doen wanneer ze naar school/ werk aan het pendelen zijn. Ik aarzel dus om dezelfde migratie uit te voeren voor deze Nederlandstalige blog. Het zal mij wellicht ook 2 keer zoveel tijd vergen. Ook lijkt het mij interessant om 2 viewers te onderhouden zodat een update of stopzetting van een viewer minder impact heeft op de blogs. Grote bedrijven zoals Chess.com en Chessbase zullen wellicht niet snel verdwijnen maar je weet nooit wat de toekomst brengt. Hoe denken jullie hierover?

Brabo

zondag 11 oktober 2020

Chess position trainer deel 4

De Russische topgrootmeester Alexander Grischuk is een fenomeen in het schaken. Het is te zeggen vooral naast het bord, zorgt hij steevast voor interviews die op je lachspieren werken. Zo vond ik enkele maanden geleden schitterende compilaties van deze interviews die in deze triestige tijden van geen bordschaken mij toch even konden opmonteren zie Thug Life Compilation deel 1, deel 2 en deel 3.

Niet verwonderlijk wordt hij dan ook regelmatig uitgenodigd om tornooien live te becommenatarieren. Dit was veelvuldig het geval in de Magnus Carlsen Chess Tour met zijn onlinetornooien. Alexander stelde niet teleur want zo herinner ik mij een leuke quote over openingen van hem tijdens Legends of Chess die ik op twitter las: "It used to be like memorising a poem, because it would be some moves you found yourself, then when computers just appeared it would be like memorising a poem in not your native language & nowadays it's like memorising random numbers - it's impossible".

Computerprogramma's worden steeds sterker waardoor ze steeds vaker ook zetten voorstellen die voor ons mensen nog heel moeilijk of zelfs niet meer te begrijpen zijn. Echter dit betekent niet dat we die random zetten zoals Alexander Grischuk ze noemt, niet moeten leren. Ze zijn wel degelijk (veel) beter dan wat we zelfstandig zouden kunnen analyseren en het is vandaag ook naïef om te hopen dat je tegenstander geen computer in de voorbereiding zal gebruiken om je eigen gemaakte brouwsels in een mum van tijd te weerleggen.

Ik bedoel willens nillens zijn we vandaag verplicht om in klassiek schaken mee te gaan in de wedren van openingen studeren als we tegen spelers boven 2200 elo spelen. Vanaf 2200 elo mag je er prat op gaan dat vandaag de overgrote meerderheid met een computer zich voorbereidt. Daarbij heb je steeds de keuze voor ofwel in de breedte of in de diepte te werken. Enkele maanden geleden schreef ik over de obstakels die ik ontmoette bij het studeren in de diepte zie het geheugen deel 2. De varianten komen zo zeldzaam op het bord dat het je niet meer lukt om die analyse van x maanden/ jaren geleden nog te herinneren wanneer het moet.

Echter in Open van Praag deze zomer ondervond ik ook voor het eerst de nadelen van meer in de breedte te willen werken (alhoewel dit nog heel beperkt is in vergelijking met de meeste topspelers). Ik schreef vorige maand nog in mijn artikel regressietesten dat veel varianten uit mijn repertoire recent zijn verdwenen en vervangen door (hopelijk) betere maar daarom scoor ik (nog?) niet beter in de praktijk, eerder in tegendeel. Een mooi voorbeeldje hiervan zijn mijn recente experimenten met c6 in de Leningrader. In de 6de ronde ontsnapte ik met een blauw oog door in een verloren positie remise te krijgen omdat mijn tegenstander nogal krap zat met zijn resterende tijd.

De 8ste ronde was nog erger. Deze keer stond ik al na 12 zetten compleet verloren tegen een 150 punten lager gekwoteerde tegenstander en mocht ik opnieuw op mijn blote knietjes bedanken voor het halfje dat ik cadeau kreeg.

Dit hadden dus makkelijk 2 nederlagen kunnen zijn en wellicht had ik dit ook verdiend. Nieuwe openingen spelen zonder enige kennis is bijzonder riskant tegen ervaren schakers. Ik snap dus heel goed waarom veel amateurschakers dezelfde openingen blijven spelen.

Anderzijds zoals ik al schrijf in de commentaar van de 2 partijen, was ik niet totaal onvoorbereid voor deze nieuwe opening. De varianten die op het bord waren gekomen, had ik wel degelijk vooraf ingestudeerd aan de hand van chesspositiontrainer en de methode die ik uitlegde in deel 3 enkele maanden geleden. Desalniettemin kon ik tijdens de partijen die kennis niet reproduceren.

Dit is dus iets totaal anders dan een oude analyse die ik vergeten ben. Hier spreken we over het vergeten van relatief korte varianten die ik slechts enkele dagen eerder nog meermaals (tot zelfs 10 keer) had ingestudeerd. Behoor ik tot de jonge dementen en moet ik mij er bij neerleggen dat openingen studeren voor mij een hopeloze zaak is geworden? Ik voel het niet zo aan en ik vermoed ook dat de waarheid elders ligt.

Vooreerst is de variantenboom die ik als cruciaal beschouw van de Leningrader in korte tijd gegroeid tot een serieuze kanjer. Onderstaand overzicht toont de verdeling in complexiteit van mijn huidig zwartrepertoire en daarop zie je duidelijk dat de Leningrader de grootste slokop is.
Met net geen 400 zetten voor de Leningrader kan je jezelf afvragen of ik niet overdrijf en het mezelf niet nodeloos moeilijk maak. Een andere speler die ook de Leningrader af en toe speelt, vertelde mij dat hij zonder veel kennis toch succesvol ermee is. Echter hij speelt uitsluitend tegen spelers die minder dan 2000 elo hebben en dat is toch een totaal ander soort schaken. Dit zien we trouwens ook in de 2 partijen die ik in dit artikel eerder toonde. Bovendien vind ik 400 zetten helemaal nog niet veel als je dat vergelijkt met bv. het boek van Adrien Demuth die op zich al 400 pagina's beslaat. Met 1 (halve) zet per pagina besef je dat je slechts het topje van de ijsberg leert.

Daarnaast denk ik ook dat ik op de verkeerde wijze gewerkt heb met chesspositiontrainer. In onderstaande scherm zie je dat er 3 opties zijn om stellingen te studeren: systematisch, random of fotografisch. Ik koos voor systematisch maar dit was duidelijk een verkeerde keuze voor mij met deze opening.
Foto training is gewoon kijken naar zetten. Misschien werkt dit voor mensen met een fotografisch geheugen maar dat is niets voor mij. Reeds op school moest ik hard werken om woordjes Frans/ Engels ... in te studeren. Dit lukt enkel bij mij door veelvuldig herhalen en het actief neerschrijven van de afgedekte nieuwe woorden. Willekeurig had oorspronkelijk mijn voorkeur maar bij chesspositiontrainer is willekeurig echt wel willekeurig. Zo kan je makkelijk de ene variant 10 keer op het scherm krijgen en de andere slechts 1 keer. 400 zetten op die wijze instuderen, duurt een eeuwigheid zonder maar te spreken dat het vaak tijdsverlies is om 10 keer een variant opnieuw te moeten beantwoorden die je al van de eerste keer correct had.

Met systematisch krijg je alles exact 1 keer voorgeschoteld (tenzij je het verkeerd hebt want dan wordt het herhaald). Dit lijkt het beste maar er is 1 groot nadeel aan deze methode. De varianten/ zetten die op het scherm worden getoond, gebeuren steeds in exact dezelfde volgorde. Na een tijdje keek ik zelfs niet meer naar wat er exact op het bord stond want ik wist dat de ene zet na de andere moest komen. Ik misleidde mezelf dus tijdens het studeren. Ik dacht dat ik de opening had gestudeerd maar ik had in werkelijkheid een lange reeks zetten geleerd en dat brak mij zuur op in de bovenstaande partijen. Ik slaagde er niet in om ergens midden in de zettenreeks terug in te pikken ook al omdat er geen informatie was over waar ik precies zat in die zettenreeks.

Hieruit zijn een aantal belangrijke lessen te trekken te beginnen met de methode van studeren. Randomness (willekeurigheid) is noodzakelijk om in de oefeningen te steken. Ik heb de ontwikkelaar van chesspositiontrainer hierover gemaild of er misschien een update met verbetering van het programma mogelijk zou zijn. Het zou zeer interessant zijn wanneer de willekeurige selectie rekening kan houden met de reeds goed opgeloste varianten.

Een snelle tussenoplossing zou het opsplitsen kunnen betekenen van een opening bestaande uit 400 zetten in kleinere stukjes zodat we met de willekeurige selectie toch minder vaak dezelfde stellingen terugzien. Dit heeft wel als nadeel dat er minder gemixt kan worden en dat je meer tijd verliest met het switchen tussen de blokken.

Tenslotte is het ook zo dat ik misschien sowieso niet kan verwachten dat ik (als amateurschaker) onmiddellijk zo een grote hoeveelheid concrete zetten perfect van buiten kan kennen. Het is wellicht ook 1 van de belangrijkste redenen waarom (top-) spelers zelden de Leningrader wensen te spelen. Enkel als je op voorhand weet welke variant wit zeer waarschijnlijk zal spelen dan is een gokje ermee aantrekkelijk. Een andere speelbare optie werd opgegeven in het artikel ideeen deel 2. Je kiest een zijlijn als verrassingswapen maar dan zijn we echt wel op korte termijn aan het kijken terwijl ik toch verkies om iets lange tijd (meerdere malen) te kunnen spelen.

Brabo

zondag 4 oktober 2020

Het thuisvoordeel

Schakers die musiceren en muzikanten die schaken, er zijn er heel veel. Zelf schreef ik 2 jaar geleden in mijn artikel jubileum over hoe ook ik eerst vooral muzikant was en pas als volwassene de switch maakte naar uitsluitend schaken. Een andere misschien minder bekende maar minstens even populaire combinatie is voetbal en schaken. Hierbij speelt onze huidige wereldkampioen schaken Magnus Carlsen uiteraard een belangrijke rol. Niet alleen is Magnus een begenadigd voetballer maar daarnaast is hij ook een grote fan van Real Madrid. In dezelfde adem moet ik dan ook zijn voormalige trainer Simen Agdestein vermelden die zowel in het schaken als in het voetbal ooit voor de nationale Noorse ploeg speelde.

Ook bij onze Belgische jeugdschakers zijn er heel veel voetballers die dus naast het schaken ook competitiewedstrijden voor hun voetbalclub spelen. Die voetbalmicrobe wordt trouwens ook op jeugdschaaktornooien doorgegeven. Zo herinner ik mij een leuke anekdote toen we terugkeerden van een schaaktornooi waaraan Hugo had deelgenomen. In de auto vroeg ik aan hem of hij het leuk had gevonden. 'Ja', zei hij enthousiast, 'ik heb 2 goals gemaakt'. De schaakresultaten waren voor hem duidelijk minder belangrijk dan de fun die hij had gehad bij het voetballen wanneer er gewacht moest worden tussen de partijen.

Ik was bijgevolg dan ook niet verrast toen Hugo steeds meer aandrong om een stap verder te zetten met het voetballen. Ik hield de boot aanvankelijk af maar op een bepaald ogenblik besefte ik dat als hij echt dolgraag wilt voetballen dat ik dit als goede ouder moet ondersteunen. Bovendien was er recent ook veel tijd vrijgekomen daar we gestopt waren met schaaklessen zie kinderen leren schaken deel 4. Dus ging ik een paar maanden geleden op zoek naar een voetbalclub voor hem maar dit bleek niet eenvoudig. De meeste voetbalclubs staan niet te springen om een 11 jarige onervaren jongen op te nemen. Het is niet zo als bij het schaken dat meedoen in het voetbal belangrijker is dan winnen. Als je pas op 11 jaar begint met voetballen in een club dan sta je al 5 jaar intensief trainen achter op de meeste andere spelers en dat betekent dat je geruime tijd niet het team/ de club kunt helpen in de competities.

Ik moest Hugo dan ook lange tijd teleurstellen tot vorige week ik plots een berichtje kreeg van een voetbalclub in de buurt dat Hugo mocht meetrainen. Men kampt er met veel afzeggingen en een extra speler zou in de toekomst meer dan waarschijnlijk van pas komen. Hugo was superblij maar dit betekende wel dat we dringend de nodige schoenen, scheenlappen, truitje,... nog moesten aankopen. Het was niet goedkoop maar het was de moeite waard toen ik na de eerste training vorige vrijdag hoorde van Hugo dat hij zich super geamuseerd had (en achteraf thuis heel snel als een blok in slaap viel).
Einde eerste voetbaltraining met Hugo helemaal rechts op de foto.

Het is een compleet andere wereld dan het schaken en dat betekent dus dat we in de toekomst veel zullen bijleren. Zo was de befaamde buitenspel-val al onmiddellijk voor Hugo een harde les tijdens de eerste training. Het thuisvoordeel is ook zoiets waarmee hij wellicht later kennis zal maken wanneer hij wedstrijden mag meespelen.

Zo waren er laatst ook heel wat artikels in het nieuws over de invloed van de corona-maatregelen op het thuisvoordeel zie bv. bundesliga bewijst zonder fans is er amper thuisvoordeel of  de vloek van het lege stadion drie redenen waarom thuisvoordeel eerder thuisnadeel is met premier league als uitzondering of belgie lijkt trend bundesliga te volgen geen publiek meer uitzeges. Supporters stuwen de eigen spelers vooruit en arbiters zijn iets milder voor de thuisploeg want vrezen boze reacties van de supporters bij een foute beslissing.

Zoiets hebben we natuurlijk niet tijdens het schaken tenzij in de regels van Floor zie aflevering Fanatiek vanaf 7min 20sec (niet vergeten op te klikken want hilarisch !). Ieder van ons gezin is absolute fan van dit kinderprogramma die terecht al enkele prijzen heeft gewonnen. En toch wil ik het in dit artikel over dit thema eens hebben want er valt zelfs in het schaken iets over te vertellen.

Zo gaf oud-wereldkampioen Viswanathan Anand eens in een interview aan dat het voor hem eerder een nadeel dan een voordeel was om in zijn eigen thuisstad Chennai het wereldkampioenschap in 2013 te spelen. In eigen land kon Magnus Carlsen slechts 2 van de 7 georganiseerde toptornooien winnen ondanks hij steeds de elofavoriet was zie Norway Chess. Ik kan het niet meer exact terugvinden maar ik dacht dat het de Franse topgrootmeester Maxime Vachier-Lagrave was die vorig jaar de Chess-tour in Parijs won door in een hotel te logeren ondanks dat hij op wandelafstand woonde van de tornooizaal. De afleidingen/ verleidingen zijn thuis nu eenmaal veel groter en schaken doe je het best wanneer die er niet zijn.

Een uitzondering die ik opmerk op het thuisnadeel is af en toe bij de arbitrage. Zo herinner ik mij een anekdote uit een Frans tornooi die ik speelde in 2005. Met slechts seconden resterend op de klok claimde mijn tegenstander remise op en de arbiter kende die tot mijn grote verwondering onmiddellijk toe.

Ok het staat uiteraard remise want ik kan hem niet in tempodwang krijgen. Anderzijds moet wit blijven opletten waar hij zijn stukken zet en een fout is snel gebeurd als je niet meer kunt nadenken. Ik vermoed dan ook dat sommige arbiters anders hadden gejureerd. Nu Fransen zijn chauvinisten en als buitenlander moet je niet verwachten dat je het voordeel zult krijgen bij twijfel. Ik ben daarom ook blij dat we vandaag bijna altijd met increment spelen zodat dit soort pijnlijke discussies niet meer voorvallen.

Dit betekent niet dat we van alle conflicten in het schaken verlost zijn. Zo kwam mijn zoon Hugo al wenend de hotelkamer binnen na de laatste ronde in Open Praag. Ook hier speelde de arbiter een cruciale rol waarbij het thuisvoordeel duidelijk was. Hugo sprak geen woord Tsjechisch dus was kansloos en gaf gedegouteerd enkele zetten later op.

Hugo's tegenstander was slechts 9 jaar oud dus dan begrijp ik wel dat een j'adoube fout kan lopen maar dat betekent nog niet dat je daarom de fout door de vingers kunt zien. Dat deed de arbiter m.i. duidelijk wel door de jonge lokale held volledig in bescherming te nemen. Achteraf werd ik zelfs niet meer in de buurt toegelaten van de speler/ ouder om verhaal te halen. Het is ook compleet absurd om je koning zogezegd recht te zetten als een zet daarmee prompt mat in 1 zou zijn.

Het is een pijnlijke les die Hugo de eerste prijs van de -12 kostte en misschien hem ook voor een stuk nog meer naar het voetballen geduwd heeft. Anderzijds vermoed ik dat gelijkaardige zaken ook zullen gebeuren in het voetbal. In het buitenland/ bij uitwedstrijden, zorg je er beter voor dat het resultaat niet afhangt van een arbitrage. Speel gewoon beter want het heeft geen enkele zin om achteraf te protesteren.

Dit wil niet zeggen dat alle arbiters zo zijn. Er zijn er best ook die heel neutraal kunnen arbitreren. Zo vernam ik uit 2de hand een anekdote over onze enige Belgische internationaal scheidsrechter Geert Bailleul. Niet voor niets heeft hij deze status verworven. Zo liet hij in zijn Brugge prompt de zitplaatsen omdraaien net voor het aanvangsuur van de interclub wanneer bleek dat enkel de uitploegen met hun gezicht in de volle zon zouden moeten spelen. Thuisploegen weten ondertussen dat ze geen cadeaus moeten verwachten.

Brabo

vrijdag 25 september 2020

Regressietesten

Ongeveer 20 jaar was ik al aan het schaken toen ik eindelijk werk begon te maken van mijn openingsrepertoire. Ik heb mij achteraf regelmatig afgevraagd waarom ik uberhaupt zo lang daarmee gewacht heb. Ik ben niet alleen veel te lang slechte openingen blijven spelen (en doe ik wellicht nog altijd voor een stuk met het Hollands) maar meestal wist ik totaal niet waarmee ik bezig was in de opening. Ik hoop nog vele jaren te kunnen schaken maar die 20 jaren die wellicht mijn beste waren, krijg ik niet meer terug.

20 jaar of langer geleden zei ook niemand dat je openingen moet studeren. De Gentse FM Gunter Deleyn vertelde mij net voor de lockdown dit jaar zelfs dat het in zijn jonge jaren totaal ongehoord was om openingsboeken te raadplegen. Dit werd bekeken als pure doping en een kaakslag voor het schaakspel die een zuivere intellectuele strijd tussen 2 mensen moest zijn. De tijdsgeest is duidelijk veranderd. Vandaag lees ik dan ook steeds vaker dat coaches zelfs al vrij vroeg ook aandacht schenken aan openingen.

Dus pas rond 2013 begon ik eindelijk openingen serieus te bestuderen. Ik vermoed dat het een mix van factoren moet geweest zijn die mij overtuigd heeft om ermee te starten. Vooreerst waren mijn openingsdebacles beschreven in een artikel van 2012: een uitgebreid zwartrepertoire een openbaring voor mij. Ik realiseerde dat ik nergens stond met mijn repertoire. Ja ik had uiteraard ook vroeger al eens gekeken naar openingen maar dat volstond duidelijk niet om goed door de opening te komen tegen een meester. Bovendien dwongen de snelle technologische ontwikkelingen mij ook tot actie indien ik niet snel wou afglijden op de ladder. Steeds meer van mijn partijen verschenen in de databases en de steeds sterkere engines toonden vaak haarfijn aan waar mijn openingen tekort schoten.

In 2016 schreef ik op deze blog voor het eerst over die verandering in mijn aanpak van openingen zie openingen studeren deel 2. Toen had ik het vooral over de methode zelf en hoe traag het ging om op die wijze mijn repertoire aan te pakken. Vandaag 4 jaar later gebruik ik nog steeds dezelfde aanpak en sta ik uiteraard een pak verder. In 2016 had ik ongeveer 100 openingen in detail bekeken. Vandaag zijn dit er reeds meer dan 300 (de definitie van een opening blijft voor mij een stelling waarvan er ongeveer 100 partijen in de megadatabase staan waarbij 1 van beide spelers minstens 2300 fide-elo heeft).

Ik weet niet hoeveel openingen ik uiteindelijk moet bekijken vooraleer ik mijn hele repertoire behandeld heb. Ik vermoed dat je dit wel zou kunnen uitrekenen aan de hand van een script die je eigen repertoire koppelt aan een megadatabase maar ik weet al op voorhand dat het resultaat mij niet zou plezieren. Ik ben er vrij zeker van dan ik nog niet eens halfweg ben. Echter dit betekent niet dat ik vandaag al geen vruchten kan plukken van het geleverde werk. Mijn database van +300 in detail geanalyseerde openingen is een oase aan killernieuwtjes en ideeën. Dit komt zeer geregeld van pas in mijn partijen en dan spreek ik niet alleen over het weerleggen van varianten maar ook het verrassen van mijn tegenstanders.

Daarnaast heeft de studie ook geleid tot talloze aanpassingen aan mijn repertoire zelf. Vele varianten verdwenen uit mijn repertoire en werden vervangen door (hopelijk) betere. De trouwe lezer herinnert zich wellicht nog deel 1 en deel 2 van Hollandse stappen in de Engelse opening. Daarbij zijn het niet enkel oude maar ook recente openingen uit mijn repertoire die op de schop gaan. Van de +300 in detail geanalyseerde openingen die ik tussen 2013 en 2020 maakte, zijn er ondertussen al 60 weggegooid. Dus al de gemaakte analyses die daaraan gekoppeld zijn, zijn uiteindelijk ook waardeloos geworden.

Dit vond ik toch zonde en daarom doe ik sinds een paar jaar ook regressietesten. Oude (weerlegde) openingen bekijk ik nu soms opnieuw met nieuwere en veel krachtigere beschikbare hardware en software. Ik kijk ook of er met die openingen recent toppartijen zijn gespeeld, die de evaluatie zouden kunnen veranderen. Ik noem het regressietesten omdat de terminologie bekend is uit de software-wereld. Wanneer nieuwe software wordt toegevoegd aan oude software (bijvoorbeeld bij een nieuwe release) dan is het belangrijk dat de programmeur checkt dat de oude software nog werkt. Niet zelden zorgt de nieuwe software voor onverwachte neveneffecten op de oude software waardoor bepaalde oude functies niet meer werken naar behoren. Het opnieuw testen van de oude software wordt in het jargon van de programmeurs regressietesten genoemd.

Ondertussen doe ik zo al een jaar of 4 regressietesten dus analyseren van mijn oude (weerlegde) openingen in de hoop van ze terug leven in te blazen. Bovendien tussen 2 speelbare openingen (oude en nieuwe) kunnen kiezen, is altijd een pluspunt in standaard-schaken. Echter de resultaten vallen tot nu toe erg tegen want ik heb hiermee nog geen enkele opening kunnen reanimeren. Af en toe is er wel eens een subvariant die iets minder slecht blijkt te zijn dan oorspronkelijk gedacht maar van een echte ommekeer is nooit sprake. Een mooi voorbeeldje hiervan zijn mijn recente regressie-testen van de opening 1.d4 f5 2.Lf4.

Online zie ik dat de opening enorm aan populariteit aan het winnen is. Volgens mijn database heb ik het ondertussen al in meer dan 500 blitzpartijtjes ontmoet. Ik was dan bijgevolg ook nieuwsgierig wat het nieuwe boek van de Servische grootmeester Nikola SedlakPlaying the Stonewall Dutch hierover zou vertellen.

Slechts 1 pagina over deze variant kon ik terugvinden en dat is een teleurstelling. Dit staat in schril contrast met de 38 pagina's !! in het boeThe Modernized Dutch Defense die ik al eerder in mijn artikel chess position trainer deel 3 aankondigde. Mijns inziens zijn de 38 pagina's zeker terecht en dus onderschat Nikola deze variant enorm.

Voor een ruimere beoordeling van Nikola's boek verwijs ik naar de commentaar die ik al schreef op chesspub. Dit artikel gaat dan ook over regressietesten en anders maak ik een te grote digressie.

Dus ik keer terug naar waarom de regressietesten weinig of geen resultaten opleveren voor mij. Meer dan waarschijnlijk moeten we dit linken aan de ouderdom van mijn analyses die gemiddeld slechts 5 jaar geleden zijn gemaakt. In 2016 schreef ik in mijn artikel vooruitgang van schaakprogramma's deel 2 dat het sterkste schaakprogramma de voorbije jaren gemiddeld 55 elo per jaar verbeterde zonder rekening te houden met de hardware. Met de opkomst van de neurale netwerken is die trend absoluut niet afgevlakt, eerder integendeel. M.a.w. op 5 jaar tijd is de kwaliteit van mijn analyses met minstens 200 elo en wellicht een pak meer verbeterd.

Desalniettemin leidt deze duidelijke boost aan sterkte dus zelden (zeg nooit nooit) tot het weerleggen van mijn oude weerleggingen. Ik heb hiervoor geen sluitende verklaring maar wel een theorie gebaseerd op het dagelijks werken met de sterkste schaakprogramma's. Vooreerst 5 jaren geleden waren engines al ongelooflijk sterk (veel sterker dan onze huidige wereldkampioen Carlsen) waardoor de kwaliteit van die analyses al erg goed was (dit is een enorm verschil t.o.v. bijvoorbeeld analyses gemaakt in het pre-computertijdperk). Als een engine 5 jaar geleden ontdekte dat iets niet werkte dan stel ik vandaag vast dat nieuwe programma's dit niet meer kunnen rechtzetten. 

De toegenomen sterkte van de nieuwe schaakprogramma's zit dan ook vooral in het vinden van nieuwe complexere weerleggingen in stellingen waarvan vroeger werd gedacht dat ze ok waren. Dit is ook de reden waarom ik vorig jaar schreef in mijn artikel computers worden autonoom deel 2 dat veel dubieuze openingen vandaag onder druk staan. Steeds meer openingen/ varianten worden theoretisch gesloten en die deuren gaan niet meer open.

Ik wil ook nog even meegeven dat dit geen reden is om pessimistisch te zijn over het schaken. De computer mag dan wel veel deuren gesloten hebben maar het heeft tezelfdertijd ook talloze nieuwe deuren geopend. Ik vind dagelijks nieuwe en prachtige varianten. Het is dus vooral een kwestie van durven los te laten en bereid te zijn om je repertoire aan te passen wanneer je ziet dat een opening niet meer werkt.

Brabo