dinsdag 3 augustus 2021

Voorwaarts

Vandaag is het dankzij de computer veelal kinderspel geworden om snel en vrij accuraat een oordeel te verkrijgen van een stelling. Je eigen partijen analyseren is dan ook vaak een pijnlijke gewaarwording van de eigen tekortkomingen. Waarom heb ik dat niet gezien? Zelfs de beste schakers buigen meewarig het hoofd voor de sterkste schaakprogramma's.

Voor beginnende schakers is het dan ook lastig werken met de computer. Bijna elke zet is een fout. Hoe kan je daar nu lessen uittrekken? Men wordt gefrustreerd en het is dan ook heel begrijpelijk dat velen kiezen om super voorzichtige opstellingen te kiezen. Er wordt massaal teruggetrokken bij het minste gevaar die men denkt te zien.

Ik heb dit heel vaak opgemerkt de voorbije jaren bij mijn studenten of in de enkele hand en brein-sessies die ik speelde met enkele jonge kinderen. In mijn rol van coach heb ik altijd getracht om hen bij te brengen dat dit een foutieve ingesteldheid is. Ja door terugtrekken kan je langer stand houden en zal de computer minder grote fouten aanduiden. Echter men maakt zichzelf iets wijs door te denken dat je daarom beter schaakt. Uiteindelijk telt enkel het resultaat van de partij en die verbetert zeker niet door zo passief te spelen.

Telkens opnieuw riep ik vooruit in mijn lessen. Komaan niet verder talmen. Gooi die stukken naar voren. Ben je echt verplicht om dat stuk die aangevallen staat naar achteren te spelen? ... Kortom ik ben er zeker van dat je als coach hiermee een belangrijke positieve invloed kan hebben op iemands (prille) schaakcarriere. Trouwens sommige van mijn studenten zijn ondertussen zo goed geworden in het aanvallen dat zelfs ik als ex-coach niet meer veilig voor hen ben.

Ervaren schakers zal je dus zelden betrappen op passief spel. Het is voor hen een vanzelfsprekendheid om telkens te zoeken naar de meest actieve zetten. Zeker in blitz komt dit nog extra goed uit de verf. Tijd voor positioneel geschuif is er niet dus ontaardt er de meerderheid van de partijen in een tactisch knokfestijn waar de ene krachtzet na de andere uit de hoed wordt getoverd. Terugtrekken doe je dan ook slechts in uiterste nood wanneer je echt niet anders kunt.

Een logische volgende stap is dan ook in blitz om openingen te kiezen die rijk zijn aan taktiek. Dit laat vaak toe om heel snel punten te scoren tegen onwetende spelers. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze bewust dubieuze tot zelfs verloren stellingen spelen om hun tegenstander voetje te kunnen lichten. De weinige keren dat een tegenstander de lastige weerlegging kent of zeer uitzonderlijk vindt, beschouwen ze als collateral damage. Een mooi voorbeeld hiervan zijn o.a. openingen spelen waar succes afhangt van onnatuurlijk ogende terugtrekkende zetten i.p.v. voorwaarts te ontwikkelen. In het voorbije coronajaar heb ik er meerdere het revue zien passeren zoals wat te denken van onderstaande zijvariant in het Schots gambiet.
Eenmaal je 9...Pe7 kent of gevonden hebt, is het uit met de fun voor wit. Dit kende ik al vele jaren maar veel recenter ontdekte ik de kracht van een terugtrekkende zet in een hoofdvariant van het Lettisch gambiet (als we uberhaupt van hoofdvarianten kunnen spreken in deze zeer dubieuze opening).
Pas door de moderne schaakprogramma's heb ik 9. Pe3 leren kennen en appreciëren. In mijn laatste opening (een Scandinavische variant) die ik hier wil tonen zien we dit thema in zijn volle glorie. Niet alleen ligt de weerlegging opnieuw in een terugtrekkende zet maar ook het vervolg is allesbehalve evident. Zonder een grondige computeranalyse op voorhand lijkt het mij heel onwaarschijnlijk dat iemand de weerlegging speelt zelfs in een klassieke partij. Trouwens dan moet je het ook nog kunnen onthouden. Uit ervaring kan ik zeggen dat dit mij niet elke keer lukte.
De uitzondering bevestigt de regel geldt hier ook uiteraard. Voorwaarts schaken blijft een zeer nuttige algemene regel om nieuwe schakers aan te leren. Die uitzonderlijke situaties waar een terugtrekkende niet ontwikkelende zet beter is, kan met altijd makkelijk later in de eigen praktijk nog ontdekken.

Brabo

donderdag 22 juli 2021

Hybrid schaken deel 3

Van het oorspronkelijke optimisme dat we mits een paar maanden op ons tanden bijten verlost zouden zijn van het coronavirus blijft al lang niets meer over. Vandaag is iedereen het er over eens dat we er wellicht nog vele jaren mee zullen worstelen. Hierdoor klinkt de roep ook steeds luider bij de schakers om de clubs niet langer gesloten te houden. Het sabbatjaar is voorbij. Online schaken kon nooit het gemis van het clubschaak compenseren.

Voor veel schakers moet deze zomer dan ook de terugkeer naar het normaal van vroeger betekenen. Het zal voor velen weer wennen worden. Kan ik het spelletje nog na een jaar niet meer klassieke wedstrijden te hebben gespeeld? Het verwonderde mij dan ook niet dat het recente online klassieke tornooi georganiseerd door Mark Dechamps een record aantal deelnemers (75) bijeen bracht. Het was de ideale voorbereiding om de roest van inactiviteit af te schudden om in polepositie te staan voor de zomertornooien.

Ik was een van hen dus dacht ik dat het wel eens interessant kon zijn voor de lezers om te praten over mijn ervaringen met dit relatief nieuw formaat van competitieschaak. Wel dat is al een eerste discussiepunt. Kunnen we van competitieschaak spreken als er noch elo noch prijzen op het spel staan? In de laatste ronde gaven zomaar 16 spelers forfait. Dat is meer dan 20% en heb ik in open tornooien nooit eerder gezien. Er bestaat al jaren een tendens van een groeiend aantal forfaits en juni is zeker geen populaire schaakmaand maar ik krijg hier toch het gevoel dat vele deelnemers weinig of geen enkel belang hechten aan de resultaten.

De Belgische IM Tom Piceu kwam er openlijk voor uit dat hij meespeelde om zijn rekenvaardigheden opnieuw te activeren. Hij koos daarom opzettelijk voor openingen die hij niet kende om zo onmiddellijk op eigen kracht te moeten spelen. Dat dit niet bevorderlijk was voor de resultaten, nam hij erbij voor lief. Online schaken heeft hij nooit als serieus schaken beschouwt. Echter dat betekent niet dat alle deelnemers het hybrid schaaktornooi als een vrije training meespeelden. Velen namen de partijen wel serieus op en bereidden zichzelf voor op hun tegenstanders. Ikzelf behoorde bij die groep net als meerdere van mijn tegenstanders.

Dus ik speelde net als vele andere onze beste openingen uit ons repertoire. Daar we altijd ruim de tijd hadden om ons voor te bereiden op onze partijen, denk ik zelfs dat er af en toe soms beter werd voorbereid dan in klassieke bordcompetities. In elk geval zagen we tijdens het tornooi vooreerst de impact van het voorbije jaar online schaken. Het wordt duidelijk aanpassen en/ of wennen voor velen dat er zoveel partijtjes online nu kunnen worden geconsulteerd in de voorbereiding door onze tegenstanders. Zeker in de lagere eloregionen zie ik spelers hierdoor gefrustreerd raken want het is vaak voor het eerst dat er uberhaupt partijtjes van hen beschikbaar zijn voor de tegenstander om voor te bereiden.

In deel 1 had ik het al over de verschillen in speelmodus tussen bordschaken en hybridschaken. Dit wil ik hier nog aanvullen met enkele persoonlijke opmerkingen. Vooreerst ben ik blij dat ik op geen enkel moment de indruk had dat iemand heeft vals gespeeld in de editie waaraan ik heb deelgenomen. Dit is spijtig eerder uitzondering dan regel geworden. Geen prijzen, geen elo en vooral het feit dat we elkaar al jaren goed kennen vanuit het gewone circuit, speelt hierbij wellicht een rol. Desalniettemin geef ik toe dat ik af en toe toen mijn tegenstander lang nadacht toch even vieze gedachten kreeg van het zou toch niet (wat dan weer snel verdween toen de zetten op het bord kwamen).

De klok heb ik geen seconde gemist alhoewel ik hoor dat sommigen toch een echte schaakklok naast hun bord hebben geplaatst om het clubschaak nog beter te benaderen. Het lawaai en andere storende elementen eigen aan bordcompetities (zie o.a. schaakcomfort deel 1 en deel 2) heb ik evenmin gemist uiteraard. De eenzaamheid van thuis spelen vond ik draaglijk. Soms maakte ik een wandelingetje in het huis als ik naar mijn gevoel te lang moest wachten op een antwoord. Het enige echte minpunt vond ik dat ik telkens de zetten moest uitvoeren op 2 borden. Sommige deelnemers hadden een heel luxueuze opstelling zoals ik toonde in deel 2 maar ik behielp mij met een heel minimalistische opstelling zoals de foto hieronder toont.
Mijn zus heeft op die bureau 30 jaar geleden gestudeerd. Ik recycleerde die bureau maar ze is eigenlijk te klein om er hybrid op te schaken. Doordat je links niet je benen onder het bureau kunt schuiven, stootte ik geregeld stukken om toen ik een zet op het scherm kopieerde van het schaakbord. Echter het vervelendste was wanneer er minder dan 5 minuten resteerde op mijn klok. Het is dan praktisch niet meer haalbaar om de zetten te kopieren van het scherm naar klassiek bord en omgekeerd. Dus eenmaal onder de 5 minuten speelde ik de partij verder op het kleine scherm van mijn laptop zoals in de foto hierboven. Ik speelde in de laatste ronde 50 zetten op die wijze dus meer dan de helft van de partij.
In ronde 5 werd dit ongemak nog gecombineerd met een fatale biep door lichess. Ik heb ondertussen gezien dat je het kan uitschakelen maar als je onder de minuut zit, klinkt er standaard een luide waarschuwingspiep van lichess. Ik gaf pardoes een volle toren weg door de schok. Dat ik daarna niet direct verloor, was omdat ik ervoor huizenhoog gewonnen stond. Uiteindelijk haalde ik nog een halfje maar achteraf overheerste toch vooral teleurstelling.
Kortom mocht er een nieuwe editie komen van het hybrid schaaktornooi en ik neem opnieuw deel dan zal ik eerst een moderne bureau kopen met voldoende ruimte onderaan om de stoel makkelijk te verschuiven en voldoende ruimte bovenaan om op zijn minst een groot scherm te kunnen plaatsen. De vraag is natuurlijk komt er nog zulk tornooi.

Zo speelden de 2 dames in de A-reeks hun laatste partij van het oks gewoon zoals in de club op een klassiek schaakbord dus zonder gebruik te maken van computer en het internet. Ze wonen een kilometer van elkaar en dan is het een snel uitgemaakte zaak om af te stappen van het hybrid schaken. Dus ik zie de clubschakers die in de buurt gemakkelijk tegenstand vinden, heel snel het hybride schaak de rug keren. Voor +2200 spelers zoals mezelf zou hybrid schaken wel een oplossing kunnen bieden voor het niet eenvoudig vinden van interessante tegenstanders in de buurt. Alleen wie van hen wilt tijd spenderen aan het spelen van partijen online die niet meetellen voor elo/ prijzen terwijl dat op andere plaatsen wel weer kan. De meeste +2200 spelers zijn heel ambitieus waaronder op jacht naar normen.

Nu zoals ik het artikel begon, is corona nog bijlange niet voorbij. In de (Belgische) schaakwereld bestaat er geen consensus over hoe het verder moet zie o.a. de felle discussie momenteel die woedt op facebook in de groep Chess in Belgium. Ik vind dat de bond hier trouwens een veel duidelijker standpunt moet innemen t.o.v. het dragen van het mondmasker. Nu schuift men de verantwoordelijkheid af voor de keuze naar de clubs net of de 1,5 meter-regel op een standaard schaakbord met stauntonstukken afhankelijk is van de club.

Ik merk op dat sommige clubs nog steeds gesloten zijn wegens corona. Andere clubs hanteren heel strikte regels zoals op 2 borden spelen, mondmasker ten allen tijde verplicht,... Ik viel bijgevolg dan ook bijna van mijn stoel toen ik zag dat in het net afgelopen seniorentornooi te Gent de deelnemers zonder mondmasker en op 1 bord speelden. Zie jij een logica in al die diverse aanpakken? 1 ding is zeker en dat is dat een schaakwereld zoals voor corona nog niet voor morgen is en daardoor maakt hybrid schaken misschien toch weer een kans.

Brabo

zondag 11 juli 2021

Chess960

Schaken wordt vaak voorgesteld als een zuivere intellectuele krachtmeting tussen 2 individuen. Films en reclame gebruiken daarom maar al te graag schaken als een vehikel om een personage als intelligent voor te stellen. Ik vermoed dat dit voor de meesten onder ons schakers de belangrijkste drijfreden is geweest waarom we ooit met exact dit spel begonnen zijn. Die eerste overwinningen waren erg zoet. Eindelijk kon je bewijzen aan jezelf en anderen dat je meetelde.

Echter het duurt niet lang natuurlijk vooraleer deze illusie doorprikt wordt. Een directe link tussen schaken en intelligentie bestaat niet. Ervaring en kennis zijn veel meer bepalend voor iemands speelsterkte dan talent. Zo ontdekken we al heel snel dat sommige spelers een belangrijk voordeel bezitten door de openingen die ze kiezen. Daar wordt m.i. in de stappenmethode te weinig aandacht aan geschonken. Competitieschaak kan bijzonder pijnlijk  zijn als je niet de minste openingskennis hebt.

Dus al heel vroeg geraken veel schakers willens nillens in een wapenwedloop van openingen. Boeken en DVD's worden in het begin nog met enthousiasme aangeschaft maar dit blijft meestal niet duren. Moeheid treedt op en heel wat spelers geraken gefrustreerd na enkele jaren van competitieschaken door het uitzichtloze van altijd openingen te moeten bestuderen. Voor veel ex-competitieschakers was het een van de belangrijkste redenen om te stoppen met competitieschaak.

Je merkt dit aspect ook vaak duidelijk op in speelstijl tussen jeugd en volwassen schakers. De jeugd kiest vaker voor kritieke moderne openingen. Volwassenen daarentegen hebben zichzelf dikwijls omgeschoold naar kleinere onderhoudsvriendelijke openingen. Tenslotte heb je ook nog een heel kleine groep van spelers die elke openingstheorie probeert af te zweren. Zij zijn allergisch voor alles wat maar naar openingskennis ruikt en doen er alles aan om zo snel mogelijk de tegenstander te verplichten zelf na te denken.

Trouwens denk niet dat dit fenomeen iets nieuw is voor het computertijdperk. Ook lang voor computers goed konden schaken, had je al zulke schakers die de marge opzochten. 2 zulke pioniers: de Nederlandse IM Gerard Welling en de Engelse IM Michael Basman hebben onlangs in een nieuw inspirerend boek U cannot be serious! hun ervaringen neergepend met extreem onorthodoxe openingen die ze met succes getest hebben in de voorbije 40 jaar.
Ondertussen is er zelfs over de jaren een ware fanclub ontstaan rond hen. Ik vermoed dat daarom ook de tijd rijp was voor dit boek. Ook in België heb je fans zoals de Belgische expert Alain Talon die tegenwoordig veel van hun concepten gebruikt in zijn bordpraktijk.

Echter in het meeste recente online klassiek schaaktornooi toonde ik onrechtstreeks ook de limieten aan vandaag van dit soort onorthodoxe systemen te spelen. Ik vermoed tot 10 jaar geleden was het nog onmogelijk maar vandaag kan je met de sterkste programma's in slechts 15 minuutjes de meeste van die systemen weerleggen. Op -2 staan hoeft nog niet beslissend te zijn zelfs tegen een FM zoals ik maar ik kan moeilijk geloven dat het je eigen kansen niet zwaar hypothekeert. Dat was wat exact gebeurde in mijn eerste ronde partij tegen Alain na slechts 5 zetten in de opening! In onderstaande partij toont Stockfish in een zeer korte aanvalspartij aan hoe je dit wint tegen een topprogramma zoals Leela.
Kort na onze onderlinge partij kondigde Alain dan ook zijn terugtrekking aan uit het tornooi. Als zelfs zulke onorthodoxe openingen spelen niet meer helpt om openingsvoorbereidingen te vermijden dan is het schaken echt wel dood en begraven. Hij was zeer begrijpelijk zwaar teleurgesteld. Trouwens misschien vragen lezers zich af hoe ik uberhaupt op zulke opening was voorbereid. Nee ik had het boek niet gelezen dat bovendien net na onze partij pas commercieel verkrijgbaar was. De Belgische FM Frederic Decoster schrijft het perfect in zijn verslag over onze onderlinge partij gespeeld in de 6de ronde van hetzelfde tornooi: "Speel nooit iets tegen Brabo wat je ooit al eerder op het bord heb gehad. Noch otb, noch online". Met dat laatste had Alain duidelijk geen of onvoldoende rekening gehouden want ik had volgende online partijtje van 2019 van hem gevonden.
Mijn online initiatieven zijn gefaald maar ik snap dus ook wel waarom. Er blijft gewoon te veel plakken online dat tegen je gebruikt kan worden zelfs na het verwijderen van de accounts. Het is geen toeval dat van de 4 spelers die lager gekwoteerd waren dan ikzelf in het oks ik telkens mijn voorbereiding gebaseerd op hun online gespeelde partijen kon gebruiken. De 3 tegenstanders die hoger gekwoteerd waren dan ikzelf in het oks zorgden er telkens voor dat ik dit niet kon.

We wijken af want dit artikel gaat over of het nog mogelijk is om te schaken zoals vroege jaren 1800 dus zonder dat men voorkennis van openingen hoeft te vrezen. Mijn verhaal bewijst in elk geval dat van zodra je iets een 2de keer speelt dat je al kwetsbaar wordt voor voorbereidingen gewoon omdat de computer te makkelijk kan helpen. Dus originaliteit moet vandaag steeds gepaard gaan met verrassing en dan vind ik de methode van de Nederlandse FM Siem Van Dael interessanter. Hij startte een aantal klassieke partijen met een random-zet om daarna snel over te schakelen op gewoon normaal ontwikkelen.
Vorig jaar won hij zelfs met deze opzienbarende aanpak een tornooi zie Siem Van Dael unorthodox openings lead to success. Door telkens een andere random zet te kiezen, werd het voor de tegenstanders onmogelijk om voor te bereiden maar ik merk wel op dat hij vaak eerst slecht stond in de opening vooraleer hij later in de partij vaak met wat geluk het tij kon keren. Bovendien is het ook veel lastiger om dit toe te passen met zwart. Niet verwonderlijk is Siem recent weer meer mainstream beginnen spelen. Het lijkt mij weinig aantrekkelijk om jezelf met zulk nadeel op te zadelen enkel en alleen omdat je niet van openingen houdt.

Tja en waarom dan niet chess960/ fischer random? De roep klinkt elk jaar luider maar verschuivingen blijven achterwege. Alle zomertornooien dit jaar zijn opnieuw gewoon normaal schaken. Op Lichess is chess960 nog steeds een zeer kleine niche (minder dan 0,5% van alle partijen). Ik kan alleen maar concluderen dat we niet klaar zijn om honderden jaren openingen weg te smijten.

Tenslotte kan je jezelf ook afvragen of je met chess960 echt wel voorkennis in openingen volledig zal kunnen elimineren. De zonet gelanceerde nieuwe versie stockfish 14 heeft volgens eigen zeggen een grote sprong gemaakt in speelsterkte specifiek voor chess960. Ik bedoel de tool staat al klaar om ook voor Fischer Random openingen te ontleden in een mum van tijd op een waanzinnig hoog niveau.

Brabo

maandag 28 juni 2021

Verdedigen deel 2

In mijn vorig artikel toonde ik aan dat een zwartrepertoire meer moet zijn dan enkel een samenraapsel van correcte openingen. Zeker als amateurschaker merk ik op dat minder correcte of zelfs foute openingen vaak beter scoren in de praktijk. Het verrassingselement is meestal veel belangrijker dan de exacte evaluatie. Als jij beter dan je tegenstander weet waar je in de opening moet op spelen dan levert dat bijna altijd op het bord en/ of de klok een substantieel voordeel op.

Anderzijds is het makkelijker gezegd dan gedaan om je tegenstander telkens te verrassen. Op een handvol wereldtoppers na, heeft niemand de tijd/ middelen om een repertoire vol met verrassingen voor te bereiden. Het is dus volstrekt normaal om geregeld iets te kopieren/ herhalen dat al eens eerder gespeeld werd in de praktijk. Het is en blijft een moeilijke evenwichtsoefening het kiezen van de juiste openingen en niet verwonderlijk is de klus nooit af.

Sinds een paar decennia zijn we hierbij steeds meer de computer gaan gebruiken. Zowel amateur als meester gebruiken vandaag de schaakprogramma's intensief om zeer snel een oordeel te krijgen of de beste zetten te ontdekken in een openingsvariant. De oudere generatie schakers heeft het daar soms emotioneel lastig mee. Waar is de eigen creativiteit gebleven? Wat is de lol van als een papagaai computervarianten te kunnen imiteren?

Wel vooreerst denk ik dat veel oudere schakers iets te kort door de bocht gaan door te stellen dat modern schaken enkel een kwestie is geworden van memoriseren wat de computer ons vertelt. Niet alleen het volume maakt het onmogelijk om alles te onthouden maar daarnaast merk ik ook op dat er nog veel fout loopt met het omzetten van wat de computer ons vertelt naar goede resultaten in de praktijk. Zo toont de computer in steeds meer varianten aan dat de positie gelijk staat. Echter wanneer je die dan zonder computerhulp probeert verder te spelen dan merk je op dat het allesbehalve simpel is om de remise te verzilveren.

De steeds sterker wordende schaakprogramma's vinden steeds meer oplossingen om complexe openingen te neutraliseren. Echter dit geldt ook voor het middenspel en eindspel. De remisemarge blijkt nog veel groter te zijn dan we oorspronkelijk dachten. We vermoeden al lang dat schaken zeer waarschijnlijk remise is maar nu zien we ook dat de computer er zelfs in slaagt om zeer slechte stellingen nog met kunst en vliegwerk te redden. Onderstaande computerpartij uit TCEC superfinal season 17 werd tijdens de eerste lockdown live becommentarieert door verscheidende topgrootmeesters. Groot was de verwondering dat Stockfish al heel vroeg 0.00 opgaf.
Meer dan 100 zetten drong Leela aan maar Stockfish gaf geen krimp en week nooit af van de 0.00 na de 25ste zet. De prestatie is nog indrukwekkender als je weet dat Leela aanvankelijk startte op +1,62 zie zet 42 op TCEC en dat Leela vele honderden punten sterker is dan onze huidige wereldkampioen Magnus Carlsen.

Ook in het analyseren van onze eigen partijen zien we dat we regelmatig stellingen te snel beschouwen als triviaal gewonnen/ remise/ verloren. Als mens beschikken we natuurlijk niet over de rekenkracht van een computer waardoor we sterk afhankelijk zijn van onze intuïtie/ schaakkennis maar daardoor slaan we meer dan eens de bal verkeerd. In de derde ronde van het 2de online klassiek schaaktornooi speelde ik tegen de Belgische FM en latere tornooiwinnaar Matthias De Wachter. Daarin kwam een eindspel op het bord waarvan in de live-stream werd gezegd door de Belgische IM Thibaut Maenhout dat het absoluut moest winnen voor wit. Stockfish toont in de analyse het tegendeel.
Moeten we daarom al onze schaakkennis/ intuitie over boord gooien? Uiteraard niet. Zeker vandaag waarbij je vaak een groot aantal zetten op een increment moet spelen van dertig seconden (of nog sneller bij rapid/ blitz) is het noodzakelijk om te werken met vuistregels. Die vuistregels hebben hun deugdelijkheid in de praktijk vele malen bewezen. Dus er is zeker niets mis om in een livestream te vertellen dat dit eindspel normaal moet winnen voor wit.

Bovendien kan je jezelf de vraag stellen in hoeverre het zelfs uberhaupt nuttig is om te weten dat het niet wint voor wint. Is dit iets dat een praktische schaker hoeft te weten of is dit meer iets voor de theoreticus dus puur academisch? Het doet mij denken aan de tablebases. Ik vermoed dat zowel Fabiano Caruana als Maxime Vachier-Lagrave wisten dat hun eindspel volgens de tablebases remise was in de net beeindigde Fide Candidates (2de deel) maar in de praktijk bleek het onmogelijk om dit eindspel daadwerkelijk ook correct te spelen.
Veel sterke spelers zijn van oordeel dat "de waarheid" onbelangrijk is als je die toch niet op het bord kunt bewijzen. Ik schat dat ik een 10 tal uren mijn eindspel tegen Matthias geanalyseerd heb om een min of meer finaal verdict te kunnen geven. Ik ben er zeker van dat een aantal trainers niet meer dan een uur analyse als optimaal hadden beschouwd en de resterende tijd kan je beter gebruiken voor andere facetten van het schaken.

Dat is dan natuurlijk in de veronderstelling dat je die vrijgekomen tijd daadwerkelijk nuttig invult. Bullet partijtjes online spelen zoals zovelen doen i.p.v. mijn uren eindspel analyses, lijkt mij in elk geval nog veel minder zinvol. Trouwens ik ben ook nog niet klaar met de stelling dat "de waarheid" kennen helemaal onzinnig is als je die niet op het bord kunt bewijzen. Ik denk mathematisch ga je sowieso je kansen verhogen als je op voorhand de exacte evaluatie kent. Daarnaast kan het ook helpen met het zelfvertrouwen om net dit tikkeltje hardnekkiger te verdedigen of op winst te spelen. Kennis kan en moet altijd beschouwd worden als een plus vandaar ook dat ik altijd verkies om zo exact mogelijk te zijn in mijn evaluaties.

Brabo

maandag 21 juni 2021

Verdedigen

Vorige week werd het 2de deel van de mini-serie Lupin beschikbaar op Netflix. Deel 1 van deze populairste mini-serie ooit had mij al erg bekoord dus kon ik niet weerstaan om in enkele uren bingewatchen ook deel 2 te verslinden. Trouwens de snelste Sherlock onder jullie die mij kan vertellen wat de link met het vorige blogartikel is, krijgt van mij een traktatie.

Lupin is een dief dus niet iemand waarvoor je normaal sympathieën kunt voelen. Echter omdat hij zich ten allen tijde als een absolute gentleman gedraagt, gaan we toch supporteren dat hij uit de klauwen blijft van de politie. Het is een bekend succesvol concept voor dit soort genre maar hier in een verfrissend modern jasje gestoken met uitstekende dialogen afspelend in de adembenemende lichtstad Parijs.

Een gentleman is in het schaken ook schaars goed. Ik ben er absoluut geen want ik heb al te vaak tegen heilige huisjes geschopt. Ook Magnus Carlsen gaf laatst toe in een interview dat hij er geen is maar als er 1 (oud-)wereldkampioen is die de definitie van gentleman het best benadert dan is het Viswanathan Anand. In een rangschikking van wereldkampioenen gemaakt door Magnus was hij de enige die een 10/10 kreeg voor sanity.

Ondanks dat de 52 jarige topgrootmeester al heel wat delicate situaties heeft meegemaakt in zijn leven, slaagde hij er toch steeds in om de conflicten te ontmijnen of te omzeilen. Een paar dagen geleden toonde hij nogmaals zijn uiterst tact in een liefdadigheidssimultaan toen bleek dat meerdere deelnemers hem hadden bedrogen door gebruik te maken van een schaakprogramma zie billionaire and celebrities cheat at charity-simul. Ik vermoed elke andere wereldkampioen was boos geworden maar Anand gaf geen krimp. Integendeel want i.p.v. de verloren partij nog te winnen op tijd (wat meer dan waarschijnlijk was gelukt), gaf hij de partij edelmoedig op.

De meesten kennen wel de uitdrukking "nice guys finish last". Als je altijd lief bent tegen anderen dan zal men van je profiteren en uiteindelijk blijf je met niets over. Nu schaken speelt zich eerst en vooral op het bord af en daar telt enkel de sterkte van de zetten. Trouwens heel af en toe, speelt een goede reputatie ook in je voordeel. Zo herinner ik mij dat bijna de hele wereld voor Anand aan het supporteren was in 2010 toen hij speelde voor de wereldtitel tegen de Bulgaarse topgrootmeester Veselin Topalov. Toen bleek dat Anand met zijn zwartrepertoire grote moeilijkheden had, kwam de helft van de wereldtop gratis hulp aanbieden. Desalniettemin kon Anand niet vermijden dat in een derde poging Topalov alsnog door de passieve opening kon doorbreken.
Achteraf werd Anand dan ook unaniem door de commentatoren bekritiseerd voor het bewust willen verdedigen van die passieve opening meermaals. Topalov beschikte op dat moment over de beste computers in de wereld dus koppig niet willen variëren, moest leiden tot een nederlaag. In elk geval Anand trok zijn lessen hieruit en in volgende wereldkampioenschap-matchen koos hij niet alleen voor veel actievere openingen met zwart maar ook voor meer variatie.

Nu begrijp mij niet verkeerd. Verdedigen zeker met zwart is vaak niet te vermijden. Zelfs de allerbeste schakers komen soms uit de opening waar het alle hens aan dek is om een nederlaag af te wenden. Dus in dit artikel wil ik het enkel hebben over de keuzes die we maken in de opening waarvan we op voorhand weten dat we bepaalde stellingen zullen moeten verdedigen in het slechtste scenario. Hoe ver durven we hiermee gaan? Wat is aanvaardbaar?

Dit hangt uiteraard af van vele factoren. Wie ben ik van type speler? Ben ik een tactische speler, positionele speler,... Hou ik van risico's of speel ik liever op veilig? Wie is mijn tegenstander? Welk tempo wordt de partij gespeeld? Tenslotte de belangrijkste vraag is volgens mij, hoe goed kent mijn tegenstander de opening. Hoe slechter, hoe dubieuzer de opening mag zijn. Echter omgekeerd merk ik op dat zelfs heel veilige openingen al in de praktijk riskant kunnen zijn.

In het voorbije jaar was er door al het online blitz en rapid een duidelijke shift naar meer risicovolle openingen. Veel spelers bouwden een repertoire rond minder bekende openingen waar men veel makkelijke en snelle punten kon mee scoren. De enkeling die de vervelende kritieke lijn kent, namen ze als de bluts met de buil erbij. Een modelvoorbeeld hiervan zijn mijn online duels met de Roemeense Duitser Dragos Ciornei. Ik denk niet dat hij er zelf bewust van is maar sinds 2010 hebben we 20 keer dezelfde dubieuze opening op het bord gehad (eerst op playchess en nu op lichess). Nadat ik zijn opening eens had bekeken, werd het 15-0 waarmee hij een van mijn beste elo-leveranciers is.
Nu de 15-0 betekent niet dat de opening weerlegd is. Als je de opening opzoekt in Chessbase dan zie je dat de score +6, =10 is. Zelfs in enkele correspondentiepartijen wordt aangetoond dat zwart ondanks de pion minder dankzij de ongelijke lopers serieuze remisekansen heeft. Dus ik vind het niet gek dat Dragos dit blijft spelen in de blitz want in het slechtste geval blijf je goede kansen hebben op remise. Alleen tegen mij heeft hij vandaag de pech dat zijn slechtste scenario zijn enige scenario is geworden en bovendien heb ik heel veel ervaring opgebouwd om maximaal problemen te stellen voor hem in dit eindspel zoals je ziet in bovenstaand voorbeeld.

Daar zien we dus het probleem. Vanaf dat het verrassingselement weg is, word je slechtste scenario, je enige scenario. In klassiek bordschaken komt dit nog veel meer tot uiting. Er zijn heel weinig schakers die een kans afslaan om een opening te spelen waar je enkel voor winst/ remise speelt. Eenmaal iemand die zwakke schakel ontdekt heeft dan zijn andere schakers er als de kippen bij om ook hiervan te profiteren. Zo schreef HK5000 al in 2018 hoe iedereen in de club van de Torrewachters mijn anti-dote kopieerde tegen de fort-knox. De benadeelde speler kon hierdoor zijn lievelingsvariant niet meer  spelen en stapje boos uit de club (om maar te tonen dat sommige spelers echt wel zichzelf een rad voor de ogen draaien door te denken dat ze een sterke speler zijn als ze punten kunnen scoren door een onbekend systeem).

Dus als aanhanger van de wetenschappelijke aanpak zie deel 1 en deel 2 is het meer dan ooit noodzakelijk om ervoor te zorgen dat zwakke schakels in je repertoire onmiddellijk verdwijnen. Ik herinner mij dat de Belgische FM Frederic Decoster verwonderd was na het lezen van mijn artikel over Hollandse stappen in de Engelse opening deel 2 dat ik zulk klein openingsnadeeltje al niet meer accepteerde in mijn repertoire. Frederic speelt soms openingen in klassiek schaken die veel malen dubieuzer zijn. Enkel correcte openingen proberen te spelen is enorm veel studiewerk en misschien ook een tikkeltje saai. Echter Frederic zorgt daarbij wel telkens dat hij er redelijk zeker van is dat zijn tegenstander die varianten niet goed genoeg kent om ze te weerleggen. Dat is een hemel en aarde van verschil t.o.v. mijn wetenschappelijke aanpak waar ik dus wel mijn tegenstanders toelaat om zich voor te bereiden. Trouwens de Belgische FM Adrian Roos vertelde mij dat hij zeer graag partij had gegeven in dat Hollands variantje dat volgens Frederic slechts een klein nadeeltje is voor zwart. 

Ik ken weinig spelers die een kans zullen negeren om een opening te spelen waar enkel winst/ remise mogelijk is voor zichzelf en bovendien men de opening ook nog eens goed kan voorbereiden. De meeste schakers hebben de mond vol van dat ze graag een leuke interessante partij willen spelen maar als puntje bij paaltje komt dan zal bijna niemand een winstpunt weigeren waarvoor geen creativiteit of inspanning nodig is. Bordschakers zijn in de eerste plaats competitiebeesten en entertainment is bijzaak. Daar hou je dus best rekening mee of je moet als een echte sadomasochist ervan houden om elke partij uren te verdedigen voor maximaal een halfje.

Dus als zwartspeler weet ik dat verdedigen er vaak bijhoort maar ik wil niet op voorhand aan mijn tegenstander een blanco cheque geven waarop enkel nog verlies/ remise staat voor mij. Dit is geen fun en bovendien er zijn meer dan voldoende openingen die een goed alternatief kunnen bieden. Dit was ook hoe ik erover dacht toen er voor de 5de opeenvolgende keer werd aangestuurd door een tegenstander naar dezelfde depressieve variant. Ik wist dat de computer mij had aangetoond dat het te verdedigen was maar prettig is het niet dus koos ik deze keer voor een totaal ander concept.
In mijn vorige 2 partijen in deze opening had ik afgezien zelfs tegen (veel) lager gekwoteerde tegenstanders telkens met remise op het tandvlees. Deze keer had ik duidelijk het betere spel gehad en dus was de winst dan ook niet zo verwonderlijk. Of dit concept zoveel beter is dan het vorige, is twijfelachtig maar mijn tegenstander was verrast en dat zorgde ervoor dat ik helemaal niet hoefde te verdedigen. Er zijn zeker een aantal openingen waarmee je met zwart helder kunt egaliseren maar het Hollands behoort daar niet bij. Het wordt een kwestie van hard werken in het Hollands om de concurrentie een stapje voor te blijven.

Brabo

maandag 14 juni 2021

Schaakcomfort deel 3

Morgen krijg ik mijn eerste coronavaccin (Astra-Zenica). Midden augustus zou dan de tweede volgen. Dit betekent dus dat ik pas een coronapaspoort krijg eind augustus/ begin september. Ik vind het daarom lastig om nu al concrete plannen te maken voor deze zomer. Ik overweeg zelfs om een stuk verlof op te nemen in september en dan een tornooi in het buitenland te spelen (iemand zin om mee te gaan/ suggesties?).

Ik verwacht tegen september dat het coronavirus enkel nog in geïsoleerde gevallen zal voorkomen in België zodat we vanaf dan min of meer zonder vrees onze oude routines kunnen hervatten. Een daarvan zal wellicht terugkeren zijn naar het kantoor want sinds maart vorig jaar heb ik permanent thuisgewerkt. Ik prijs mij hier bij de gelukkigen want door dit thuiswerken ben ik wellicht ook gespaard gebleven van het coronavirus.

Nu ik vermoed dat niet iedereen zo enthousiast was van al dat thuiswerken. Zo kunnen de kosten al snel oplopen zie bv. artikel hln: thuiswerken komt met een prijskaartje: gemiddeld kost een thuiskantoor zo'n 3485 euro. Daarnaast klaagden velen ook over eenzaamheid zie "Ik zie de hele dag niemand." Ik had er allemaal weinig last van. Ik en mijn echtgenote werken gewoon samen aan de tafel in de living dus geen extra kosten en we konden altijd een praatje met elkaar slaan. Trouwens om dezelfde reden zet ik mijn schaakcomputers ook bijna altijd in de living. Ik spendeer er dagelijks vele uren op maar wil ondertussen niet mezelf hiervoor steeds afzonderen van mijn gezin. Hieronder zie foto van mijn schaaklabo in de living.
Voor het analyseren werkt dit perfect maar spelen is allesbehalve optimaal. Vooreerst is het er bijna nooit stil. Zo heb ik meerdere zondagse battles van de Beneliga gespeeld terwijl mijn kinderen achter mij naar de tv aan het kijken was. Soms botste dat zeker met afleveringen van de mol. Nu ik hoor dat sommige ploeggenoten zelfs aan het kijken waren naar de afleveringen terwijl ze mee aan het spelen waren met natuurlijk desastreuze resultaten als gevolg. Ik kan begrijpen dat je online blitz niet serieus neemt maar als je elke partij stukken afgeeft dan stel ik mij toch de vraag of dat nog plezierig is. Het is wellicht een reden waarom er nog nauwelijks volk komt opdagen voor de zondagse battles die nog steeds doorgaan.

Lawaai heeft dus een zeer belangrijke invloed op het schaakcomfort bij online spelen. Iemand heeft zelfs eens onderzocht dat de waarschuwingspiep voor weinig resterende tijd op lichess een beduidende knik naar beneden veroorzaakt in het spelniveau van een speler zie "I analysed 68 million lichess games to prove that the low time alarm makes people play worse". 

Ook het licht kan een belangrijke stoorzender zijn. Je ziet het niet heel goed op bovenstaande foto maar mijn living is omgeven door grote ramen rondom. Dit maakt van de living een heel aangename plek om tijd te spenderen maar soms kan de zon ook te fel schijnen waardoor je niet meer op je scherm kunt concentreren. De rolluiken neerlaten brengt dan soelaas maar daarmee steek ik ook de rest van het gezin in het donker. Een ander grappige anekdote met het licht gebeurde in een livestream van de zondagse battles met Arthur Neirynck, zie flikkerende lichten vanaf minuut 49:  "Mama, ik ben bezig he"!

Storende beestjes zoals de hilarische anekdote met de Belgische FM Sterre Dauw zie wespen zal je wellicht thuis niet tegenkomen maar minstens even storend zijn muggen en die zijn er af en toe wel. De Russiche topgrootmeester Ian Nepomniachtchi probeerde zowel Wesley So als een legertje muggen af te slaan laatst in de FTX Crypto-cup zonder succes zoals je kunt zien in dit grappig fimpje. Zelf heb ik eerder last van de talloze fruitvliegjes die komen van onze planten aan het venster (zie eerdere foto). Ze zijn piepklein maar ze zijn bijzonder vervelend want komen vaak in het midden van mijn partijtjes op het scherm zitten (wellicht aangetrokken door het schermlicht).

Omdat er niets anders is dan online schaken, heb ik mij daarom toch een aantal keren de laatste paar maanden afgezonderd in een klein bureautje om van deze ongemakken af te zijn. Echter een desktop verplaatsen doe je niet zo snel want het ding is loodzwaar en verbonden met allerlei kabels. Dus koos ik in de bureau meestal om op een kleine laptop te spelen wat op zijn beurt dan weer tot meer verkeerde muisklikken leidde. Op een klein scherm heb je nu eenmaal heel weinig marge om juist te klikken. Ik hoor dat sommigen zelfs online blitzen op een smartphone maar dan ben ik helemaal niet verwonderd dat je er weinig van bakt.

Trouwens ik vermoedde al lang dat de computermuis misschien wel een heel grote rol speelt in het schaakcomfort online. In een eerder blogartikel de onzin van blitz deel 5 schreef ik dat 25% van mijn verliespartijen gebeurde op tijd in posities die helemaal niet verloren stonden. Dat is gigantisch veel en bovendien frustrerend. Ik zag met lede ogen toe hoe ik geregeld verloor van zwakkere schakers die gewoon veel sneller waren met hun muis. Hoe doen ze dat of met welke muis spelen ze?

Wel een maand geleden maakte ik hierbij een doorbraak. Eerder had ik altijd goedkope computermuizen gebruikt van maximum 20 euro. Echter mijn zoon Hugo raadde mij aan om eens zijn gaming-muis te testen : MasterMouse MM710. 50 euro kost het ding dus niet zo goedkoop maar het is een heel andere klasse dan de vorige. De bewegingen gaan vele malen vlotter en ik denk dat Hugo ondertussen al spijt heeft dan hij mij het advies heeft gegeven want ik wil geen andere meer (ik kan natuurlijk een tweede kopen). Mijn online lichessrating op mijn hoofdaccount schoot omhoog van een gemiddeld 2450 (met pieken net boven 2500) naar een voorlopig record van 2616 !
Toeval dus schommelingen heb je altijd wel online maar dat is boven mijn verwachtingen (ook al omdat we hier toch spreken van +1000 online gespeelde partijen). Ik verlies niet alleen veel minder partijen op tijd maar ik duw nu ook veel vaker andere spelers door hun vlag. Het online blitzen is plots veel leuker maar ook interessanter geworden (want veel sterkere en dus betere partijtjes).

Nu zelfs met deze nieuwe muis zie ik dat er nog spelers zijn die sneller zijn dan ik maar het zijn uitzonderingen in tegenstelling met vroeger. Daarnaast moet je niet denken dat een muis meer dan 100 punten kan opleveren. Ik kan best ook een potje blitzen wat ik bewees in mijn meest recente partij van de Zondagse battles tegen het lichess fenomeen LSGeneraal, ook wel bekend in het dagelijks leven als de Nederlandse grootmeester Casper Schoppen (het is mij niet duidelijk of je de echte naam van een lichess-gebruiker mag tonen als de speler in kwestie dit niet heeft aangegeven).
Die partij werd gespeeld met het tempo van 3 minuten + 2 seconden per zet waardoor de snelheid van de muis veel minder belangrijk is dan in het gros van de partijtjes die ik standaard op 3 minuten zonder increment speel (veruit mijn favoriete tempo). Ik heb de laatste maanden duizenden partijtjes online gespeeld en daarnaast ook veel opzoekwerk gedaan naar allerlei openingen die ik voorgeschoteld kreeg. Online heeft het mij geen windeieren gelegd en ik hoop straks een graantje te kunnen meepikken hiervan als het standaardschaken opnieuw opstart.

Brabo

woensdag 2 juni 2021

Gebruikersnamen

Ik hamer regelmatig erop dat anonimiteit heel vaak noodzakelijk is om de privacy te beschermen. Desalniettemin merk ik ook op dat de roep steeds luider klinkt bij sommigen om de anonimiteit helemaal af te schaffen. Men heeft de buik vol van de flauwe grappenmakers, trollen of zelfs mensen die straffeloos leugens verspreiden. Zo koos hln al in 2017 ervoor om pseudoniemen als gebruikersnamen te verbieden wat uiteindelijk weinig zoden aan de dijk bracht want hln heeft geen toegang tot het rijksregister om valse namen te onderscheiden van echte.

Ook binnen de schaakgemeenschap en dan in het bijzonder de online wereld bestaat dit conflict. Zo publiceerde Chessbase een maand geleden een interview met de Griekse grootmeester Efstration Grivas die klare taal sprak: anonieme spelers moeten worden verboden. Hij heeft natuurlijk een punt. Je kan onmogelijk spreken van serieus schaken als spelers anoniem spelen. Het gedrag van sommige anonieme spelers is niet alleen kinderachtig maar vaak gewoon walgelijk en ontbreekt elke greintje respect t.o.v. de tegenstanders. Toch zien we dat de grote online schaakplatformen erg huiverachtig staan tegenover het verbieden van pseudoniemen. De kans is erg groot dat het leidt tot enorm ledenverlies en er uiteindelijk zelfs onvoldoende spelers overblijven om nog uberhaupt relevant te blijven.

Dit was ook hoe ik erover dacht toen ik de Belgisch online schaakclub oprichtte op 1 januari dit jaar. Om succesvol te zijn en dus een verschil te maken t.o.v. de talloze lokale vaak zeer kleine initiatieven, moest er op een veel grotere schaal gewerkt worden. Het was dus noodzakelijk om zoveel mogelijk schakers aan te trekken en dat doe je uiteraard door de drempel zo laag mogelijk te leggen. Ik vroeg geen lidgeld, geen registratie van gegevens en geen eis om onder je echte naam te spelen. Het businessmodel verkocht zichzelf want zonder echt zelf reclame te maken, schoot het ledenbestand de hoogte in met vandaag een voorlopig maximum van 753 leden zie Belgisch vriendenteam.

Echter tot daar het goede nieuws van dit project want een groot ledenbestand is nog bijlange geen garantie op succes. Leden tellen slechts echt mee als ze ook actief schaken of andere activiteiten opzetten/ meedoen en daar liep/ loopt het fout. In de laatste maand toonde maximum 10% van alle leden enige activiteit en dat cijfer blijft snel zakken (bijna gelijkmatig met de coronacijfers). Gisteren was er voor het eerst zelfs geen enkel lid van de 753 uitgenodigde aanwezig op de wekelijkse schaakbarak (een uurtje waar voorstellen of gespeelde partijen worden besproken) waarna ik prompt besliste om dit niet meer in de toekomst nog te organiseren.

Examens die er aan komen, drukte op het werk, prive-beslommeringen,... zijn allemaal zeker redenen waarom veel leden vandaag niet actief zijn maar dat kan niet alles verklaren. Eerlijk gezegd heeft het project zijn potentieel in de verste verte niet kunnen bereiken. Ik trek dus mijn conclusies na +5 maanden heel veel tijd en werk erin gestoken te hebben in nochtans de optimale omstandigheden voor online schaken doordat alle schaakclubs gesloten waren. Dus ik stel vandaag vast dat ik een inschattingsfout gemaakt heb maar ik heb geen spijt want wie niet waagt, niet wint.

Door anonieme schakers toe te laten, groeide het ledenbestand wel heel snel maar tezelfdertijd werden de diverse activiteiten van de Belgische online schaakclub niet serieus genomen. De sterkere Belgische schakers lieten bijgevolg massaal het project links liggen behalve Sterre als enige andere FM die geregeld meespeelt . Ik had gehoopt dat de sterkere Belgische schakers even hun eigen ambities opzij zouden zetten voor het Belgisch schaken maar dat was naïef. Zonder boter bij de vis wou men niet meewerken. Sponsors had ik niet en aan mijn altruïsme zijn ook grenzen.

Als je de beste spelers niet meekrijgt in een schaakproject dan haken de spelers net daaronder ook af met een kettingreactie naar de lagere regionen. Dit eco-systeem is welbekend in de schaakwereld. Anderzijds als ik de gebruikersnamen + profielen bekijk van de 753 leden dan stel ik vast dat slechts 285 hun identiteit tonen. Dat is 38% of met andere woorden de meerderheid (en in het bijzonder de sterkere schakers) stelt anonimiteit erg op prijs.

Dus ik denk niet dat het een oplossing was geweest om enkel leden toe te laten als ze hun echte identiteit zouden vrijgeven. Sommigen nemen het ook kwalijk dat ik een absurd pseudoniem (mvha) gebruik als mijn gebruikersnaam. Als initiatiefnemer had ik toch tenminste een voorbeeld moeten zijn en wat is dat eigenlijk "mvha". Wel ik heb zoveel gebruikersnamen in de omloop dat ik tegenwoordig zinnen gebruik als gebruikersnaam. Dus mvha = "Mijn vrouw heet Annabel" en dan is het paswoord "Annabel". Disclaimer: mijn vrouw heet niet Annabel maar je snapt het wel. Het maakt het voor mij gewoon veel makkelijker om al die verschillende accounts te onthouden. Op schaaksites moet je natuurlijk geen schaaktermen gebruiken als paswoord.

Tja mvha is geen sexy gebruikersnaam uiteraard waarmee je volk kunt aantrekken maar doet dat er eigenlijk toe? In elk geval voor de hand en brein sessies (een persoonlijk initiatief om jonge schakers op ludieke manier iets bij te leren over het schaken) vond ik het wel eens leuk om een speciale account aan te maken voor mijn dochter. Ik was zonet 45 jaar geworden en mijn zus had mij op haar typische wijze gefeliciteerd door mij te vertellen dat ik nu officieel als oud wordt beschouwd voor HR. Dus dacht ik waarom niet simpel Oldman-youngdaughter waarmee we op een grappige manier aan de kijkers uitleggen dat de dochter schaakt samen met haar "oude" papa. Het is te zeggen ik vond het grappig tot we effectief online begonnen te schaken want plots zagen we in de chat wel heel vreemde seksistische teksten verschijnen. Ik had gewoon nooit gedacht aan die link op voorhand dus heb ik daarna maar heel snel die account weer gesloten vooraleer we in de problemen hiermee kwamen. Dan maar een nieuwe account aanmaken en na enig overleg kwamen we op de naam Stress_kip. Ik ben er zeker van dat je het eens bent met onze keuze na het bekijken van deze hand en brein - sessie met mijn dochter.
Een leuke gebruikersnaam kan zeker helpen om sneller een gesprek met iemand te kunnen aanknopen. Je toont dat je humor hebt en dat beschouwen de meesten toch als een belangrijk pluspunt bij een gesprekspartner. Ook bij de leden van de Belgische online schaakclub zitten best enkele creatievelingen. Ik denk aan W84therook (Wait for the rook). Een meer dan toepasselijke naam voor de voorzitter van de schaakclub de TorrewachtersProtput is uiteraard fan van het legendarisch humoristisch tv-programma Het eilandRemiFasolla is zonder twijfel een muziekkenner. Het lid ik_ben_het houdt wellicht van droge humor. Bij spetterpoepke verwacht ik meer sappige verhalen. Ik vermoed dat ZilverenGeneraal ook Shogi speelt. Duo's vind ik ook altijd speciaal zeker met namen zoals schaken_is_tof en schaken_is_tof-FAN. Smaken verschillen natuurlijk dus laat mij weten in de commentaren welke gebruikersnamen jij de leukste vond/ vindt (dat mogen ook niet leden zijn).

Brabo