dinsdag 16 januari 2018

Halloween

Een kleine 2 maand geleden was het zoals elk jaar weer hoogspanning thuis. Het sinterklaasfeest stond voor de deur dus liet ik mijn kinderen een lijstje maken wat ze allemaal graag zouden krijgen. Daarna is het natuurlijk altijd kwestie van de verwachtingen een beetje te temperen want de vraag is altijd groter dan het aanbod. Het gesprek met mijn 8 jarige zoon liep deze keer niet echt zoals verwacht.
- Ik: "Moet je echt dat hebben? Zouden we niet beter niet voor dat andere kiezen?
- Zoon: "Het is weer te duur voor jou zeker?"
- Ik: "Mmm? Voor mij?
- Zoon: "Ik bedoelde voor sinterklaas natuurlijk."
- Ik: "Weet jij al iets meer over sinterklaas?"
- Zoon:"Wel ik heb tante Ellen buiten zien de chocolade-eieren verstoppen toen ik 5 was. Ik heb mama het muntje van de tandenfee zien leggen onder mijn kussen toen ik mijn eerste tand had verloren. Dus weet ik ook wel al lang wie sinterklaas is."
- Ik:"Oei en ik die hoopte om nog even te kunnen genieten van jouw jeugdige onschuld. Waarom heb je mij niets eerder verteld?"
- Zoon:"Ach ik speelde het spelletje mee om zo zeker geen cadeautjes te missen. Dit betekent toch niet dat ik dit jaar geen cadeautjes zal krijgen?

Natuurlijk ontzegde ik hem niet zijn cadeautjes. Alle kinderen dromen ervan en elke cultuur heeft wel zijn eigen kinderfeest hiervoor. Zo is het grote kinderfeest op 31 december in Rusland : Дед Мороз & Снегурочка (Grootvadertje Vorst met zijn kleindochter Snegoerotsjka). Net als de Sint in België  kan je hem/hen geregeld ontmoeten in winkelcentra of zelfs op de straat. Tevens zie je ze in talloze reclame opdraven. Zelfs gigantische standbeelden worden er van hen gemaakt waarbij het aanschuiven was om een foto met de kinderen van te maken.
Mijn 2 kinderen poserend bij de standbeelden.
Natuurlijk betekende dit voor hen dat ze een tweede keer konden profiteren van cadeautjes. Opa en oma (kortatei en nanei noemen we ze volgens hun Tataarse achtergrond) lieten hen genieten van snoep en een stevige zakcent waarmee ze zelf iets mochten kopen.

Aan andere kinderfeesten doen wij met ons gezin niet mee alhoewel ik zie dat Halloween ook in onze contreien steeds populairder wordt. In mijn kindertijd bestond het helemaal niet maar vandaag zie ik steeds meer activiteiten rond Halloween. Zo was er tijdens de week van Open Le Touquet een echte trick or treating zie o.a. twitter VilleduTouquet.

Echter het is niet omdat ik zelf geen Halloween als kind meegemaakt heb, dat het iets is dat ik slechts recent leerde kennen. Alleen al door het schaken kwam ik al decennia geleden in contact met Halloween. Ik heb het natuurlijk over het Halloweengambiet en hiermee belanden we uiteindelijk toch op het echte onderwerp van dit artikel na de niet alledaagse introductie.

Het Halloweengambiet werd oorspronkelijk Muller-Schulze gambiet of ook Leipzig gambiet genoemd (zie wikipedia).  Pas nadat een artikel van Jakob Steffen werd gepubliceerd in 1996 kwam de nieuwe naam in voege. Halloweengambiet klonk veel beter en al snel werden de oude namen niet of nauwelijks meer gebruikt. Op amateurniveau kreeg het gambiet enige bekendheid omwille van het angstaanjagende karakter van de resulterende complicaties. Een artikeltje op Tim Krabbes site: "A breeze in the sleepy Four knight's game" goot nog meer olie op het vuur. Echter dit betekende tezelfdertijd ook min of meer de doodsteek van het gambiet. De extra aandacht trok enkele theoretici aan en al snel werden diverse anti-dotes gevonden. Een minder bekende anti-dote die ik nog herinner uit die periode en nog steeds graag eens speel online, zien we hieronder.
Dit is het nadeel van veel gambieten. Je kan vaak het stuk teruggeven en je houdt een goede stelling over. Toch zien we het gambiet af en toe nog als een verrassingswapen opduiken. Daarbij zijn ook nieuwe, verfijnde versies ontdekt die minder dubieus zijn. Zo denk ik aan het Halloweengambiet tegen de glek die soms ook het omgekeerde Halloweengambiet wordt genoemd. Zelfs sterke spelers hebben zich met succes gewaagd aan dit systeem.
Tenslotte bestaat er ook nog zoiets als een dubbel omgekeerde Halloweengambiet of misschien moeten we het een omgekeerde Glek noemen. Ook in deze versie is het offer perfect speelbaar. Dit werd reeds gedemonstreerd door een piepjonge Magnus Carlsen. Zijn voorliefde voor snel de theoretische paden te verlaten, heeft hij duidelijk met de paplepel meegekregen.
Misschien kent de lezer deze geschiedenis al en was dit artikel slechts een opfrissing. De dubbel omgekeerde Halloweengambiet kwam al aan bod in een artikel gepubliceerd in 2008 op de blog van Sverre Johnsen maar ik vermoed dat weinigen hiervan op de hoogte zijn. Ik daarentegen dus wel en dat mocht mijn tegenstander in ronde 3 van de voorbije Open Leuven ervaren. De verrassing mislukte en ik kreeg al snel comfortabel spel zeker nadat wit ook nog eens hallucineerde.
Ik hoor sommige ouders klagen dat hun kinderen partijen verliezen door dit soort dubieuze gambieten. Men vindt het flauw om de kinderen in een val te laten trappen waardoor ze niet de kans krijgen om hun capaciteiten te tonen. Dit is echter een belangrijk onderdeel in het schaken waarmee men moet leren omgaan. Ofwel past men het repertoire aan zodat men dit soort gambieten vermijdt ofwel is men bereid om alle mogelijke dubieuze gambieten te leren vaak door scha en schande. Onlangs werd ik opnieuw bekritiseerd omdat ik weiger mijn zoon grote openingen te laten spelen. Dit zou slecht zijn voor ontwikkeling. Echter ik zie het nut niet in om hem in vallen te laten trappen waardoor de partij geregeld in minder dan 20 zetten voorbij is. Vandaag is het volgens mij veel belangrijker om hem lange partijen te doen spelen. Het opbouwen en afwerken van een partij is zonder twijfel prioritair op zijn niveau t.o.v. het leren van theoriezetten.

Brabo

dinsdag 9 januari 2018

Swindels

Terugvechten vanuit een verloren positie is in het schaken absoluut niet evident. In mijn artikel comebacks toonde ik aan dat in mijn partijen het kalf meestal al verdronken is wanneer er een evaluatieverschil van meer dan 1 pion is. Een recent artikeltje van schaaksite over het begrip omkeerbaarheid toont hetzelfde aan maar op een totaal andere manier. De Nederlandse expert Jaap Amesz demonstreert met enkele rapidpartijen hoe hij een topprogramma die een 1000 elo meer heeft makkelijk verslaat wanneer hij een stuk extra voor krijgt. Handicapwedstrijden zijn dus enkel interessant voor de beginnende schakers.

Het eindspel is een uitzondering omdat een fout er normaliter veel zwaarder doorweegt dan in het middenspel. Niet zelden heb ik in het verleden totaal verloren eindspelen kunnen redden doordat ik een beter inzicht had dan de tegenstander zie bv. eindspelen loper tegen paardeindspelen paard tegen paardeindspelen met ongelijke lopers,... Persoonlijk vind ik het spijtig dat we slechts in ongeveer 10% van onze partijen te maken krijgen met een "speelbaar" eindspel. Een hoger percentage had zonder twijfel positief geweest voor mijn rating. Trouwens het huidige snellere tempo in vergelijking met een paar jaar terug was zeker nadelig voor het eindspel.

Dus een gewonnen middenspel met een relatief lage computer-evaluatie zal vaak makkelijker te winnen zijn dan een gewonnen eindspel met een soms veel hogere computer-evaluatie. Ervaren spelers weten hoe tegenspel te vermijden in een gewonnen middenspel. Voor de verdediging is er meestal niets anders dan urenlang verdedigen. Dit is niet alleen lastig en saai maar levert bovendien zelfs voor sterke spelers weinig kans op succes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommigen op de swindeltoer gaan. De definitie van wikipedia vertelt ons het bedotten van de tegenstander om een verloren positie alsnog te redden.

Met de swindelzet leg je dus een val voor de tegenstander maar riskeer je tezelfdertijd ook een veel snellere/ onmiddellijke nederlaag. Wanneer stug verdedigen sowieso naar een gegarandeerde nederlaag leidt, is de swindel absoluut verantwoord. Echter in vele andere situaties is de juiste keuze veel minder duidelijk. Ik ben zeker hierin niet goed. Wanneer ik swindelzetten speel, is het veelal te laat en eerder een allerlaatste stuiptrekking voor de opgave zonder realistische kansen op een ommekeer. Ik herinner mij 1 duidelijke uitzondering in mijn schaakcarriere waarbij ik trachtte te swindelen in een slechte maar nog niet duidelijk verloren stelling.
De slotstelling is totaal verloren voor mij maar wit was tevreden met de remise dus keek niet verder dan de zetherhaling (iets gelijkaardigs gebeurde recent in de partij Zaki Harari - Maxim Rodshtein gespeeld in Isle of Man).  Naar alle waarschijnlijkheid had een iets sterkere speler afgeweken en zou de swindel gefaald zijn. In elk geval voelde ik mij achteraf niet trots op de swindel. Ik vond dat ik een half punt gestolen had maar besefte tezelfdertijd dat vele anderen nooit zouden aarzelen om mezelf iets gelijkaardig te kunnen lappen.

Helemaal anders voelt het aan wanneer een swindel gebeurt door een unieke verborgen mogelijkheid na een verandering in de stelling. Deze swindels zijn niet gebaseerd op het uitlokken van fouten maar vertrekken vanuit de eigen sterkte en vinden van vaak spectaculaire wendingen. Het meest vruchtbare terrein hiervoor is opnieuw het eindspel. In mijn artikel vakantie deel 3 vertelde ik al dat ik de partijen van de andere Belgen in Le Touquet trachtte te volgen. Hierbij keek ik niet alleen naar de spelers in de A-groep maar ook naar de Belgen in de B-groep. Zo zag ik een leuke swindel uitgevoerd door de 11 jarige Leen Deleu.
De resultaten vielen wat tegen voor Leen in het tornooi maar die ontsnapping zal zeker deugd gedaan hebben.

In Open Leuven overkwam mij de mooiste swindel uit mijn schaakcarrière en bovendien in een middenspel. Net op het moment dat ik dacht hem eindelijk te kunnen pakken blies de flamboyante Belgische expert Emile Boucquet mij van mijn sokkel met een wondermooi stukoffer die geforceerd naar remise leidde. De wrange smaak van een zeer gunstige stelling met pluspion te hebben laten glippen, werd al snel weggespoeld toen ik steeds beter de schoonheid ervan kon begrijpen.
Ik vermoed dat Emile op voorhand niet alles had uitgerekend maar dat doet er hier niet toe en was bovendien ook bijna onmogelijk gezien de resterende tijd op de klok. Halfjes of zelfs hele punten wil ik altijd wel verliezen als mijn tegenstander dit soort swindels op het bord kan toveren.

Eigenlijk horen dit soort swindels thuis in een boek voor de echte schaakliefhebber. Hiervoor hebben we leren schaken. Nu moet het net lukken dat de Australische grootmeester David Smerdon op zijn blog een oproep heeft gedaan om de beste swindels naar hem op te sturen omdat hij die wil bundelen in een boek zie artikel: a swindle that never was. Dus heb je zelf iets spectaculairs meegemaakt in de carrière, schrijf het hieronder of stuur het rechtstreeks op naar David.

Brabo

donderdag 21 december 2017

Onzichtbare zetten deel 2

Eenmaal tijdens mijn hogere studies heb ik de examenvragen op voorhand gekregen van een medestudent. Zijn neef volgde dezelfde studies maar in een andere hoge school. Een van de vakken kreeg hij bovendien van dezelfde prof. Echter de examens van dat vak werden afgelegd met enkele dagen verschil tussen beide hoge scholen en dus kon de neef zijn examenvragen doorzenden naar ons. Achteraf bleek dat de prof geen rekening hiermee had gehouden en dus waren we natuurlijk heel blij om op ons examen exact dezelfde vragen terug te zien. Het spreekt voor zich dat de gelukkigen allemaal erg goed scoorden op het examen.

Dit geldt ook voor het schaken. Wat we al eens op voorhand gezien hebben, zullen we automatisch veel makkelijker en beter kunnen oplossen. Dit effect zien we bijvoorbeeld heel sterk bij ratings van taktiekservers. Alhoewel sommige oplossers een heel bescheiden bordrating hebben, slagen ze erin om zeer hoge online taktiekratings te behalen. Chess.com-lid 2012VAChamp bijt vandaag de spits af met een 6482 elo (beste Belg op chess.com Superdog-II heeft slechts 2900). 2012VAChamp vertelt dat hij alle +3000 elo oefeningen op chess.com gememoriseerd heeft. Hij schat dat dit er een 500-1000 zijn.

Het is de belangrijkste reden voor mij om zelf nooit meer dan 5 oefeningen per dag te doen. Als niet-betalend lid kan je sowieso er nooit meer doen dan 5 maar daar zou ik onderuit kunnen geraken door mijn FM-titel te gebruiken om de diamant-status aan te vragen. Ik zie trouwens dat Warre De Waele dit zonet heeft gedaan want zijn tornooiwinst in Le Touquet (zie o.a. vakantie deel 3) legde de basis voor de kersverse FM-titel. Desalniettemin ondanks maximaal 5 oefeningen per dag, stel ik vast dat sommige oefeningen mij al eens eerder werden voorgeschoteld. Onderstaande oefening loste ik bij een 2de keer op in slechts een paar seconden. Het herkennen gebeurt bijna ogenblikkelijk en enkel het uitvoeren van de muisklikken kost enkele seconden.

Sommigen geven aan dat ze tot 20 keer of meer dezelfde oefeningen oplossen. Dit heeft natuurlijk niets meer te maken met taktiek oefenen maar alles met de torenhoge taktiekrating die ze hiermee kunnen halen. IJdelheid blijft een zeer verspreid menselijke zwakte en tezelfdertijd een bron van heel wat leedvermaak. Niet voor niets was het Engelse programma Keeping Up Appearances zeer populair in de 90'er jaren.

Eenmaal aan het bord valt het masker meestal af van de tovenaars. Plots blijken simpele opgaven onoplosbaar. Zonder de memorisatie is men hulpeloos. Hun online taktiekrating zou er heel anders uitzien wanneer de server enkel rekening zou houden met het oplossen van onbekende opgaven. Spijtig zie ik dit niet zo direct gebeuren want dat zou betekenen dat er niet alleen extra software ontwikkeld moet worden maar ook een gigantische tactische database moet worden bijgehouden van alle leden (vandaag wordt dit slechts gedaan voor de 25 meest recente opgaven).

De megadatabase lijkt mij daarom een beter hulpmiddel om de moeilijkheidsgraad met een zekere nauwkeurigheid op grote schaal bij specifieke stellingen te kunnen vaststellen. In mijn vorig artikel onzichtbare zetten gaf ik al aan dat dit zo goed als uitsluitend met openingsposities kan. Deze maal voeg ik er aan toe dat we het best hebben over stellingen die niet in het prof-circuit bekend zijn want fouten worden daar collega's onmiddellijk gedetecteerd.

Zo levert een eerste ronde van een open tornooi geregeld mooi studiemateriaal op. Naast miniatuurtjes waarbij de sterkere speler zeer snel de fouten afstraft van de zwakkere speler, zien we ook partijen waarbij de winst minder zuiver tot stand komt. Dit was zeker het geval in mijn eerste ronde van de voorbije Open Leuven tegen Mats Bakker.

Achteraf vond ik 8 partijen terug in de database met dezelfde stelling na wits 7de zet. In geen enkele werd de juiste zet gespeeld waarbij ze zelfs 1 keer werd gemist door een Azerbeidzjaanse grootmeester Azer Mirzoev zie partij. Trouwens online had ik het zelf ook al 2 keer eerder gemist maar blitzpartijtjes bestudeer ik zelden zie de (on)zin van blitz.

Het verbreekt in elk geval mijn vorig persoonlijk record als meest onzichtbare zet in mijn carrière. In mijn artikel herdersmat vertelde ik over hoe populair boekjes zijn over allerlei valletjes en truukjes. Het lijkt mij een leuk ideetje om eens met een programma de megadatabase uit te pluizen naar de meest onzichtbare zetten en die te bundelen. Dit zou wel eens een hoogst origineel werkje kunnen opleveren waarvoor wellicht interesse zal bestaan.

Brabo

woensdag 13 december 2017

Killer-nieuwtjes

Spelen, spelen en spelen is de belangrijkste sleutel om te verbeteren zie mijn artikel ervaring. Anderzijds zien we dat er na verloop van tijd nog zeer weinig progressie wordt gemaakt en er uiteindelijk een absoluut plafond wordt bereikt. Een snel gemaakte conclusie hierbij is dat hier weinig aan te doen valt. Je kan nu eenmaal niet eeuwig een citroen blijven uitpersen.

Echter veel doen we automatisch al jaren op dezelfde wijze waardoor grote doorbraken onmogelijk zijn geworden. Slechts een paar enkelingen durven wel alles kritisch in vraag te stellen. Een mooi voorbeeld is natuurlijk het recente nieuws over alphazero die afstapt van decennia Alpha-Beta-programming. De topprogramma's Stockfish, Komodo, Houdini maken nog steeds gestage progressie maar Alphazero bewijst dat machine-learning zeker ook de moeite loont om rekening mee te houden bij het programmeren. Het zou wel eens kunnen leiden tot een significante stijging van het schaakniveau bij de beste schaakprogramma's (we zijn nog ver weg van perfect schaak !).

Niet alleen voor computerschaak is het nuttig om out of the box te denken maar ook wij als schakers kunnen hieruit voordeel halen. Trouwens meestal weten we al diep van binnen wat we zouden moeten veranderen om alsnog serieuze progressie te maken als ervaren schaker. Valery Maes scheef in een reactie op mijn artikel schaaklinks dat een IM-titel voor mij wellicht mogelijk is maar zelf weet ik dat dit absoluut onhaalbaar is met mijn huidige speel- en werkpatroon. Ik zie 3 domeinen voor mijzelf die hoogstwaarschijnlijk een serieuze impact zouden kunnen hebben op mijn spelniveau:
- (veel) meer competitieschaak spelen vooral tegen sterke spelers (+2300 elo)
- een veel flexibeler repertoire opbouwen dus minimum een paar openingen voor beide kleuren zodat er makkelijk geswitcht kan worden
- tenslotte het Hollands over boord gooien of tenminste niet meer spelen als hoofdopening

Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Geen van deze 3 domeinen lukt zonder serieuze inspanningen en eerlijk gezegd heb ik daarvoor vandaag niet de tijd/ energie. Mijn beste kans is wellicht meedrijven op het elan van mijn zoon. Binnen een paar jaar moet het mogelijk zijn om samen (veel) tornooien te spelen en misschien pik ik ook iets op van zijn openingen wanneer hij een hoger niveau bereikt.

Dat betekent niet dat het voor iedereen even moeilijk is om op latere leeftijd progressie te maken. Zo ken ik veel spelers die al jaren schaken maar thuis nauwelijks hiervoor iets doen. Zij hebben uiteraard veel meer mogelijkheden om alsnog progressie te maken. De winnaar van het eerste Maneblusserstornooi de 38 jarige Belgische FM Matthias De Wachter bewees dit recent met een fide-ratingpiek = 2355 en naar verluid IM-ambities. Toeval of niet maar deze opwaartse trend gaat gepaard met het leren schaken van zijn dochter Livia!

Hoe of wat Matthias precies heeft veranderd in zijn aanpak, zal je hem zelf moeten vragen. Wel was ik onder de indruk van zijn partijvoorbereiding betreffende onze onderlinge partij die we speelden in het voorbije Maneblusserstornooi. Voor zover ik het correct voor heb, kreeg ik voor het eerst in mijn carrière een echt killer-nieuwtje tegen. Nieuwtjes worden er in elke partij gespeeld (op een paar uitzonderingen na zoals copycats) maar thuis voorbereid en bovendien sterk (= killer) is iets heel zeldzaam op ons niveau. Zelf deed ik het een keer of 8 (op +800 partijen !!) zie bv. de sterktelijst en de expert. Opmerkelijk slechts 3 van de 8 (bv. de boemerang) zijn vandaag nog door niemand anders ontdekt.
Ik ben er dus met een blauw oog goedkoop vanaf gekomen. Ik had het geluk dat ik een aantal mindere zetten speelde waardoor ik Matthias niet alleen uit boek speelde maar tezelfdertijd ook verplichtte om een niet-evidente weerlegging te vinden. Achteraf werd natuurlijk druk gespeculeerd over hoe onvoorzichtig ik wel was geweest. Het Hollands is een te slechte opening om telkens opnieuw te spelen. Ik ben te voorspelbaar want een eerdere partij van mij loopt identiek t.e.m. zet 10 en staat gepubliceerd zowel in de database als op deze blog zie een morele overwinning. Het zijn terechte opmerkingen natuurlijk. Echter het beeld is niet zo eenzijdig als het eruit ziet. Vooreerst had ik wel degelijk een verrassing gepland maar om die zo goed mogelijk te laten lukken, zou ik pas 3.Lg5 beantwoorden met 3...Pf6 i.p.v. direct 2...Pf6 hierbij mezelf natuurlijk blootstellend aan 3.Lf4. Dit bleek een eerste verkeerde gok van mij. Een tweede verkeerde gok was dat ik rekende op mijn zeer uitgebreide studie van de opening. Op mijn blog schreef ik in het artikel leestekens dat ik slechts een beknopte samenvatting publiceer van mijn analyses en van de desbetreffende stelling na zet 10 had ik heel wat extra analyses gemaakt. Niet minder dan 5 verschillende zetten had ik bestudeerd die ik zelfs nog had herhaald tijdens de partijvoorbereiding.
Opnieuw verkeerd gegokt dus want Matthias keuze stond er dus niet bij. Deze 6de mogelijkheid blijkt zelfs zeer sterk te zijn. Matthias vertelde mij dat hij de zet had gevonden na zijn computer een tijdje te laten rekenen. Zelf deed ik het experiment over en zowaar na 1 uur rekenen en diepte 39 in multi-mode (meerdere lijnen tezelfdertijd analyseren, hier dus 3) komt Stockfish met dezelfde eerste keuze op de proppen.


Hier blijkt nogmaals uit dat jezelf beperken tot slechts 1 repertoire riskant is. Het is onmogelijk om alle mogelijke killer-nieuwtjes op voorhand te neutraliseren met uitgebreide analyses. Bovendien zelfs al zou je dit kunnen dan nog moet je alles kunnen onthouden en dit voor maanden en jaren. Tenslotte het is het eerste killer-nieuwtje op meer dan 800 standaard-partijen. Er is dus voorlopig geen enkele reden voor paniek.

Brabo

maandag 4 december 2017

Geheim

Sinds juli heb ik een smartphone. Ik heb de boot moedwillig jaren afgehouden omdat ik het een duur ding vond en ik er de noodzaak niet van inzag. Uiteindelijk was het mijn werkgever die mij het mes op de keel zette door 10 euro per maand aan te rekenen voor telefoongebruik zelfs als ik geen smartphone zou aanvragen. Het was een recente verandering in de wetgeving die de aanleiding was tot deze beslissing waar geen beroep tegen mogelijk was. Kortom ik ben op het vlak van de laatste elektronische snufjes geen early adopter en zal maar iets nieuw introduceren wanneer ik echt overtuigd ben van de meerwaarde.

Vragen over de nieuwste leuke schaak-apps of programma's stel je dus best niet aan mij. Hiervoor verwijs ik je naar een recent artikel op schaaksite. Anderzijds wil ik de lezer tezelfdertijd waarschuwen voor de aanbevelingen in het artikel. Tenzij je illegale praktijken toepast, hangt er vaak een stevig prijskaartje vast. Bovendien bestaan er ook voor sommige toepassingen goedkopere of zelfs gratis alternatieven die misschien ouderwets zijn maar inhoudelijk volstaan.

Nu ik realiseer mij dat de jeugd hier geen oren zal naar hebben. De jeugd is verslaafd aan snel entertainment en wil mits een minimum aan inspanningen direct resultaten zien. Een modelvoorbeeld van deze maatschappelijke veranderingen heb ik al vermeld in mijn artikel de bird. Dvds zijn in een sneltempo de klassieke schaakboeken aan het voorbijsteken. De 12 jarige Belgische FM Daniel Dardha is hiervan een grote fan zie een interview op hln waarin Daniel liet opteken graag naar schaakvideo's te kijken.

Echter niet alleen bij amateurs maar ook bij professionals zijn de dvds populair. Oud wereldkampioen Viswanathan Anand gaf recent nogmaals aan in een interview op chess24 dat professionals vandaag voor een enorme uitdaging staan om alle informatie te verwerken. Dvds zijn dan zeker een stuk lichter te verteren dan boeken of andere informatiebronnen. Uiteraard houdt het daar voor een professional niet mee op. Naast het verwerken van het publiek beschikbare schaakmateriaal wordt er ook thuis nog hard gewerkt om eigen analyses toe te voegen. Deze worden strikt afgeschermd voor persoonlijk gebruik. Zo kwam ik onlangs te weten dat Chessbase hiervoor speciaal een encryptiesleutel heeft ontworpen om profspelers te helpen hun databases op een veilige wijze mee te nemen naar tornooien.

Dus elke profspeler heeft ook heel wat geheimen die hij niet deelt. Niet toevallig is het dan dikwijls de hoger gekwoteerde profspeler die zich profileert in de praktijk. Een zeer recent voorbeeldje is de partij tussen Fabiano Caruana en de sterke Britse grootmeester Gawain Jones gespeeld in Isle of Man. Beiden kennen Svidlers Archangels dvd maar enkel Fabiano wist dat er een fout vermeld staat op zet 23. Het vervolg is bekend.
Op amateurniveau speelt dit aspect nauwelijks een rol. Hiervoor kan ik een aantal redenen bedenken. Zo zijn weinig amateurs up to date met de theorie. Ik bedoel de meesten slagen er al niet in om de publieke informatie te verwerken, laat staat dat ze zelf nieuwtjes zoeken. Daarnaast gaat het ook veel gemoedelijker aan toe. De financiële belangen zijn zeer beperkt of onbestaande. Het gewicht van een nieuwtje is veelal te klein om doorslaggevend te zijn op het resultaat van de partij. Tenslotte zie ik ook veel meer variatie in tegenstanders bij amateurs dan bij profspelers. In meer dan 20 jaar competitie-spelen heb ik maar 8 keer tegen een speler 5 keer of meer gespeeld (zie matchen). De wereldtop speelt voortdurend tegen elkaar.

Laatst was ik dan ook zowel ontgoocheld als geaffronteerd toen mijn tegenstander uit de 2de interclubronde de Nederlandse IM Xander Wemmers categoriek weigerde om na de partij te vertellen wat hij thuis had voorbereid. In de partij kwam de Avrukh-behandeling van de stonewall op het bord zie deel 1 en deel 2. Echter omdat Xander dat nog nooit eerder had gespeeld (volgens de database), rook ik onraad. Ik had het systeem bovendien niet recent meer bekeken dus besloot wijselijk om te variëren met een idee dat ik enkele maanden eerder eens vluchtig had bekeken. Hierdoor zaten we allebei al snel op onbekend terrein en werden er natuurlijk een aantal fouten gemaakt.

Achteraf was ik vooral geïnteresseerd wat Xander in petto had na 8...Pbd7 i.p.v. 8...Pe4. Eerder had ik hier getoond dat ik 2 keer in de voorbije Open Gent op comfortabele wijze FMs op remise met zwart had gehouden. Xander zou mij uiteraard niet toelaten om opnieuw remise op die wijze te laten maken. Ik drong aan maar Xander hield de lippen stijf waardoor de post-mortem voorbij was nog vooraleer we begonnen waren.

Op chesspub vermeldde ik mijn voorval maar kreeg aanvankelijk weinig steun. Waarom zou je iets delen met iemand als je dit later alsnog kunt gebruiken? Echter de kans is vrijwel onbestaande in dit geval zelfs al zou Xander vanaf nu niet meer variëren in zijn repertoire. Ondanks we allebei zo lang spelen, was het onze eerste onderlinge partij waarin ik zwart heb. Bovendien zien we in de database dat ik de enige speler ben die 8...Pbd7 meer dan 1 keer speelde zie screenshot beneden.
Partijen + 2200 elo in de Avrukh Stonewall met 8...Pbd7
Kortom ik zie niet wat er te winnen valt met geheimzinnig te doen. Het is gewoon ego-centrisch en absoluut niet hoe ik tegen het schaken aankijk. Nee, ik eis niet dat iedereen een blog schrijft om alles te delen maar een minimum aan altruisme is zeker gewenst als we de schaaksport ook in de toekomst willen vrijwaren. Het is nogmaals een spijtig bewijs dat schakers vooral zeer op zichzelf gesteld zijn.

Brabo

woensdag 22 november 2017

Schaaklinks

Toen ik in februari 2012 begon met deze blog, waren velen overtuigd dat ik het niet lang zou volhouden. Dit is niet verwonderlijk want de levensduur van een blog blijkt vrij kort te zijn, nl gemiddeld 100 dagen volgens bepaalde sites zoals bv scribblrs. Vandaag krijg ik echter niet meer de vraag of ik nog in de toekomst zal verder bloggen maar eerder hoeveel geld ik hiermee verdien. Er is duidelijk een lezerspubliek en tenslotte doe je dit soort schrijven toch enkel maar als het ook iets voor jezelf oplevert.

Verwondering en zelfs onbegrip zijn dan ook de reacties die ik krijg wanneer ik vertel dat ik helemaal niets verdien met mijn blog. Idioot durfde zelfs iemand al lachend mij te repliceren. Het is nochtans heel simpel om met een paar klikken advertenties op de site te plaatsen en een weliswaar bescheiden bron van inkomsten te vangen. Echter ik koos bewust om deze blog hiervan te vrijwaren en kwaliteit voorop te plaatsen. Naarmate meer posts verschenen, werd dankzij deze leidraad deze blog een reflectie van hoe ongelooflijk rijk en interessant het schaakspel is.

Dit werd blijkbaar door heel wat lezers ook geapprecieerd want samen met de Engelse spin-off van deze blog zijn we al een tijdje voorbij de 400.000 individuele bezoekjes. Als je weet dat de VSF slechts een 3000 leden heeft dan begrijp je dat ik dit als een succes beschouw. Ik durf zelfs te stellen dat ik best trots ben vandaag op waar ik sta met mijn blog. De reeds 300 gepubliceerde artikels staan stuk voor stuk. Bovendien daar ik mijn blog niet laat overheersen door de actualiteit zijn vele artikels ook tijdloos. Tegenwoordig gebeurt het steeds vaker dat ik zelf 1 van mijn artikels terug opspoor om mijn kennis over een bepaald onderwerp op te frissen.

Ook in mijn correspondentie met andere schakers is het heel handig om simpel een of meerdere schaaklinks naar artikels van mijn blog mee te geven. Vroeger kreeg ik wel eens de commentaar dat mijn antwoorden te langdradig waren om te lezen. Wel met het gebruiken van schaaklinks vang je 2 vliegen in 1 klap. Je verliest geen tijd aan gezwets en tezelfdertijd kan je onmiddellijk veel informatie aanbrengen voor degenen die wel echt in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Zeker bij het reageren op artikels van andere websites is dit uiterst handig. Je hebt geen last meer van trollen.

Echter dit laatste stelt niet iedere website op prijs. Dit is begrijpelijk want de vele ongewenste links naar advertenties met soms heel bedenkelijke inhoud zijn een pest. De Captcha wordt door velen verguisd maar is soms noodzakelijk om niet te verzuipen in ongewenste spam zie bv. de slapende website van Alina L'Ami. Sommige websites verbieden daarom gewoon alle links. Zonder moderatie is dit inderdaad vaak de enige optie om de site ordentelijk te houden. Daarentegen zelfs bij moderatie worden links niet altijd geapprecieerd. Zo werd het voor de zeer temperamentvolle Jacob Aagard uiteindelijk te veel hoe ik te vaak de overhand haalde in een discussie. Uiteindelijk besloot hij om geen posts van mij toe te laten op quality chess blog. Ruim 3 jaar later is zijn blog vandaag duidelijk veel minder actief.

Recent werd ik ook gevraagd door Kees Schrijvers, de eigenaar van schaaksite om geen links meer te gebruiken in mijn reacties. Hij vond het spam. Zelfs toen ik hem erop attent maakte dat alle links steeds relevant waren en een toegevoegde waarde hadden met betrekking tot de onderwerpen, kreeg ik geen toestemming meer om links te gebruiken. Iedereen die mijn blog wilt lezen, kan die vinden via google was zijn argument. Dat iets terugvinden in 300 artikels soms veel tijd kan vragen, was geen tegenargument. Laatst kwam nog 1 van mijn leerlingen vertellen dat hij hopeloos verloren was geraakt op mijn site.

Ondertussen zijn we ruim een maand verder en heb ik geen enkele reactie meer geplaatst alhoewel er zeker onderwerpen waren waarbij ik iets kon toevoegen. Spijtig voor de vele lezers die via schaaksite geregeld surften naar mijn blog om meer informatie te vinden over een onderwerp (dit zie ik aan de statistieken). Als de webeigenaar mijn blog niet naar waarde kan inschatten dan trek ik de stekker eruit. Het werd mij onmiddellijk duidelijk dat Kees geen tijd had/ wou spenderen aan het inspecteren van mijn blog en dan moet je niet verder aandringen.

Gelukkig krijg ik geregeld andere geluiden te horen over deze blog. Anders was ik echt wel een idioot om met deze blog al jaren door te gaan. Zo weet ik van minstens 2 spelers dat ze al iets hebben opgepikt om in hun eigen bordpraktijk te kunnen gebruiken. Zo gebruikte de Brugse expert Linton Donovan met succes een idee dat ik had aanbevolen in mijn artikel "taktiek" daterend van januari 2013.
Of laatst kwam 1 van mijn leerlingen de Mechelse expert Deon Lee mij vertellen dat hij met succes mijn analyses had kunnen gebruiken over de Fraser-verdediging in de Ponziani-opening zie mijn artikel "computers worden autonoom" daterend van juli 2015.
Echter deze blog biedt veel meer dan puur openingsanalyses. Zo stond ik een paar lessen geleden perplex toen mijn leerlingen nog nooit hadden gehoord van tablebases laat staan Lomonosov. Het was toen dat ik mij realiseerde dat er wellicht heel veel voor hen onbekend schaakmateriaal staat op deze blog. Tezelfdertijd snapte ik dat deze blog voor hen veel kon betekenen zowel technisch als cultureel. Bijgevolg raadde ik ieder van hen dan ook ten stelligste aan om eens alle artikels te lezen. 1 artikel per dag en na een jaar ben je er helemaal door. Wat geldt voor mijn leerlingen, zal zeker ook voor een veel groter publiek het geval zijn. Sommigen zullen mij zonder twijfel als zeer ijdel beschouwen maar ik meen dat elke ambitieuze (Vlaamse) +1800 speler deze blog zou moeten volgen. In de praktijk zie ik ondanks de bemoedigende bezoekersaantallen toch nog heel veel spelers die niet op de hoogte zijn van deze blog. Heel wat Vlaamse clubs hebben ondertussen al een link naar deze blog maar meer publiciteit lijkt mij zeer wenselijk.

Brabo

woensdag 15 november 2017

Het vlindereffect

Als ik naar een schaakclub ga dan is dit om te schaken. Het is triviaal maar geregeld stel ik mij de vraag waarom sommigen uberhaupt naar een schaakclub nog komen. Zelfs in (grote) tornooien valt het mij op dat sommige deelnemers er nauwelijks zijn voor het schaken zelf. Men kwakt de zetten ondoordacht in een rotvaart op het bord en bekommert zich nauwelijks om het resultaat. Toen ik 1 van hen vroeg waarom dan kreeg ik als antwoord dat hij voornamelijk meespeelde voor de ambiance rond het schaken. De apres-schaak wordt vaak belangrijker dan het schaken zelf.

Het is een keuze die ik respecteer maar ik verkies liever mijn plezier te zoeken in het schaken zelf. Schaken is een oneindige bron van ongelooflijke avonturen maar je moet natuurlijk wel tijd willen investeren. Hoe meer tijd je investeert, hoe meer je ontdekt en hoe meer je uiteindelijk ook geniet van het schaken. Onze jongste Belgische FM Daniel Dardha bevestigt dit ook op atv: "2 tot 3 uur per dag schaken maakt dan ik nu kan genieten van een wereldtitel".

Nu Daniel heeft natuurlijk een sterke papa om hem te sturen wat een enorm voordeel is. De meeste jongeren hebben die luxe niet en overschatten schromelijk hun eigen talenten. Ik zag het ook bij 1 van de jonge Belgische talenten in Le Touquet. Hij had mij vooraf gezegd niet veel te geloven in computeranalyses maar was achteraf wel heel teleurgesteld toen hij kansloos met zwart verloor in een hypertheoretische Svechnikov na slechts 25 zetjes. We zijn al lang de romantische 19de eeuw voorbij om op die manier nog succesvol te kunnen schaken. Vandaag moet je leren werken met engines en databases of er zullen nog vaak zulke nederlagen volgen zeker wanneer de tegenstanders beginnen te weten wat je speelt.

Echter het gaat niet enkel om het scoren van punten of winnen van titels. Dit alleen zou in de meeste gevallen op (zeer) lange termijn toch leiden tot afhaken en dus stoppen met schaken. Nee het is belangrijker om te leren de schoonheid in het schaken te vinden en ervan te genieten. Het uitstekende recente artikel Why Study Chess toont aan dat dit kan op elk niveau. Studie helpt hierbij om het sneller te ontdekken. Het is iets wat ik zelf bijna dagelijks doe.

Zo vond ik laatst opnieuw een pareltje tijdens mijn persoonlijke partijanalyses. In 2 eerdere artikels heb ik het al eens gehad over het vlindereffect zie een extra zet deel 2 en einstellung effect. Een zeer kleine verandering in de stelling zorgt ervoor dat we een heel andere evaluatie krijgen. Echter in tegenstelling met de vorige voorbeelden, zal ik deze keer een heel speciale tonen waarin het effect slechts vele zetten laten duidelijk wordt. We beginnen met variant 1 waarin wit een interessant concept kiest maar uiteindelijk doodloopt op een muur.
Wit offerde materiaal maar zwart sloeg de aanval af. Echter tot mijn grote verbazing zorgt 1 klein verschil in de stelling ervoor dat het concept wel op briljante wijze werkt. Kijk en geniet samen met mij van het onderstaand stukje hoogstaande computeranalyse.
Prachtig is het niet? Dat had ik natuurlijk nooit ontdekt als ik geen uren werk in de partijanalyses had gestoken. Ik ben er zeker van dat ieder van ons tal van zulke verborgen pareltjes heeft in zijn eigen partijen maar de meeste worden nooit ontdekt. Ach wat men niet weet, niet deert. In elk geval deel ik met plezier mijn pareltjes op mijn blog want ik vind het super om ook anderen te zien genieten van het schaken.

Brabo