zondag 13 augustus 2017

De open spelen

Als je kijkt naar de jongste leeftijdsgroepen dan zie je zeer veel Italiaanse vierpaardenspelen. De reden is natuurlijk dat veel lesgevers dit hun studenten aanleren omwille van een aantal voordelen. Het is een opening met een zeer gezonde opbouw die leidt naar voldoende interessante posities om zowel leuke partijen te spelen als zichzelf als schaker snel te ontwikkelen. Bovendien duurt het slechts enkele minuten om de opening aan te leren waardoor de lesgever maximaal tijd overhoudt om veel belangrijkere thema's zoals taktiek te bekijken.

Een paar enkelingen op de jeugdtornooien trachten hiervan te profiteren door op de proppen te komen met enkele ingestudeerde huisnummertjes. Dit zijn vaak scherpe gambieten die zeer efficiënt zijn omdat gewone ontwikkelingszetten als verdediging niet werken en concrete theoriekennis noodzakelijk is. Toen ik zag dat mijn zoon Hugo soms cruciale partijen hierdoor verloor in de tornooien en dus niet geklopt werd op zijn waarde, realiseerde ik mij dat ik hem hiertegen moest beschermen.

Als specialist in de open spelen besefte ik meer dan ooit wat voor enorme berg theorie er vandaag bestaat. Bovendien leek mij de wetenschappelijke aanpak opdringen aan een kind gedoemd om te falen. Nee al snel werd de keuze gemaakt om de open spelen te verlaten. Zo switchte hij van 1.e4 e5 naar 1.e4 c6 en kozen we met wit voor ruilvarianten van het Spaans zie mijn artikel over het bjk. Theoretisch dus niet de meest kritieke openingen maar zo krijgt hij wel steeds stellingen waarin hij gewoon lang kan schaken.

Nu het is niet alleen de keuze voor de open spelen van trainers en beginners die ik in vraag stel. Ik ben geregeld ook verwonderd hoe het mogelijk is dat sterkere/ ervaren spelers kiezen voor de open spelen wanneer ze duidelijk nauwelijks of niets kennen van de theorie. Tot 3 maal toe in de voorbije Open Gent was ik aangenaam verrast van de zeer gebrekkige openingskennis van mijn tegenstanders. Zie bijvoorbeeld in ronde 1 tegen nochtans een +1800 elopunter. Als je de Ponziani speelt dan zou je toch verwachten dat je ten minste op de hoogte bent van de Fraser-verdediging.
Op mijn blog schreef ik 2 artikels over de opening zie 14 x sos en computers worden autonoom maar net zoals in mijn vorige artikel had mijn tegenstander het niet gelezen. Misschien kent mijn tegenstander niet mijn blog maar zelfs dat vind ik geen excuus want de Fraser-verdediging beschouw ik als basiskennis voor een Ponziani-speler.

Trouwens wat ik ook basiskennis beschouw is de klassieke hoofdlijn van het Spaans: 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 d6 enz... Echter mijn tegenstander in ronde 3 slaagde erin om de volgorde door elkaar te haspelen want speelde op zet 8 h3 i.p.v. c3. Ik profiteerde hiervan handig door hetzelfde motief te gebruiken als ik al eerder toonde in mijn artikels de volgorde en familieschaak deel 2.
Opmerkelijk is dat deze onnauwkeurigheid voorkwam in 300 meesterpartijen maar in 2 van de 3 partijen gewoon werd getransponeerd. Het evaluatieverschil is klein maar valt wel op te merken in de zwartscore die beduidend beter is met Pa5.

Veel groter is het evaluatieverschil na het dooreenhaspelen van de zettenvolgorde in mijn 3de voorbeeld. Ook hier zien we dat mijn tegenstander weer kiest voor een open spel-opening zonder gehinderd te zijn van veel kennis.
In mijn database staan er 32 meesterpartijen met dezelfde fout. 19 keer online had ik het al op het bord gehad. Ik bedoel maar dat de voorbeelden zeker geen alleenstaande gevallen zijn.

Het is vooral opvallend dat het hier gaat over zeer elementaire posities uit de open spelen die mishandeld worden door vele schakers. We hebben het dus helemaal niet over het missen van een nieuwe sterke zet ergens diep in een variant. Ik kan hieruit alleen maar afleiden dat veel spelers puur op gevoel spelen en niet de minste zin hebben om te studeren voor het schaken. In open spelen is zoiets geregeld (zeer) negatief zeker als je tegen schakers speelt die wel een zekere theoretische bagage hebben. Het switchen naar minder veeleisende openingen lijkt mij absoluut een must voor deze "luie" schakers.

Brabo

woensdag 2 augustus 2017

Matchen

Vorige week was er zeer verrassend nieuws in de schaakwereld met de aankondiging van Magnus Carlsen die in september de World-cup zal meespelen. Niet alleen ziet Magnus dit tornooi in tegenstelling met vele van zijn (oudere) collega's als een leuke uitdaging maar zijn onverwachte deelname zorgt ook voor complicaties. De World-cup is een kwalificatie-tornooi voor het kandidatentornooi maar het is niet helemaal duidelijk wie er kwalificeert als Magnus op een kwalificatie-plaats eindigt.

Eerder werd meermaals gezegd dat de world-cup een loterij is maar Magnus weet zelf ook wel dat het formaat hem sterk bevoordeelt. In klassiek schaak zal het tegen de sterkste spelers kwestie zijn van niet te verliezen want in de tiebreak is hij torenhoog favoriet. De tiebreak bestaat uitsluitend uit rapid en blitz en in die disciplines is hij de onbetwiste nummer 1. De ratingverschillen met de andere topspelers loopt snel op tot 100 punten en meer zie 2700chess. Kortom financieel als publicitair is zijn deelname een wel-berekende gok.

Ongetwijfeld zal de world-cup ook met een veel grotere aandacht worden gevolgd door de media dan gewoonlijk. Een wereldkampioen zorgt ervoor dat een tornooi onmiddellijk een heel andere status krijgt. Het grote publiek zal massaal weer afstemmen op de live-partijen van Magnus. Anderzijds blijft het een groot circus en daar verandert de deelname van Magnus niets aan. Matchen van slechts 2 standaard-partijen kan je onmogelijk beschouwen als een serieuze test tussen spelers. Je hebt veel meer partijen nodig om te kunnen spreken van een echte krachtmeting. Echter tijd en geld voor dit soort matchen is er zelden vandaag.

De wk-finales zijn de laatste restanten van onze rijke matchgeschiedenis. Daar ze bestaan uit slechts maximaal 12 klassieke partijen, volstaan ze vaak niet om een winnaar aan te kunnen duiden waardoor een tiebrake noodzakelijk is. Het is een spijtige maar noodzakelijke evolutie in onze hedendaagse maatschappij. Ik zal nog enkele maanden zoet zijn met het boek H.E. Bird van Hans Renette maar nu al valt het mij op dat schaken in de 19de eeuw niets meer lijkt op wat wij vandaag gewoon zijn. Matchen waren toen de norm want in die tijd ontstonden pas de allereerste tornooien. M.a.w. schaken voor 1900 gebeurde vooral door het uitdagen en aanvaarden van matchen. Trouwens dan spreken we niet over een paar partijtjes. Zo speelde Henry Bird wel 4 matchen in 1873 tegen de toenmalige Britse kampioen John Wisker samen goed voor 58 partijen. Dat is zelfs meer partijen dan de befaamde afgebroken match tussen Karpov - Kasparov gespeeld in 1984/85.

Zelf speelde ik in het verleden meerdere matchen maar uitsluitend tegen computers zie (gambieten en chesskids). Een match tegen een sterke lokale speler heb ik 4 jaar geleden hier op de blog nog toegejuicht (zie deze reactie) maar daar is zoals gewoonlijk nooit iets van gekomen. Het enige waarmee ik vandaag in de buurt kom zijn mijn individuele levenslange scores. Het schaakwereldje is heel klein dus je komt telkens weer dezelfde tegenstanders tegen in de diverse tornooien. Desalniettemin is het aantal spelers waartegen ik meer dan 5 keer een standaardpartij gespeeld heb, zeer beperkt.
Schakers waar ik minstens 5 keer een lange partij heb tegen gespeeld.
Ondanks een schaak-carriere van meer dan 20 jaar is dit een zeer korte lijst. Ik vermoed dat eenzelfde lijst voor een speler zoals Tom Piceu zowel veel grotere matchen kent als vele malen langer is. Zijn partijcommentaar op een recente wedstrijd tegen Thibaut Maenhout "partij elfendertig" laat duidelijk verstaan dat hij sommige spelers wel heel vaak ontmoet. De belangrijkste reden voor mijn korte lijst is simpel. Ik speel weinig. Tom is een paar jaar jonger dan ik en heeft 1104 partijen voor Belgische rating verwerkt. Voor mij zijn er dit slechts 478.

De eerste speler in de lijst is voor mij een oude-bekende: de Belgische expert Pascal Bauwe spelend voor de West-Vlaamse schaakclub Kortrijk. Eind jaren 90 ontmoette ik hem geregeld toen ik nog uitkwam voor de Roeselaarse Torrewachters maar daarna verwaterde het contact. Hij is een zeer degelijke speler en met enkele decennia ervaring uiterst moeilijk opzij te zetten.
Bron: https://www.facebook.com/torrewachters/
Onze 4 vorige onderlinge ontmoetingen werden steeds remise maar kwalitatief vind ik de partijen niet goed genoeg om eentje hier op de blog te tonen. De laatste dateerde al van 1999 dus in de recente Open Gent was ik gebrand om eindelijk eens de score te openen. Ik ben niet meer dezelfde speler van toen en dat wou ik wel eens demonstreren op het bord. Het werd misschien mijn beste partij van het tornooi want ik leverde een vrij gave partij af.
 
Pascal vertelde mij achteraf dat hij van mijn blog afwist maar zoals velen las hij mijn artikels niet aandachtig. Zijn openingsgok mislukte wat hij had kunnen weten indien hij mijn artikel een repertoire opbouwen had gelezen. Het bewijst nogmaals mijn stelling in mijn artikel paswoord.

Deze soort matchen gespreid over vele jaren zijn uiteraard niet hetzelfde als over een korte periode van dagen/ weken. Een speler evolueert zowel technisch als zijn openingskeuzes. Desondanks blijven bepaalde karakteristieken ook dezelfde. Als iemand 20 jaar geleden zich niet voorbereidde dan zal hij dit naar alle waarschijnlijkheid ook niet doen vandaag voor een partij. Een aanvalspeler wordt zelden een positionele speler en omgekeerd.

We hebben vandaag de elopunten zodat deze individuele levenslange scores nog weinig of geen betekenis hebben voor het publiek. Echter de betrokkenen bekijken dit vaak helemaal anders. Het is geen toeval dat een derby altijd bijzondere aandacht krijgt. Tussen de Belgische internationale meesters Stefan Docx en Geert Van der Stricht hangt ook altijd een speciale spanning. Bij elke partij tegen elkaar staat een beker op het spel die de winnaar naar huis mag nemen. De beker wordt voorzien door de winnaar van de laatste ontmoeting. Bij gelijkspel blijft de beker in het bezit van de laatste winnaar. Ik vind het een leuke en creatieve methode om hun levenslange match extra glans te geven.

Brabo

maandag 24 juli 2017

Materiaal grabbelen

Materiaal offeren om aan te vallen is ons allemaal welbekend. Gambieten blijven zeer populair in amateurschaak maar ook in het topschaak zien we geregeld weinig ontzag voor materiaal. Zo speelde Kramnik gisteren opnieuw een schitterende offerpartij tegen de Duitse sterke grootmeester Matthias Bluebaum zie o.a. hier. Of wat te denken van de Chineese topgrootmeester Wei Yi die een week eerder de Russische topgrootmeester Vladimir Malakhov versloeg met een zeer knap kwaliteitsoffer zie o.a. het nieuwsreport op chess.com.

Zowel technisch als psychologisch is de opdracht voor de verdediging lastig waardoor het vaak loont om te offeren zelfs al is het niet allemaal correct. Een thema die hier zeer dicht tegen aanleunt is materiaal grabbelen. Dan spreek ik niet perse over het beantwoorden van een gambiet gepleegd door de tegenstander maar eerder wanneer je ontdekt dat druk/ initiatief kan worden verzilverd met materiaalwinst. Kies je voor het uitbetalen van de dividenden door het materiaal te pakken? Of hoop je op meer en ben je bereid om dubbel of niets te spelen?

Een initiatief is vaak vluchtig. Slaag je er niet in om het om te zetten naar iets tastbaars zoals materiaal of structuur dan riskeer je uiteindelijk met lege handen over te blijven. Echter beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht is in het schaken allerminst eenduidig. Dit ondervond ik bijvoorbeeld een paar maanden eerder. De partij tegen Frederic Verduyn kwam al eerder aan bod in het artikel chesspub maar deze keer wil ik enkel kijken naar de fase waarin ik besliste om een pion te winnen.
      Achteraf gezien was het hoogstwaarschijnlijk slimmer geweest om niet voor de pion te kiezen en dus vast te houden aan het stellingsvoordeel. Zekerheid bestaat hier niet want als je niet snapt hoe zulk voordeel werkt dan kan het ook snel bergaf gaan.

Een ander voorbeeld van dit thema verscheen in mijn meest recente interclubpartij tegen David Roos. De partij werd hier ook al integraal gepubliceerd zie Herdersmat. Ik zoom in op zet 18 toen ik besliste om een kwaliteit te winnen.
Uiteindelijk maakte het misschien weinig uit. Feit is dat het na de kwaliteitswinst helemaal nog niet makkelijk is als wit niet blundert. Niet onmiddellijk willen oogsten is veel efficiënter en lijkt mij praktisch gewoon ook veel sterker.

In mijn meest recente bordpartij voor Belgische rating overkwam ik mijn innerlijke materialistische demonen. Ik negeerde de ene materiaalwinst na de andere waaronder zelfs een stuk en scoorde zonder twijfel mijn beste overwinning ooit op Robert Schuermans. Ik vind het een unieke prestatie van mijzelf zeker als je daarbij weet dat ik mijn laatste partij met zwart moest winnen om clubkampioen te kunnen worden in Deurne.
 
Ik stond zoveel materiaal voor op het einde dat ik het mij kon permitteren om met een kwaliteitsoffer de opgave af te dwingen. Bovendien zat Robert helemaal door zijn tijd heen terwijl ik nog een half uur had staan. In deze partij zien we alle troeven van wachten met materiaal grabbelen en de druk trachten stelselmatig te verhogen.

De tegenstander verliest erg veel tijd op de klok om de steeds moeilijker wordende problemen op te lossen. Uiteindelijk zien we dat er vaak veel meer kan worden geoogst. Praktisch is deze strategie dus zeer efficiënt maar in de praktijk bijlange niet zo frequent toegepast dan gambieten. Psychologisch bestaat er vandaag onterecht een te groot verschil in het offeren van materiaal en het niet grabbelen van materiaal voor dezelfde minder tastbare voordelen.

Brabo

zaterdag 15 juli 2017

Nieuwe viewers

De blog staat in een nieuw jasje. Het heeft mij vele uren gekost maar uiteindelijk is het mij gelukt om alle partijen (+500 stuks) om te laten zetten van kvchess naar de analyse-bord editor van chess.com. Hiermee zijn de problemen met flash van de baan en krijgen we er bovenop een gratis engine. Nadeel van de nieuwe viewer is dat de partijen niet meer in de html-code staan van deze blog maar opgehaald worden bij de server van chess.com. Het is dus te hopen dat chess.com nooit de stekker eruit trekt. Het is ook de belangrijkste reden waarom ik op de Engelse spin-off van deze blog nog de kvchess-variant zal behouden.

Dus vanaf nu is de nieuwe layout van de viewer zoals in het voorbeeld hieronder. De partij komt uit het net voorbije Belgisch kampioenschap waarin mijn ploeggenoot Daniel Sadkowski de titel van Open Belgisch kampioen veroverde.  Zoals in het hele kampioenschap speelt Daniel tot het laatste gaatje. Het is werkschaak met een goed oog voor tactische buitenkansen.

In een paar artikels zoals een Slavisch tussendoortje en ideeën gebruikte ik een viewer voor meerdere partijen te bekijken. Omdat hiermee steeds problemen waren, ging ik op zoek naar iets nieuw. Dankzij de uitstekende site van Ingram Braun kon ik snel een uitgebreid overzicht krijgen over de huidige mogelijkheden. Ingram verkiest zelf de publischer van Chessbase zie deel 1deel 2 en deel 3 maar daar zit een stevig prijskaartje aan vast. Persoonlijk ben ik best tevreden met het gratis alternatief Canvas Chess. Het is een nieuwe viewer sinds 2016 en zeer makkelijk te gebruiken.

Een voorbeeldje van die viewer zien we hieronder. Ik heb de partijen van de nieuwe Belgisch kampioen Mehr Hovhanisian verzameld. Met 5 overwinningen en 4 korte remises domineerde Mehr compleet de tegenstand.

Ik denk dat deze aanpassingen de blog zowel technisch als esthetisch verbeteren. Nu mogelijks heb ik hier of daar toch nog iets gemist bij het omzetten van de partijen en dat zou ik dan natuurlijk graag horen van de lezers. Andere opmerkingen zijn ook welkom.

Brabo

maandag 3 juli 2017

Pionstructuren

Elk van mijn leerlingen heeft zijn eigen repertoire. In mijn lessen zal ik dan ook niet trachten hen te overtuigen om andere openingen te spelen. Slecht 1 uitzondering maakte ik dit seizoen hierop toen we het over het thema "materiaal en tijd" hadden. Mits gebruikmakend van een bijzonder interessant en zeer onbekend idee in de hoofdlijn van het Evans gambiet trachtte ik mijn leerlingen te stimuleren om eens in de bordpraktijk minder vast te houden aan materiaal en meer aan tijd te spenderen.

Dus normaal gaan mijn lessen niet over openingen. Er bestaan genoeg goede openingsboeken waarin ieder snel en eenvoudig voldoende kan leren om een leuke partij te kunnen spelen als clubschaker. Bovendien kost het specialiseren in een opening niet alleen ontzettend veel tijd maar is dit vandaag zinloos zonder gebruik te maken van de beste schaakprogramma's (zie schaakopeningen studeren deel 2).

Desalniettemin valt er toch ook iets te zeggen om jezelf niet alleen te beperken tot het kijken naar partijen binnen je repertoire. Niet zelden kan je een idee uit een andere opening gebruiken in je eigen repertoire. Verschillende openingen hebben eenzelfde type pionstructuur waarin eenzelfde idee mogelijk blijkt te zijn. De Amerikaanse grootmeester Grigory Serper schreef hierover onlangs 2 geïnspireerde artikels zie how to study master chess games en more lessons from master games. Een grote stap verder gaat het meesterwerk Chess structures A grandmaster guide geschreven door de Chileense grootmeester Mauricio Flores Rios en gepubliceerd in 2015.
In 22 hoofdstukken beschrijft de auteur de belangrijkste pionstructuren en de standaardplannen die er aan verbonden zijn. Mauricio vertelt in de inleiding dat hij dit boek miste wanneer hij opgroeide als speler tot grootmeester en dus het hoogtijd vond om hieraan iets te doen. Het is geen opschepperij want zo las ik op chessexpress.blogspot dat ook andere schakers al vele jaren op zoek waren naar dit soort boek.

Ik vermoed dat het boek vooral voor spelers tussen 2000 - 2300 elo het meest waardevol zal zijn. In dit elo-segment start je best met een iets serieuzer repertoire op te bouwen en dan komt de kennis van de diverse belangrijkste pionstructuren zeker van pas. Ook voor spelers in de hogere eloregionen is het zeker nog interessant. Zo ben ik het eens met de review in New in Chess van de Britse sterke grootmeester Matthew Sadler dat het hoofdstuk over de Hedgehog of ook wel egelopstelling vanuit wits standpunt bijzonder informatief is. Zelf kon ik zo al de vruchten plukken van zijn aanbevolen aanvalsplan met Dc1 zie de online blitzpartij hieronder.

In onze openingen zijn dus talloze connecties. Goede schakers doen dan ook geregeld aan kruisbestuivingen in hun openingen met ideeen/ plannen uit soms totaal andere openingen. Echter evident is het zeker niet altijd. Zo speelde ik een paar jaar terug met wit tegen een Caro Cann. Zwart slechts 1700 elo kende het typisch kenmerkend pionoffer in deze pionstructuur en kreeg goed spel.
Onlangs ontdekte ik in een partijanalyse dat ik ditzelfde pionoffer had kunnen doen in een compleet andere opening: het oud-Hollands. Mijn gespeelde zet was niet slecht maar zonder twijfel was b5 kritieker geweest. De resulterende stelling is zeer scherp waarbij vooral wit moet opletten.
In de partij heb ik geen seconde gedacht aan dit concept. Ondertussen heb ik gelijkaardige stellingen in het oud-Hollands al enkele keren online op het bord gehad en met succes de nieuwe verworven kennis toegepast.

Lange zettenreeksen van buiten leren is soms noodzakelijk om de opening te overleven. Minstens even belangrijk vind ik het kennen van de grote schema's in veel voorkomende pionstructuren. Veel schakers hebben geen flauw benul hoe ze moeten spelen na de opening. "Chess Structures" biedt natuurlijk niet overal een antwoord op maar lijkt mij alvast vandaag het beste medicijn om je kansen in weinig tijd te verbeteren.

Brabo

woensdag 21 juni 2017

Hoeveel tijd spendeer je aan het schaken?

Zoals vele gezinnen vandaag werken ik en mijn vrouw full time. Daarnaast hebben we 2 kleine kinderen, een groot op te frissen huis gebouwd in 1969, leuke tuin , ... en je snapt dat het altijd druk is. Bovendien kunnen we evenmin beroep doen op hulp van familie en schoonfamilie wegens de grote afstand. Tenslotte rijdt mijn echtgenote niet met de auto waardoor bijna alle verplaatsingen alleen maar kunnen met mijn hulp. Tijd heb ik dus altijd tekort. Toch slaag ik erin tot verwondering van velen (zie bv. een reactie van Valery Maes) om het schaken niet op te geven. 

Trouwens we spreken niet over zo klein beetje tijd dat ik spendeer aan het schaken. Als ik alle activiteiten gerelateerd aan het schaken optel dan kom ik aan een onwezenlijk hoog aantal uren. Enige uitleg is hierbij wellicht noodzakelijk want anders gelooft niemand mij. Hieronder heb ik de activiteiten verdeeld in 8 categorieën: standaardpartijen, blog, online surfen, online spelen, schaakles geven, mijn zoon Hugo begeleiden, taktiek oefenen en schaakboeken lezen. De cijfers die ik gebruikte, zijn m.i. conservatief. Bovendien is er ook nog allerlei varia die niet in rekening werd genomen. Ik denk aan de vele mails die ik schrijf aan andere schakers, handicapwedstrijden die ik speel thuis tegen mijn zoon zie gekke materiaalverhoudingen deel 2, postmortems al dan niet vergezeld van alcoholische dranken, ...

Standaardpartijen

Totaal 410 uren aan standaardpartijen









De tijd gespendeerd aan standaardpartijen heb ik in 4 subcategorieën opgedeeld.
- Het aantal speeluren een partij gemiddeld duurt. Ik schat dit op 3 uren behalve in de Belgische interclub waarvoor ik 3,5 uren nam (zie o.a. leestekens deel 2 waarin ik schreef over een partij met 109 zetten.)
- Het aantal uren voorbereiding per partij. In open tornooien heb je weinig tijd om voor te bereiden en vind je van je tegenstanders vaak ook weinig terug in de database. Voor de Belgische interclub bereid ik mij steeds voor op meerdere tegenstanders (zie o.a. de sterktelijst)
- Het aantal uren analyse per partij. Dit is enkel de tijd die ik zelf doorbreng aan de computer met analyseren. Echter daarnaast analyseren mijn computer(s) nog misschien tot 5 keer langer. Het complexe algoritme dat ik gebruik, werd uitgelegd in analyseren met de computer. Mijn tijd kan je het best opsplitsen in 2 uren opzoekwerk in databases + initialiseren van de computer voor schaakopeningen studeren, 1-2 uren zet per zet nakijken + initialiseren van de computer voor bijkomende middenspel en eindspelanalyse en tenslotte 1 uur om alle analyses te synthetiseren in een makkelijk leesbaar formaat. Ik heb iets meer tijd geschat voor de partijen gespeeld in de Belgische interclub omdat ze kwalitatief gemiddeld beter waren dan de andere.
- Partijen speel je niet thuis dus moet je steeds rekening houden met tijdsverlies aan verplaatsingen. Bovendien wanneer 2 ronden op 1 dag worden gespeeld dan zit er meestal niets anders op dan ter plaatse te wachten tussen de ronden. In open tornooien zoals Gent en Leuven kunnen wachttijden tussen ronden al snel oplopen tot 3 uren zonder maar te spreken over de extra tijd die je verliest bij een prijsuitreiking. Het klubkampioenschap van Deurne levert het minste tijdsverlies op want ik ben er steeds in een half uur en er wordt slechts 1 partij per speeldag gespeeld.

Blog
Totaal 141 uren aan mijn blogs
Een artikel schrijven kost tijd. Ik begrijp dan ook best waarom er op een paar uitzonderingen na geen andere schrijvers willen meewerken aan deze blog. Naast het schrijven van een artikel komt er vaak ook opzoekingswerk aan te pas zoals ook het geval was voor dit artikel. Veel tijd win ik echter doordat ik geregeld partijanalyses integraal overneem van mijn standaardpartijen.
Op vraag van enkele niet-Nederlandstalige lezers doe ik ook mijn best om mijn meer algemene artikels te vertalen naar het Engels. Ik behelp mij met de online woordenboeken waardoor een uur al snel nodig is om de inhoud te vertalen. Oxford Engels is het zeker niet maar ondanks de fouten zie ik toch dagelijks heel wat bezoekers.

Online surfen
Totaal 182,5 uren aan schaakartikels
Met uitzondering van een paar vakantiedagen per jaar spendeer ik elke dag tijd op het internet. Hierbij neemt het bezoeken van schaaksites een zeer belangrijk deel van de koek. Chess.com, chessbaseskdeurneschaaksitechesspub zijn mijn favorieten die ik vaak meerdere keren per dag bekijk. Daarnaast zijn er ook talloze andere sites die ik minder frequent bezoek. Het is een bron van inspiratie voor deze blog waarvan ik geregeld gebruikmaak. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om op de hoogte zijn van de actualiteit of zelfs een steentje te kunnen bijdragen in een discussie.

Online spelen
Totaal 197 uren aan online spelen
Tegenwoordig speel ik voornamelijk 3 minuut partijtjes online op Playchess. Ergens anders speel ik niet. Dankzij het automatisch bewaren van internetgames kan ik precies weten hoeveel partijtjes ik gespeeld heb in een jaar. Ik speel bijna uitsluitend 's avonds.

Schaakles geven
Totaal 75 uren aan schaakles geven

Dit schooljaar ben ik schaakles beginnen geven in KMSK (zie voorbeeld piondoorbraken). Heel veel lessen heb ik niet kunnen geven door overlapping met tal van andere activiteiten (interclub, tornooien, ...). Echter ik heb in elke les wel altijd flink wat energie gestoken om het interessant te maken voor mijn leerlingen.

Mijn zoon Hugo begeleiden
Totaal 200 uren aan begeleiding van Hugo

25 dagen waren het afgelopen jaar dat ik met mijn zoon Hugo naar tornooien ben geweest. Ik heb het aantal uren/ dag gelimiteerd tot 8 maar in werkelijkheid waren het vaak meer. Ter plaatse dode ik de tijd met het lezen van een boek, praten met schakers en niet-schakers, kibitzen en natuurlijk ook te zorgen dan mijn zoon Hugo niets te kort kwam. Hierbij wil ik nog opmerken dat mijn vrouw de begeleiding van Hugo op zich nam voor de 4 interclubwedstrijden die Hugo speelde en het Liga jeugdkampioenschap van Antwerpen. Ik had die dagen een overlapping met mijn eigen schaakactiviteiten.

Taktiek oefenen

Volgens chess.com spendeerde ik het voorbije jaar 36 uren aan het maken van tactische oefeningen op hun server. Als ik meer dan 5 oefeningen per dag wil maken bv. als voorbereiding op een tornooi dan ga ik wel eens naar een andere server om taktiek te oefenen. Dus in werkelijkheid lag het tijdsverbruik aan taktiek oefenen nog iets hoger dan de 36 uren.

Schaakboeken lezen
Totaal 55 uren aan schaakboeken lezen

Net voor slapen gaan, lees ik elke avond nog 10 minuutjes in een schaakboek. Zo ben ik nu bezig met Hans Renette's boek over de Bird. Het is ideaal om een rustig slot te breien aan een vaak hectische dag. De uren die ik lees tijdens het begeleiden van Hugo zijn dus niet opnieuw in rekening gebracht in bovenstaande tabel.


Samenvatting
Totaal 1296 uren aan schaken gespendeerd in het afgelopen jaar
Vrij vertaald komt dat op gemiddeld bijna 4 uren per dag dat ik op een of andere manier spendeerde aan het schaken in het voorbije jaar. Je kan dus zeker niet stellen dat er sleet zit op mijn liefde voor het schaken.

Sommige lezers stellen wellicht de terechte vraag, hoe ik in hemelsnaam dit allemaal kan rondkrijgen. Uiteindelijk zijn er slechts 24 uren per dag. Dat klopt. Zo zal ik veel taken zoals poetsen, schilderen, renovatiewerken, en zelfs laatst ook de tuin onderhouden... uitbesteden aan werklui. De TV laat ik geregeld een avond uit. Tenslotte met 6 tot 7 uren slaap heb ik genoeg zodat ik niet zelden tot na middernacht nog met een schaakactiviteit bezig ben.

Brabo

woensdag 14 juni 2017

Herdersmat

Shortcuts om beter te schaken bestaan er niet. Ik kan wel tips meegeven aan mijn leerlingen hoe je (veel) sneller progressie kan maken maar zonder zelf heel veel tijd te spenderen aan het schaken zal het weinig zoden aan de dijk brengen. Echter de meesten zijn liever lui dan moe waardoor het meesterschap slechts voor weinigen uiteindelijk is weggelegd.

Op korte termijn is het uiteraard wel mogelijk om snel gewin te maken. Zo kiezen velen voor varianten waarvan ze hopen hun tegenstander in een val te laten trappen. Boekjes zoals 1000 Miniature Chess TrapsChess Openings Traps and Zaps101 Chess Opening Traps ... zijn dan ook populair bij de modale amateurschakers. De meest bekende en eenvoudigste val is wellicht de herdersmat die dood en verderf zaait bij de absolute beginners. Ik raad mijn zoon Hugo steeds ten stelligste af om voor dit soort makkelijke punten te gaan in de jeugdtornooien maar als ik even niet kijk dan durft hij dit wel eens opzettelijk te negeren.

Op lange termijn levert het spelen op vallen weinig of niets op. Je ontwikkelt je schaakkennis niet. Bovendien hangt de succesgraad erg af van het verrassingselement en de sterkte van de tegenstander. Je zal bijgevolg dan ook zeer zelden ervaren spelers zien kiezen voor bijvoorbeeld het spelen op herdersmat. De Amerikaanse topgrootmeester Hikaru Nakamura wordt niet voor niets een buitenbeentje in het schaakcircuit genoemd want hij is de enige +2600 speler die zich er ooit heeft aan gewaagd met eerder teleurstellende resultaten.
Het is uiteraard vreemd om op herdersmat te spelen wanneer je 100% zeker weet op voorhand dat de tegenstander er nooit zal intrappen. Anderzijds kan ik mij wel inleven in de toenmalige 18 jarige Hikaru. Fratsen uithalen als tiener hoort nu eenmaal bij het opgroeien naar volwassenheid. Dat zulke keuzes arrogant en zelfs respectloos overkomen, realiseer je pas soms vele jaren later.

Trouwens zo slecht is het spelen op herdersmat technisch ook niet. Vele gambieten zijn veel dubieuzer. Mijn analyses tonen geen voordeel aan voor zwart dus het is speelbaar. Het is niet onzinnig om als verrassingswapen het eens te kiezen om iemand snel uit boek te spelen. De Belgische expert Marc Ghysels heeft dit al eerder bewezen door de Duitse IM Hans-Hubert Sonntag er sensationeel op remise mee te houden. In de partij kwam wel een variatie van de herdersmat-opening op het bord met dame onmiddellijk op f3 i.p.v. eerst h5. Dit heeft als voordeel dat zwart geen extra tempo krijgt met g6 maar als nadeel dat zwart wel de extra interessante optie heeft om zijn zwartveldige loper anders te ontwikkelen. Beide varianten zijn m.i. speelbaar.
Laatst kreeg ik die variant ook op het bord in de Belgische interclub door de Zottegemse expert David Roos. Hij vertelde mij dat hij al een tijdje niet meer de moeite deed om een openingsvoordeeltje te zoeken voor wit. Daarom koos hij voor een opening waarvan hij zeker was dat ik die niet zou bestudeerd hebben.
David op het Vlaams kampioenschap te 2015
Groot was de verbazing alom toen ik achteraf vertelde dat ik de opening specifiek had voorbereid voor de wedstrijd. Men stelt zich vaak vragen bij het nut van voorbereiden op meerdere spelers in de interclub maar deze keer kon niemand negeren dat ik gelijk had door ook op Davids teamgenoten voor te bereiden. Eerder schreef ik in dit artikel over Marc en hij is toevallig een teamgenoot van David die bovendien een bordje hoger speelt. In mijn blogartikel openingskeuzes schreef ik niet zomaar dat spelers uit dezelfde club vaak dezelfde openingen spelen. Het beoogde verrassingseffect faalde en ik kreeg al snel de bovenhand in de partij.
Alhoewel de herdersmat-opening mij objectief correct lijkt, is het geen opening die makkelijk te spelen is voor wit. Het vroeg in het spel brengen van de dame is een basisregel die je hier overtreedt en daar betaal je een zekere prijs voor. Als spelers echt hoofdlijnen willen vermijden en de tegenstander willen verrassen dan bestaan er veel betere alternatieven. Hierover schreef ik o.a. in de commentaren op mijn artikel spelen op de man. Zeker met wit is het makkelijk om iets solide te kiezen zoals bv. 1.a3. Tegen dit laatste verloor ik eens op kinderlijke wijze zie universele systemen.

Brabo