donderdag 14 februari 2019

Big Database

Steeds minder schakers zijn nog bereid om te investeren in een grote database. Je kan steeds meer gratis online vinden (zie de introductie van mijn artikel ultracorr-x) en zonder de (te) dure automatische updates vinden de meesten niet de motivatie om een database up to date te houden. Tenslotte kan je vandaag beter kijken naar de evaluatie van een topengine dan de zetten gespeeld door een grootmeester die veel zwakker zijn.

In Chessbase deel 1 gaf ik aan dat veel CB gebruikers 95% van de functies nooit gebruiken. Ik ben ervan overtuigd dat we dit grotendeels kunnen toeschrijven aan het ontbreken van een kwalitatieve gemakkelijk toegankelijke database. CB15 en in mindere mate Fritz doen (bijna) niets zonder een databank.
  • Automatische partij-analyse met referenties naar partijen gespeeld met dezelfde opening
  • Openingsreferentiefunctie
  • Creëren van een openingsboek naar keuze van gespeelde partijen
  • Opzoeken van thema's
  • Plan Explorer
  • Endgame functie
  • Automatische voorbereiding op een tegenstander
  • elo-ratings berekenen op basis van een selectie partijen
  • snelheid opzoekingen en beheren van databases
  • verkennen van databases
In elk geval vind ik het vreemd om CB uberhaupt aan te kopen wanneer je niet van plan bent om bovenstaande functionaliteit te gebruiken.

Dus ik raad schakers met CB en ook Fritz aan om een database te onderhouden die ze als referentie kunnen gebruiken. Dan is natuurlijk de volgende vraag welke database. Hierbij moeten we een aantal criteria bekijken:
  • Het prijskaartje niet alleen om de database aan te kopen maar ook om die up to date te houden
  • Hoe vaak wordt de database bijgewerkt?
  • Is het mogelijk om partijen van lagere elo's te vinden om een partijvoorbereiding op hen te kunnen maken?
  • In hoeverre worden partijen uit diverse landen verzameld in de database?
  • Zijn computerpartijen, anonieme online gespeelde partijen (veelal blitz) in de database toegevoegd om het aantal op te drijven?
  • Zijn er historische partijen in de database en doet men een poging om die nog verder uit te breiden?
  • In hoeverre zijn de namen, elo, plaats,... correct vermeld bij elke partij?
  • Bestaan er automatische updates voor de database?
  • Zijn de partijen becommentarieerd?

Nu het is onbegonnen werk om alle mogelijke databases in de wereld te vergelijken. Op chessgameslinks.lars-balzer.info kan je meer dan 100 links vinden naar diverse databases en dat overzicht is zeker niet volledig.  Anderzijds als we de prijs even buiten beschouwing laten dan denk ik niet dat er een betere keuze is dan de jaarlijkse Mega Database upgrade (van de vorige bigbase of vorige mega database).  Kwaliteit, kwantiteit en service worden door geen enkele concurrent geëvenaard. Echter 120 euro per jaar is een heel stevig prijskaartje. Bovendien kan je jezelf afvragen of partijen met commentaar zinvol zijn. Binnen een paar jaar zijn de analyses achterhaald zie mijn artikel uit 2016 waarin ik aangaf dat de topengine gemiddeld 55 elo per jaar sterker wordt.

M.a.w. als je een serieuze besparing kan doen door geen becommentarieerde partijen te kiezen dan zou ik dat zeker aanraden. Schakers die CB bezitten kunnen bijgevolg beter kiezen voor de online update referentie-database voor slechts 60 euro per jaar. Schakers die werken met de Fritz interface kiezen best tussen ofwel big database 2019 voor 70 euro per jaar ofwel otb-openingmaster voor 59 euro per jaar. De otb-openingmaster is iets goedkoper en je krijgt ook nog eens 3 updates tijdens het jaar. De nadelen zijn dat je de database slechts kunt verkrijgen via een downloadlink en het geen product is van CB.

Tenslotte het goedkoopste alternatief zonder te veel verlies aan kwaliteit is misschien nog altijd wel good old TWIC. Mits maximum 10 minuten per week te investeren, kan je er telkens een mooie collectie aan recent gespeelde partijen gratis downloaden en vervolgens toevoegen aan de referentiedatabase. Of als het minder belangrijk is om elke week altijd de laatste partijen down te loaden dan kan je zoals ik het bundelen in 2 keer 1 uur per jaar. In 2 uren werken heb ik dus minstens 60 euro bespaard of zie ik het te rooskleurig? Ik deed de proef op de som door een vergelijking te maken tussen een Mega database 2016 aangevuld met twics en een Big database 2019. Ik denk dat er ongeveer 1 of 2 weken verschil is tussen beide in het voordeel van de twics waarmee we voor kleine verschillen rekening moeten houden. Onderstaande tabel toont een gedetailleerde vergelijking op basis van aantal partijen in diverse domeinen: globaal, +2500, +2300, wereldtop 10, Belgische top 10,  Belgen en geschiedenis. Ik geef ook nog ter info de aantallen mee van de gratis online database chess.db.

Meer partijen in een database betekent zeker niet een interessantere database. Zo zien we dat chess.db claimt meer dan 2 miljoen groter te zijn dan de Big Database maar toch beduidend minder partijen bevat van de Belgen.

Betreffende twic valt het op dat je betreffende recente grootmeesterpartijen niets mist. Daarnaast is het moeilijk om de 650.000 gemiste partijen over 3 jaar te negeren. Chessbase doet duidelijk een extra inspanning om ook de partijen van de gewone sterveling te verzamelen want begrijpt dat ze hiermee het verschil kunnen maken voor hun klanten. De meeste klanten zijn niet topschakers maar wel clubschakers die het minstens even interessant vinden wat er rond zich afspeelt.

Alhoewel de 1800 "nieuwe" historische partijen wellicht weinigen als waardevol beschouwen en het zonder twijfel financieel voor Chessbase niet interessant is, vind ik het persoonlijk wel een leuke bonus. Chessbase kijkt gelukkig niet enkel naar het commerciële belang van de database maar ziet zichzelf ook als archivaris van de schaakgeschiedenis. Het digitaliseren van oude kranten en tijdschriften is een zeer tijdrovende bezigheid en staat in schril contrast met hoe recente partijcollecties met een paar klikken van websites worden geplukt.

Elk jaar een big database aankopen vind ik persoonlijk nogal duur voor het verschil t.o.v. twic maar 1 keer om de 3 jaar is wel de moeite. Trouwens ik ontdekte nog een belangrijk bijkomend voordeel van de big database t.o.v. twic. Zo blijkt twic enkel de initiaal van een voornaam te bewaren en loopt het ook geregeld fout bij de familienamen van o.a. Chinezen. De gegevens van partijen in de big database zijn een stuk completer waardoor het zoeken van informatie ook vaak makkelijker en sneller kan.

Dit jaar kocht ik mij dus opnieuw een big database aan met de overgebleven cadeau-bonnen van mijn zoon. Bovendien gaf ik mij hierdoor ook opnieuw een up to date powerboek cadeau. Weinig schakers weten het maar powerbook 2019 die door Chessbase aangeboden wordt voor 70 euro kan je zelf perfect creëren uit de Big Database. Ik creëerde er zelfs ineens 2 verschillende: 1 openingsboek met partijen waarbij minstens 1 speler + 2300 elo had en 1 openingsboek met partijen waarbij beide spelers +2500 elo hebben. Je moet wel enig geduld hebben want mijn 4 jaar oude laptop had 12 uren nodig voor het 1ste en een kleine 2 uren voor de 2de.
Openingsboek met minstens 1 speler +2300 gefilterd uit de big database 2019
Openingsboek met beide spelers +2500 gefilterd uit de big database 2019
Het is opmerkelijk dat rating nauwelijks invloed heeft op de populariteit van de eerste zet. Dat heeft misschien te maken met dat de meeste spelers volgen wat de topspelers kiezen. Anderzijds is het wel zo dat het voordeel van de eerste zet iets groter blijkt te zijn bij de hogere elo's. Zo stijgt het voordeel bij 1.e4 van 62 elo naar 78 elo, bij 1.d4 van 60 elo naar 74 elo, bij 1. Pf3 van 42 elo naar 64 elo en bij 1.c4 van 40 elo naar 60 elo.

Statistiek is natuurlijk 1 van de belangrijkste troeven van een database. Echter de grootste waarde van een database blijft natuurlijk verscholen in de partijen zelf. Ik begon mijn artikel met dat sommigen de engine voldoende vinden om een evaluatie te krijgen in een opening. Wel ik ben er zeker van dat hiermee onrecht wordt aangedaan tegenover onze rijke schaakgeschiedenis. Tal van vergeten schatten zijn er te ontdekken in de big database die af en toe zelfs onze beste engines niet kunnen vinden. Nee denk maar niet dat onze top-engines het altijd weten. Kijk naar de lopende TCEC superfinale seizoen 14 waarin het ongenaakbaar geachte Stockfish momenteel 2 punten achterstaat terwijl we voorbij halfweg zijn. LeelaChessZero (afgeleid van Alphazero) is bezig geschiedenis aan het schrijven.

Brabo 

donderdag 7 februari 2019

7. Mikhail Gurevich

7. Mikhail Gurevich

(22 februari 1959, Kharkov)
Gurevich naast de betreurde Kveinys in Cappelle-la-Grande 2015
Mikhail Gurevich, schaakbelg par excellence. Als klein landje mogen we best blij zijn dat deze ex nummer vijf van de wereld België koos als uitvalsbasis voor een leven buiten de USSR, tussen 1991 en 2005, waarna hij voor het zonniger en kapitaalkrachtiger Turkije koos.

Zijn zeer sterk parcours dat hij aflegde vóór hij naar België kwam (kampioen van Oekraïne in 1984, IM in 1985, kampioen van de USSR in 1985 (maar hij mocht toch niet deelnemen aan het IZT dat volgde), winst in Reggio Emilia in 1989, winst in Tel-Aviv in 1989 met 10,5/11 (Luc Winants eindigde daar met 4,5/11), winst in Moskou 1990), kan ik niet meenemen in mijn evaluatie van grootste schaakbelg, maar zijn aanwezigheid aan Belgische borden wel.

Hij heeft er waarschijnlijk in beperkte mate mee voor gezorgd dat de omstandigheden voor de weinige profspelers iets beter werden in België, maar een actieve rol heeft hij niet echt gespeeld. Hoewel zijn beste periode net voor zijn verhuis naar België lag, heeft hij ook als schaakbelg goede resultaten neergezet. In het SKA tornooi in München 1993, een hardbevochten tornooi met weinig remises, werd hij derde met 7/11 (zelf speelde hij maar 2 remises). Andere demonstraties van zijn speelsterkte waren er des te meer, met als uitschieter natuurlijk zijn nationale titel in 2001 met 9/9. Maar ook de Open van Gent in 1997 was een leuke pay-day voor Mikhail. Er waren niet alleen goede dagen in België voor Gurevich; toen Volmac in 1993 een toptornooi organiseerde in Antwerpen, behaalde hij “slechts” 50% - in een sterk deelnemersveld weliswaar, maar als tweede best gerangschikte speler achter Kortchnoi had het iets meer mogen zijn. Hij kreeg zijn revanche in 1997; toen hij niet voor de hoofdgroep werd geselecteerd (gewonnen door Topalov), won hij dan maar alleen de open groep met 7,5/9, voor het viertal Nikolic, Van den Doel, Vaganian en Avrukh.

Een ontgoocheling volgde in 1998, toen hij zich eerder verrassend niet wist te plaatsen voor het IZT. Het was een zonetornooi dat zeer hard bevochten was, en niemand kon afstand nemen van de rest. Zijn kaarten lagen niet slecht, want met 5,5/8 lag hij in koppositie voor de laatste ronde, waarin hij tegen Friso Nijboer moest aantreden. Maar Nijboer won, en Gurevich lag eruit met 5,5/9: maar liefst 8 spelers werden gedeeld eerste met 6/9. Later dat jaar won hij een klein tornooitje in Belfort met 7/10 (voor Ponomariov en Bologan onder andere). In 1999 won hij weer in Gent én in Antwerpen, en zijn rating was ondertussen weer opgeklommen naar wat je toen (einde 90’er jaren) sub-wereldtop kon noemen: 2643. In Polanica Zdroj moest hij enkel Van Wely boven zich dulden, maar zijn 6,5/9 in een cat-15 tornooi was wel goed voor een eloprestatie van 2766. Het supertornooi van Sarajevo in 2000 werd een ontgoocheling: voorlaatste met 4/11 (Kasparov won voor Adams en Shirov). Niet getreurd: Esbjerg 2000 won hij met Svidler voor een sterk deelnemersveld (cat-14) en de Lost Boys Open (niet meer in Antwerpen, maar in Amsterdam) werd weer een prooi (gedeeld met Sokolov en Tregubov). In het najaar van 2000 won hij nog een mooie trofee voor op de schouw: hij won het rapidtornooi van Cap d’Agde, door achtereenvolgens Benjamin, Serper en Karpov (in de finale) te verslaan.

Ook na zijn verhuis naar Turkije (hij werd er kampioen in 2006 en 2008, zodat hij nu  nationale titels van drie verschillende landen onder de riem heeft steken) blijft hij in België actief, en speelt voor Wirtzfeld in eerste nationale, waar hij de landelijke top (voor zover ze geen importbelgen opstellen) de kans geeft om de degens te kruisen met een ex-wereldtopper. Niet dat hij ze veel kansen geeft: zijn elofiche geeft 7,5/9 tegen gemiddeld 2342... Het is in elk geval genoeg om hem aan de top van de Belgische elolijst te houden, voor Chuchelov en Michiels.

Als profspeler moet je een beetje overal je inkomen bij elkaar harken, en zo was hij lange tijd secondant van Anand, die zijn openingskennis van het Frans, het Nimzo-Indisch en het Dame-Indisch sterk kon waarderen – over het Dame-Indisch schreef hij in 1991 zelfs een boek, dat Batsford uitbracht. Hij werd in 2006 senior FIDE-trainer en FIDE-arbiter.

Ik zag bij het schrijven van dit artikel dat er twee Mikhail Gurevich’en zijn in België: in Sankt-Vith loopt er nog ééntje rond , maar dan met 2000-2100elo… let dus op in Chessbase als je partijen van hem opzoekt (“nr 2” heet Mikhail2 Gurevich in de Bigbase 2019). Persoonlijk heb ik hem in mijn jonge jaren als student twee keer achter het bord ontmoet, tweemaal in de open van Gent: één keer in de eerste ronde en één keer in de tweede ronde. Het werd snel boeken toe, maar het blijft een ervaring die me bijblijft – en het waren twee goede lessen!

Die Bigbase 2019 is een goede hulp om een overzicht te krijgen van een speler die een beetje onder de radar blijft als het gaat om deelnames aan gesloten tornooien. Zo leren we dat hij in 2008 het NK in Turkije won met 11,5/13; zijn enige concurrent was Suat Atalik (11/13), en de enige reden dat het nog zo spannend was, was omdat hij totaal onverwacht verloor van de toen 16-jarige Mustafa Yilmaz, die gewoon telkens de beste zetten speelde. Tegenstander die het heel moeilijk hadden tegen Gurevich waren o.a. Van der Sterren (speel zeker eens hun partij uit Tallinn 1987 na), Chuchelov, Bologan, Barsov, Miezis en Luc Winants, om het bij de zwaarste scores te houden. Hijzelf had het meestal moeilijk tegen Anand, Adams en vooral Topalov en Kasparov, tegen wie hij telkens maar 0,5/5 haalde.

Een partij als illustratie… gek genoeg herinner ik me vooral zijn verliespartij in een rapidtornooi in Brussel tegen… David Bronstein, maar dat is niet eerlijk natuurlijk: dit is een artikel over Gurevich, niet Bronstein. Dus dan maar zijn knappe winstpartij op Alexei Shirov (World Cup in Khanty-Mansiysk 2005), waarin hij tegen de aanvalskunstenaar het hoofd koel houdt en het punt incasseert, wanneer de aanval van wit “te lang duurt”.
Waarom Gurevich slechts op 7 in deze top-30? Wel, zoals hierboven al vermeld, heeft hij niet actief een voortrekkersrol gespeeld om het schaken vooruit te helpen in België. Hij hielp niet om sponsoren aan te trekken, stak zijn schouders niet onder schoolprojecten, gaf te weinig acte de présence op momenten waar het ertoe deed; kortom, hij was teveel speler, te gefocust op het schaakspel op het bord. Wat zou hem nog hoger kunnen brengen in deze lijst? Meer deelnames aan NK’s, misschien een biografie bij Thinkers Publishing (J), wat meer activiteit in België en wie weet gaat hij ook ooit voor zijn plezier gaan spelen zoals Kramnik, en schrijft hij zich ooit in voor een ligakampioenschap! 

HK5000

zondag 3 februari 2019

Chessbase 15 deel 2

Werken met CB15: enkele eerste ervaringen

Om te beginnen – deze review is geschreven door iemand die van CB12 komt (en daarvoor van CB7), dus ik zal waarschijnlijk enkele features leuk vinden, die “gewone kost” zijn voor vele lezers. Daarnaast heb ik Fritz 12 en 13, dus een vergelijking met de laatste versie van de Fritz-GUI is misschien niet up to date. Verder ben ik al Chessbase-klant sinds Fritz5.32 en een redelijk vroege versie van Chessbase (met dongle-beveiliging – waar is de tijd). Ik had daarvoor al Fritz2, dat ik redelijk intensief gebruikte – en heerlijk functioneel vond. Later kwamen daar nog Chess Genius 3 (ijzersterk), Rebel6, en nog vele andere goede en minder goede DOS-schaakprogramma’s. Verder nog heb ik hier een Big/Megabase (1980-1994) liggen met maar liefst … 215.000 partijen. Ik wil maar zeggen, ik heb quasi de volledige opkomst van het computerschaak meegemaakt.

Deze review is dus redelijk persoonlijk – iedereen zoekt iets anders qua functionaliteit, en wat ik als heel interessant beschouw, wordt door een andere speler als overbodig gezien – en omgekeerd. Ik ga het hier niet zozeer hebben over de “evidente” zaken in CB15, noch streef ik volledigheid na, maar ik wil het meer hebben over de zaken die me al dan niet bevallen: aspecten die ik goed/slecht vind in mijn alledaags gebruik van de software. Op internet staan al heel wat meer of minder gekleurde reviews van CB15 – hierbij dus mijn bijdrage, gebaseerd op CB15 service pack 7.

Eerst even melden dat CB15 (en wschl ook eerdere versies) een vroeger negatief punt heeft weggewerkt. Ik herinner me dat in de “oude” CB-versies (en nog altijd in de Fritz-GUI) het niet eenvoudig was om in een databank met posities, deze via een zoekfilter te sorteren, zodat je enkel de stellingen met wit (of zwart) aan zet kreeg. En dat terwijl Nicbase in de 90’er jaren al die optie had… Ik zie dat men dit nu wel simpel heeft opgelost in CB 15: in het zoekvenster van “filter lijst” klik je bij maneuvers gewoon wit of zwart aan, en verder niets. Zie figuur hierna, waar ik “B” (black = zwart) heb aangevinkt. Dat in dat scherm niet alles naar het Nederlands vertaald is (trapped piece is toch gewoon een ingesloten stuk, discovered attack is aftrekschaak of aftrekaanval, overworked piece is een overbelast stuk enzovoort) is wel een beetje vreemd (net als “herstellen”, waar ik dan wel resetten zou laten staan), maar bon… Van mij mag het allemaal Engels zijn, of allemaal Nederlands, maar geen mixup aub.
OK, dat is al van de baan, alvast één goed punt. Nu we toch bij zoeken zijn, zowat de belangrijkste functie in Chessbase, moet ik nog een klein negatief puntje vermelden: daar waar concurrent Chess Assistant Chess Query Language (CQL) heeft omarmd, moet je het in Chessbase nog stellen met wat is voorgeprogrammeerd. Dat is wel al heel wat, en wie materiaal zoekt om zijn taktiek wat te trainen, kan in bovenstaand zoekvenster zijn hart ophalen. Bovendien bevat de knop “voorbeelden” nog tien extra thema’s – zie de figuur hierna. Slechts tien, jawel, maar hier ligt een groot, onontgonnen veld, waar nieuwe versies van CB zeker zullen op voortbreien: wat met andere offers of slagsequenties…?

Even proberen: zo levert de onderste zoekopdracht (*) “queen decoys into fork” in mijn databank van Belgische partijen een tiental hits op. Gek genoeg bleek “rook double check” krek dezelfde partijen op te leveren (foutief dus), dus dat was weer een mailtje naar Chessbase waard. Met dat filter (*) vond ik onderstaande partij (nog uit mijn West-Vlaamse ligaperiode) wel de moeite waard. Dat wit er een zootje van maakt na zet 17 maakt de partij alleen maar interessanter.

Voor wie CQL nog niet kent, Tim Krabbé heeft er een leuk stukje over geschreven, en op wikipedia vind je ook wel iets terug. Het voordeel van CQL is dat je heel algemene zoekopdrachten kan programmeren, zoals bv “witte toren offert zich, vertrekkend vanop een wit veld, tegen een witveldige loper, waarna de witte koning van h1 naar a8 wandelt in de loop van de rest van de partij”. Zoiets lukt niet in Chessbase, wel met CQL. Wie – behalve Tim Krabbé – zo’n zoekopdrachten nodig heeft, is dan weer een andere vraag J.

Het blijft vervelend dat CB15 na bijna elke zoekopdracht een zoekversneller wil creëren – de beste manier om van dat gezeur af te zijn, is gewoon akkoord gaan dat-ie er een aanmaakt. Maar eigenlijk zou het programma die op de achtergrond maar zelf moeten opmaken of… helemaal niet. Want zijn zoek/sorteeropdrachten niet één van de eerste dingen die je efficiënt leert programmeren? Chess Assistant is bliksemsnel, waarom is Chessbase dat niet? Een rommelige structuur van de databank of het partijformaat? Er zijn bugs in het formaat van de partijen bekend, die nu bekendstaan als “features, not bugs” (je kon vroeger, net door dat sloppy programmeerwerk, illegale zetten invoeren in CB). Een voorbeeld van deze inefficiëntie: een zoekopdracht naar gewonnen partijen van Michael Adams, gespeeld tussen 2015 en 2018, tegen tegenstanders > 2600 elo in Bigbase2019: Chessbase doorloopt de hele databank – terwijl die toch al chronologisch gesorteerd is! Dus in plaats van enkel de laatste 1.100.000 of zo partijen te doorzoeken, begint het programma vanaf partij 1 te kijken of die soms niet in de periode 2015-18 gespeeld is… Het lijkt me dat er nog talrijke optimalisaties mogelijk zijn om het zoekproces te versnellen.

Positief dan weer is, wanneer je op een thema zoekt (bv offer op h7), de partijen dan klaar staan op de positie waarin dat offer plaats vindt – dat maakt het hele proces heel efficiënt. Anderzijds vind ik CB15 bij zoekopdrachten soms ook gewoon traag: een lange zoekopdracht stopzetten? Het duurt een tijdje eer het programma reageert. En soms krijg je dan zelfs:

Voor de 15de versie van een programma verwacht je ook wat stabiliteit, maar dat kan ook aan mijn hardware liggen (tip: een oude HP desktop is niet zo stabiel met een nieuwe Windows). Toen ik het programma enthousiast wou gebruiken, kon ik dat pas echt na service pack 5: ik kon namelijk geen partijen bewaren (!!), in geen enkele database… Je vraagt je af of de software eigenlijk wel getest wordt bij Chessbase, voor die uitgebracht wordt. Ook na updates met service packs crasht mijn versie nog nu en dan, maar nogmaals, dat kan evengoed aan mijn computer liggen.

Maar om terug te keren naar dat filter (*) met die zettenreeks voor wit: Dxa8 Dxa8 Pc7+, daarvoor hoef je niet dat voorgekauwde voorbeeld te gebruiken in het zoekfilter. Er is namelijk een algemener methode om zo’n wendingen te vinden. Zoek een stelling met dat thema op in één partij, ga dan naar “rapport” en klik “vergelijkbare zetten” en dan krijg je massa’s partijen met die wending en zelfs een vergelijkbare pionnenstructuur. En dan blijkt dat Kurt de mosterd had gehaald uit een partij Lerner-Tseitlin uit 1973. De wending komt zelfs zo vaak voor dat het als een openings-val/variant kan beschouwd worden. Het voordeel van die tweede methode is dat je ook andere offers dan Da8 krijgt: ook een Ta8 schijnoffer komt eruit (zie bv de partij Sorgic-Petrovic).
Nog even een pluspunt in het zoekvenster aanstippen: als je in Fritz enkel de gewonnen partijen zoekt van een speler, dan moet je apart zijn wit- en zijn zwart partijen opvragen; in CB kan dat in één keer: “alleen gewonnen” aanklikken en “negeer kleuren” behouden en je hebt ze. Best handig – en dat lokt de logische vraag uit: waarom dan ook niet de optie “alleen verloren”?

Goed, zoeken en filteren, dat lukt iedereen wel; maar wat maakt CB15 zo speciaal? Tenslotte, wat is er nog “nieuw/tof/goed” aan de zoveelste versie van MS Office, Fritz of gelijk welk programma dat al aan versie 10+ zit? Wel, “naspeeltraining” en “planverkenner” vond ik aanvankelijk wel toffe nieuwe dingen, maar ik heb ze nog niet veel gebruikt. Het zijn zeker goede ideeën, vooral voor schakers < 2000, die moeite hebben om na de opening een goed plan te bedenken, of goede velden voor hun stukken te kiezen. Naspeeltraining geeft je de mogelijkheid om de komende zetten te raden, aan de hand van een diagram dat drie zetten verder in de partij zit. Planverkenner geeft de meest voorkomende zetten vanaf een bepaalde stelling, zodat het duidelijk is wat er in de toekomst met de stukken moet gebeuren. Maar dat werkt enkel goed in de openingsfase, en liefst met grootmeesterpartijen – éénmaal er geen andere partijen met vergelijkbare stellingen meer zijn, zit je ook in het donker te tasten. Dit zijn dus twee extra functies bedoeld voor de schaker die CB15 wil gebruiken om echt aan zijn schaken te werken. Of dit de beste manier is, weet ik niet – persoonlijk heb ik al veel meer opgestoken van de video’s van Herman Grooten, dan van deze functies.

Nog een goed punt: toen ik per ongeluk eens het gommetje wou uitproberen, was dat blijkbaar niet om de variant waar ik op stond te wissen, maar om alle commentaar te wissen van de hele partij. Al doende leert men… Ramp? Neen, gelukkig bestaat ook in CB15 de “ctrl+z”: alles terug en snel gesaved. Prima! En een partij saven met “ctrl+s” is nu gewoon “replacen”, of zoals Chessbase het zelf stelt: “net zoals in Word”. Als je een copie van de partij wil bewaren (dat doe ik vaak, bv als ik een partij uit de BB2019 of een andere grote databank heb gehaald en van analyses heb voorzien, dan bewaar ik die in een andere databank, om de BB2019 niet helemaal te laten herindexeren – lees: vertragen), is dat ook veel handiger geworden: je kan nu uit een lijstje kiezen naar welke db je de partij wil laten schrijven. Bij het ingeven van partijen is het ook tof dat een nieuwe zet in een bestaande zettenreeks geen pop-up venster meer genereert ((hoofd)variant / overschrijven / annuleren of wat was het allemaal), maar dat CB15 de nieuwe zet gewoon als variant ziet: dat spaart ook veel klikken uit.

Die zoekopdrachten zijn dus fun, maar wat kan je nog meer? Statistiek is de tweede grote poot waarop CB15 rust. Statistieken per speler hadden we al veel langer, en ook de waarschijnlijkheid op welk veld een stuk zal passeren (kan handig zijn om te weten wat te doen met bv het damepaard in een bepaalde opening (bij voorkeur toe te passen in een database van een bepaalde opening zie bv www.pgnmentor.com – als je dit vraagt in de algemene BigBase2019, ben je er niet veel mee). Maar je kan nu ook de “overlevingskans” van de stukken in een bepaalde opening laten simuleren. Ook dat kan eventueel helpen welk stuk af te ruilen en welk stuk te houden. Maar dat leidt ons misschien teveel naar een Alpha Zero aanpak van het schaken. Soms is meer informatie ook gewoon teveel informatie.

Met de partij Belkadi – O’Kelly na 11 volledige zetten, checkte ik zo ook eens welke eindspelen er uit deze standaardstelling van de Caro-Kann ontstaan. En dan krijg je dit (linksonder): een grote kans op L vs P, P vs P of T vs T. Dit is al wat bruikbaarder: als je een opening leert, leer je ook best de eindspelen die erbij horen. De figuur rechts ernaast toont dezelfde zoektocht na 6.f4 in de Siciliaanse Draak: hier dus vooral kans op toreneindspelen. Let op: enkel stukkeneindspelen worden hierin weergegeven, geen pionneneindspelen (wegens kans op dubbeltelling). Dit levert ook secundair “meta”-inzicht op: als uit een opening vooral een toreneindspel volgt, betekent dat ook dat het in het algemeen niet slecht is om de lichte stukken en de dames af te ruilen. Maar opnieuw, dat gaat weer in de richting van statistisch schaak.
De tab “spelers” in een databankvenster is the place to be als je je op een tegenstander wil voorbereiden. Het is me eigenlijk een raadsel waarom ze het zoekvenster waar je op naam kan zoeken, onderaan het scherm hebben gezet (kon perfect in de ribbon bovenaan), maar bon, het werkt. Hier lijkt er niet veel veranderd in vergelijking met vorige versies. Wat ik wel nog nodeloos irriterend vind, is dat bij het rechts klikken op de naam van een speler in de spelerslijst, je wel nog altijd “speler statistieken” kan kiezen, maar het venster met de drie deelvensters (zie figuur hierna) nog altijd te klein is: het kan geen grote moeite zijn om in deze tijden van hoge resolutie en grote schermen, het pop-up venster zo breed te maken, dat de drie deelvensters zonder horizontale scrollbar verschijnen. En de knoppen onder die deelvensters (“N”, “A-Z”, “Resultaat”, “Datum”, …) mogen ook “dubbelwerkend” zijn, zoals velden in Explorer in Windows: één keer klikken is sorteren volgens die knop (bv Aà Z), een tweede keer is de omgekeerde sorteervolgorde (bv Z à A).
En waarom de volgorde van foto’s in de ID-kaart van een speler van “recentst” naar “langst geleden” gaan, vind ik ook niet zo logisch, maar OK, misschien wil je wel als speler wel de meest recente foto van je tegenstander eerst zien. Maar dat is weer een detail.

Samengevat lijkt CB15 meer in te zetten op statistiek. Dat mag niet verwonderen, in tijden van Alpha Zero en datamining. Uiteindelijke leverde CB1 Kasparov een klinkende revanche op tegen het Hamburgse achttal in zijn tweede simultaan. Dat Chessbase deze weg is ingeslagen, mag dus niet verwonderen, ook niet gezien het potentieel dat hierin nog ligt. Het koppelen van een trend aan het slaagpercentage van een nieuwe openingszet kan bv een indicatie zijn van de sterkte van het nieuwtje (typisch scoort een nieuwe zet redelijk goed, om pas na enkele partijen terug te zakken, omdat spelers dan het goede tegengif hebben gevonden – wanneer blijkt dat een nieuwe zet minder (snel) terugzakt, is dat een indicatie van de gezondheid van de zet).

Publiceren is poot nummer 3, en hier is Chessbase al een tijdje mee met de moderne wereld: publiceren naar internet (met koppeling naar facebook): één klik. Publiceren naar een gif, die je partij automatisch naspeelt (voor bv publicatie op twitter): één klik. En gewoon je partij copy/pasten naar Word-formaat omzetten was al veel langer mogelijk, dus dat zit er ook nog in. Chessbase is gewoon mee met zijn tijd, en dat is goed. Een diagram copy-pasten naar Word kan op diverse wijzen, ofwel als diagram in het figurine font, of ook als bitmap, met de mooiere look en feel van in CB15 (wat vanuit Fritz evengoed mogelijk is trouwens).

Positief in het partijvenster alvast is de bar met lees- en evaluatietekens onder de partijnotatie. Dat Chessbase bij het laden van een partij snel even automatisch de evaluatie van alle zetten genereert is leuk: zo zie je in één oogopslag al hoe goed de partij was. Dat is trouwens een feature die ooit in een vroege Fritz is ontstaan.

Wat oorspronkelijk niet leek te werken (zie hierna) was iets dat ik altijd graag gebruikt heb en met “ctrl+shift+r” meteen kreeg: bij een bepaalde partij enkele partijen automatisch ingevoegd krijgen die met dezelfde openingsvariant verder gaan. Dat was een heel makkelijke manier om te kijken welke meesterpartij je het langst had gevolgd. Dat is nu een standaard button (Novelty Commentaar) in de ribbon “Rapport” geworden. De tab “Referentie” in het partijvenster leunt hier wel tegenaan, maar hier moet je zelf een punt in je partij kiezen en hopen dat “Referentie” met enkele gelijkaardige partijen (liefst niet teveel, en liefst partijen van meesters) naar boven komt. Ook het “openingsrapport” gaat in die richting, maar dat is dan een apart rapport, en ook deze optie kopieert niet de meest relevante gelijkaardige partijen in de partij die ik wil analyseren. En ook in de tab “vensters” “Referentie zoekvenster” aanklikken, zit in dezelfde sfeer (en laat me gemakkelijk de partijen die ik wil integreren, via drag & drop in mijn partijvenster vallen), maar opnieuw, dat gaat ook niet automatisch. Wat dat betreft, op dat ogenblik dacht ik – laat ik eens de help-functie (klein rondje met “?” in de rechterbovenhoek) proberen: ik kwam uit op deze pagina… (nog altijd niet gecorrigeerd in CB15 sp7).

Dus heb ik dan maar de – zeer volledige – Nederlandse handleiding gedownload van hun support pagina. Een pdf’je van 691 bladzijden alstublieft. Daar vond ik dan het commando “shift+f6”, maar dat leek qua resultaat sterk op bovenstaande optie met “referentie zoekvenster”. Blijkbaar heeft men de automatische referentie vervangen door een manuele…(?) Pas op het einde van mijn zoektocht, zag ik dat rechts klikken op het bord ook nog wat opties meegeeft, waaronder “zoek nieuwtje” (wat die shift+F6 is). En toen viel mijn oog op: “Novelty commentaar: Maj+ctrl+R”: dàt was het commando dat ik zocht – blijkbaar was ik ergens te snel geweest: het commando zit er nog altijd in! (alleen: wij zeggen dus – ook in het Nederlands - shift+ctrl+r, niet maj+ctrl+r). Voor wie wil weten waar ik het nu al de hele tijd over heb: zie figuur hierna: het commando zoekt dus zelf de meest relevante partijen in de referentiedatabank, die het dichtst bij de opening van de betreffende partij aanleunen.

Ik wil hier wel nog meegeven dat de Chessbase support heel conscientieus werkt: beleefd, ze reageren op al je vragen, en jawel, het zijn ook schakers. De support pagina’s van Chessbase zijn trouwens behoorlijk goed en op de chessbase-wiki staan heel wat vragen mooi beantwoord.

Nog één punt van kritiek, niet op CB15, maar op de Fritz interface: een diagram invoegen doe ik graag op die plaats waar een interessante zet op het bord gaat komen, dus achter de voorgaande halve zet (het diagram komt in het commentaar achter zet “x”). In CB15 wordt die logica gevolgd, in Fritz en co niet, daar krijg je (bij plakken van de partij in Word) het diagram vóór de voorgaande halve  zet (“x-1”), ook al doe je net hetzelfde als in CB15, en zit het “#” teken in commentaar nà de zet. Heel vervelend als je Fritz en Chessbase door elkaar gebruikt voor je schaakartikelen, en dat was weer een mailtje naar Chessbase waard.

Wie zich afvraagt hoe dat dan in CB15 werkt als je van een stelling (geen partij) het diagram wil afdrukken vóór de eerste zet? Wel, je klikt op de eerste zet, tikt “ctrl+shift+a” ( = commentaar vóór de zet) en tikt [#] in het venster. Zie figuur hierna voor een diagram voor en na de eerste zet (en voor wie zijn taktiek nog eens wil oefenen: wat speelt wit om deze stelling (na het zwarte Df6-f5) te winnen?). Positief is ook dat het diagram niet als “#” in je notatie op het scherm staat, maar echt als diagram tussen de zetten – dat werkt goed als geheugensteuntje (“waar heb ik dat diagram nu weer ingevoegd”), maar ook qua lay-out assistentie: je wil vaak een diagram waar de actie plaats vindt, maar ook niet teveel diagrammen op een kluitje.
Een beetje vreemd vond ik dat de gekleurde pijlen en velden, niet als ribbon commando beschikbaar zijn in de tab “invoegen”, maar enkel als toets-muis combinatie. Het was even zoeken, maar ik heb ze gevonden (alt / alt+shift / alt+ctrl ingedrukt houden en de muis gebruiken). En nu we in de grafische toestanden zitten – blijkbaar is grafisch commentaar ook een zoekcriterium; een beetje “lame”, maar bon. Misschien zijn er mensen die dit vaak gebruiken om hun partijen te analyseren en kan dit dienen als een zoekmasker naar door jezelf geanalyseerde partijen. De Chessbase help-pdf (Nederlandse versie: 691 bladzijden!) geeft nog een mogelijkheid om snel je eigen bewerkte partijen terug te vinden: met medailles (“user”) markeren.

Daarnaast zijn er nog hier en daar handige zaken bijgekomen; je kan nu bv ook illegale posities bewaren (bv voor educatieve doeleinden), en ook daarna nog zetten invoeren. Kan handig zijn.

Wat ik hier niet behandeld heb, is bv het maken en bewerken van openingsboeken (OB) – dat is iets wat eerder thuis hoort in Fritz, waar je (vind ik) gemakkelijker de boeken kan bewerken. Het is natuurlijk waar dat je in CB15 een veel geraffineerder selectie van partijen kan maken om je OB aan te maken (bv “partijen van spelers > 2700 tussen 2000 en 2015 met kwaliteitsoffers”) maar ik vraag me af wie zo’n subtiliteit nodig heeft voor een openingsboek, waar je eerder een zo breed mogelijk spectrum wil zien aan varianten.

Besluit:
Ja, Chessbase is een goed programma, en bedient veel makkelijker dan Chess Assistant, dat misschien qua efficiëntie beter geschikt is voor gebruikers die zeer intensief met partijbeheer, publicaties, opzoekwerk, voorbereidingen bezig zijn. Alleen, de look en feel van Chess Assistant is helemaal anders. Chessbase voelt gewoon vertrouwd aan, het is de MS Office van het schaken, terwijl de Chess Assistant eerder de Star of Open Office is: gelijkaardig, maar net dat ietsje minder vertrouwd. Je start op en begint – 90% van de functies zijn heel intuïtief.

Uit het bovenstaande mag zeker blijken dat er nog talrijke schoonheidsfoutjes op te lossen zijn, dus het werk is nog niet af. Maar voor de miljoenen schakers over de wereld, is een database programma als dit zowat de enige grote investering die ze in hun hobby moeten doen – de return blijft jarenlang voortzinderen. Die kleine haperingen voelen aan alsof je net een nieuwe auto gekocht hebt, en dan blijkt dat het mediasysteem toch geen mp3’s afspeelt, of de ramen achteraan niet automatisch bediend zijn. Kleine zaken, maar ze voelen toch hinderlijk aan. Feit is dat CB15 zeer veel mogelijkheden biedt – en bij deze uitgave heeft men echt gekeken naar zaken die het “leren schaken” vooruithelpen, maar het is aan de gebruiker om te checken wat voor hem/haar nuttig is.

Wie enkel Fritz & co heeft gebruikt voor zijn partijen: mist die iets? Ja, beheer van databanken is veel makkelijker met CB, je hebt veel meer mogelijkheden om te filteren en te zoeken in CB. Je werkt gewoon efficiënter met CB, veel overzichtelijker. CB15 levert veel functies die in Fritz niet mogelijk zijn, of geeft je meteen al een voorsprong in je voorbereiding op je tegenstander.

Mis je veel? Neen, dat ook weer niet – misschien zijn er in Chessbase zo’n 20-30% van de functies en mogelijkheden die je ook graag in de Fritz interface zou hebben, maar de rest is overbodig. Ik zat bv niet te wachten op een 3D-raytraced bord. Mocht ik drie uitbreidingen aan Fritz mogen kiezen, om het wat meer in de slipstream van CB te brengen (een soort tussenoplossing tussen Fritz en Chessbase), dan zouden het deze punten zijn:
  • De meer uitgebreide zoekfuncties van Chessbase – het hoeven ze niet allemaal te zijn, maar toch graag wat meer dan nu het geval is
  •  Het gebruik van meerdere (partij)vensters in Fritz
  • En natuurlijk mijn ctrl-shift-r graag
Een Fritz “CB” met deze functies zou de geboorte van een extra product betekenen in het gamma van Chessbase… leest iemand in Hamburg deze recentie…? Niemand geïnteresseerd in een “echte” Chessbase Light (dus niet die rommel die begrensd is tot 8000 of zo partijen)?

Omgekeerd, zaken die ik graag in CB15 zou zien, die nu enkel in Fritz zitten? De cr-analyse is nu automatisch, maar misschien wil ik toch wel dat ik die zelf kan instellen. En die database-keys (middenspel, taktiek, eindspel) die wel in Fritz zitten, die had ik graag ook terug. Maar verder – neen, de Fritz-GUI is een Mercedes SL roadster, een luxueuze tweezitter racemachine – wie goed kan rijden, is hiermee meteen weg, maar je botst hier en daar op de beperkingen ervan. CB15 is een Mercedes GLS SUV: een zeer veelzijdige auto, waar je op veel manieren de weg mee op kan: sportief, veelzijdig, chique; dit is iets wat je jarenlang trouw gebruikt, zonder het gevoel te hebben dat je iets mist.

HK5000

maandag 28 januari 2019

Chessbase 15 deel 1

In het laatste decennium zijn talloze gratis schaakprogramma's online verschenen maar kwalitatief blijft Chessbase er met kop en schouders boven steken. Chessbase is dan ook niet zomaar 1 programma maar een software-huis met honderden schaakproducten. Niet verwonderlijk ziet de schaker soms door de bomen het bos niet meer.

Heel vaak gaat het hierdoor dan ook grondig verkeerd bij de eerste aankoop. De meeste verkopers prijzen hun duurste producten aan en de onervaren schaker gaat mee in het verhaal want denkt dat hij door meer te betalen op veilig speelt. Daarna volgt de ontgoocheling. Thuis blijkt dat je tegen het programma niet kunt schaken. De toegevoegde engine behoort niet tot de sterkste. 95% van de functies worden nooit gebruikt. Na een paar jaar mis je de meest recente partijen. Het gevolg kan je al raden. Men koopt zelden of nooit nog iets bij Chessbase en na verloop van tijd wordt het verouderde product slechts sporadisch nog gebruikt.

Dit doembeeld zag ik telkens opduiken tijdens de presentaties die ik begin vorig jaar gaf over schaakprogramma's zie o.a. de partijvoorbereiding deel 2. Bijna iedereen zat opgezadeld met een oude versie van Chessbase, een hopeloos verouderde database en een engine die vaak honderden punten zwakker was dan de huidige top. Uiteindelijk mislukte hierdoor ook grotendeels de opzet van de presentaties. Ik wou hen aanleren om optimaal van de meest recente technologie gebruik te maken  bij het voorbereiden en analyseren van partijen maar dat kon onmogelijk slagen wanneer men de programma's niet bezit.

Mijn leerlingen in Mechelen kon ik wel helpen omdat ik in de maanden na de presentatie ieder van hen persoonlijk begeleidde bij het updaten van hun schaakprogramma's. Ik toonde hen waar ze gratis interessante software konden downloaden of liet hen legaal kopiëren van mij. Slechts wanneer niet anders kon eiste ik dat ze een programma aankochten daarbij steeds zoekend voor de laagste prijs. Uiteindelijk had iedereen een up to date wapenarsenaal zonder de aankoop van het relatief dure Chessbase. Dit wil niet zeggen dat ik Chessbase helemaal nutteloos vind. Echter een student heeft meestal weinig geld en dan is het logisch om te kijken wat een investering als rendement oplevert.

Trouwens eind 2018 kwam een nieuwe editie op de markt : Chessbase 15 met weer tal van nieuwe functies. Ik denk dat het daarom interessant is om eens te kijken voor wie deze nieuwe editie wel kan worden aanbevolen. Het is een eenvoudige vraag maar pas na veel zoeken en vergelijken, kwam ik tot een besluit. Omdat ik zelf Chessbase 15 niet heb en de handleiding niet alles vertelt, heb ik de hulp ingeroepen van HK5000 die het programma gekocht heeft en voor deze blog ook af en toe iets schrijft.

Eerst zijn we gestart met een keuze te maken van 2 redelijk aannemelijke aankoop-pakketten die zowel financieel als functioneel ons zeer interessant leken. Echter tezelfdertijd moesten ze ook voldoende verschillen zodat een vergelijking alle min en pluspunten blootlegt. Het werd een moeilijke bevalling want we zagen allebei Chessbase voor een andere type gebruiker. Elk nadeel is een voordeel en dat was hier ook het geval want de verschillende visies zorgden uiteindelijk voor een meer genuanceerd beeld.


Optie 1: Prof-pakket

Aankopen in 2019 van Chessbase 15 Starter Package (Big Database 2019 gratis inbegrepen), in 2020 van 1 jaar Online-Update Reference Database, in 2021 van 1 jaar Online-Update Reference Database. Hierbij maakt HK5000 terecht de opmerking dat de updates enkel zinvol zijn voor Chessbase gebruikers die zeer veel partijen spelen (minstens 50 standaardwedstrijden per jaar) en +2200 elo hebben. Dus vele Chessbase gebruikers kunnen zeker de kosten van de updates vermijden. Budget over 3 jaar met updates = 319,7 euro. Budget over 3 jaar zonder updates = 199,9 euro.
Chessbase 15 starter Package (aankoop in 2019)
1 jaar online-update reference database (aankoop in 2020 en 2021)
Optie 2: Amateur-pakket

Aankopen in 2019 van Houdini 6 (Fritz 15 GUI gratis inbegrepen) en Big Database 2019. Ik koos voor Houdini i.p.v. Komodo omdat Houdini 10 euro goedkoper is, gemaakt door de Belg Robert Houdart en er geen wezenlijk verschil bestaat in speelsterkte. Fritz wordt aangeboden met de meer recente Fritz 16 interface en is ook 10 euro goedkoper dan Houdini maar vind ik minder interessant omdat de nieuwere interface geen belangrijke nieuwe functies aanbiedt en Fritz 200 elo zwakker speelt dan Houdini. Budget over 3 jaar = 149,8 euro.
Houdini 6 (aankoop in 2019)
Big Database 2019 (aankoop in 2019)
Vervolgens maakten ik en HK5000 samen een overzicht van alle min en pluspunten die we relevant vonden in beide pakketten met een persoonlijke score en beoordeling. De finale versie na meerdere iteraties kan je terugvinden in onderstaande 5 tabellen (klik erop om de details beter te kunnen lezen). Score 5 = ik kan/wil niet meer zonder, 1 = nutteloos, 0 = niet aanwezig.

Uit de persoonlijke scores van ons beide voor de 2 pakketten kunnen we al direct een aantal opmerkelijke conclusies trekken.
1) We geven allebei voor beide pakketten een totaal-score van 100 punten of meer. M.a.w. elk pakket biedt ons een uitgebreid gamma aan interessante functies.
2) In ongeveer 1/3 geven we allebei exact dezelfde score. Dus we zijn duidelijk verschillende type gebruikers van schaaksoftware wat niet wil zeggen dat we het grondig oneens zijn over de meerwaarde zelf van de functionaliteit.
3) Interessant is ook om vast te stellen hoeveel punten we allebei extra winnen wanneer we het prof-pakket kopen bovenop het amateur-pakket. Voor mezelf betekent dit 20 extra punten. Voor HK5000 zijn het er 27 extra punten. Indien ik niet reeds het amateur-pakket had dan zou ik vandaag zeker overwegen om het prof-pakket te kopen.

Bovenstaande informatie schetst een zeer gedetailleerd beeld van elk pakket en laat toe tot op zekere hoogte om een persoonlijke evaluatie te maken van welke aankoop voor jezelf het meest interessant zal zijn. Desondanks een aanbeveling lijkt mij niet overbodig in het bijzonder voor schakers die weinig of nooit gewerkt hebben met schaakprogramma's. Het is heel moeilijk zonder enige ervaring om bepaalde functies te visualiseren.

Persoonlijk raad ik het amateur-pakket aan voor iedere schaker die voor het eerst de stap wilt zetten om met 1ste categorie (betalende) schaaksoftware te leren werken. Ik denk dat het verstandiger is om langzaam op te bouwen met de eenvoudigere Fritz-interface. Trouwens meestal zullen beginnende schakers vooral geïnteresseerd zijn in het spelen zelf en hebben ze nog geen of weinig databases.

Het prof-pakket is zeer interessant voor een kleine niche schakers.
- Trainers en studenten die intensief materiaal uitwisselen (ik vermoed dat er in België slechts een handvol schakers aan deze omschrijving voldoen)
- Jonge schakers met de ambitie om FM/IM/GM te worden (hierbij kijk ik naar +2200 spelers onder 30 jaar dus maximum een 30 tal in België.)
- Schrijvers van clubmagazine tot referentiewerk of webmaster (ik vermoed dat we hier over hoogsten een paar tientallen spreken)
- Tenslotte schakers die al 1 of meerdere jaren ervaring hebben met het amateur-pakket, wekelijks minstens een uurtje werken met schaakprogramma's en de extra functionaliteit van het prof-pakket als een meerwaarde voor zichzelf zien. (moeilijk in te schatten hoeveel maar ik ken sowieso heel weinig schakers die wekelijks een uurtje werken met schaakprogramma's)

Kortom indien 50% van de clubschakers bereid zijn om te starten met het amateur-pakket dan zal er wellicht niet meer dan 5% van de clubschakers baat hebben met het prof-pakket. Nu moet ik er wel aan toevoegen dat Chessbase (de firma, niet het product) met elke nieuwe release van Chessbase (deze maal wel het product dus niet de firma) ervoor zorgt dat het telkens minder aantrekkelijk wordt om voor de Fritz Gui te kiezen. Men weet natuurlijk ook dat veel schakers niet beide pakketten aankopen en dan is het als commercieel bedrijf logisch om de koper te sturen naar het duurste product.

Brabo en HK5000

dinsdag 15 januari 2019

Desperado deel 2

Sinds 2014 beweert IMF dat China de grootste economie in de wereld is. Echter er bestaat heel veel discussie over de interpretatie van de cijfers zie bv. Is China's economy really the largest in the world? .  Ik zal het hier natuurlijk niet over hebben want de enige reden waarom ik het vermeld is om aan te tonen dat China een enorme transformatie heeft meegemaakt in de laatste decennia. Het vervelde van een onderontwikkeld land naar een supermogendheid waardoor vandaag er sommige landen angstig kijken naar de toekomst.

Het is niet enkel economisch dat China enorme vooruitgang heeft geboekt. In bijna elk domein zien we de Chinezen tegenwoordig een belangrijke rol opeisen waaronder ook het schaken. Dubbel goud werd er vorig jaar voor het eerst door China behaald op een schaak-olympiade maar weinigen zullen nog weten dat China slechts een paar decennia geleden niet veel sterker was dan ons klein België. Het heeft mij veel bloed, zweet en tranen gekost want fide maakt het niet makkelijk om historische gegevens op te halen maar uiteindelijk kan ik toch enkele opmerkelijke statistieken over China tonen. De eerste grafiek toont de evolutie van de gemiddelde elo van de top-10 spelers in de laatste 3 decennia. Als referentiepunt gebruikte ik Rusland (pas vanaf 1993 omdat het land volgens fide eerder deel uitmaakte van de Sovjet-Unie).

















In mijn artikel elo-inflatie schreef ik al dat veel schakers zich niet bewust zijn dat de inflatie rechtstreeks in verband staat met het ledenaantal. Uit bovenstaande grafiek zien we dit heel duidelijk door de elo-evolutie van de Chinese topspelers te vergelijken met de Russische topspelers. Als we kijken naar de ranglijsten dan wordt dit effect nog vergroot zoals in onderstaande grafiek waarin ik de top 10-spelers volgens gemiddelde rangschikking in de tijd definieer.




We zien dat Rusland nog steeds nummer 1 staat vandaag maar China zit hen op de hielen. Het is zelfs zo dat de sterkste Chinees nu een hogere elo heeft dan de sterkste Rus. Ik spreek natuurlijk over supergrootmeester Ding Liren die enkele maanden geleden als eerste Chinees ooit de 2800 elogrens overschreed. Dat gebeurde trouwens op een opmerkelijke manier waarover menig schaakjournalist rapporteerde. Liren verloor geen enkele partij in een tijdspanne van 15 maanden. Uiteindelijk stopte de teller van ongeslagen partijen op 100 tegen nochtans niet de minste tegenstand. Ik heb uit nieuwsgierigheid eens gekeken naar mijn eigen database en kom niet verder dan 37 opeenvolgende partijen zonder nederlaag in 2011 maar met slechts een TPR van 2300 elo dus hierbij waren veel tegenstanders met een veel lagere rating.

Spijtig creëerde dit exploot van Liren ook weer jaloersheid bij sommige schakers zoals de reactie van Sergey Tiviakov op Chessbase bewijst. Ik geef zelf mee aan mijn kinderen om niet te juichen bij het winnen van partijen in de nabijheid van de verslagen tegenstander dus netjes was de post niet van Sergey. Daarentegen was de eerste verliespartij van Ding Liren best speciaal waardoor ik het de moeite waard vind om er toch even naar te kijken. Zo kwam er een uiterst zeldzame desperado van een dame in voor.  In een eerder artikel had ik het over een desperado-pion waarbij de ten-dode opgeschreven pion nog een laatste stuiptrekking maakt om een tempo te winnen. Bij een dame-desperado zien we een iets andere dynamiek. De eigen dame is bedreigd en kan worden gered. Echter in plaats daarvan wordt een zet met de bedreigde dame gespeeld waarna ze nog steeds kan worden geslagen.
In bovenstaande stelling dreigt zwart de dame te verliezen wegens de vork Pe6+. Echter i.p.v. de dame in veiligheid te brengen, wordt gekozen voor een desperado-slagzet daar wits dame ook nog hangt.

Op chess.com maak ik geregeld tactische oefeningen. In de moeilijkste categorie kom je er vaak speciale stellingen tegen en jawel ik herinner mij ook eens het thema van de desperado-dame. Onderstaande stelling komt dan ook uit de collectie van tactische oefeningen die ik op de site gemaakt heb. In de oplossing komt 1 desperado-dame voor maar in de verleiding zijn er zelfs 3 opeenvolgende.

Een laatste voorbeeld van de desperado-dame kwam ik tegen tijdens het analyseren van mijn laatste Belgische interclubpartij van vorig seizoen. Zonder de computer had ik het zeker niet ontdekt want de desperado verschijnt in een zeer ingewikkelde tactische variant.
In elk voorbeeld van de desperado-dame zien we dat beide dames hangen. Dit lijkt mij niet verwonderlijk want ik zie weinig andere situaties waar zulke zet verantwoord kan zijn. Mocht er een lezer zulke andere situatie kennen dus zonder dat beide dames hangen dan ben ik er zeker naar benieuwd.

Brabo

woensdag 9 januari 2019

Curieuzeneuzemosterdpot

Onze Belgische regering viel eind vorig jaar. Dit betekent dat we zeer waarschijnlijk een lange tijd van onzekerheid tegemoet treden. Journalisten zullen alles uit de kast halen om elke ontwikkeling op de voet te volgen. Dit betekent uiteraard ook dat de media het niet zullen laten om vuurtjes te stoken tussen de politiekers als ze hiervoor de kans krijgen. De tijd van de neutrale en ethische verslaggeving ligt al ver achter ons. Vandaag schrikt niemand nog terug om ook informatie te gebruiken waarvoor de betrokken partij geen uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.

Het wordt dus voor onze politiekers uiterst belangrijk om voorzichtig te zijn met hoe er gecommuniceerd wordt. In het verleden hebben we al talloze blunders gezien waarvan misschien de befaamde schootnota's wellicht de gruwelijkste als tezelfdertijd grappigste zijn. Persoonlijke documenten met vaak belangrijke strategische informatie over de onderhandelingen liggen nonchalant op de schoot tijdens een autorit waardoor een attente fotograaf hiervan een snapshot kan maken. Na uitvergroting van de foto kan men de geheime details ontrafelen en verkondigen aan het brede publiek.

Achteraf is er uiteraard altijd discussie in hoeverre het wel een blunder betrof of het niet eerder de bedoeling was om precies die informatie te lekken naar de pers. Net daarom konden de meesten wel goed lachen met de grap van Bart De Wever toen hij "Curiezeneuzemosterdpot" schreef op een schootnota bij de regeringsonderhandelingen van 2011. Betreffende het bespelen van de media staat hij zeer vaak een stap voor t.o.v. zijn collega's.
Bron: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20110201_022
Ondertussen zijn we bijna 8 jaar verder en is er op vlak van privacy-bewustzijn heel wat gebeurd. Niet alleen op privé-gebied zien we steeds meer mensen kiezen voor het afschermen van data (lees o.a. mijn artikel paswoord) maar ook juridisch is er zeker in België de laatste jaren een enorme verstrenging van de wetgeving rond privacy geweest. Toch zijn er ook nog altijd veel mensen die te licht omspringen met persoonlijke data. Trouwens dit is niet altijd Jan Modaal maar zelfs een absolute schaakster zoals wk-uitdager Fabiano Caruano ging recent zwaar uit de bocht. Een mediacampagne om positieve aandacht te creëren voor het Caruana-kamp veroorzaakte een ongewenste lek van gevoelige informatie over de gemaakte analyses. De video werd binnen het kwartier na publicatie offline gehaald maar toen was het kwaad al geschied. 
Bron: https://twitter.com/hartmannchess/status/1062204133489426432
Achteraf gaf niemand thuis om commentaar te geven. Aanvankelijk werd er gedacht dat het een strategie was om de wereldkampioen Magnus Carlsen te misleiden maar naarmate de match vorderde, werd dit scenario steeds onwaarschijnlijker. Zowel voor als later in de match speelde Caruana de openingen zoals vermeld in bovenstaand screenshot.

De discussie over de authenticiteit van de video evolueerde daarom al snel naar het bepalen van de opgelopen schade voor Caruana. Kreeg Carlsen hierdoor een belangrijk voordeel in de schoot geworpen of moeten we dit toch nuanceren? Oud-wereldkampioen Anand was van mening dat de video-blunder geen impact had op de match (zie artikel op espn). Echter in partij 11 dus meerdere dagen na de publicatie van de gelekte video, koos Carlsen wel om lijn 21 vermeld in de video, een Russische opening met 9...Pf6! binnen te gaan zonder twijfel nadat hij met zijn team het geanalyseerd had.
Achteraf vroegen sommige grootmeesters zich dan ook luidop af hoe het mogelijk was dat Magnus zelfs met die onethische voorkennis niet in staat was om het minste voordeel met wit te verkrijgen. Was Carlsen en zijn team lui geweest want zoveel kritieke lijnen waren er toch niet te bekijken in die variant?

Nu niet enkel Carlsen kreeg kritiek omwille van zijn openingen. Ook Caruana kreeg een bolwassing van diverse grootmeesters. Zo begreep de Amerikaanse grootmeester Grigory Serper niet waarom Caruana geen hoofdvariant van de Svechnikov wilde spelen zie Fabiano Caruana what went wrong?  In het verleden hebben de hoofdvarianten vele mooie overwinningen opgeleverd voor de witspelers in de Svechnikov.

Ik heb zelf in het verleden meerdere malen de aanbevolen hoofdlijn gespeeld (zie o.a. een theoretisch duel in de Svechnikov) maar ik weet ondertussen ook na ontelbare uren analyses dat wit vandaag weinig of geen hoop meer heeft om een voordeeltje in die opening te vinden. Ik had hierover trouwens een discussie met de Venezolaanse IM (vandaag GM) Jose Rafael Gascon Del Nogalco-winnaar van Le Touquet 2017. In ronde 6 Open Le Touquet 2017 won hij vrij makkelijk van de Belg Matthias Godde en in de postmortem kon ik hem aanvankelijk niet overtuigen dat wit niets heeft in zijn gekozen hoofdvariant van de Svechnikov. Tja waarom zou je als meester, een onbekende toeschouwer vertrouwen die niet eens deelneemt aan het tornooi. Pas toen ik mijn portable bovenhaalde en de diepe analyses toonde die ik een jaar geleden had gemaakt over die opening, begon het hem te dagen dat ik misschien toch gelijk had en dus geen onzin aan het verkopen was. Toeval of niet maar ik vond geen recente partijen meer waarin hij dezelfde hoofdlijn opnieuw speelde.

Laatst las ik zelfs dat iemand de Svechnikov herdoopte tot het Siciliaans Berlijns om maar even te onderstrepen hoe solide ook andere schakers de opening vandaag beschouwen. Het is dus pure nonsens om te insinueren dat het mogelijk is om in enkele dagen te switchen naar de hoofdlijnen van de Svechnikov en bovendien ook nog eens er nieuwe ideeën te ontdekken die tegen Carlsen de matchkansen verbeteren. Bovendien nieuwe ideeën dat is ook nog zoiets waarvan veel spelers denken dat ze maar van een computerscherm af te lezen zijn. In mijn artikel schaakopeningen studeren deel 2 beschreef ik hoe ik zelf vaak een week bezig ben om enkele nieuwe ideeën uit te werken in 1 specifieke openingsvariant. M.a.w. tijdens een wk-match zelfs met secondanten en een netwerk aan computers kan je slechts alleen maar patchwerk doen.

Zelf ondervond ik laatst ook nog weer eens hoe moeilijk het is om in weinig tijd de juiste oplossing voor een openingsprobleem te vinden. In de 6de ronde van de voorbije Open Leuven speelde ik tegen de Zweedse grootmeester Ralf Akesson. Na 3 onderlinge Siciliaanse partijen vermoedde ik dat hij zou variëren want telkens had hij grote problemen in de opening gehad (zie o.a. euforie). Daarnaast had ik opgemerkt dat hij recent geregeld koos voor een Caro-Kann. In die opening speelt hij een mix aan varianten waarvan enkele mij onbekend waren. Uiteindelijk bleek mijn buikgevoel weeral correct want 1 van die variantjes kwam inderdaad op het bord. Echter deze keer kwam mijn beproefde voorbereidingsmethode databases gebruiken tekort alhoewel het niet helemaal de lading dekt.
Pas thuis na vele uren analyses ontdekte ik dat 9.c3 de kritieke test is voor deze variant. Als een oplossing voor 1 klein zijvariantje al zo tijdverslindend is dan besef je dat 1 grote opening serieus bestuderen iets is van maanden. Dit kan dus niet tijdens een normale partijvoorbereiding of zelfs een match en gebeurt best vooraf. Natuurlijk zelfs vooraf kan je niet alles bekijken en moet je keuzes maken. Net daarom heb ik mezelf voorgenomen om mijn prioriteiten te resetten dit jaar. Ralf ontmoette ik nu al voor de 4de keer met hetzelfde kleur in standaardpartijen. I.p.v. te wachten tot onze volgende ontmoeting lijkt het mij daarom interessant om vandaag al een voorbereiding op hem klaar te maken terwijl ik nu veel/ voldoende tijd heb en die vervolgens in een database te bewaren. De eerste 4 voorbereidingen op spelers heb ik ondertussen klaar.
Extract van de wit-voorbereiding op Ralf Akesson uit mijn nieuwe spelersdatabase


In de toekomst hoef ik dan bij een nieuwe onderlinge partij slechts de eerder gemaakte analyses op te frissen en enkel oplossingen voor hun nieuwe meest recente openingen in hun repertoire toe te voegen aan de database. Dit zal een enorme tijdswinst betekenen t.o.v. telkens van scratch opnieuw te beginnen zoals ik in het verleden deed. Opgelet dit is niet hetzelfde als de chessbase-functie om op een tegenstander voor te bereiden omdat mijn database al concrete persoonlijke keuzes bevat welke varianten ik wil spelen. Toevallig las ik een week geleden dat de Zweedse grootmeester Axel Smith het aanleggen van een database van specifieke voorbereidingen op diverse spelers ook aanraadt in zijn bekroonde boek uit 2013: Pump Up Your Rating.

Een curiezeneuzemosterdpot is zeker een goede eigenschap voor een schaker maar met alleen dat zal je niet ver geraken. Uiteindelijk moeten ook de vele uren studie gespendeerd worden in de opening om effectief ervan te kunnen profiteren. Een database van voorbereidingen op tegenstanders aanleggen, lijkt mij hiervoor een goed hulpmiddel alhoewel dit natuurlijk maar in beperkte mate bruikbaar zal zijn op mijn niveau. Van zwakkere spelers is er vaak weinig of geen materiaal beschikbaar. Daarnaast kijk je ook best eerst naar het repertoire van de spelers waarvan je verwacht die in de toekomst nog terug te zien. Het is altijd nuttig om nieuwe openingen te bekijken maar de kans is klein dat je die ene buitenlandse schaker op doorreis nog ooit aan het bord zal ontmoeten.

Brabo

vrijdag 4 januari 2019

Clubkampioenschappen

Eerder kloeg ik in jong en oud deel 2 over een gebrek aan clubkampioenschappen aangepast voor de jeugd. Daarnaast sprak ik persoonlijk ook enkele clubverantwoordelijken direct aan die over een ruim aantal jonge gevorderde spelers beschikken. Waarom lukte het hun clubs niet om een intern kampioenschap te organiseren overdag zodat hun betere jeugdspelers de kans krijgen om er een groot aantal standaardwedstrijden te spelen en zo veel sneller door te groeien? Het antwoord van zowel KMSK als LSV was dat de jeugdspelers niet in staat zijn om zelf iets te organiseren en er onvoldoende interesse is bij de volwassenen.

De jeugdleidster van LSV ging zelfs hierin nog een stap verder door te stellen dat clubkampioenschappen vandaag aan populariteit verliezen bij volwassenen. M.a.w. verwacht niet dat er in de toekomst een kentering zal komen en zoek alternatieven om te spelen. Ik was gechoqueerd. Zelf heb ik mijn eerste tornooi voor rating gespeeld in het clubkampioenschap van de Torrewachters (Roeselare), seizoen 1995-1996. In die tijd waren clubkampioenschappen het bindweefsel van een club. Het was op de speeldagen dat er vriendschappen werden gevormd en er plannen werden gesmeed. Ik heb altijd verondersteld dat een clubkampioenschap cruciaal is voor het voortbestaan van een club. Een dalend aantal deelnemers in een clubkampioenschap was bijna steeds de voorbode van een club die stopte.

Zelf gaf de jeugdleidster van LSV aan dat ze 's avonds te moe was na het werk om nog serieus te schaken. In het recent gepubliceerde boek Applying Logic in Chess geschreven door de Amerikaanse internationaal meester Erik Kislik wordt aangeraden geen partijen te starten wanneer je al 12 uren wakker bent. Ik weet uit ervaring ook dat het niveau vrijdagavond vaak een stuk lager ligt dan zondagmiddag tijdens de interclub.

Anderzijds vroeger werkte men ook en werd er ook 's avonds gespeeld. Dit kan dus niet de verklaring zijn. Nee ik merk op dat het levensritme gewoon veel hoger ligt. Dit kaartte ik o.a. al eerder aan in mijn artikel inactiviteit. Recent ondervond ik zelf nog weer eens hoe waanzinnig moeilijk het is om een standaardpartij te spelen. Vrijdag 21 december zat ik tot 18 uur in een conferentiegesprek met een bonte groep aan nationaliteiten voor mijn werk. Het volgende half uur bestelde ik Thais en haalde het af. Ik schrokte het eten binnen in 10 minuten om daarna met de auto te vliegen naar de bakker om een verjaardagstaart voor mijn neefje nog te bestellen. Ik was te laat. Vervolgens pikte ik de rest van de familie op om samen in de Colruyt nog alles in te kopen voor het familiefeest morgen bij ons thuis. Na alles en iedereen afgezet te hebben, reed ik door naar Deurne om op tijd te zijn voor het kersttornooi. Terwijl ik speelde tegen opkomend talent Sim Maerevoet kreeg ik nog een telefoon van het werk om nog voor een ander project iets door te sturen. Gelukkig had ik het toestel afgezet. Ik won de heel interessante partij maar zelfs daarna bleef ik mezelf afvragen of ik de juiste keuze had gemaakt om mee te spelen. Sinds mijn artikel byes had ik de teller van 19 naar 28 partijen kunnen doen laten stijgen dus ik speelde vrij weinig standaardschaak in 2018.

Desalniettemin zijn persoonlijke ervaringen geen harde bewijzen om een stelling over clubkampioenschappen te ondersteunen. Net daarom vond ik het wel eens interessant om te zien hoe de interne competities nu precies leven in België. Na een doorgedreven onderzoek via het Belgisch eloklassement en de vele clubwebsites kan ik enkele interessante statistieken voorleggen. De eerste toont waar je in België nog interne partijen met eloverwerking kan spelen. Dit zijn meestal clubkampioenschappen maar niet perse.

Dus in slechts 62% van de Belgische clubs kan je intern partijen spelen voor rating. West-Vlaanderen blijkt de provincie te zijn waarin de clubkampioenschappen nog welig tieren terwijl Limburg aan de andere kant van het spectrum zit. Dit bevestigt al enigszins dat clubkampioenschappen vandaag geen vanzelfsprekendheid meer zijn.

In een 2de tabel zien we voor de provincie Antwerpen in detail wie er precies meespeelt in een clubkampioenschap. Ik maak hierbij ook een vergelijking tussen intern en extern omdat ik soms hoor dat interclub spelen voor een club al voldoende is om te overleven. Dit zou dan eigenlijk moeten betekenen dat een interclub populairder is dan een clubkampioenschap. Ik bekeek slechts 12 van de 14 Antwerpse clubkampioenschappen in detail omdat ik van de 2 andere geen gegevens vond op hun website.


Uit bovenstaande tabel kunnen we enkele interessante zaken afleiden.

  1. Een groot deel van de aangesloten leden speelt geen standaardpartijen. Een exact cijfer heb ik niet maar ik vermoed dat het dichtbij 50% ligt daar er erg veel overlap is tussen spelers die intern en extern spelen.
  2. Het clubkampioenschap speelt voor bovenstaande clubs nog steeds een zeer belangrijke rol. We zien zelfs dat ze meestal belangrijker is dan de interclub.
  3. De gemiddelde leeftijd van de spelers in het clubkampioenschap ligt bijzonder hoog. Bijna 60% is +50 jaar. Daarbij merkte ik op dat verscheidene gepensioneerden zelfs deelnemen aan meerdere clubkampioenschappen tezelfdertijd (soms zowel op dinsdag, donderdag als vrijdag)
  4. Onder de 30 jaar wordt slechts marginaal deelgenomen terwijl ze toch een veel groter deel uitmaken van de clubbestanden. Dit bevestigt ons eerder vermoeden dat clubkampioenschappen op de terugweg zijn en het vooral de jongere generaties zijn die het moeilijk hebben om deel te nemen.
Ik heb spijtig geen data over decennia geleden maar ik heb geen goed gevoel bij deze statistieken. Ik voorspel dat we zonder een wijziging van het formaat zullen zien dat de oudere schakers 1 voor 1 zullen afhaken tot er een kritisch aantal wordt bereikt waarna het clubkampioenschap vanzelf verdwijnt. Ik vrees dat het voortbestaan van verscheidene clubs dan in gedrang zal komen.

Het helpt daarbij ook niet dat de betere schakers al heel vroeg de clubkampioenschappen links laten liggen zoals ik al aangaf in het eerder vermeld artikel inactiviteit. 13 spelers uit de top 100 speelden in het voorbij jaar een clubkampioenschap. Ik was hierbij de sterkste speler in de provincie Antwerpen en kon dit ook bevestigen in het lopende clubkampioenschap van Deurne. In de 4de ronde behaalde ik een belangrijke overwinning op oud-Belgisch kampioen Robert Schuermans en nam de leiding met 4/4.
1 zwaluw maakt de lente niet. Zonder massale navolging van vele sterke spelers zal er geen koerswijziging gebeuren. Daarnaast is een sterke individualiteit net 1 van de belangrijkste troeven van een sterke speler dus het lijkt mij naïef om dit soort hoop te koesteren. Er staat weer een fantastisch schaakjaar voor de deur waarvoor we volop plannen al aan het maken zijn. Ik vind de evolutie jammer maar ik laat het zeker niet aan mijn hart komen. In elk geval wens ik jullie allemaal veel schaakplezier dit jaar.

Brabo