vrijdag 3 april 2020

Schaakopeningen studeren deel 4

Mijn vorig artikel sloot ik af met de "grappige" noot dat ik een van de bekendste schakers in België ben geworden door deze blog. Er zijn zeker een pak sterkere spelers dan ikzelf maar bekendheid verwerf je niet of heel moeilijk door enkel te schaken. Echter misschien nog groter dan mijn bekendheid is mijn reputatie van theoreticus die zelfs nog veel verder in de tijd teruggaat dan deze blog. Ik kan het niet beter verwoorden dan het al eerder vermelde verslag van de KOSK: "Brabo... gevreesd als schaker met de goede/grote/gedreven/overdreven openingskennis". Trouwens gisteren nog kreeg ik plots een mailtje van een Nederlandse expert of ik niet eventjes hem kon helpen met de Graf-variant in het Spaans dus blijkbaar stopt mijn reputatie net als het coronavirus niet aan de landsgrenzen.

Ik hoor dit liedje al zeker 2 decennia. Ik heb het altijd onzin gevonden maar ik vond het wel altijd leuk om te zien hoe sommige spelers soms de gekste dingen uitprobeerden om toch maar mijn "encyclopedische" openingskennis te vermijden (herinner bv. mijn artikel herdersmat). Ja dat voorbeeld is niet echt overtuigend voor mijn stelling want ik kende zelfs iets over "de theorie" van het herdersmat. Hoogtijd vond ik dus om eens te kijken hoe de vork precies aan de steel zit. Wie overdrijft of zit de waarheid ergens in het midden?

Eerder deze week zei ik in een commentaar dat ik bezig was met een groot onderzoek en daarmee loog ik niet want ik spendeerde vele uren deze week om de openingen van al mijn standaardpartijen gespeeld in de laatste 20 jaar te bekijken. Het waren 722 partijen dus het duurde even om te bepalen van iedere gespeelde partij-opening wat ik afwist. Door tijdsgebrek moest ik het uitspreiden over meerdere dagen maar het resultaat mocht er wezen. Echter vooraleer ik de resultaten toon, moet ik eerst uitleggen wat ik beschouw als een opening.

Er bestaat geen eenduidige definitie van een opening. Je kan natuurlijk wikipedia of eco raadplegen maar dat is volstrekt onbruikbaar voor statistiek. Dus koos ik dezelfde arbitraire regel als ik al gebruikte in deel 2. Een unieke opening start van een originele positie waarvan maximaal 100 meesterpartijen (een van beide spelers heeft +2300 elo) in de megadatabase staan. Dus voor elk van mijn 722 partijen checkte ik waar de opening begon via mijn openingsboek gecreëerd van die meesterpartijen. Een screenshot legt dit altijd beter uit dan duizend woorden.

Deze positie kwam op het bord in mijn meest recente Belgische interclubpartij tegen de Belgische IM Stefan Beukema. Volgens de 100 meesterpartij-regel beschouw ik dus 8.Pe4 en 8.Pa4 als 2 verschillende openingen. Ik denk dat iedereen ook akkoord is dat de openingen heel verschillende type stellingen creëren.

Vervolgens maakte ik 3 categorieën van openingen volgens mijn openingskennis:

Categorie 1: De opening heb ik nog nooit gespeeld of bekeken met een computer. Ik heb er ook nog nooit iets over gelezen in een boek of forum. Mogelijks ben ik het wel eens in een online blitzpartijtjes tegengekomen maar ik heb toen gewoon geklikt naar volgende partij. Stefan speelde in de partij 8.Pa4 en die zet voldoet aan al deze voorwaarden. Ik antwoordde toen met het zwakke 8...Pfd7.

Categorie 2: Ik ken iets van de opening maar dit is heel beperkt. Ik heb de opening mogelijks in mijn voorbereiding even een paar minuten op het bord gehad waardoor ik nog 1 of meerdere extra zetten weet. Ik heb er ooit iets over gelezen in een boek of forum. Ik heb al eens een partij gespeeld met die opening maar toen kwam een andere sub-variant op het bord die ik nog niet eerder bekeken heb. Ik heb van Stefan geen partijen in de megadatabase gevonden met 8.Pe4 maar 8.Pe4 maakte wel nog deel uit van mijn partijvoorbereiding. Indien hij dus 8.Pe4 had gespeeld i.p.v. 8.Pa4 dan had ik die partij beschouwd met opening als categorie 2 i.p.v. 1.

Categorie 3: Ik heb ooit eens een uitgebreide analyse gemaakt van de opening. Dit kan op basis zijn van een gespeelde partij zoals ik in detail uitlegde in deel 2 maar kan ook gelinkt zijn aan een correspondentiepartij zijn die ik gespeeld heb. Dat betekent dus niet dat ik perse helemaal up to date hoef te zijn om een opening als categorie 3 te beschouwen. Onderstaand screenshot is hiervan een mooi voorbeeldje. In de laatste ronde van Cappelle La Grande gespeeld vorige maand kreeg ik 9...d6 op het bord. Ik had het nooit eerder op het bord gehad maar mijn tegenstander had pech. Ik kreeg de volledige analyse tot en met zet 18 op het bord die ik hier al in 2014 op mijn blog gepubliceerd had zie partij tegen Roel Goossens in mijn artikel mode. Met een topnieuwtje op zet 15 vind ik het ondanks het gebrek aan recente updates in de laatste 5 jaren toch een categorie 3 als opening.

Nu ik uitgelegd heb hoe ik openingen en kennis onderscheid, kunnen we eindelijk kijken naar de cijfers. Trouwens als iemand nog vragen of twijfels heeft bij de echtheid van de cijfers dan moet je maar een mailtje sturen. Ik ben bereid om alle data te delen en hierover te discussiëren. Ik geef ook toe dat het af en toe kantje boordje was om de categorie te bepalen maar dit is slechts ruis in de statistiek. Onze eerste tabel toont per jaar mooi aan het aantal partijen gespeeld volgens de 3 categorieën.

Dus gemiddeld zat ik in de voorbije 20 jaar net onder categorie 2: 1,8. De gemiddelde split tussen de categorieën is 38% voor categorie 1, 43% voor categorie 2 en slechts 19% voor categorie 3.

Het eerste jaar 2001 is duidelijk het slechtste en dat is niet verwonderlijk omdat ik toen nog vrij weinig ervaring had. Echter persoonlijk vind ik het wel choquerend om te zien dat er nauwelijks of geen progressie van mijn openingskennis op te merken valt in mijn partijen in de voorbije jaren. Ik heb enorm veel tijd zeker recent in het analyseren van openingen gestoken. Wat is hier de verklaring van?

Ten eerste is het zo dat de theorie geëxplodeerd is. Ik heb het al opgemerkt in 2013 zie revolutie in het millennium en dit is alleen maar versneld de voorbije jaren. Sommige openingen zijn gesplitst in 2,3 of meerdere nieuwe openingen. Spelers volgen graag nieuwe trends dus je bent steeds verplicht om bij te schaven. Echter minstens even belangrijk is de mix van tegenstanders. Zo maakte ik bovenstaande tabel opnieuw maar dan volgens elo-categorieen en dan zien we plots een ander beeld.
We zien dat het aantal lager gekwoteerde tegenstanders fel is toegenomen over de tijd terwijl het aantal hoger gekwoteerde spelers drastisch gereduceerd werd. Nee ik ben niet bang geworden maar dit is het logische gevolg van enkel dicht bij huis te spelen na de geboorte in 2007/2009 van mijn kinderen. Hierdoor koos ik voor kleine tornooien zoals het lokale clubkampioenschap wat vaak heel zwak bezet is (zie inactiviteit).

We zien ook dat mijn openingskennis weinig of geen invloed heeft op -1800 spelers. In deel 1 liet ik al doorschijnen dat -1800 spelers heel weinig theorie kennen/ spelen en dit wordt hier bevestigd.

Vervolgens is het ook heel opmerkelijk dat mijn openingskennis in de partijen verbetert tot 2200 elo waar het daarna weer daalt. Nee ik speel niet plots onzin boven de 2200 en het is evenmin zo dat +2200 spelers plots geen theorie meer kennen. Hoger beginnen partijvoorbereidingen een steeds grotere rol te spelen. Je tegenstander te slim af zijn in de opening is hiervan een zeer belangrijk onderdeel.

Tenslotte zien we in bovenstaande tabel wel duidelijk dat mijn openingskennis over de jaren heen gegroeid is. Ik ben dan ook blij om te zien dat al mijn inspanningen niet tevergeefs zijn geweest. Een stijging van 1,7 naar 2,3 in de elovork 2200-2400 lijkt niet veel maar weinigen weten dan ook wat het kost om dit te bereiken.

Het laatste waar ik ook nog naar benieuwd ben, is in hoeverre mijn reputatie, mijn kansen geschaad heeft in de partijen. Ik bedoel kunnen we een verschil zien in de categorie van de opening tussen iemand die mijn reputatie kent/vreest of niet. Wel vooraleer we daarna kijken, heb ik eerst trachten uit te zoeken over hoeveel partijen we dan spreken. Onderstaande tabel toont per jaar aan hoeveel van mijn tegenstanders ja/nee bewust waren van mijn reputatie een notoire openingskenner te zijn. Ik geef toe dat er enkele twijfelgevallen waren maar opnieuw beschouw ik dit slechts als ruis op de statistiek.
Het verschil tussen de eerste en laatste jaren is erg duidelijk. Het jaar 2006 is speciaal omdat ik toen het gesloten Brugse meestertornooi speelde die een grote invloed had op het jaargemiddelde omdat veel deelnemers mij er al heel goed kenden daar ik zelf Westvlaamse roots heb.

In 2012 ben ik begonnen met mijn blog en het kan bijna niet anders dan ik daardoor eigenhandig mijn graf heb gedolven. Ik merk op dat mijn tegenstanders in 40% van mijn recente partijen heel goed op de hoogte zijn van mijn blog/reputatie en dus hier rekening mee houden. Het was voor mij dan ook een verademing om recent weer eens in Nederland en Frankrijk te spelen zonder nadeel.

Anderzijds als ik kijk naar hoe mijn tegenstanders rekening houden met de bonusinformatie dan stel ik vast dat ook daar veel variatie bestaat. Soms is de remedie ook gewoon slechter dan de kwaal want je weet nooit precies wat ik wel of niet ken. Ik gaf eerder aan dat vanaf +2200 elo, partijvoorbereidingen een rol begonnen te spelen dus de laatste tabel toont de invloed van mij kennen/niet kennen in de jaren 2014-2020 voor de hoogste 2 elocategorieen.
M.a.w. ik verlies ongeveer 0,3 gemiddeld in beide categorieën wanneer ik al dan niet een tegenstander heb die op de hoogte is van mijn blog/ reputatie. Het is niet leuk maar voorlopig vind ik het ook te drastisch om hiervoor de blog stop te zetten. Bovendien hoop ik door meer in het buitenland te spelen, dit euvel deels te kunnen omzeilen.

Conclusie van dit speciaal artikel is dat ik zeker een pak openingskennis bezit. Dat zal ik niet ontkennen en betreft zeker veel meer dan de gemiddelde amateurschaker. Echter de vele keren dat ik niets of weinig ken van de openingen die ik nog elke keer op het bord zie verschijnen, laat ook verstaan dan ik nog ver weg ben van het niveau van professionele schakers of zelfs Belgische internationaal meesters zoals Steven Geirnaert, Stefan Docx, Bruno Laurent... Nu ik denk niet dat dit blogartikeltje veel zal veranderen aan mijn reputatie.

Brabo

woensdag 25 maart 2020

Verrassingen deel 3

Hoe ouder je wordt, hoe minder je nog zin hebt om jezelf aan te passen aan de maatschappelijke veranderingen. Mijn grootmoeder die ondertussen bijna 3 jaar geleden overleed, heeft nooit een computer of mobiele telefoon in huis gehad. De recente sluiting van talloze bankfilialen en de vraag/eis om enkel nog online te bankieren, veroorzaakte bij een groot deel van onze grijze bevolking angst en wanhoop. Ik vermoed velen van hen hebben dan maar hun financiële verplichtingen aan derden overgedragen.

Ook bij oudere schakers merk ik dezelfde terughoudendheid op t.o.v. veranderingen in het schaken. Sommigen zijn zelfs gestopt met schaken omdat schaken vandaag te veel verschilt met de tijd waarin men begonnen is met schaken. Schaken is dan ook de laatste 20 jaar erg veranderd. Ik denk aan het (veel) sneller tempo, de invoering van de increments, elektronische schaakklokken, afschaffen van het afbreken, nieuwe reglementen maar misschien wel de grootste impact had de computer.

Hoeveel schakers afgehaakt hebben onderweg is moeilijk in te schatten maar ik ben zeker ervan dat de veranderingen nodig waren om nieuwe jonge spelers aan te trekken en dus de toekomst op lange termijn van het schaken te vrijwaren. Trouwens ik denk dat voor veel jonge schakers het allemaal nog best sneller mag. Anderzijds is het geen toeval dat de seniortornooien erg populair zijn bij de oudere schakers net omdat men nog een trager tempo behoudt.

Jezelf heruitvinden is niet evident en dat geldt ook voor mezelf. Ik geef toe dat ondanks alle recente gemaakte inspanningen ik er niet in slaag om te wedijveren met de moderne openingsstrategien. Het is ook zo dat openingservaring in het schaken steeds minder waarde heeft. In een recent interview maakte Anish Giri de volgende interessante opmerking: "In 2010 zou je tien dagen nodig hebben voor een diepgaande analyse van een stelling. Twee jaar geleden kostte het twee dagen en tegenwoordig heb je de oplossing in een half uur gevonden."

Ik bedoel vandaag is het echt heel riskant geworden om 2 keer dezelfde variant te spelen als je tegenstander hierop zich kan voorbereiden. Je hebt slechts een fractie van de tijd nodig dan voorheen om de kritieke zetten met een computer te ontdekken en de tegenstander het erg lastig te maken zeker wanneer die tegenstander niet op voorhand weet welk stukje van zijn repertoire je zal aanvallen. M.a.w. speel niet iets waarvan al partijen van jezelf in een publieke database staan. In mijn situatie moet ik dan ook nog rekening houden met dat veel van mijn tegenstanders ook nog mijn blog lezen en daarvan zullen trachten te profiteren om informatie tegen mezelf te misbruiken/ gebruiken.

Kortom vandaag vanaf een zekere speelsterkte is het absoluut aan te raden om steeds nieuwe systemen aan te leren en zo voortdurend te variëren. Het is iets dat ik langzaamaan ook zelf steeds vaker tracht te doen. Echter ik geef toe dat het nog allemaal te traag en te weinig is. Een recent voorbeeldje opnieuw uit mijn Hollands repertoire illustreert heel duidelijk deze tekortkoming. Tot 2013 antwoordde ik 1.d4 f5 2.Lg5 h6 3.Lh4 g5 4.e4 met Pf6. 4 standaardpartijen speelde ik met deze variant waarvan onderstaande meest recente was.

De attente en trouwe bloglezer zal misschien de partij al herkend hebben van mijn artikel het sadistische examen. Daarnaast besprak ik in het artikel Lars Schandorff ook mijn andere partijen met deze variant. Dus toen eind vorig jaar de Belgische FM Arno Bomans mij verraste door deze variant binnen te gaan, rook ik onraad en besliste om direct af te wijken met een alternatief dat ik een jaar eerder bestudeerd had. In verrassingen deel 2 gaf ik aan dat gemiddeld mijn tegenstanders afwijken op zet 4 dus ik dacht op tijd te zijn maar dat viel dik tegen.

Er waren geen partijen met 4...Lg7 in de database van mij en op de blog kon je zelfs geen hint terugvinden dat ik zou variëren met 4...Lg7. Ik heb wel ooit eens op het slapende schaakfabriek vermeld dat ik de variant theoretisch interessant vind maar dat dateert al van 2015. Het lijkt mij erg onwaarschijnlijk dat die commentaar mij de das heeft omgedaan. Arno gaf achteraf grif toe dat hij de lijn heel goed had voorbereid. Op het moment dat Arno uit boek was, is de partij eigenlijk al gespeeld want wit staat na 12 zetten gewonnen. Hoe is het mogelijk om op dit bescheiden niveau tegen zulke voorbereiding aan te lopen want wat kan je nog meer doen dan op zet 4 af te wijken?

Tja je kan ook op zet 1, 2 of 3 afwijken natuurlijk. Nu in 99% van de gevallen zal afwijken op zet 4 volstaan maar hier botste ik tegen een heel uitgekookte tegenstander die mij ook nog eens heel goed kent. In onze 2 vorige partijen had hij telkens een systeem voorbereid maar had hij geen rekening gehouden dat ik een andere variant in het systeem zou kiezen t.o.v. eerdere partijen in de database van mezelf. Uit die partijen had Arno zijn lessen getrokken. Deze keer zorgde Arno er ook voor dat hij de zijvarianten had bekeken in het gekozen systeem om klaar te staan voor mijn verrassing. De moeilijkheid hierbij is natuurlijk een systeem te kiezen waarbij het aantal zijvarianten beperkt is en waarvan je relatief zeker weet dat ik het systeem nog steeds speel. Uiteindelijk viel zijn oog op een partij uit de 5de ronde van Open Leuven die ik speelde op een livebord nog geen maand eerder waarin ik exact de eerste 3 zetten speelde van het systeem. Een screenshot van mijn openingsboek laat zien dat het aantal partijen met dit systeem beperkt is.
Dus we spreken hier over zo een honderd gespeelde partijen in de megadatabase waarvan minstens 1 speler +2300 elo heeft. Misschien 10% van de gespeelde partijen is relevant voor de theorie dus uiteindelijk is het een kwestie van een tiental partijen iets dieper te bekijken met een sterk schaakprogramma en daarvan een samenvatting te maken om die van buiten te leren. Arno wist dat ik normaal altijd op bord 1 speel en dus ik meer dan waarschijnlijk zijn tegenstander zou zijn. Bovendien weet hij uit ervaring en wellicht ook van deze blog dat ik eenzelfde systeem vaak opnieuw speel. Dan is het echt niet zo verwonderlijk dat een ambitieuze fide-meester zoals Arno zowel op 4...Pf6 als 4...Lg7 als 4...Th7 zich had voorbereid.

Zelfs variëren met varianten waarvan ik geen partijen heb staan in de databases blijkt dus op mijn bescheiden niveau onvoldoende te zijn als ik een voorbereiding wil overleven. In een interclubverslag van de KOSK las ik dat ik 1 van de bekendste schakers ben van het land maar dat zie ik eerder als een nadeel. Ik denk dan ook dat ik een zeer specifiek probleem heb die niet of zeer zelden voorkomt bij andere Belgen. Er zijn geen Belgen die tot de absolute wereldtop behoren. In de lopende kandidatefinales die gespeeld wordt te Yekaterinburg, Rusland merken we heel duidelijk op dat spelers die vasthouden aan hun normale systemen erg afzien van voorbereide varianten door hun tegenstanders.

Brabo

woensdag 18 maart 2020

Gratis deel 3

Sponsors aantrekken voor het schaken is niet makkelijk en hoogstwaarschijnlijk wordt het straks nog veel moeilijker. Alle laatste geldreserves zullen aangewend worden om de economie terug te kunnen aanzwengelen na de grootste crisis sinds wellicht WO2 die we nu meemaken. Je mag er dan ook vanuit gaan dat schaken compleet genegeerd zal worden net als alle andere vrijetijdsactiviteiten.

Schakers zullen bijgevolg dan ook zelf voor het schaken moeten zorgen. Echter daar verwacht ik heel weinig van. De meeste schakers zijn niet rijk en houden nu al de vinger op de portemonnee. Een voorbeeldje hiervan gaf ik al in mijn artikel Papua New Guinea waarin ik schreef over de shift in het voorbije decennium van betalend online spelen naar gratis online spelen.

Zelf heb ik ook altijd getracht om de uitgaven aan het schaken te beperken want de kosten lopen snel op zoals ik berekende voor mezelf in mijn artikel Hoeveel geld spendeer je aan het schaken? Ik stel mezelf bij elke aankoop dan ook steeds de vraag of er geen goedkoper of zelfs gratis alternatief bestaat die bovendien legaal en functioneel nauwelijks minderwaardig is. Zo koop ik al enkele jaren geen schaakprogramma's meer omdat Stockfish en Leela gratis beschikbaar zijn. Ik wil hierbij opmerken dat voor schakers die een computer hebben met een moderne grafische kaart dat het tijd is om over te schakelen naar de T60 netwerken. De score van een zonet beëindigde rapidmatch tussen stockfish 11 en Leela T60 netwerk 62713 was 48-52 en dat betekent voor Leela een vooruitgang van 3,5 punten op 100 partijen (ongeveer 40 elo) t.o.v. een vorige test met een van de beste T40 netwerken.

Deze blog is gratis voor de lezer maar zelf gebruik ik ook bijna uitsluitend gratis software om de artikels te creëren. Eerst gebruikte ik de gratis KnightVision PGN Viewer. Omdat Flash steeds meer door de browsers geweerd werd, schakelde ik in 2017 over naar de gratis Chess.com PGNviewer zie mijn artikel nieuwe viewers. Echter gratis betekent spijtig genoeg ook vaak minder stabiliteit en dat mocht ik de voorbije maanden meerdere malen aan de levende lijve ondervinden. Zo merkte ik eind vorig jaar plots op dat chess.com zonder enige waarschuwing zijn script had aangepast voor de pgnviewer waardoor alle chess.com-viewers in mijn artikels er verschrikkelijk lelijk uitzagen.

Ik vermoed dat weinig lezers dit opgemerkt hebben want ik heb daarna onmiddellijk de meer dan 1000 partijen in +600 artikels aangepast om het opnieuw normaal te laten uitzien. Het kostte mij 8 uren van html code aanpassen. Leuk is iets anders maar ik vond het te jammer om de oudere artikels te laten verkommeren zoals sommige andere bloggers wel deden zie de Australische grootmeester David Smerdon en de Kroatische grootmeester Alex Colovic. Ik zie in de statistieken dat er heel vaak nog wordt gekeken naar mijn oudere artikels wat ik niet zo verwonderlijk vind want ik schrijf meestal weinig of niets over de actualiteit.

Toen ik 2 weken geleden voor een 2de keer ontdekte dat chess.com zijn script had aangepast, begon ik mij te realiseren dat gratis hier misschien toch niet de juiste keuze is. De schade deze keer was minder uitgesproken met een lelijke 2de schuifbar rechts dus heb ik beslist om enkel bij de meest recente artikels de html-code up te daten. Dit kan je duidelijk zien vanaf jeugdtornooien deel 2. Andere bloggers kampen ook deze keer met hetzelfde probleem zie bv. een artikel van Alex Colovic.

Als je voor een service niet betaalt dan krijg je ook geen garanties op de kwaliteit. Het is dan ook geen toeval dat chess.com voor de bloggers op hun eigen platform wel ervoor gezorgd heeft dat de oudere artikels automatisch niet gemassacreerd werden na de updates. Het is wellicht vrij simpel om bij een update van een script tezelfdertijd ook de html up te daten op je eigen platform.

Dus om nieuwe problemen te vermijden, zou ik deze blog kunnen transfereren of verderzetten op chess.com. Misschien lok ik hiermee zelfs een heleboel nieuwe lezers. Anderzijds geef ik er wel grotendeels mijn identiteit op want je wordt gewoon 1 van de honderden of zelfs duizenden blogs die vandaag al bestaan op chess.com. Dit lijkt mij niet aantrekkelijk. Bovendien wordt vandaag mijn blog heel snel herkend door de zoekmachines en dat zou wellicht op chess.com niet meer het geval zijn.

Misschien moet ik toch maar eens Chessbase aanschaffen en gebruik beginnen maken van hun viewer die je dan kan integreren op een blog. De kans lijkt mij veel kleiner dat je bij een betalend programma dezelfde fratsen kunt meemaken. Kwaliteit heeft een prijs. Het is trouwens iets wat ik recent ook meerdere malen opmerkte bij de online database van chess.db. De database wordt steeds minder vaak upgedate. Mijn recente partijen van Brasschaat, Leuven en Cappelle La Grande ontbreken in tegenstelling tot Chessbase. Ik weet dat chess.db voor vele spelers de gratis database is/was om zich voor te bereiden maar dat is vandaag dus een heel twijfelachtige keuze.

Het financieel model van chess.db bestaat uit reclame-inkomsten en ik vermoed dat men zich vergaloppeert heeft. Een site zoals chess.db onderhouden, betekent een continue investering van veel tijd en geld. Je moet al enorm veel verkeer naar je site kunnen lokken om dan te kunnen teren op reclame-inkomsten. Echter minder investeren, betekent ook minder bezoekers wat al snel een vicieuze cirkel wordt. Ik twijfel dan ook of chess.db op lange termijn zal blijven bestaan.

Tenslotte is het eigenlijk ook zo met het plaform waarop deze blog draait. Ik gebruik gratis die van google maar google doet uiteraard niet aan liefdadigheid. Google heeft het platform gecreëerd in de veronderstelling dat de bloggers niet alleen content zullen aanbrengen maar ook zullen toelaten om reclame te laten tonen. Duizenden blogs doen dat ook en lokken hierbij miljoenen lezers die op hun beurt dan reclame-inkomsten genereren. Om nieuwe blogs te laten groeien, laat Google toe om geen reclame te tonen maar je wordt na enige tijd wel regelmatig beleefd gevraagd om reclame te overwegen.

Tot nu toe heb ik dit steeds geweigerd. Ik heb geen zin om deze blog te bevuilen met vaak irrelevante reclame en de schaarse inkomsten interesseren mij niet. Hiermee neem ik wel een risico. Indien te veel bloggers dit beslissen dan wordt het voor Google niet meer interessant om dit platform te blijven onderhouden. In de voorwaarden staat ook duidelijk dat Google op elk moment kan stoppen met het platform zonder enige waarschuwing op voorhand. Tja dat kan je dan ook verwachten van gratis wat niet betekent dat je bij betalen een absolute garantie geniet. In elk geval neem ik mijn voorzorgen door geregeld alle html-code van deze blog te back-uppen. Bijna 10 jaar bloggen wil ik niet zomaar in een vingerknip zien verdwijnen.

Brabo

woensdag 11 maart 2020

Automatische zetten

Langzaam klimmen mijn kinderen op de schaakladder. Dochter Evelien doorbrak enige tijd geleden de 1400 elo. Zoon Hugo die enkele jaren langer schaakt, deed hetzelfde met de 1700 barrière. Elke coach of schaakouder zal beamen dat zulke resultaten jezelf met enige trots vervullen alhoewel het uiteraard voornamelijk de verdienste is van de kinderen zelf.

Voor clubs met veel jeugdspelers kunnen de nieuwe klassementen dan ook niet snel genoeg op elkaar volgen. Bijna iedereen wint telkens elo en zelfs bij verlies weet je dat dit slechts tijdelijk is. Echter voor clubs met uitsluitend oudere spelers zijn klassementen eerder een kwelling. Zo gaf Marcel Van Herck op facebook terecht aan dat er wel heel veel minnetjes waren bij de meest recente Belgische elo's voor de spelers van KSK Deurne.

Jong ben ik niet meer dus ook ik zie met flinke tegenzin veel vaker minnetjes dan plusjes bij mijn klassementen. Een 5de nederlaag dit seizoen in de Belgische interclub duwde zelfs recent mijn fide-elo op het laagste niveau in 18 jaar. Of om het nog dramatischer te laten uitschijnen, dook mijn fide-elo onder mijn startrating die ik in het jaar 2000 kreeg. Watskeburt? Voorkomt schaken niet Alzheimer?

Vooreerst moet ik uitleggen dat je in het jaar 2000 slechts een fide-elo kon krijgen als die hoger was dan 2200 elo. Vandaag ligt de minimumgrens op 1000 elo dus je kan mijn startrating van toen niet vergelijken met de startratings waarmee we vandaag vertrouwd zijn. Ook is een elo minder dan 100 elo onder je eigen beste elo niet uitzonderlijk zie piekrating deel 2. Kortom we moeten van een mug geen olifant maken.

Anderzijds vind ik mezelf nog (veel) te jong om nu al langzaam af te glijden. Bovendien heb ik in de voorbije maanden drastisch het aantal standaard-wedstrijden opgeschroefd waardoor ik meer dan ooit in vorm zou moeten zijn. Vorige jaren haalde ik gemiddeld 10 standaardpartijen per jaar voor fide-verwerking en speelde hierdoor vaak te traag en onzeker. In de laatste 6 maanden speelde ik al meer dan 25 fide-partijen dus ongeveer 5 keer meer dan voorheen (en dat komt natuurlijk omdat ik nu begonnen ben met tornooien te spelen samen met de kinderen).

Serieuze tijdnood (bestaat dit uberhaupt bij een increment?) kom ik dus recent nog zelden tegen. Echter misschien is er hierdoor een ander gevaar ontstaan in mijn spel doordat routine te ver is doorgeschoten naar automatismen. Zoals elke ervaren speler probeer ik mijn bedenktijd goed in te delen. Ik zal dan ook weinig of geen tijd spenderen aan zetten die mij vanzelfsprekend lijken want die tijd komt vaak van pas later in de partij wanneer complexe problemen opgelost moeten worden. Meestal is dit ook de juiste beslissing maar zo af en toe gaat het ook lelijk mis. Ik begin met een voorbeeldje uit mijn eerste interclubpartij in Nederland voor Landau Axel.
Als achteraf je eigen zoon Hugo komt vragen waarom geen 37.Tc1 en je weet niet waarover hij het heeft in eerste instantie dan besef je dat je veel te snel automatisch hebt teruggeslagen. Weinig tijd en lawaai van de omstaanders (Sliedrecht heeft een zeer leuke bar met een prachtige collectie aan bieren maar die staat wel midden in de speelzaal) mogen geen excuus zijn.

Nog erger was wat er gebeurde in de voorlaatste ronde van de laatste Open Leuven. Een gewonnen stelling verknalde ik met een automatische zet (toren op de open lijn plaatsen met tempowinst want aanval op de dame). Ik zag onmiddellijk bij loslaten wat ik gedaan had net als mijn tegenstander de Hongaarse expert Pal Suranyi maar hij verwisselde in een vlaag van zinsverbijstering de volgorde om. We schoten allebei in een lach tijdens de partij na het zien van zoveel absurditeit.
In de 2 eerste voorbeelden is het eenvoudig om te zien dat de automatische zet verkeerd was maar een pak moeilijker is het volgende voorbeeld opnieuw uit een partij die ik speelde in de Nederlandse interclub. Ik herinner mij dat ik even aarzelde bij het uitvoeren van de slagzet want ik voelde aan dat het misschien niet verplicht was.
Het resulterende eindspel was na de automatische slagzet beter voor mij maar niet gewonnen. Tot hiertoe liep het telkens goed af voor mij ondanks dat de automatische zet verkeerd was. Met snel spelen leg je ook altijd extra psychologische druk op de tegenstander. Echter in het laatste voorbeeld is mijn geluk op. Tegen de Belgische IM Stefan Beukema kun je zulke tactische frivoliteiten niet permitteren.
Ik begon dit artikel met het aanhalen van mijn fide-elo-dieptepunt. Het had dus nog veel slechter kunnen zijn indien mijn tegenstanders alle halve en hele punten hadden gepakt die ik in de voorbije maanden op het bord verprutste. Na de regen hoop ik dan ook dat de zon weer tevoorschijn mag komen. In elk geval was mijn meest recente open tornooi in het krokusverlof hoopgevend. Ik maakte 30 elo winst dus praktisch alle verlies van de voorbije maanden werd goedgemaakt. Omdat het pure actualiteit is, koos ik om een verslagje hiervan te laten publiceren op de site van mijn club Deurne.

Brabo

dinsdag 3 maart 2020

Curieuzeneuzemosterdpot deel 2

Nieuwsgierigheid is wellicht de belangrijkste eigenschap om als schaker (snel) te verbeteren. Sommige topspelers raadplegen elke mogelijke bron van informatie en/of schakelen hiervoor hun secondanten in. Vragen stellen en jezelf in vraag stellen is de sleutel. Het is dan ook jammer dat mijn studenten weinig tot geen initiatief tonen. Ze wachten tot het voorgekauwd op hun bord ligt en doen nauwelijks of geen moeite om zelf eerst iets op te zoeken.

Ik heb ook al meerdere malen meegemaakt dat iemand zijn gewonnen partij wil tonen maar kritische vragen zijn absoluut niet welkom. Nu de taak van een coach is zeker ook het zelfvertrouwen van zijn leerlingen op te krikken maar een groepsles vind ik hiervoor niet de juiste plaats. Dus als iemand gewoon zijn zetten toont zonder meer dan vertel ik hem zachtjes dat dit weinig zinvol is. Misschien hebben de andere coaches wel gelijk door te stellen dat ik door mijn lessen gratis te geven ik dit soort gedrag zelf heb aangetrokken. Iets dat gratis is, zal veel minder serieus worden genomen.

Sim Maerevoet gaf in ideeën deel 2 aan dat hij een 3 tal spelers in een tornooi naast zichzelf kan voorbereiden. Voor het bjk (als het niet wordt afgelast door het coronavirus) is er sprake van al 10 spelers die mogelijk door mij voorbereid moeten worden. Echter daar komt nog bovenop de analyse van de gespeelde partijen. Mission impossible heb ik al gezegd want vorig jaar stonden ze al in de gang te wachten tot soms middernacht. Ik ga dan ook dit jaar eisen van de +12 jarigen dat ze eerst zelf met de eigen computer voorbereidingen/ analyses maken en pas daarna bij mij mogen komen. Als het huiswerk niet gemaakt is dan doe ik ook niets.

Trouwens nu we het over vragen stellen hebben, kan ik nog een 2de keer het artikel van Sim gebruiken als referentie. Daarin staat dat je ook vragen moet stellen aan je tegenstander tijdens de partij. Natuurlijk moet je dat niet letterlijk interpreteren want praten mag niet tijdens een wedstrijd. Sim bedoelt dat je stellingen moet creëren waarin de tegenstander verplicht wordt om moeilijke zetten zelfstandig te vinden. 1 specifieke vraag mag je aan jezelf stellen maar best nooit aan je tegenstander. Wat heeft mijn tegenstander voorbereid op mij? Aan jezelf is dit ok om zo een goede afweging te maken of het misschien verstandiger is om af te wijken van je normale opening. De vraag stellen aan je tegenstander is niet aan te bevelen en toch heel af en toe gebeurt het.

Soms geraakt een speler zo verliefd op een opening dat hij die met hand en tand wil verdedigen en zelfs nieuwsgierig wordt naar wat de tegenstander heeft voorbereid. Ik herinner mij een aantal jaren geleden dat ik erg verwonderd was dat onze Belgische grootmeester Bart Michiels het waagde om voor de 3de keer dezelfde opening tegen mij te spelen. Misschien dacht Bart dat hij weinig riskeerde daar er minder dan een uurtje was om voor te bereiden maar in open tornooien heb ik altijd mijn pc mee waardoor ik snel toegang heb tot al mijn databases en analyses. Ik analyseer al mijn partijen in detail en dan heb ik maar een tiental minuten nodig om die analyses eens op te frissen. De eerste 2 partijen met de opening bereikte ik geen voordeel maar deze keer kwam Bart wel in de problemen.
De extra 200 elo maakten uiteindelijk dan toch nog het verschil maar Bart heeft heel diep moeten gaan. Achteraf kreeg ik dan ook felicitaties van Bart dat ik een van de weinige spelers ben die met echt interessante ideeën op de proppen kom. Dit verwacht je niet van iemand met mijn rating en ik vermoed dan ook dat hij volgende keer toch 2 keer gaat nadenken om nog eens te vragen tijdens de partij wat ik heb klaarliggen op zijn favoriete opening.

Vandaag is het dan ook echt niet zo moeilijk meer om gevaarlijke ideeën te creëren tegen het repertoire van een grootmeester zelfs al ben je veel lager gekwoteerd. Ik ben net terug van de Open van Cappelle La Grande en ook daar viel het mij weer op dat ik er telkens in slaagde om de internationaal meesters en grootmeesters in de opening af te troeven. Alleen variëren zelfs tussen tientallen lijnen is vandaag al niet meer voldoende om veilig te zijn. Enkel door steeds nieuwe paden te bewandelen, kan je de invloed van de computer neutraliseren.

In het clubkampioenschap van Deurne vertelde Robert Schuermans mij na onze onderlinge partij dat hij te nieuwsgierig was naar wat ik deze keer had klaarliggen/ voorbereid op zijn absolute liefdeskind het Schliemanngambiet. Vorige zomer was Robert er in geslaagd om heel knap achter het bord een levensgevaarlijk idee van mij te neutraliseren maar deze keer liep het helemaal anders.
Als je iemand een opening wil laten testen en je hebt geen toegang tot topspelers dan denk ik dat ik hiervoor zeker in aanmerking kom. Ik heb onlangs een krachtige nieuwe pc gekocht met een sterke grafische kaart dus ik probeer zo goed mogelijk alle technologische ontwikkelingen op te volgen. Robert wil duidelijk deze opening nog meer spelen en dan is een punt opofferen een kleine investering.

Oh en ik heb het met opzet weggelaten uit de analyses maar een nieuw idee staat weeral klaar in de Schliemanngambiet. Het is maar dat je niet moet denken dat je met bovenstaande analyses nu alles weet en er geen gevaar meer is. Het houdt ook nooit op. Puur competitief ben ik het dan ook eens met de reactie van Richard Meulders: de beste opening is de opening die je tegenstander het minst kent of iets nauwkeuriger en jij natuurlijk wel kent.

Brabo

donderdag 20 februari 2020

15. Ronald "Ronny" Weemaes

15. Ronald "Ronny" Weemaes

 (31 augustus 1955, België – 2 augustus 2018, Kruibeke)


Ronny Weemaes was één van de beste Belgen van midden jaren 70 tot circa 2010. Hij was een natuurtalent – het schaken “zat” in hem, en als junior was hij al Belgische top: in 1969 werd hij NK bij de kadetten in Bredene. Hij won daarna nog de volgende nationale kampioenstitels: kampioen bij de scholieren in Sint-Niklaas 1971, bij de juniors in Menen 1972, bij de juniors snelschaken van 1975. Bij de senioren won hij tussen 1974 en 1983 alle zes NK’s blitz die in die periode werden georganiseerd. Nationaal kampioen in Oostende 1977 en in Sint-Niklaas 1981 (ex-aequo met Meulders).

Daarnaast was hij ook éénmaal NK probleemoplossen en tweemaal NK doorgeefschaak met Eddy Vanderbeken. Vooral die laatste twee titels zorgen ervoor dat zijn repertoire qua “volledigheid” moeilijk geëvenaard zal worden.

Zijn IM-titel behaalde hij dankzij normen in drie zware tornooien: in Dubai 1986, het open tornooi van Luik in 1987, en Thessaloniki 1988, waar hij brons haalde op het vierde bord (+6, =2, -1). Hij speelde zeven olympiades mee tussen 1982 en 1996 en behaalde een goede +24, =27, -13 of 58,6%. In 1982 en 1984 had hij bord 1 en zelfs op dat zware bord behaalde hij telkens circa 55%. Zelf was hij ook trots op zijn prestatie in Moskou 1994, waar hij 50% scoorde tegen grootmeesters, waaronder een remise tegen Jonathan Speelman, die in die periode dicht tegen de wereldtop aan zat.

In 1982 speelde hij met de KGSRL mee in het EK Teams en behaalde ook daar een plusscore (2,5/4), maar het team werd uitgeschakeld in de achtste finales door Sporting Lissabon. Met de KGSRL zou hij zes keer interclubkampioen worden. Hij was trouwens de tweede winnaar van het open tornooi van Gent in 1979 (85 deelnemers). Daarnaast won hij de open tornooien van Rennes, Bethune en Leuven. Ook boekte hij een hele lijst aan ereplaatsen in andere open tornooien: Badalona, Biel, Le Touquet, Bar-Le-Duc, Val Thorens, Avoine, Sas Van Gent en de open van Gent zelf natuurlijk.
Buiten de landsgrenzen werd hij nog eens kampioen van Rotterdam snelschaken en vice-kampioen van Nederland. In Frankrijk lukte hem deze stunt eveneens, door tweede te eindigen in een open NK blitz.

Nog in 1993, 2006, 2008 en 2009 veroverde hij de beker in Deurne; in 2003 was hij verliezend finalist tegen Daniël Sadkwoski. Een overzicht van zijn schaakloopbaan gaf hij op zijn eigen website.
Hij werkte bij General Motors, maar een actieve pensioencarrière als schaker zat er niet in; zijn oude vader wou hem dichtbij hebben en hijzelf had toch niets meer te bewijzen. Jammer genoeg kon hij ook van dit leven niet te lang genieten: begin 2011 kreeg hij een zware hersenbloeding, waarna hij zes weken in coma lag. Daarna had hij veel van zijn fysieke en mentale mogelijkheden verloren en was zijn schaakcarrière, maar ook zijn sociale leven voorgoed voorbij. Zijn laatste jaren bracht hij door in het woonzorg-centrum Wissekerke in Kruibeke, waar hij in de zomer van 2018 overleed.



Bronnen:
·       http://www.swa-hoymans.be/Schaakclub/historiek.htm# Opel Belgium Schaakclub: onder historiek staan enkele biografische schetsen uit Ronny’s schaakleven (de site is tevens bron van de foto’s)

HK5000

dinsdag 11 februari 2020

De expert deel 3

In 2013 schreef ik al op deze blog dat het Hollands een dubieuze opening is omdat wit een heel ruime keuze heeft aan mogelijkheden om zwart het vuur aan de schenen te leggen zie een hollands gambietje deel 2. Ik bedoelde hiermee niet dat de opening theoretisch weerlegd is. Wit heeft enkel veel meer opties t.o.v. meer solide openingen om zwart serieus te testen waardoor de zwartspeler extra veel erg verschillende type stellingen moet studeren.

Echter vorige maand schreef Sim Maerevoet in ideeën deel 2 dat er meerdere systemen zijn tegen het Hollands die voordeel geven dus de opening echt wel weerleggen. Het is enkel een kwestie van studie om zwart in verlegenheid te kunnen brengen. Spijtig genoeg ben ik steeds meer overtuigd dat Sim gelijk heeft. De laatste maanden heb ik bijna niets anders gedaan dan gaten te repareren in het Hollands. Vooral sedert ik begonnen ben met het analyseren met de nieuwe engine lc0 zijn tal van nieuwe hardnekkige problemen opgedoken in het Hollands. Lc0 maakt voortdurend brandhout van mijn oude analyses die varianten als speelbaar beschouwden.

Het lijkt mij een kwestie van tijd dat ik de pijp aan maarten zal geven. Trouwens ondanks Sim vertelde dat hij nog niet Lc0 gebruikt, hoorde ik wel al dat vele andere sterke schakers op de trein zijn gesprongen. Computers worden autonoom is recent duidelijk in een hogere snelheid geraakt. Bij het Hollands staat dus het water aan de lippen. Andere openingen zijn er al erger aan toe en zijn ondertussen kopje onder gegaan. In de vorige interclubronde kloeg de Belgische FM Frederic Verduyn over het bankrupt van het schaken door de computers. Ik wil niet doemdenken maar we zullen moeten aanpassen of (veel) elo verliezen.

Dit kan betekenen andere openingen spelen maar ook simpel tornooien kiezen waarbij je voorbereidingen veel minder hoeft te vrezen. Bovendien merk ik op dat steeds vaker tornooien met standaardschaak kiezen om het aantal speeldagen te beperken en dus meerdere partijen per dag te laten spelen. De tijd die je krijgt om iets voor te bereiden wordt hierdoor tot een minimum gereduceerd. Zo werden de paringen van de beslissende laatste ronde van Open Leuven 2019 minder dan een half uur vooraf aangekondigd waardoor van een serieuze voorbereiding helemaal geen sprake was.

Dit aspect komt nog veel meer tot uiting in rapid of blitz-tornooien. Op een enkeling na bereidt niemand zich specifiek voor op een speler. Daar is het dus veel makkelijker om weg te komen met een dubieuze opening. Sim antwoordde mij laatst dat een voordeel van het Hollands is dat het makkelijk speelt voor zwart maar daar ben ik het helemaal niet eens mee. Ik heb in de eerste jaren met het Hollands meerdere miniatuurtjes (minder dan 20 zetten) verloren met zwart. Echter na 25 jaar onafgebroken Hollands spelen heb je natuurlijk een enorme berg ervaring opgebouwd. Dit viel mij ook op de voorbije 2 jaren in de rapidtornooien die ik meespeelde. In die tornooien speelde ik uitsluitend het Hollands als ik de kans kreeg. Ik verloor er slechts 1 keer mee en won er talloze partijen mee o.a. zelfs van IM Tom Piceu, FM Sim Maerevoet, FM Warre De Waele, FM Sterre Dauw (mijn leerling is me zonet op de fide-elolijst voorbij gegaan)....

In deel 1 en deel 2 toonde ik aan dat het vandaag praktisch onmogelijk is geworden om te wedijveren met voorbereidingen van spelers als je enkel specialiseert in 1 opening. In dit artikel wil ik eens de andere kant tonen en dat een openingsexpert zijn soms voordelen oplevert tot ver in het middenspel/ eindspel. De pionstructuur speelt hierbij een grote rol maar ook het kennen van bepaalde stukken-maneuvers is erg nuttig zoals Sim al in zijn meest recente artikel opmerkte. Onderstaande koningsaanval tegen de Draak is wellicht 1 van de meest bekende opening/middenspel-thema's maar toch kom je soms nog spelers tegen die elke ervaring missen.
Na de partij vond ik in de database terug dat exact dezelfde partij nog minstens 2 keer gespeeld werd. 

Aan de tegenovergestelde kant van bekende thema's is wellicht onderstaand voorbeeld dat ik ontdekte tijdens het analyseren van mijn partij tegen Jan Rogiers en die ik integraal al publiceerde op deze blog zie the hyper modern french.
In het rapidtornooi van Gent (24 november 2019) miste ik de kans niet om hetzelfde uiterst merkwaardig thema uit te voeren in een partij tegen Robert Decruyenaere. We spelen dezelfde opening maar een iets andere variant. Echter het thema komt zo laat in de partij en de posities zijn zo verschillend dat ik mij afvraag of het puur toeval is. Ik vermoed daarom dat het thema al ook met totaal andere openingen is voorgekomen. De lezers kunnen het in een reactie vertellen.
Ervaring in openingen bestaat dus in diverse vormen. Ik overdrijf zeker niet dat je na +25 jaar Hollands spelen veel meer weet dan enkel de openingszetjes in het Hollands. Net daarom vind ik het dan ook zo lastig om het Hollands over boord te gooien. Ik schreef eerder in dit artikel dat het een kwestie van tijd is maar na +25 jaar heb ik geen haast. Onze nationale jeugdleider Arben Dardha vertelt in een recent interview over zijn zoon Daniel dat tijd kostbaar is. De tijd tikt inderdaad heel snel voor onze jeugd en eenmaal ze volwassen zijn, wordt het veel moeilijker om nog grote sprongen voorwaarts te maken. Dit is voor mij als 43 jarige natuurlijk veel minder of helemaal niet van tel. Er zijn nog een aantal varianten in het Hollands die ik wens nader te bestuderen en pas daarna zal ik in het reine zijn om het dikke boek te sluiten.

Brabo