zaterdag 8 december 2018

Byes

Vorige interclubronde heb ik voor het eerst in mijn schaakcarrière een forfait gegeven. Het is te zeggen mijn zoon heeft forfait gegeven omdat ik er niet in slaagde om hem op tijd aan zijn bord te plaatsen. Het is dit jaar ook een gedoe voor ons in de Belgische interclub. Ik speel voor Deurne en mijn zoon voor Mechelen. Vorig jaar speelde Mechelen elke interclubronde de helft thuis en de helft uit waardoor het mogelijk was om Hugo steeds thuis te laten spelen mits schuiven tussen de ploegen. Echter dit jaar heeft Mechelen gekozen om samen uit en samen thuis te spelen. Dit betekent dus voor het eerst "verre" uitwedstrijden voor Hugo.

46km van Kontich naar Turnhout is moeilijk ver te noemen maar op zondag met het openbaar vervoer ben je toch 1u 40m enkele richting onderweg. Daarbij komt nog dat het geen optie is om een 9 jarige dit traject alleen te laten doen waardoor mama en zus mee moeten om hem te begeleiden. Mijn echtgenote rijdt niet met de auto dus het openbaar vervoer is voor hen de enige optie. Tenslotte kan je jezelf zeker de vraag stellen of dit niet een beetje overdreven ijver is voor een partijtje te kunnen spelen tegen iemand die nog geen 1300 elo heeft.

Toen uiteindelijk bleek dat de vertrektrein afgeschaft was en de volgende ten vroegste over meer dan een uur zou komen, besliste ik telefonisch om forfait te geven voor mijn zoon. Er was een grens bereikt voor mij. Ik wist op voorhand dat het treinverkeer de laatste tijd bijzonder onbetrouwbaar was maar liet mij overhalen om toch Hugo te laten meespelen. Dit doe ik niet meer. Niemand is er gebaat mee en ik schreef zelf nog 6 jaar geleden op deze blog hoe verfoeilijk ik forfaits persoonlijk vind (zie forfaits in de interclub).

Afspraken dien je na te komen, heb ik altijd bijzonder belangrijk gevonden. Hierin ben ik de laatste jaren wel flexibeler in geworden omdat ik tegenwoordig veel meer afhankelijk ben geworden van factoren die ik niet kan controleren zoals gezin, werk,... Dus vandaag gebeurt het wel eens dat ik afspraken maak waarvan ik op voorhand weet dat ze mogelijks zullen worden afgezegd. Ik wil het niet goedpraten maar het is gewoon de keuze die ik maak om mijn tijd optimaal te kunnen gebruiken. Trouwens ik zie rondom mij dat de meeste mensen op een gelijkaardige wijze hun zaakjes regelen. Het ligt ook helemaal in het verlengde van wat ik schreef in mijn vorig artikel over het toenemende individualisme.

Tornooi-organisatoren hebben ondertussen ook begrepen dat je hiermee rekening moet houden indien je de trend van dalende deelnemersaantallen wilt doen kenteren. Vandaag haken zeker een groot aantal potentiële deelnemers af wanneer je iedereen verplicht om elke ronde mee te spelen. We zien daarom meer en meer tornooien speciale reglementen toevoegen over het nemen van vrijwillige forfaits/byes. Spelers mogen mits aankondiging vooraf, kiezen om 1 of meerdere ronden niet mee te spelen. Dit laat de wedstrijdleiding toe om de bye-nemers tijdig uit de paringen te verwijderen zodat er geen overlast gecreëerd wordt voor de spelers die wel wensen te spelen.

Sommige organisatoren gaan nog een stap verder met hun tornooi aantrekkelijker te maken door ook halve punten toe te kennen voor de niet-gespeelde ronden. De voordelen hiervan zijn minder schommelingen in de paringen dus meer interessante wedstrijden voor iedereen en je hoeft competitief nauwelijks of niets in te leveren als bye-nemer. Vooral dit laatste was vroeger wel vaker een drempel om toch niet mee te spelen daar een bye nemen toen te vaak betekende een oninteressant tornooi spelen.

Amateurs maar ook professionals maken massaal gebruik van deze bye-opties. Vroeger had je wel vaker dat je moest kiezen tussen 2 tornooien omdat ze overlapten. Vandaag speel je ze gewoon allebei want de eerste ronde(n) missen maakt weinig of niets uit voor het eindresultaat. Een ultiem staaltje van Zwitsers gambiet zagen we de voorbije zomer op de Brugse meestersDe Spaanse grootmeester Oleg Korneev speelde de eerste 2 ronden niet mee maar won alsnog het tornooi. Hij verraste vriend en vijand door slechts 7 op de 9 ronden te spelen en op tiebrake tornooiwinnaar te worden uitgeroepen dankzij onderlinge partij gewonnen van de co-winnaar.
Knappe partij van Oleg zonder twijfel maar achteraf vroegen ik en vele anderen zich af of het tiebrake-systeem misschien niet moest worden aangepast. Kan je uberhaupt wel zeggen dat iemand die minder partijen gespeeld heeft, meer recht heeft op de tornooi-overwinning? Natuurlijk de scheidings-regels waren vooraf voor iedereen duidelijk maar passen we die niet beter aan in een volgende editie?

Trouwens door minder te moeten spelen, ben je ook scherper in de resterende partijen. Ik betwijfel of dit het geval was voor Oleg maar in de voorbije Ilse of Man zagen we veel spelers een bye nemen tijdens het tornooi. 19 spelers van de eerste 100 spelers die de laatste ronde meespeelden maakten er gebruik van. Echter nog opmerkelijker is dat de 3 eerste van het klassement: de Poolse topgrootmeester Radoslaw Wojtaszekde Azerbeijaanse topgrootmeester Arkadij Naiditsch en oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik allemaal een bye hebben genomen. Hieronder een cruciale partij die de tornooiwinnaar Radoslaw won tegen de topgrootmeester Michael Adams in ronde 8.
Als het tornooi in hetzelfde formaat blijft bestaan dan zou het best kunnen dat we volgend jaar nog veel meer byes zullen zien. De winnaars laten in elk geval vermoedelijk onopzettelijk uitschijnen dat het meer loont om niet dan wel alle ronden mee te spelen.

Pervers natuurlijk want een tornooi organiseer je net omdat er geschaakt zou worden. Ik denk dan ook dat het systeem van byes eens herbekeken moet worden. Misschien moet het prijzengeld aangepast worden in functie van het aantal ronden gepaard of tenminste moet er worden voor gezorgd dat spelers die alle ronden hebben meegespeeld zeker bevoordeeld worden in het scheidingssysteem t.o.v. spelers die ronden met opzet gemist hebben.

Het prijzengeld in de voorbije Open Leuven wordt gedeeld bij gelijke stand dus erg belangrijk is het scheidingssysteem er niet. Echter het valt wel op dat een scheidingssysteem op basis van tornooiprestatie zeker discutabel is wanneer voor byes halve punten worden gegeven. Ik nam voor het eerst in mijn schaakcarrière 2 byes omdat het open tornooi van Le Touquet overlapte. Ik had slechts 19 standaard-partijen gespeeld in 2018 dus bijzonder weinig en Leuven was voor mij de laatste kans om daar nog iets aan te doen. Zo kwam het dat ik vrijdag 2 november 's middags nog de laatste partij van mijn zoon in Le Touquet aan het volgen was en dezelfde dag 's avonds in Open Leuven aan het bord verscheen voor de 3de ronde. Met slechts 1/2 kreeg ik  als tegenstander de 82 jarige Belg Karl De Smet die zijn huid duur verkocht. Tegen het einde van de partij voelde ik mij erg vermoeid maar slaagde ik er toch in om mijn elo-overwicht te laten gelden.
De volgende 2 ronden won ik ook en plots stond ik in ronde 6 mee aan de leiding. Sommige spelers vroegen mij daarom al lachend of ik een Korneevke zou uitvoeren dus in navolging van Oleg Korneev op de Brugse Meesters maar zover kwam het uiteindelijk niet. In ronde 6 werd ik verslagen in een goed gespeelde partij door de Zweedse grootmeester Ralf Akesson en tevens latere tornooiwinnaar. Echter met een overwinning in ronde 7 slaagde ik er toch nog in om de -2300 elo-prijs (100 euro) te winnen. In de eindrangschikking kwam ik uiteindelijk op basis van TPR nog voor de andere spelers met gelijke punten te staan die geen byes hadden genomen. TPR wordt berekend op basis van procentuele score en gemiddelde elo-tegenstand. Procentueel doe ik uiteraard veel beter door 2 ronden niet te hebben gespeeld en de tegenstanders in de eerste ronden trekken ook vaak erg het elogemiddelde omlaag.

Dat we byes toestaan in open tornooien om meer deelnemers aan te trekken, stel ik niet in twijfel. Echter de slinger is te ver doorgeslagen in het voordeel van de bye-nemers. De brave deelnemers die wel alles meespelen, mogen niet benadeeld worden. Een goed georganiseerd tornooi zorgt ook voor een eerlijke verdeling van de prijzen aan de eindmeet. Ik heb een paar voorstellen gemaakt maar een slimmerd zal wellicht nog beters kunnen vinden.

Brabo

dinsdag 4 december 2018

5. George(s) "Kolty" Koltanowski

5. George(s) "Kolty" Koltanowski

(17 september 1903, Antwerpen – 5 februari 2000, San Francisco)


George(s)[1] Koltanowski heeft een naam als een klok, niet enkel voor de Belgische schaakwereld (hij was de grote concurrent van Colle in het begin van de 20ste eeuw), maar ook in Amerika, waar hij de tweede helft van zijn leven doorbracht als ambassadeur en een groot promotor van het schaakspel was. Net dat feit, dat hij al voor WOII België had verlaten, doet hem stranden op een vijfde plaats in mijn lijst van “Grootste Schaakbelgen”. Terecht? Misschien is hij wel de nummer vier, en niet Luc Winants, maar dat laat ik in het midden. Chessmetrics geeft Kolty bijvoorbeeld 2638, tegenover 2593 voor Winants – maar speelsterkte of aantal titels alleen was geen criterium in deze lijst – impact op het Belgische schaakleven wel.

In 1914 ontvluchtten de Koltanowski’s Antwerpen voor de Duitse invasie. Ze wandelden meer dan 12 uren om in het neutrale Nederland te geraken. Kort daarna reisden ze verder naar Engeland. Hier kreeg de kleine Georges een bloedvergiftiging en zijn beide benen werden aangetast. Een operatie redde zijn benen, maar verzwakt, moest hij twee jaar in bed blijven. Van die tijd maakte hij gebruik om zijn geheugen te trainen.

Maar het was pas na de oorlog, in 1919, dat zijn vader hem leerde schaken. Georges – die opgeleid was tot diamantslijper – vond niet meteen werk en besloot van zijn talent zijn werk te maken en blindvoorstellingen te geven. In 1921 hoorde hij van een Servisch student, die in Gent twee partijen blindsimultaan kon spelen. Hij ging kijken, speelde een partij in zo’n simultaan remise en kreeg na afloop nog wat tips van de Serviër om de borden uit elkaar te houden.

Ondertussen was hij al een behoorlijk bordspeler geworden – top van België. In het eerste congres van de Fédération Belge des Echecs (FBE), in Brussel eind 1921, speelde hij – amper 18 – een goede vierde plaats bijeen, achter Borochowitz, Colle en Horowitz. In het tweede FBE-congres, in Antwerpen 1922, werd hij tweede achter Colle. Derde keer, goede keer, en in Gent 1923 was het inderdaad raak: kampioen met 5/6, voor Colle, die Sapira naast zich moest dulden (beiden 4/7).

Ook was hij redacteur geworden van de schaakrubriek in het dagblad “De Schelde”, waarin hij focuste op het lokale schaaknieuws en de internationale actualiteit, voor zover dergelijk nieuws doordrong tot in onze contreien.

In 1924 moest Kolty naar het leger. Hij probeerde nog mee te doen aan het NK, maar na drie dagen werd zijn verlof niet verlengd, en moest hij afhaken. Meteen lag de weg open voor Colle om de titel te grijpen. Gelukkig was dat geen beletsel om Kolty te selecteren voor het FIDE-tornooi in Parijs. Daar hield de Hongaar Vajda hem uit de finalegroep – Colle bereikte wel de finale, en streed in de laatste ronde nog om het goud met Matisons. Maar het Belgische team, aangevuld met Lancel en Jonet, werd wel eervol negende.

In datzelfde 1924 – een druk jaar – maakte hij zijn internationaal debuut in Merano. In 1925 speelde hij een match voor de Belgische titel tegen Colle, die gedurende enkele jaren zijn grote lokale rivaal zou worden – hij verloor de match met 5,5-1,5. Colle won zijn witpartijen en hield zijn zwartpartijen remise. Een dergelijke match in 1927 was ook gepland, maar die heeft nooit plaats gehad. De titel werd dat jaar niet toegekend… In 1928 werd hij weer tweede achter Colle in het FBE-kampioenschap.

Zijn beste periode lag in de 30’er jaren. Hij won het FBE-kampioenschap in Verviers in september 1930, voor Engelmann, Limbos, Ernst en Barzin. Hij won het tornooi van Antwerpen in 1932 en twee keer een klein tornooi in Barcelona (in 1934 en 1935). In 1934, in de periode wanneer Aljechin en Koltanowsky met elkaar streden om het wereldrecord blindsimultaan, werkten ze ook eens samen: in Antwerpen speelden ze alternerend (en blind) tegen zes borden, bezet door sterke spelers van verschillende clubs die mochten overleggen. Het duo haalde drie winstpartijen binnen, twee werden remise, en één ging verloren. Zonder twijfel een unieke prestatie van de twee heren.

Chess Review (augustus 1934) vermeldt nog het tornooi in Sitges, vlakbij Barcelona, (mei 1934), dat Lilienthal met 10,5/13 won voor Rey Ardid (10) en het duo Koltanowski & Tartakover (9,5) en Spielmann (9). De top vijf stak duidelijk boven de 9 andere deelnemers uit (Koltanowski haalt 8/8 tegen de acht laagst geklasseerden, waaronder… een 21-jarige Lodewijk Prins). Zijn partij tegen Catala (winst in 22 zetten) toonde duidelijk het klasseverschil aan tussen de buitenlanders en de Spanjaarden.

In Hastings 1935-36 speelde hij goed. Fine wint voor Flohr en Tartakover, maar Georges behaalt een mooie vierde plaats, een halfje achter Tartakover, maar 1,5 punten voor de nummer vijf Alexander (en de resterende Britten). In 1936 wint hij het FBE-kampioenschap voor Dunkelblum en Perlmutter en behaalt zo zijn derde titel. Eigenlijk geen nationale titel, want die is voor O’Kelly - en de “internationale Belgische titel” is voor Paul Devos – het zijn verwarrende tijden…
In Hastings 1936-37 was zijn resultaat niet zo best, maar het deelnemersveld was dan ook heel sterk: Aljechin won voor Fine, Eliskases Vidmar en Feigins. In Oostende 1937 speelde hij een redelijk goede 50% bij elkaar in een sterk deelnemersveld. Hij won van Grob, die in dat tornooi boven zichzelf uitsteeg, en Reynolds, maar verloor van Fine en Landau.
In 1937 speelde hij een vrij partijtje tegen O’Hanlon, die ooit van Colle een beroemde partij verloor. Koltanowski gebruikte in zijn partij ook de Colle-opening en ook hij versloeg O’Hanlon… met een loperoffer op h7!

In 1938 zag Koltanowski blijkbaar de bui hangen en emigreerde hij naar Zuid-Amerika. Daar trok hij langzaam noordwaarts richting Noord-Amerika. Wanneer WOII effectief uitbreekt (en zowat de hele schaakwereld in Buenos Aires zit), is hij op dat ogenblik op schaaktournee in Guatemala. In 1940 ziet de Amerikaanse ambassadeur hem een simultaan geven in Havana en kent hem een visum toe. Vermoedelijk was dat net voor of na het tornooi dat in januari in Havana werd gehouden. Kashdan won dit tornooi met 7,5/9, gevolgd door Koltanowski (6,5) en dan nog acht Cubanen, aangevoerd door Planas (6) en Aleman (5,5).

Op het einde van WOII maakte hij tenslotte de grote sprong: hij emigreerde naar zijn nieuwe vaderland, de USA. In 1944 leerde hij zijn vrouw Leah kennen – ze zouden onafscheidelijk blijven tot zijn dood. Het koppel verhuisde naar San Francisco in 1947 en hij vond daar een bijverdienste als schaakcroniceur voor de San Francisco Cronicle. 

In Pittsburg 1946 meldde hij zich aan voor de US Open. Hij haalde 5,5/8 (15de), maar nam niet deel aan de finalegroep (hij zou terecht gekomen zijn in de tweede groep). De enige twee officiële partijen die hij na Pittsburgh nog speelde, waren twee partijen in de olympiaden voor de USA: twee remises, één tegen Alexander Kotov en één tegen Tibor Florian. In Amerika ontpopte hij zich daarom maar tot een geweldig promotor van het schaakspel, in al zijn aspecten. Hij gaf overal simultaans en blindvoorstellingen (zowel blindsimultaans als voorstellingen waarin de paardensprong een rol speelde – zo kon hij een paard op drie aanpalende borden laten rondspringen, waarbij hij alle velden éénmaal aandeed). In 1947 startte hij een maandelijks Californisch schaaktijdschrift (California Chess News), maar hij hield dat maar twee jaar vol. Nog in 1947 was hij de eerste om het Zwitsers systeem te gebruiken voor de US Open. Hij zou de US Open blijven leiden tot diep in de 70’er jaren.
In 1960 werd hij internationaal arbiter. Zijn eigen (sterke) schaakfederatie zette zich af tegen het elo-systeem van de USCF, maar moest uiteindelijk toch bakzeil halen. Hij werd later benoemd tot “Dean of American Chess”, een eretitel, die hem ter opvolging van Herman Helms werd toegekend op basis van verdienste voor het Amerikaanse schaakleven. In 1974 werd hij verkozen tot president van de USCF, een termijn van drie jaar (1975-78). In 1986 werd hij als één der eersten verkozen tot de Hall of Fame van de USCF – opmerkelijk: Fischer werd pas in 2001 tot deze erelijst toegelaten.

Koltanowski behoort met Evans en Aljechin tot een kransje schakers die een goed verhaal verkozen boven de waarheid of fact-checking. Niettemin zorgden zijn ontelbare activiteiten en schrijfsels voor een grote popularisering van het schaken in Amerika. Edward Winter geeft een hele opsomming van zijn verzinsels op zijn website.

Qua openingen speelde Koltanowski natuurlijk de Colle-opening, misschien niet in de eerste plaats om zijn landgenoot te eren, maar vooral omdat het een opening die zeer geschikt is om miniatuurtjes mee te winnen tegen zwakkere tegenstanders. Maar hij durfde naast 1.d4 ook 1.e4 bovenhalen en speelde het Pruissisch met beide kleuren (in een match tegen Grob in Zürich in 1953 zelfs driemaal). Met zwart speelde hij het vaakst 1.e4 e5 en Konings-Indisch tegen 1.d4. Zijn ganse repertoire ademde “aanval” uit, ongetwijfeld mee gemodelleerd door het enorme aantal partijen in (blind)simultaans en andere voorstellingen om het schaakspel te promoten. Koltanowski overleed in februari 2000. De San Francisco Chronicle was na 19.000 columns en 52 jaar onafgebroken schaakpublicaties, zijn schaakredacteur kwijt. Het is zeer goed mogelijk dat niemand meer partijen in zijn leven dan Koltanowski heeft gespeeld. De achttalige schaakambassadeur liet geen kinderen na.


[1] Net als bij Colle hebben we het “probleem” van zijn voornaam: George of Georges – ik vermoed dat hij in Europa door het leven ging als Georges, maar later zijn naam veramerikaniseerde tot George.

Bronnen :

HK5000

maandag 26 november 2018

Jong en oud deel 2

Onze maatschappij is de laatste decennia sterk geïndividualiseerd. Dit is zeker geen uitsluitend negatief verhaal. Meer dan ooit hebben we vandaag de vrijheid om te doen wat we zelf willen. De sociale kooi die een halve eeuw geleden ons nog gevangen hield, staat vandaag grotendeels open. De globalisering en de vele nieuwe multi-culturele elementen veranderden onze kijk op soms eeuwenoude normen en gedragsregels.

Natuurlijk doordat we steeds vaker voor onszelf kiezen, ontstaan nieuwe conflictsituaties. Individuele belangen botsen waardoor polarisatie optreedt. Dit zien we tegenwoordig zeer regelmatig bij jong-oud confrontaties waarbij menig heilig huisje gesloopt wordt. Zo herinner ik mij een paar weken geleden de protesten tegen het lawaai van de speelplaats in de basisschool Notre Dame des Champs te Ukkel. De school bestaat al meer dan een eeuw maar dit weerhoudt volwassenen niet om vandaag hun eisen op tafel te leggen. Hetzelfde geldt bij het zwartepietendebat van de laatste jaren waarbij een steeds groeiend aantal volwassenen het eeuwenoud kinderfeest niet meer in zijn origineel kleedje accepteert. Blackface is volgens de Amerikaanse cultuur racistisch en dit komt zoals Halloween, Black Friday,... naar onze streken overgewaaid.

Volwassenen zijn minder verdraagzaam maar de recente jong-oud problematiek wordt ook gecreëerd door de steeds groter wordende vrijheden van het kind zelf. Zelf heb ik nooit als kind gevlogen in een vliegtuig. Op restaurant gaan was uiterst zelden of nooit. Ik was ongeveer 14 jaar toen ik voor het eerst samen met volwassenen een publieke activiteit uitoefende (zie mijn artikel over jubileum waarin ik het had over mijn muziekjaren). Vandaag zien we piepjonge kinderen dit allemaal al veelvuldig doen. Dit creëert automatisch een enorm spanningsveld want sommigen eisen dat de stilte van weleer ook door de kleinsten gerespecteerd wordt. Daarbij komt nog dat de oude harde opvoedingstechnieken die onze (voor-)ouders hanteerden niet meer aanvaard worden. Met Triple P waarvan ik fan ben respecteer je dat een kind als kind zich mag gedragen.

Sommige volwassen leggen zich niet neer bij deze situatie en kiezen daarom voor onorthodoxe oplossingen zoals een uitbater van een brasserie in Nieuwpoort die kinderen onder de 14 jaar niet meer toelaat. Hotels voor enkel volwassenen bestaan al langer maar een eet-establishment op een populaire publieke plaats is weer een stap verder. Kortom we zien een groeiende vraag van volwassenen om hun geliefkoosde activiteiten te kunnen doen zonder kinderen in de buurt en daar gaan sommige handelaars graag op in want commercieel valt er zeker iets mee te verdienen.

Deze tendens bestaat ook in de schaakwereld. Een zeer leuk artikeltje op schaaksite "pestjochies" beschrijft het goed: gelurk aan rietjes, overdreven kinetische energie, pruillippen, zwaar ondergekwoteerd en de meest recente openingstheorie kennend dus aartsgevaarlijk om rating te verliezen, nodeloos doorspelen van een dode remise- of verloren stelling,... Niet verwonderlijk zijn seniortornooien vandaag aan een steile opmars bezig. Onder het mom van speciale kampioenschapen voor senioren kunnen jeugdspelers zonder schroom worden geweigerd. In de meest recente senior-wereldkampioenschappen werd een record-aantal van 580 deelnemers geregistreerd waarin zelfs voor het eerst een professioneel team uit US deelnam en won.

Echter volwassenen die nog niet de leeftijd hebben om in seniortornooien te spelen of liever lokaal spelen, kunnen de jeugdspelers niet vermijden. Sommigen opperen daarom luidop voor een minimum-leeftijd in tornooien met volwassenen. In een commentaar op mijn artikel sneller deel 2 werd uitdrukkelijk gevraag om te jonge spelers te weren en ik weet van gesprekken met andere spelers dat de anonieme schrijver zeker niet alleen staat met deze opinie. In diverse clubs zijn er in het verleden al felle discussies geweest over het al dan niet toelaten van (te jonge) jeugdspelers in competities met volwassenen. Sommige Belgische clubs hebben daarom zelfs besloten om de interne partijen niet meer voor rating te laten meetellen. Daarnaast zien we ook een onwil bij de meeste clubs om hun speeldag voor de interne competitie aan te passen voor de jeugd. Ik heb alle Belgische clubs onder de loep genomen en de relatie tussen speeldag en aantrekking jeugd is heel duidelijk.


We zien dus 3 tot 4 keer meer jonge jeugdspelers deelnemen aan interne kampioenschappen wanneer de speeldag zaterdagmiddag is i.p.v. 's avonds laat. Bovendien zijn de 9 clubs met een speeldag zaterdagmiddag niet verspreid over het land. 7 van de 13 liga's hebben geen club met een kindvriendelijke speeldag waaronder de grootste liga Antwerpen waardoor ik zeer geregeld vragen krijg van andere ouders. Het is de belangrijkste reden waarom ik met mijn zoon ben uitgeweken naar de Nederlandse interclub zie het zenuwblok.

Jonge kinderen laten schaken tussen volwassenen is dus geen evidentie. Echter ik heb ook begrip voor de irritaties bij volwassenen. Ik heb in de voorbije 2 jaren een aantal incidenten gezien waarin mijn zoon verwikkeld was die inderdaad best storend waren voor de andere spelers. Hierbij merkte ik 1 constante op. Als Hugo de enige jeugdspeler was in het tornooi dan was er geen enkel probleem maar van zodra schaakvriendjes hem omringen dan was het koekenbak. In de Brugse meesters 2017 was het met de 2 jaar oudere Nederlandse jongen Nanne Van Foreest die Hugo uitdaagde om tikkertje te spelen in de speelzaal. In Open Maastricht 2018 zag ik dat de arbiter moest ingrijpen toen er te wild met de Akulovs in de speelzaal werd gespeeld. In de voorbije Brugse meesters was er dan weer een klacht van een volwassene omdat Hugo te vaak in de buurt was van de jongste LSV-kinderen. Het verloop/ resultaat van onderstaande partij stond zelfs even ter discussie hierdoor.
Voor mij is het kattenkwaad typisch eigen voor de zeer jeugdige leeftijd. Voor sommigen zal dit het bewijs zijn om de jeugd nog meer te weren uit tornooien met volwassenen. Dit klinkt logisch maar het is gevaarlijk voor de toekomst van het Belgische schaken. Vooreerst is het perfect mogelijk om de kinderen bij te sturen tijdens het tornooi. Kan er iets niet door de beugel dan stap gewoon direct naar de scheidsrechter en de kinderen zullen op vriendelijke wijze worden gevraagd hun gedrag aan te passen zoniet zullen er minder prettige consequenties zijn. Daarnaast denk ik dat we nog steeds in België geen overschot hebben aan schaak-ambities integendeel.

De voorbije Europese jeugkampioenschappen in Riga en wereldkampioenschappen in Santiago de Compostela hebben nogmaals aangetoond dat onze kinderen al heel jong op zeer grote achterstand staan t.o.v. de toppers. Echter misschien nog meer alarmerend is de recente drastische terugloop van het ledenaantal. Ik vergeleek de huidige elolijst met de elolijst die ik 2 jaar eerder hier op deze site publiceerde zie vakantie deel 2.


De cijfers voor de 2 jongste categorieën zijn catastrofaal. 1 lichtpuntje dat ik moet vermelden is dat wellicht heel veel jeugdspelers gekozen hebben voor de nieuwe gratis g-licentie en hierdoor niet meer in de lijst voorkomen. Ik vermoed dat de filosofie hierachter is dat door het gratis te maken, de drempel kleiner wordt om te leren schaken en die schakertjes in eerste instantie toch nog niet deelnemen aan KBSB-tornooien. Ik heb er mijn bedenkingen over. Spelers met een g-licentie hebben geen stemrecht in de KBSB. Daarbij heb ik al proefondervindelijk ondervonden dat gratis meestal leidt tot minder respect. Tenslotte lijkt het mij ook niet uitnodigend om betalend lid te worden als je al bepaalde tornooien kunt meedoen zonder te betalen.

Diverse clubs in en buiten het schaken hebben de voorbije jaren de jeugd geen prioriteit gegeven. Zij hypothekeren hun toekomst. Ondertussen zijn er al verdwenen. Enkele clubs en tornooien hebben wel begrepen dat de individuele wensen van volwassenen niet steeds kunnen worden gehonoreerd. Zo koos de Brugse meesters om het aantal jeugdprijzen uit te breiden t.o.v standaard 1 zoals in Le Touquet naar 6 leeftijdscategorieën. De Open Brasschaat deed het iets minder met slechts 4 leeftijdscategorieën maar maakte wel de drastische beslissing om hun avondpartijen naar de middag te verschuiven waar uiteraard niet iedereen mee gelukkig was. Schaken is een hyper-individualistische activiteit dus het wordt niet makkelijk om te overtuigen.

Brabo

Addendum 2 december 2018

Ik heb deze week een mailtje van een lezeres gekregen die een ander licht werpt op de catastrofale statistieken die ik in bovenstaand artikel publiceerde.

Zo blijkt dat het begrip inactieve speler recent werd uitgebreid. Vroeger was een inactieve speler, iemand die zijn lidgeld niet meer had vernieuwd. Echter vandaag is een inactieve speler ook iemand die geen fide-id heeft en geen standaardpartijen heeft gespeeld. Dit betekent dus dat een groot aantal spelers uit het eloklassement zijn verdwenen ondanks dat ze lidgeld betaald hebben. Hierdoor is het uiteraard zinloos om vergelijkingen te maken.

Daarnaast kreeg ik ook bevestiging dat er heel veel g-licenties bestaan. In een recent verslag van de KBSB werd een getal boven de 1500 genoemd. M.a.w. als we alles samentellen dan komen er toch veel (genoeg ?) mensen in contact met het schaakspel.

maandag 19 november 2018

Vakantie deel 5

In de voorbije Open Le Touquet behaalde mijn 9 jarige zoon tot onze grote verrassing de eerste prijs in de categorie 1400-1599 elo. Ik wist dat hij progressie had gemaakt maar met een +1700 TPR had ik geen rekening gehouden want anders had ik mezelf niet ingeschreven voor Open Leuven. Ik had op voorhand beslist om de prijsuitreiking van Open Le Touquet te negeren om zo zelf nog nipt de 3de ronde 's avonds in Open Leuven mee te spelen. Uiteraard was mijn zoon niet blij dat ik zijn moment de gloire afnam maar toen ik de volgende dag via Belgische schaakvrienden alsnog zijn geldprijs van 100 euro kon geven, vergaf hij het mij al snel.

Naar verluid zullen de tornooien volgend jaar niet overlappen. Hiermee keert men terug naar hoe het was vorig jaar en ik vermoed dat dit vele Belgen graag zullen horen. Dit laat toe om Le Touquet rustig af te sluiten en eventueel nog een stukje vakantiesfeer zonder schaken op te snuiven. Zo beslisten we vorig jaar bij gebrek aan gewonnen prijzen de vakantie af te ronden met het opzoeken van de nabije filmlocatie die gebruikt werd in de waanzinnig populaire Franse film : Bienvenue chez les Ch'tis
De super-komische film uit 2008 is in Vlaanderen wellicht niet goed bekend maar werd in Frankrijk door meer dan 20 miljoen mensen bekeken en is hiermee de best bekeken film ooit in Frankrijk. De verhaallijn speelt zich rond een postkantoor-directeur die zich misdragen heeft en van het warme zuiden naar het koude noorden wordt overgeplaatst waardoor allerlei dolkomische situaties ontstaan.

Bij het opzoeken van deze locatie in het Noorden maakten we eerst de fout door naar Berck te rijden i.p.v. Bergues of ook Sint-Winoksbergen genoemd. Onze kinderen konden er niet meer lachen met de verloren tijd maar als je op vakantie bent, vind ik dit niet zo erg. Uiteindelijk bereikten we dus het juiste Bergues en daar konden we zelfs 9 jaar na datum van de film nog uitgebreid informatie over de filmlocaties vinden in het office de tourice met zelfs een echte Ch'ti-tour. Het dorpje heeft duidelijk in de voorbije jaren geprofiteerd van het massa-toerisme die de film gecreëerd heeft zie artikel in het nieuwsblad.

Deze combinatie van een schaaktornooi spelen en een filmlocatie van een leuke film te bezoeken, smaakte naar meer en dus vatten we dit jaar het plan op om de Open St Antonin mee te spelen. St.Antonin is de filmlocatie van de feel-good film The Hundred Foot Journey uit 2014 met de Britse steractrice Helen Mirren en produced door o.a. de top-producer Steven Spielberg.
De film beschrijft 2 rivaliserende restaurants die na allerlei conflicten elkaar toch uiteindelijk vinden. Echter bezoekers van film-locaties wil ik waarschuwen want de restaurants zijn niet terug te vinden in St Antonin want ze zijn volledig in de studio's opgebouwd. Echter in St Antonin blijven voldoende interessante plaatsen over waar de film opnames heeft gemaakt zoals bijvoorbeeld het zeer mooie historische centrum. Ook hier creëerde de film heel wat toerisme voor het piepkleine dorpje zie Visit the village from the film the hundred-foot journey.

Mijn echtgenote bestelde de dvd online zodat we het begin deze zomer samen konden bekijken maar de trip zelf naar St Antonin ging spijtig niet door. We waren erg laat begonnen met de details te bekijken maar vooral de afstand (bijna 1000km) gecombineerd met de late einddatum van het tornooi (30 augustus dus slechts een paar dagen voor de start van het nieuwe schooljaar) maakten het een te lastige opgave. Volgend jaar bestaat het tornooi wellicht ook nog dus haast lijkt mij onnodig.

Echter het is niet omdat we St Antonin niet bereikt hebben dat we deze zomer geen schaken met een filmlocatie gecombineerd hebben. Brugge heeft geen film nodig om toeristen aan te trekken maar het is perfect mogelijk om de open Brugse meesters te combineren met het bezoeken van diverse filmlocaties uit de misdaadkomedie In Bruges uit 2008 met o.a. de bekende Ierse acteur Colin Farrell.
Brugge bezoeken we geregeld want het is voor mijn vrouw haar favoriete stad in België. Echter de film zelf smaakt haar minder omdat het verhaal te donker voor haar is. Dus haar volgorde is dan ook eerst Bienvenue chez les Ch'tis, the Hundred-foot journey en als laatste In Bruges. Ik heb dezelfde nummer 1 maar ik verkies In Bruges om te wisselen met the Hundred-foot journey. In de feel-good film is het mij allemaal iets te melig en romantisch.

Schaaktornooien spelen combineren met filmlocaties bezoeken, is wellicht een link dat weinigen zullen bedenken. De combinatie film - schaken wordt normaliter enkel gelegd wanneer er een filmfragment met schaken voorkomt. Trouwens over die combinatie bestaat een uitstekende blog van de Belgische expert Nikolaas Verhulst zie belgianchesshistory. Hij bespreekt hierin talloze films met schaken maar ook andere media die schaken vermelden komen aan bod zoals tekenfilms, tv-series, music-clips, strips, schilderijen, tekeningen, leesboeken, reclame, magazines, computerspelen,... Nikolaas klaagt over het lage aantal bezoekers zie cipc 47 Bennett cat and window. Kwalitatief is zijn blog absolute top in deze niche dus jammer om dit te horen want het is moeilijk om op termijn een blog vol te houden wanneer er weinig lezers zijn. Persoonlijk vind ik het wel vreemd waarom Nikolaas deze rijke en unieke artikels niet afsplitst van zijn Belgianchesshistory-website daar het er niets mee te maken heeft. Ik hoop dat deze paragraaf een kleine boost kan geven voor zijn blog.

Brabo

P.s. Als toetje wil ik jullie ook een hilarische tekenfilm van Masha en de beer niet onthouden. Het is in het Russisch maar perfect ook zonder de taalkennis te volgen en kwalitatief uiterst goed (schaken zit dan ook in het Russisch DNA): Masha leert schaken van beer en tijger. Er bestaat ook een Nederlandse vertaling hiervan maar die is spijtig niet openbaar beschikbaar.

zondag 11 november 2018

Wespen

De grote koude blijft nog even achterwege dus er blijft nog tijd over om de tuin klaar te maken voor de winter. Naast het jaarlijks snoeien van de bomen moet ik zeker ook niet vergeten het gras te bemesten. Het herstel van mijn grasperk na de maandenlange droogte is gepaard gegaan met een explosieve toename aan mossen. Uiterlijk ziet het er allemaal weer groen uit maar van dichtbij zie je dat bijna alle kale plekken zijn opgevuld door ongewenste mosgroei.

De voorbije zomer was bijzonder hard voor de natuur. Veel planten en bomen hebben zwaar geleden en sommige hebben het zelfs niet overleefd. Daarentegen viel het mij wel op dat sommige insecten daarentegen profiteerden van deze weersomstandigheden. Zo waren er duidelijk veel meer wespen zoals bijvoorbeeld dit artikel getuigt: "Dubbel zoveel mensen naar spoed met wespensteek." De beestjes waren een echte pest want je kwam ze overal tegen. Schaaktornooien waren geen uitzondering want net na de laatste ronde op de Brugse Meesters werd mijn zoon Hugo ook gestoken bij het ravotten met andere kinderen buiten. Gelukkig kwam er geen allergische reactie en bleef het ongemak beperkt.

Trouwens tijdens de partijen waren de beestjes al veelvuldig aanwezig. Net naast de zaal was er een wespennest en ondanks heel wat klachten slaagde de organisatie hiervoor geen oplossing te bedenken. Ik gaf daarom als raad aan mijn zoon om zeker niets met suiker mee te nemen in de zaal. Dus het werd water i.p.v. cola. Omdat mijn zoon in de zaal vrij ver zat van waar het nest bevond, viel het toch nog mee om te spelen. Echter de spelers die op de topborden speelden, hadden minder geluk want zij zaten veel dichter. Zo kostte een wesp uiteindelijk een vol punt aan mijn sterkste leerling Sterre Dauw. Sterre heeft een panische angst voor wespen en dus liep het logischer wijze verkeerd af toen er in ronde 3 eentje aan zijn bord kwam rondvliegen. Hij wou zo snel mogelijk weg van zijn bord maar was toevallig ook aan zet en dus speelde hij de eerste zet die hij zag.
Ik was de partij live aan het volgen en begreep in eerste instantie niet wat er gebeurd was. De Indische IM Vav Rajesh was compleet weggespeeld en de winst leek een zekerheid maar plots stond Sterre naast mij en vertelde hij mij dat hij had opgegeven. "Wespen zijn heel gevaarlijke beesten." was zijn geniale droge humor die zo typisch is voor hem. Tja dan had ik toch even gewoon weggegaan van mijn bord tot de wesp was verdwenen.

Nu hij is niet de eerste en zal niet de laatste schaker zijn die iets met wespen heeft. Zo ontdekte ik enige tijd geleden dat een Amerikaanse programmeur John Stanback zijn schaakprogramma Wasp (het Engelse voor wesp) had genoemd. Je kan het gratis downloaden op zijn site en speelt behoorlijk goed: 34ste plaats op de huidige ranking van CCRL40/40 en met +3000 elo meer dan waarschijnlijk beter dan om het even welke mens. Een partijtje van het programma kan je hieronder naspelen.
Een schaakprogramma dat kan steken, is gemakkelijk te neutraliseren door de voeding af te sluiten. Het wordt een ander paar mouwen als de stukken zelf in insecten veranderen. Echter hiermee verlaten we de gewone schaakwereld en treden we binnen in de wonderlijke wereld van fairychess (sprookjesschaak). Een samenvatting van de bestaande soorten sprookjesstukken vond ik op wikipedia zoals antilopen, bizons, flamingo's, leeuwen en zebra's. Een wesp zat er niet bij in de lijst maar het staat iedereen vrij om zelf zulk stuk te ontwerpen. Echter een ander schrikbarend insect en zelfs heel populair sprookjesfiguur zit er wel tussen: de sprinkhaan. Dit stuk beweegt volgens de dame maar heeft als specialiteit dat er hierbij steeds gesprongen moet worden over een ander stuk waarbij de landing op het veld gebeurt direct na het stuk. Met dit stuk bestaan heel wat leuke schaakproblemen zoals onderstaande opgave.

Niet elk artikel hoeft even serieus te zijn. De winter staat voor de deur dus die gevaarlijke maar ook nuttige beestjes zullen we weer 6 maanden niet meer zien.

Brabo

Oplossing Sprinkhaanprobleem:
1.Sh3 Sh4 2.Sh5 Sh6 3.Sh7 Sh8 4.Se7 Sd7 5.Sc7 Sb7 6.Sa7+ Sa6 7.Sa5+ Sa4 8.Sa3#

maandag 5 november 2018

4. Luc Winants

4. Luc Winants 

(1 januari 1963, Watermael-Bosvoorde)

(bron foto: chess-db.com
Na 2 komt 3 maar omdat Jozef Boey al ruimschoots aan bod kwam in een memoriam, gaan we direct door naar Luc Winants. Als zoon van dokter-schaker Henri Winants (zelf éénmaal NK) leert Luc Winants al snel de loop van de stukken. Lucs ouders waren gescheiden, en bij één van de bezoeken aan zijn vader, vindt hij een boek met schoonheidspartijen en speelt er één na – hij is meteen “hooked”. Vader Winants vindt het best OK dat zoonlief ook een passie voor het schaken heeft en schrijft hem in in een Brusselse kring. Daar speelt hij ontelbare blitzpartijen tegen de iets oudere Daniël Pergericht. In zijn eerste jaar wordt hij al kampioen bij de kadetten. Latere (inter)nationale jeugdtornooien scherpen zijn speelsterkte verder aan; zo is hij deelnemer aan het WK jeugd in Kopenhagen in 1982, waar hij kennis maakt met de wereldtop van zijn generatie. Als hij 23 wordt, staat hij al eerste op de elolijsten van België en wordt later grootmeester. Het zal duren tot Bart Michiels eer hij als “in België geboren grootmeester” afgelost wordt.

Dat is in een notedop het verhaal van Luc Winants. Maar daar stopt het niet. Hij heeft midden jaren ’80 het geluk dat net dan Willem Hajenius de grote baas van Swift, Bessel Kok, kan overtuigen om het schaken te sponsoren, in navolging van OHRA-verzekeringen, dat in 1984 een meestertornooi houdt. En zo worden er in de tweede helft van de jaren ’80 enkele grote internationale tornooien in Brussel gehouden. In 1985 mogen Luc en Michel Jadoul zich meten met de wereldtop in het Swift-tornooi. Een onverdeeld succes wordt het niet, maar de beide jonge spelers doen enorme ervaring op in het gezelschap van kleppers als Karpov, Kortchnoi, Timman, Miles, Ljubojevic, Torre, Romanishin, Zapata, Van der Wiel en Seirawan.

Het jaar erop wil OHRA-verzekeringen niet onderdoen, en ook zij nodigen de wereldtop uit, in december 1986. Alleen… het is niet de bedoeling om de Belgen ertegen te laten spelen. Dus wordt parallel een 9-rondig Zwitsers tornooi met twintig spelers georganiseerd. Luc geraakt niet uit de startblokken: hij wint twee partijen, verliest van Gutman, en blijft op 5//9 steken, twee punten achter tornooiwinnaar William Watson (7/9). Toch wordt hij nog beste Belg.

In de zomer van 1986, dus een half jaar eerder, was hij in Anderlecht al Belgisch kampioen geworden met 10/12 (goed voor een IM-norm), en in het open tornooi van Oostende (dat toen een zeer sterk bezet tornooi was), behaalt hij nog een IM-norm. Samen met die van de olympiaden van Thessaloniki in 1984, is dat genoeg voor de titel, en op het einde van 1986 wordt hij dan ook I.M., als bekroning van een zeer goed jaar.

In 1988 krijgt hij weer een mooie kans om aan te treden tegen de wereldtop: hij is de lokale kaart die organisatoren mogen trekken in de World Cup. Brussel is één van de steden van dit regelmatigheidscriterium en zo krijgt hij een kans tegen spelers die quasi allemaal 150 elo sterker zijn dan hemzelf. Enkel tegen Sax kan hij scoren, maar remises tegen Ljubojevic, Anderssen en Tal zijn toch ook niet slecht.

Dat de grootmeestertitel erin zit, daaraan twijfelt niemand, alleen, het duurt zo lang… Ondanks goede resultaten (2de-4de in Dordrecht 1988 en winst in Barcelona 1991) en hoge elo’s passeert hij diverse keren rakelings langs de zo begeerde normen. Het duurt uiteindelijk 12 jaar eer hij de IGM-titel toegekend krijgt, na normen in Oostende, Wijk aan Zee (B), en Barcelona.

Maar hij vindt dat de bond spelers van zijn niveau beter kan ondersteunen. Wanneer een Belgische ploeg voor Manila 1992 wordt gevormd, blijkt er geen geld voor de spelers te zijn. Dat betekent voor de amateurs (onbetaald) verlof nemen, voor de (semi)profs een onbetaald tornooi, waar enkel reis en onderkomen zijn betaald. Hij stapt uit de bond, keert later op die beslissing terug, en neemt uiteindelijk niet deel aan die olympiade. Gurevich (bord 1) krijgt 50.000 BEF (niet geïndexeerd zo’n 1.250 EUR, wat door Winants (terecht) als “belachelijk laag voor een speler van wereldklasse” wordt bestempeld. De andere vijf spelers krijgen zelfs geen aalmoes en Pergericht vult de leemte op die Winants achterlaat. De kritiek op dit punt en de werking van de bond in het algemeen (er is geen bondsgebouw of een centraal telefoonnummer), is grotendeels terecht, maar schaken is nu eenmaal geen voetbal, en zonder sponsoring blijft het bij ledengeld bijeenharken.

In de acht olympiades, waaraan hij deelnam, heeft hij diverse successen behaald, alsof tegenstanders waartegen hij zelden tot nooit speelt, hem beter liggen. Zo speelt hij een ongeslagen +2,=7,-0 bij elkaar in Calvia in 2004 op het eerste bord, goed voor een eloprestatie van 2651. Het is pas de tweede keer dat een Belgisch eerste bord op een olympiade ongeslagen blijft (na O’Kelly in Moskou 1956). Ook bij zijn eerste olympiade, in Thessaloniki in 1984, waarin hij op het eerste reservebord zit, blijft hij ongeslagen - hij haalt dan de 7de beste score op dat bord. Maar mede door die strubbelingen met de Belgische bond en zijn eisen op financieel vlak, telt hij slechts 7 deelnames aan olympiaden sinds 1984; een opvallend laag aantal, voor iemand die sinds 1990 slechts enkele keren onder 2500 elo is gekwoteerd.

Luc Winants is niet iemand waar flitsende overwinningen, of memorabele partijen tegen sterke spelers van bekend zijn. En toch; als we even filteren in de databanken, dan vinden we onder andere winstpartijen tegen Evgeny Bareev, Christian Bauer, Zoltan Almasi, Vyacheslav Ikonnikov, Oleg Korneev, Gata Kamsky, Bent Larsen en zelfs de jonge Magnus Carlsen (in 2003), en remises tegen klasbakken als Karpov, Morozevich, Seirawan, Nikolic, Van Wely, Tiviakov, Gurevich, Khenkin, Romanishin en nog eens Kamsky.

In 2002 deelt hij de tweede plaats in Cappelle-la-Grande, achter Rozentalis, maar voor 675 andere spelers. Dankzij een beetje hulp van inflatie enerzijds, maar zeker ook door eigen verdienste, pompt hij zijn rating langzaam op tot een piek van 2571 in november 2015, wat hem op dat moment zelfs net vóór Mikhail Gurevich plaatst. In maart 2016 bereikt hij zelfs 2574. Zijn lange, hoge niveau houdt hij trouwens al aan sinds het begin van de jaren ’90: dat is dus bijna dertig jaar dat hij in België aan de top staat. Zijn lokale tornooiwinsten opsommen is quasi onbegonnen werk (zie hiervoor de uitstekende site www.belgianchesshistory.be van Nikolaas Verhulst) – ik pik er slechts twee uit: de Soultanbeieff Memorial in Hoei wint hij voor Lane, Dunnington en Lukov; en in de tiende Open van Oostende (1992) behaalt hij een tweede plaats, gelijk met Tischbiereck, achter Lutz. Ze laten klasbakken zoals Psakhis, Sadler, Dunnington, Eingorn, Hebden, Miles, Bosboom, Rogers achter zich. Winants wint hier van o.a. Hebden, Vaiser, Naumkin en Bosboom.

Naast het schaken heeft (had?) hij ook een website “Les jardins de Caissa”, waar hij historisch schaaknieuws uit België verzamelde – het is me niet duidelijk of hij de site nog onderhoudt, maar de site was wel lang een ijkpunt voor andere schaakhistorici. Tenslotte kende hij persoonlijk of via zijn vader vele Belgische topspelers uit eerste of tweede hand.

Op openingsvlak speelt hij graag 1.d4 d5 2.Lf4 (Mason-variant) als verrassingswapen, dat hij ook tegen (groot)meesters durft bovenhalen. Maar net als veel andere Belgische toppers, eert hij bij momenten ook de erfenis van Colle en haalt soms die opening boven. Hoewel hij hoofdzakelijk een 1.d4-speler was in het begin van zijn schaakloopbaan, durft er soms wel eens een 1.e4 of 1.c4 op het bord komen. Met zwart gaat hij voor 1.e4 e5 en in gesloten stellingen kan je zowel Nimzo- of Bogo-Indisch, 1.d4 d5 als Benoni tegen krijgen.

Ter illustratie van “zijn” systeempje, onderstaande partij uit de Franse interclub. Ik heb de partij niet gevonden in MegaBase 2018, wat nogmaals het punt van Brabo onderschrijft dat niet alle partijen in databanken terug te vinden zijn. De partij wordt zeer helder door Winants geanalyseerd, en je zou bijna zin krijgen om dit systeem ook met wit te gaan spelen; zo “natuurlijk” lijkt het dat hij de partij wint. Het is bijna meester tegen amateur – alleen zwart is ook I.M.



HK5000

maandag 22 oktober 2018

Symmetrie

Misschien wel het mooiste jeugdtornooi in de buurt is het jaarlijkse ONJK = Open Nederlands jeugdkampioenschap. In de 2de week van augustus worden op 6 dagen in 8 leeftijdscategorieen de open Nederlandse schaakkampioenen bepaald. Open betekent dus dat ook spelers van andere nationaliteiten kunnen deelnemen en we zien daarom heel wat Belgen meespelen. Vooral Vlamingen moet ik eraan toevoegen maar dat heeft natuurlijk alles te maken met dat we dezelfde taal (op het accent na) spreken. Dit is een belangrijk pluspunt want eerder rapporteerde ik al dat vreemde talen voor onze (kleine) kinderen geregeld moeilijkheden creëren zie vakantie deel 3.

Voor ons was het de 2de maal dat we al deelnamen. Vorig jaar had het tornooi erg gesmaakt en ook dit jaar was het opnieuw een voltreffer. Zelfs mijn niet-schakende dochter die voor het eerst ons vergezelde, heeft zich niet verveeld. De gezellige bar naast de speelzaal maakte het wachten voor de ouders erg comfortabel (als we de hitte even buiten beschouwing laten). De tijd vloog voorbij met de talloze gezelschapspelletjes die enkelen hadden meegebracht en de lekkere (ongezonde) snacks die bij velen populair waren. Daarnaast beschikte de locatie ook over een zwembad met een recreatief en competitief gedeelte. Na de partijen lieten dan ook heel wat deelnemers zich verleiden om even te relaxen in het warme recreatieve bad waarbij stroomversnellingen zorgen voor extra zwemplezier.

Echter dat was niet alles. Zo was er buiten de mogelijkheid om te sporten (voetballen,...) waar mijn zoon graag aan deelnam of kon men zich laten gaan op de storm- en buikschuifbanen.  Op 200 meter afstand was er een pannekoekenhuis met heel veel lekkers. Zelf ben ik geen grote fan maar de plaatselijke Mcdonalds te Hengelo is voor de kinderen ook een absolute no-brainer. Als logement hadden we opnieuw de Jachtlust gekozen op een kleine 10 minuutjes rijden van de speelzaal. Dit restaurant-hotel is ideaal voor met kinderen. De service is top en dat zie je in allerlei kleine attenties zoals gratis water brengen voor onze spelende kinderen. Buiten staan een pingpong-tafel (dit jaar hadden we ons eigen pallets en balletjes meegebracht) + trampoline om 's avonds de laatste energie kwijt te geraken. De grootste troef is daarentegen het restaurant met betaalbaar eten die kwalitatief erg lekker en goed verzorgd is. België mag dan wel de betere reputatie hebben betreffende eten maar dit restaurant zou zelfs in België top zijn.

Kortom het waren 6 dagen vakantieplezier waarbij natuurlijk ook nog geschaakt werd. De speelomstandigheden nodigden bovendien uit om er vol voor te gaan. In 2 zeer ruime speelzalen werden de partijen afgewerkt. Onbeperkt gratis fruit voor de kinderen werd zeer geapprecieerd. Live borden zorgden ervoor dat alles op de voet te volgen was. Tenslotte was de organisatie ook heel flexibel over specifieke wensen van de deelnemers. Zo vroeg ik voor Hugo of hij niet mocht meespelen in een hogere reeks. Vorig jaar had hij de G gewonnen (8 jarigen) en persoonlijk vond ik de F (9 jarigen) te weinig uitdaging want hij was tenslotte al Belgisch kampioen bij de 10 jarigen.

Zo kreeg Hugo de kans om in de D i.p.v. F mee te spelen. Als 9 jarige bij de 12 jarigen zou hij zeker aan de bak moeten komen. Kansloos achtte ik hem niet want tenslotte was hij nog steeds 3de volgens elorating. Ik merk op dat veel (Nederlandse) toppers dit prachtige onjk links laten liggen dus het is een beetje hetzelfde als wat ik al aankaartte in het vorig artikel. Fun is bij velen ondergeschikt aan resultaten en elowinst.

Dat wil niet zeggen dat we helemaal geen belang hebben gehecht aan het resultaat van Hugo. In de laatste ronden toen duidelijk werd dat hij kans maakte op de eerste plaats, ging ik toch steeds meer helpen bij de partijvoorbereidingen. In ronde 9 greep hij de leiding door de hoogste elo Alexander Malfliet compleet te verrassen met de Franse opening. Die opening had hij nog nooit eerder gespeeld maar ik had hem aangeraden om het te proberen omdat ik had gezien dat Alexander de afruil er tegen speelde en ik vrij zeker was dat hij zich had voorbereid op het normale repertoire van Hugo (wat achteraf ook klopte). Echter mijn sterkste staaltje voorbereiding gebeurde in ronde 11 tegen de 12 jarige Nederlander Ang Rufus. Ik had gezien uit 2 eerdere ronden van het tornooi dat Ang voor de Russische opening koos. Nu ik zag weinig nut in het leren van hoofdvarianten voor Hugo.

Ik heb al eerder hierover kritiek gekregen want sommigen vonden mijn keuze om alle schaaktheorie te vermijden dom. Je kan niet hogerop zonder enige openingskennis. Echter daar ben ik het niet mee eens en mijn zoon heeft dit met 2 Belgische titels ondertussen bewezen. Toeval is trouwens dat er net een nieuw schaakboek is gepubliceerd : Applying Logic Chess van Erik Kislik waarin net hetzelfde staat wat ik al enkele jaren doe: spelers tot 1400 elo moeten de theorie trachten te omzeilen en zich tevreden stellen met een speelbare stelling. Natuurlijk de grote moeilijkheid is hoe doe je dat. Wel daarvoor is het superhandig om een papa als coach te hebben met 2300 elo. Ik had een heel eenvoudig variantje Hugo aangeleerd maar niet zonder enig venijn.
Er zijn talloze voorbeelden in het schaken dat de symmetrie aanhouden, gedoemd is om te falen maar dat zoiets gebeurt via een partijvoorbereiding is (vrij) uniek. Daarentegen alles wat uniek is, wordt veelvuldig gebruikt in problemen/ studies. Zo bestaat er naast spiegelen rond de horizontale as ook spiegelen rond de vertikale as. Onderstaande mat in 2 maakte ik 25 jaar geleden als beginner! Jawel ik vond het terug in mijn collectie daterend september 1993.
Wit geeft mat in 2
Uiteindelijk slaagde Hugo er niet in om het onjk bij de -12 te winnen. In de voorlaatste ronde had hij pech met een erg sterk spelende tegenstander waardoor hij de leiding terug moest afgeven. Echter met een spannende remise in de laatste ronde tegen Pjotr Cappan, voormalig Belgisch kampioen van de -10 behaalde hij wel nog een knappe 3de plaats. Volgend jaar willen we er terug bij zijn maar het is niet zeker of het dezelfde locatie zal zijn. Ik hoop van wel want ik zie niet hoe dit kan worden overtroffen.
Hugo in de prijzen bij de 12 jarigen (hij stond zijn mannetje tussen de veel grotere jongens)
Brabo

Oplossing mat in 2: 1.Ke2 (tempo + stervlucht)
1... Kd4 2.Pf3#
1... Kf4 2.Pd3#
1... Kd6 2.Pf7#
1... Kf6 2.Pd7#