donderdag 11 juli 2019

Familieschaak deel 3

12 jaar is het geleden dat ik nog eens zonder kinderen een weekje ben. Niet toevallig is het ook exact 12 jaar geleden dat mijn oudste geboren werd op de materniteit te Antwerpen. Mijn kinderen zijn zonder twijfel het mooiste geschenk dat ik ooit kon krijgen vandaar dat ik er altijd een prioriteit van gemaakt heb om zoveel mogelijk samen te zijn. Werkopdrachten of andere activiteiten die een lange afwezigheid vereisten, weigerde ik steeds in de voorbije jaren.

Hiermee wil ik niet zeggen dat je geen goede ouder bent wanneer je vaker afwezig bent. Nee ik bedoel enkel dat ik zeker geen spijt heb van mijn keuze om eigen ambities of andere dromen in de koelkast te zetten in ruil voor extra tijd met de kinderen. Trouwens dit is niet zo buitengewoon want sommige ouders gaan nog veel verder met hun inspanningen en cijferen zichzelf helemaal weg voor hun eigen kinderen.

Ik vermoed dat dit ook de reden is waarom we vooral bij de 30'ers en 40'ers een enorme terugval zien in het ledenaantal bij onze schaakbond. Eenmaal er kinderen zijn, worden de eigen hobby's geschrapt tenzij het een passie is. De meeste leeftijdsgenoten zijn dan ook ondertussen verdwenen. Het valt op dat er bij de overblijvers zeer veel kinderloos zijn.

Echter kinderen blijven niet klein. Deze week gaan mijn beide kinderen voor het eerst samen een week op kamp. Vorig jaar ging Hugo nog alleen naar het schaakkamp van Schaakinitiatief Vlaanderen. Na alle positieve geluiden (zie o.a. mijn artikel geen spijt) was ook grote zus Evelien overtuigd om dit jaar van de partij te zijn daar ze ondertussen ook een jaartje schaakt.

Dus deze week is het erg stil thuis. Er is ook plots meer vrije tijd waardoor ik eindelijk bepaalde taken kan afwerken die al lange tijd lagen te wachten. Het is genieten maar tezelfdertijd blijf je met de gedachten afdwalen naar je kinderen. Deze periodes zullen in de toekomst alleen maar vaker en langer voorkomen. Gelukkig heb ik nog steeds het schaken waardoor ik nooit bang moet zijn om mezelf te vervelen.

Alhoewel ik meer dan eens mezelf afvroeg in de voorbije jaren of ik niet beter helemaal het schaken zou schrappen ten voordele van mijn kinderen, ben ik vandaag blij dit niet te hebben gedaan. Niet alleen was schaken geregeld een uitlaatklep maar beschouw ik het nu ook een mooie belegging voor de toekomst. Ik heb weinig gespeeld maar deze blog bewijst dat ik niet stil ben blijven staan.

Bovendien heb ik het enorme geluk dat mijn beide kinderen ook begonnen zijn met schaken. Ik heb geen kristallen bol om de toekomst te voorspellen maar ik probeer wel de kiemen te leggen van nog heel veel jaren schaakplezier door zo weinig mogelijk bij te sturen en hen zoveel mogelijk de leuke kanten van het schaken te laten ontdekken (zoals schaakkampen, jeugdtornooienvakantie deel 5vrienden, ..).

Echter dit kan enkel natuurlijk wanneer ze kunnen schaken dus ik zie het wel als mijn taak om hen te overtuigen een minimum-niveau te behalen. Ik leg de lat hierbij op 1500-1600 elo dus voor de meesten perfect haalbaar zonder grote inspanningen. Met dat niveau kan je in zo goed als elk open tornooi in de wereld meespelen zonder dat je schrik hoeft te hebben om alles te verliezen. Je hebt de basis voldoende onder de knie om een leuke partijtje te schaken want stukken worden niet op elke zet weggeblunderd.

Mijn zoon Hugo heeft dus reeds dit minimum behaald. Of hij hogerop wilt en hiervoor iets wilt doen, laat ik volledig over aan hem. Ik sta klaar om te helpen indien hij dat wilt maar ik ben zeker geen vragende partij. Voor mijn dochter Evelien is er wel nog werk aan de winkel maar na een jaartje schaken is het zeer uitzonderlijk om al 1500-1600 niveau te kunnen halen. Zelf speelde ik zeker ook niet op dat niveau een jaar nadat ik de spelregels werd uitgelegd. Ze heeft het afgelopen jaar een heel mooie progressie gemaakt en werd hiervoor al beloond met enkele kleine tornooiprijzen. Winnen is leuk maar het wordt nog leuker als iedereen in de familie wint zoals laatst gebeurde op het rijkelijk gespijsd Limburgs jeugdcriteriumtornooi.


De jeugdcriteriumtornooien bekijk ik als pure ontspanning en fun voor ons gezin maar ik wil in de toekomst ook samen meer serieuze competities spelen. Voor Evelien is het misschien nog iets te vroeg maar dit jaar ben ik nog van plan om een open tornooi te spelen samen met Hugo en volgend seizoen is al beslist om samen Nederlandse interclub voor Landau Axel te spelen in dezelfde ploeg. Zo vang ik 2 vliegen in een klap. Ik kan zelf weer meer schaken en hoef mezelf evenmin schuldig te voelen omwille van thuis afwezig te zijn want ik begeleid ondertussen ook Hugo.

De weg naar een hechte schaakfamilie zoals de Barbiers is nog heel lang maar ik vind het een heel mooi streefdoel. In de familie Barbier zijn geen grootmeesters maar het is prachtig en een unicum om te zien dat alle 5 (papa, 2 zonen en 2 dochters) vandaag nog actieve schakers zijn als volwassenen. Vele jaren was papa Wim de sterkste maar ondertussen doet zoon Sigiswald het geregeld al beter. Dat mocht ik in mijn meest recente ontmoeting met een Barbier zelf ondervinden.
De grootste schaakfamilie is niet de Barbiers. Misschien is die eer weggelegd voor de jonge Akulovs die met 6 zijn (5 broers en 1 zus). De grote van de familie is ook van weinig belang. Samen met de familie plezier beleven aan dezelfde hobby is natuurlijk waar het om draait. Schaken biedt hierbij nog een unieke troef daar leeftijd nauwelijks een rol speelt. In tegenstelling met de meeste sporten is het geen probleem om als ouder of zelfs grootouder samen met je kinderen te schaken.

Brabo

maandag 8 juli 2019

11. Marc Dutreeuw

11. Marc Dutreeuw
( 21 februari 1960 -)
Bron: greekchess.com
Dat Marc Dutreeuw slechts éénmaal de nationale titel heeft kunnen veroveren, lijkt een vergissing van de Belgische schaakgeschiedenis, net als die ene titel van Luc Winants. Dutreeuw behaalde de titel in 1996, het jaar waarin hij ook IM werd. Het kost hem misschien wel een plaats in mijn top-tien aller tijden. Zijn karakter: rustig, een beetje eigenwijs misschien, en zich goed bewust van zijn eigen waarde en principes, wat ook niet altijd goed uitpakt met administratieve hardliners.

In 1979 zien we zijn naam voor het eerst opduiken in een regionale competitie: het BK jeugd van Sint-Niklaas, waarin hij … ook zijn eerste forfait geeft: hij scoort 2/2, maar stapt dan uit het tornooi, omdat de organisatie de jongeren geen stapje in de wereld laat zetten.

In 1980-81 en 81-82 wordt hij ligakampioen van Antwerpen, maar daarna is ook dit kampioenschap geen uitdaging meer. In 1981-82 en 1982-83 is hij blitzkampioen van Borgerhout en beëindigt hiermee de reeks van drie opeenvolgende overwinningen van Thierry Penson.

In mei 1981 toont hij wat hij in zijn mars heeft tegen een internationale selectie schakers en scoort een goede derde plaats in de Mat Open van Brussel. Hij verliest van de nummer twee Joachim Sieglen, maar komt terug met winst op Daniël Pergericht en Michel Jadoul. In juli 1981 wordt hij gedeeld tweede in de A-reeks van het NK, achter Thierry Penson. Het jaar erop doet hij weer een gooi naar de promotieplaats voor het “echte” NK en strandt nu een halfje achter Robert Schuermans. In dat jaar behaalt hij dan wel zijn eerste “grote” tornooiwinst: het Sotheby tornooi van Antwerpen wint hij met overmacht: 8,5/10 en anderhalf punt voorsprong op Ronald Weemaes en Peter De Jonghe. Maar hij laat zowat de halve Belgische schaaktop ver achter zich: zo behaalt Luc Winants de vierde plaats met amper 5,5/10. Dat het kan verkeren, ondervindt hij later dat jaar in het tornooi van Bornem, waar de stand bijna omgekeerd is aan die van Antwerpen; nu scoort hij slechts 2,5/13, terwijl Michel Jadoul en Thierry Penson met de bloemen gaan lopen met de prima score van 10/13.

In 1985 heeft hij al 2390 elo; vertaald naar actuele elopunten zou dit nu zo’n 2500 zijn.  Maar ondanks zijn talrijke goede en consequent hoge prestaties, komt een IGM-titel nooit echt binnen handbereik.

In 1987 is hij beste Belg in de OHRA-open in Brussel. Jeroen Piket, Glenn Flear en Dusan Rajkovic worden eerste, Dutreeuw is toch maar mooi gedeeld vierde met Fedorowics, Carlier, Kouatly en Kudrin.

Het spreekt voor zich dat een sterke speler uitdagingen zoekt in het buitenland – en zo speelt hij talrijke ereplaatsen bijeen in even zovele open tornooien in zowat heel West-Europa. Chessbase vermeldt slechts 729 partijen van hem, maar het moeten er waarschijnlijk 5x meer zijn. Al in 1982 speelt hij in Brocco, het jaar erop in Bagneux, en in 1984 speelt hij in Virton en Brussel (OHRA), maar Chessbase bevat voor deze vier tornooien samen amper 7 partijen.

Al vanaf 1990 (en tot 2006) was hij lid van het Belgische olympiadeteam - in totaal acht keer, wat van hem één van de meest trouwe Olympiërs maakt in het Belgische team. Zijn deelname in 1992 was zijn beste prestatie: hij behaalde 6,5/9 met een eloprestatie van 2607 (!) en verloor enkel van het Peruviaanse toptalent Julio Granda Zuniga. In 1993 behaalde hij dan ook zijn toprating: 2445. Naast de olympiaden, speelde hij ook mee in zes EK landenteams.

In clubverband speelde hij eerst mee met de KASK, later met Borgerhout. Ook in Duitsland, Frankrijk en Nederland speelde hij interclubcompetities mee. 

In 1991 leveren die connecties hem een zitje op in het meestertornooi (cat 4) van Leverkusen. Hij ontgoochelt niet en zit in het viertal dat als eerste over de finish gaat (samen met Koch, Schneider en Begnis). Ze laten onder andere Matthias Roeder en Predrag Ostojic achter zicht.

In het zonetornooi van Brussel eindigt hij met 6,5/11, en wordt beste Belg, maar kan zich toch niet mengen in het debat om de kwalificatieplaatsen, een strijd die gaat tussen de Fransen en de Nederlanders. Uiteindelijk gaan Van der Sterren en Van Wely met de tickets lopen. In het nieuwe millennium schroeft hij zijn activiteit terug – hij speelt nog hoogstens een veertigtal officiële partijen per jaar.

In 2003, 2004 en 2007 won hij nog het open tornooi van Brasschaat. In het open van Gent vinden we zijn naam niet terug bij de winnaars, ondanks herhaalde deelnames. Neen, dan lag spelen in de thuisstad hem beter: in 2000 werd hij derde op een halfje achter Dgebuadze en de betreurde Emory Tate in Antwerpen. Het drietal liet toen de hele Vlaamse schaaktop achter zich. Een mooie prestatie zette hij nog neer in het gesloten Multicoms B-tornooi van Parijs in 2006: gedeeld eerste met Inkiov, maar voor een achttal andere spelers van FM/IM-kwaliteit.

Na het seizoen 2009-10 speelde Marc Dutreeuw geen officiële partijen meer (met uitzondering van enkele partijen midden 2017) – sindsdien staat zijn elo “bevroren” op 2417, wat hem virtueel tot op vandaag nog in de Belgische top-15 zet. Onderstaande partij is er één uit het boekje: hoe vanuit een Spaanse opening de partij winnen.

Bronnen

HK5000

woensdag 3 juli 2019

Computers worden autonoom deel 3

Een niet-schaker kan niet begrijpen wat er leuk is om uren naar een schaakbord te staren zeker wanneer het mooi weer buiten is om bijvoorbeeld te barbecueën. Ik praat daarom ook weinig of zelden over het schaken met niet-schakers. Echter de schaakwereld is evenmin homogeen. De competitiespelers zijn de belangrijkste en grootste groep maar er zijn ook niches waarvan de computerfreaks als de meest zonderlinge worden beschouwd. De nerds van de nerds ofwel een soort supernerd.

Tenminste zo was het tot voor kort want ik zie in het voorbije jaar een duidelijke kentering. De komst van AlphaZero eind 2017 veroorzaakte een kettingreactie. Dit is een groot verschil t.o.v. Deep Blue die in 1997 de regerende wereldkampioen Garry Kasparov versloeg. Toen werd het revolutionair schaakprogramma ontmanteld en bleef de schaakwereld verweesd achter. Deze keer werd het momentum behouden want de programmeercode werd vrijgegeven waardoor een groep bollebozen aan het werk gingen om AlphaZero voor de gewone sterveling te maken. Ik bedoel natuurlijk lc0 of ook wel leela genoemd (meer hierover in een later artikel).

Na decennia van de traditionele alpha-beta programmering zien we nu de steile en zeer spectaculaire opmars van neurale netwerken waardoor we in de recente tcec-kampioenschappen een clash van stijlen konden opmerken. Aantrekkelijke partijen gecombineerd met een goede marketing-strategie zorgden voor een explosieve toename van het aantal schaakfans die computerschaak volgen zie onderstaande grafiek die het aantal viewsessies per maand voorstelt van TCEC.
Bron: http://www.chessdom.com/tcec-season-15-to-ab-or-nnot-to-ab-that-is-the-question/








Als je 2 miljoen viewsessies per maand kunt halen met slechts 1 lopende partij per keer te tonen dan is dit toch iets uniek. Ok Carlsen doet nog steeds veel beter maar 99,9% van de andere profschakers haalt die cijfers nooit. Trouwens het is niet het enige waaruit blijkt dat computerschaak snel aan populariteit wint. Op youtube zien we een zeer snelle stijging van het aantal filmpjes over computerpartijen maar ook in verslagen van gewone tornooien tussen mensen wordt steeds vaker gerefereerd naar computerpartijen. Een paar jaar geleden was dit nog volstrekt ondenkbaar. Tot voor kort werden computerpartijen enkel gezien als een test om te weten welk programma het sterkst is. Het was totaal uit den boze om computerpartijen als evenwaardig te beschouwen als partijen gespeeld tussen mensen. Wel vandaag zien we dat een verslaggever niet meer aarzelt om een partij van topgrootmeesters te vergelijken met een partij tussen Lc0 en Stockfish zie fide grand prix moscow semifinal chess.
Alhoewel de grootmeesters een paar uur later begonnen aan hun partij dan de schaakprogramma's vermoed ik dat het toch toeval was. Nakamura had de variant al een paar weken eerder in een rapid gespeeld en zoiets mist een top-professional zoals Grischuk natuurlijk niet in zijn voorbereiding. Anderzijds is het wel zeer opmerkelijk dat de schaakprogramma's zonder openingsboek of menselijke interventie erin geslaagd zijn om zulke hyper-moderne opening te selecteren.

Dit laatste is een zeer opmerkelijk en belangrijk gegeven. In tegenstelling met een paar jaar terug zien we nu in computerschaak ook zeer interessante openingen verschijnen voor de bordspelers en dit is iets wat de topspelers niet is ontgaan. Zelf hou ik al sinds 2010 een database bij van computerpartijen om die te gebruiken in mijn analyses zie bv. databases gebruiken. Ik was hiermee een buitenbeentje maar dit is aan het veranderen. Ik ben er vrij zeker van dat elke ambitieuze professional vandaag een database bijhoudt van computerpartijen dus ook Magnus Carlsen. Het is te zeggen zijn entourage doet dit uiteraard wat je o.a. kunt afleiden uit een twitterbericht van zijn secondant, de Deense sterke grootmeester Peter Heine Nielsen: "Computerschaak is spectaculair."

Echter de computerpartijen hebben ook het spel van Magnus beïnvloed. Zo valt het op dat diverse nieuwtjes eigenlijk gewoon al gespeeld werden in computerpartijen. Zowel tijdens de wk-finale gespeeld tegen Caruana eind vorig jaar als in de tornooien daarna zien we hiervan duidelijk sporen.
De opening is het laaghangend fruit maar ook de latere fasen in computerpartijen kunnen leerrijk zijn. De Amerikaanse topgrootmeester Sam Shankland had nooit onderstaande partij opgegeven indien hij ronde 35 had gezien van de tcec superfinale seizoen 12. Ik gebruikte de stelling al eerder in mijn artikel vals nieuws om de toename in eindspelsterkte te illustreren van Stockfish.
Vroeger werd een schaakprogramma gezien als een ding. Vandaag zien we dat meer en meer mensen het als een entiteit beschouwen. Heel wat schakers supporteren voor hun favoriete programma via de chatbox of fora. Sommigen gaan zelfs zo ver om een eigen website hiervoor te creëren zie bv. mytcecexperience.

Kortom het verschil vervaagt tussen mens- en computer-partijen. Ex-Machina was vorige dinsdag nog eens op tv maar blijkt vandaag dus meer werkelijkheid dan science-fiction te zijn voor het schaken.

Brabo

woensdag 26 juni 2019

Computers worden autonoom deel 2

Het voorbije toptornooi Norway Chess Altibox beschouwen als een mixed succes is wellicht een eufemisme. De lokale held, regerend wereldkampioen Carlsen won zoals de organisatoren hadden gehoopt maar kwalitatief en kwantitatief bleef het schaken beneden verwachtingen. Sommige spelers verborgen niet eens hun intenties om snel van het klassieke schaak af te geraken en de beslissing in de armageddon te laten vallen. Bovendien zagen we meermaals dat die armageddons van een bedroefd niveau waren daar ze doorspekt waren van talloze blunders.

Als het de bedoeling was om de remisedood van het schaken af te wenden dan heeft men alvast de bal compleet verkeerd geslagen. Trouwens heeft Carlsen ons niet net in de laatste maanden getoond dat winnen nog altijd mogelijk is zelfs tegen de beste schakers? Kortom de remedie maakte het alleen maar erger. Daarentegen in correspondentieschaak zien we dat het remisepercentage wel een groot probleem geworden is op het allerhoogste niveau. Ik rapporteerde hierover al in computers worden autonoom deel 1 en ondertussen is de situatie nog verslechterd.
De 30ste WK-finale is nog lopende maar daar staat het remisepercentage voorlopig op 93% met 95% van de partijen gespeeld. Een verandering van de spelregels voor een wk-finale dringt zich op want het alternatief is op termijn de stopzetting.

Echter zoals zo vaak zien we dat bestaande systemen ondanks beter weten in, er niet in slagen om zichzelf te corrigeren. Grote veranderingen zien we in de geschiedenis bijna altijd pas ontstaan door invloed van extreme situaties. Eveneens is het zo dat bijna alles in de geschiedenis al eens is voorgekomen maar we vergeten de lessen. Ook de remisedood is niet iets nieuw. Reeds in 1900 dus bijna 120 jaar geleden werd een oplossing ervoor bedacht voor de vele remises in checkers (dammen op 64 velden). Aanvankelijk werd gekozen om de spelers te verplichten een opening te spelen waarvan de eerste 2 zetten op voorhand bij loterij werden bepaald. Later vanaf 1934 werd dit uitgebreid naar de eerste 3 zetten. Daar elke opening eens met beide kleuren moet worden gespeeld, wordt niemand bevoordeeld.

Dit concept bestaat ook in het schaken. Je hebt de vrijwillige thematornooien al dan niet georganiseerd zoals ik uitlegde in het artikel een minithematornooi maar vandaag is dit al vele jaren standaard in computerschaak. Trouwens opgelegde openingen werden aanvankelijk in computerschaak niet zozeer gebruikt tegen de remises maar om meer variatie te krijgen in de partijen. Zeker oude computers hadden de vreselijke gewoonte om altijd hetzelfde te spelen zie chesskids maar ook het nieuwe Lc0 is in hetzelfde bedje ziek zie mijn commentaar op de bonusfinale van maart 2019 tussen Lc0 en Stockfish.

Pas na de superfinale van seizoen 8 waarbij 89 op 100 partijen remise waren, realiseerde men dat variëren in openingen niet voldoende is voor een interessante match. Vanaf dan werd ook gekeken naar welke openingen meer beslissingen zouden kunnen creëren. Dat ging niet altijd van een leien dakje. Sommige ingewikkelde openingen voor mensen werden moeiteloos door de topprogramma's ontzenuwd. Anderzijds wil je ook geen openingen waarin winst/ verlies al op voorhand vaststaat. Dus het ene kleur mag geen voordeel krijgen waardoor het andere kleur kansloos wordt.

Dit laatste wordt bovendien steeds moeilijker om te verwezenlijken. Tot enkele jaren terug was het voldoende om openingen te vermijden die tactisch weerlegd zijn. Vandaag zien we dat ook meer en meer strategisch dubieuze openingen niet meer interessant zijn voor computerschaak. Een mooi voorbeeldje is wat er gebeurde met de Grob : 1.g4 in de TCEC superfinale van seizoen 12. Zowel Komodo als Stockfish gaven groot voordeel voor zwart (-0,9 tot -1,46) al na wits 1ste zet en slaagden er allebei in om dit te converteren naar winst.
Slechts een halve zet werd er gespeeld en de partij was al in hogere zin beslist. Het doembeeld van een opgelost schaakspel komt hiermee weer een stukje dichterbij. Anderzijds is dit allemaal wel relevant voor ons? Op chesspub werd geopperd dat enkel topspelers met die nieuwe inzichten van computers iets zouden kunnen doen. Wel ik bewees een paar maanden geleden het tegendeel op mijn veel lagere niveau. In 2012 schreef ik op mijn blog over de tsjechische verdediging dat er van de opening geen duidelijke weerlegging bekend is. Vandaag zien we dat de opnieuw veel sterker geworden topprogramma's een stuk verder geraken in het ontrafelen van de puzzel. Deze nieuwe kennis paste ik perfect toe tegen misschien wel de grootste expert in België van de Tsjechische opening, Frederic Verduyn in onze partij gespeeld tijdens de Belgische interclubs.
Achteraf gaf Frederic mij misschien wel het mooiste compliment door te vertellen dat in honderd(en) partijen met deze opening, ik de eerste ben die hem doet twijfelen aan de speelbaarheid ervan. Persoonlijk vind ik het altijd bijzonder amusant om iemand op zijn favoriete terrein te kunnen verslaan. Zo herinner ik mij ook nog tot op vandaag dat de Britse Senior Internationaal Meester John Anderson mij na de opgave (zie onze correspondentiepartij in het artikel databases gebruiken deel 2) vertelde dat ik de allereerste was die erin geslaagd was om een partij te winnen tegen zijn lievelingsvariant.

Nu ik vermoed dat sommigen niet zullen akkoord gaan met dat ik deze strategisch dubieuze openingen als weerlegd beschouwd. Kan je uberhaupt ooit spreken van een weerlegging wanneer het onmogelijk is om als mens een eenduidig winstplan te formuleren? Behalve misschien voor de absolute wereldtop zullen er altijd praktische kansen zijn. Anderzijds in hoeverre is het zinvol om jezelf met zulke handicap op te zadelen?

Als verrassingswapen zullen strategisch dubieuze openingen wel blijven bestaan. Echter nu de computers erin slagen om autonoom die te weerleggen, verwacht ik in de volgende jaren dat we ze steeds minder vaak zullen zien verschijnen zelfs in de partijen van de amateurschakers. Het is niet zomaar dat ik vorige maand schreef in het artikel chess position trainer deel 2 weg te blijven van het Hollands.

Brabo

dinsdag 18 juni 2019

Rapidtornooien

In 2014 en 2016 speelde ik de bekercompetitie van Deurne waarover ik rapporteerde in de artikels koningsgambiet met Lc4 en oude wijn in nieuwe zakken deel 2. Dit jaar net als vorig jaar liet ik het aan mij voorbijgaan. Rapids had ik al het jaar door gespeeld samen met mijn zoon en/ of dochter dus competitieritme heb ik niet tekort.

In mijn artikel het geheugen had ik aangekondigd vanaf begin 2018 niet meer aan de zijlijn te blijven staan in de rapidtornooien waaraan mijn kinderen deelnemen. Ondertussen staat de teller reeds op 12 en voor de volgende in Landegem zijn we ook weer present. Het loopt verrassend veel beter dan ik op voorhand had gedacht. Als we een handvol handicapwedstrijden van enkele Deurnse beker- competities buiten beschouwing laten dan was het meer dan 15 jaar geleden dat ik nog had deelgenomen aan rapidtornooien. Bovendien is er vaak te duchten concurrentie met de sterkste Belgische jeugdspelers en zelfs af en toe een internationaal meester.
Met slechts 5 verliespartijen op 84 gespeeld en 8 tornooioverwinningen op 12 gespeeld, overdrijf ik dus niet dat ik tot nu toe goed geboerd heb. Desondanks stop ik onmiddellijk met rapidtornooien spelen van zodra mijn kinderen er geen zin meer in hebben of als ze zelfstandig genoeg zijn om zonder mijn hulp de verplaatsingen kunnen maken.

Ondertussen ben ik al meermaals er aan herinnerd waarom ik precies lang geleden gestopt was met dit soort tornooien te spelen. Ik zie dat sommige spelers kicken op dit soort tornooitjes want je ziet ze overal opduiken ongeacht ze leerlingen al dan niet begeleiden. Zelf vind ik er weinig aan want het heeft soms heel weinig met schaken te maken.
  • Het aantal al dan niet onopzettelijk gespeelde illegale zetten kan ik niet meer op mijn handen tellen.
  • Heel dikwijls wordt ongegeneerd puur op de klok gespeeld. Zo had ik iemand die met een volle dame achter met verder enkel pionnen op het bord mijn remise weigerde om mij door de vlag te kunnen jagen.
  • Betwistingen over aangeraakt/ losgelaten stuk veroorzaken ellenlange discussies.
  • Stukken worden omver gegooid en soms verkeerdelijk of zelfs niet rechtgezet.
  • Op de klokken wordt hard geslagen waardoor ze soms uitvallen waarna niemand nog weet hoe de partij correct moet verder worden gezet.
  • Remiseclaims zijn geregeld een punt van ergernis. Zo had ik eens een tegenstander die remise claimde met een stuk minder en toen die hoorde dat de claim niet zou worden ingewilligd, prompt de claim introk. ???
Sommigen zullen dit net de charme vinden van de snelle partijen maar ik heb er geen behoefte aan. Misschien ben ik te oud geworden hiervoor. In elk geval 4 van mijn 5 verliespartijen waren direct gelinkt aan de beperkte bedenktijd en niet dat mijn tegenstander sterkere zetten had gespeeld. Niet toevallig gebeurde die allemaal in de rapidtornooien met slechts 15 minuten K.O. In 2 partijen deelde ik mijn tijd compleet verkeerd in waardoor mijn vlag viel terwijl mijn tegenstanders nog minuten over hadden. In 2 partijen gokte ik en verloor op tijd door mijn resterende bedenktijd volledig op te gebruiken voor een ultieme winstpoging. Praktisch is het altijd verstandiger om een remise te verzekeren wanneer een winstpoging teveel energie kost maar in een laatste ronde met de 1ste plaats op het spel, vind ik een riskante gok wel te verrechtvaardigen.

Tijd speelt dus een zeer grote rol in die snellere partijen. Het is bijna altijd verstandiger om snel te kiezen voor een minderwaardige zet dan een minuut of meer te spenderen voor een betere. Ik probeer ook steeds ervoor te zorgen dat ik meer tijd over hou dan de tegenstander. Ik heb vele extra halfjes en hele punten gescoord door gewoon dat toe te passen.

Tenslotte speel geen stellingen waarmee je geen ervaring hebt. Uiteraard in een partij ontstaan altijd stellingen die onbekend zijn maar ik bedoel dat je best geen theoretische opening zonder kennis speelt. Ik wijk dan ook voortdurend af van te scherpe openingen in de rapidtornooien als ik de theorie niet recent eens bestudeerd heb. 1 keer negeerde ik deze eigen adviesregel. Het werd de enige keer  op 84 rapidpartijen dat ik verloor puur door de schaakzetten van mijn tegenstander.
Die jeugdspelers mag je trouwens nooit onderschatten in de rapidtornooien. Zo had de Nederlander Luuk Baselmans in september 2018 nog maar 2025 fide. Een half jaar later is hij reeds FM. Echter dat betekent niet dat ik vandaag geen kans meer maak. Ik vermoed dat Luuk tot nu toe weinig last heeft gehad van tegenstanders die zich voorbereiden maar in maart profiteerde ik hiervan met een prachtige revanche in het rapidtornooi van Geel.
Eindelijk kan ik hiermee mijn falen in de schaakmicrobe voorgoed klasseren. Alhoewel het slechts een rapidpartijtje was, gaf het mij veel voldoening. Ook mijn tegenstander was sportief om mij te feliciteren met de mooie afwerking. Daarnaast merkte hij ook op dat openingen steeds belangrijker worden op een hoger niveau en dus een werkpunt wordt indien je verder wilt doorgroeien.

Het was dus zeker niet allemaal kommer en kwel. Je leert het repertoire kennen van potentiële tegenstanders die je later opnieuw ontmoet in het standaardschaak en bovendien leer je ook geregeld iets bij over nieuwe varianten mits achteraf de opening te bekijken met een computer.

Een verbetering aan de tornooien zou zijn om een increment toe te passen waardoor veel ongemakken zouden verminderen of zelfs verdwijnen. De aanwezige scheidsrechters zijn meestal niet bij machte om de conflicten op te lossen. Vandaag zijn er bijna overal elektronische klokken dus waarom niet bijvoorbeeld 15 minuten met 5 seconden increment voor elke zet. Een partij zou dan pas langer dan 25 minuten duren wanneer er meer dan 120 zetten gespeeld zijn dus zeer onwaarschijnlijk. Wat houdt ons tegen om dit te proberen in België?

Brabo

dinsdag 11 juni 2019

Romantisch schaak deel 2

Als je het jaar 1997 vandaag nog beschouwt als de moderne tijd dan is de kans heel groot dan je zelf niet meer jong bent. Ik was dan ook helemaal niet verwonderd om te ontdekken dat de auteur van het recente artikel a romantic opening in modern times reeds de respectabele leeftijd heeft van 53 jaar. In de laatste 2 decennia heeft het schaken een metamorfose ondergaan.

Advertenties mag je natuurlijk nimmer klakkeloos accepteren. De bedoeling van het artikel is om in de eerste plaats de nieuwe DVDs over het Koningsgambiet van de Britse grootmeester Simon Williams te verkopen en dan ga je niet vertellen dat het de laatste jaren zeer zelden of nooit nog in klassiek schaak gespeeld werd op topniveau.

Trouwens als je geen wereldtopper bent dan kom je vandaag nog steeds regelmatig in contact met romantische openingen. Er zijn nog heel wat amateurs die de objectieve evaluatie niet zo belangrijk vinden en geloven dat hun tegenstanders (meestal ook amateurs) niet in staat zullen zijn om van de dubieuze reputatie in de praktijk te profiteren. Echter ik bemerk wel een duidelijke wijziging in het type amateur dat vandaag nog durft te kiezen voor een romantische opening. Toen ik meer dan 2 decennia geleden begon met het schaken, waren het vooral jonge spelers met een agressieve speelstijl. Vandaag zijn het bijna uitsluitend spelers op leeftijd die teruggrijpen naar vaak vergeten gambieten.
In bovenstaande tabel, heb ik een samenvatting gemaakt van de romantische openingen die ik in klassiek schaak op het bord heb gekregen van +2100 spelers. Je kan discussiëren over wat precies een romantische opening is of niet maar de trend is duidelijk. In de eerste jaren zien we vooral geel dus sterke spelers jonger dan 30 jaar die de openingen spelen. In de meest recente jaren is het bijna uitsluitend groen dus spelers ouder dan 50 jaar die de openingen spelen.

Een groeiende nostalgie zal wellicht hierin een rol spelen maar ik hoor ook geregeld oudere spelers zeggen dat de jeugd hun klassiekers niet meer kennen. De jonge schakers bekijken enkel de openingen van de huidige wereldtoppers waardoor ze vaak zeer kwetsbaar zijn in een romantische opening. Anderzijds vinden jonge schakers het flauw van de oudere schakers om hen met valletjes trachten te verslaan. Je scoort hiermee misschien wel geregeld een makkelijk punt maar je leert er niet mee bij en zoiets lukt je nooit 2 keer tegen dezelfde speler.

Bij veel oudere spelers is de wilskracht om zichzelf te blijven verbeteren en/of ontwikkelen dan ook al lang verdwenen. Het is geen toeval dat boven de 2300 elo bijna niemand nog een romantische opening speelt in standaard schaak. Slechts 3 van de 63 tegenstanders in bovenstaande tabel hadden een rating van +2300 elo. Als ik spreek met jonge sterke schakers dan krijg ik ze niet overtuigd om toch eens een romantische opening te proberen zelfs al heb ik een fris idee voor hen klaar liggen. Waarom al die moeite doen voor 1 partijtje want volgende keer zal de tegenstander al een anti-dote voorbereid hebben met de computer. Tijd is kostbaar dus je spendeert het beter aan solide openingen die in een repertoire veel langer kunnen worden gebruikt.

Nu iedereen botst vroeg of laat tegen zijn maximum. Er is niets mis om dan te kiezen voor een romantisch repertoire waarbij je jezelf goed voelt. Uiteindelijk is fun de enige weg om te blijven schaken en niemand behalve jezelf weet beter waar er fun kan worden gevonden. Bovendien als je onder de radar kan blijven van de databases (vooral dus voor -2300 spelers) dan is het vaak mogelijk om heel succesvol met romantische openingen te worden.

Een mooi voorbeeld hiervan is de Gentse expert Nouri Zouaghi. Vorig jaar in de interclub verraste hij mij met een dubieuze lijn uit het Schliemanngambiet maar de twijfelachtige reputatie compenseerde hij ruimschoots met een veel beter begrip van de stelling. Het werd een leuke pot schaak.
Achteraf bleek hoe uiteenlopend onze stijlen wel zijn. Terwijl ik erop hamerde dat de opening niet goed kan zijn, vond Nouri een 0,6 nadeeltje compleet accepteerbaar voor zwart.

Echter toen ik dit jaar opnieuw Nouri toevallig met dezelfde kleuren in de interclub ontmoette, werd ik opnieuw verrast door dezelfde dubieuze lijn uit het Schliemanngambiet. Hoezo, wel ik had nooit gedacht dat iemand 2 keer zoiets zou durven spelen tegen dezelfde tegenstander. Ik weet niet of het onverschilligheid was van Nouri of iets anders. In elk geval ben ik 1 van de laatste om een duel uit de weg te gaan (zie een theoretisch duel in de svechnikov.)
De topprogramma's mogen dan wel 6.Ph4 verkiezen over 6.Pg5, gemakkelijker spelend is het voor wit allerminst. Zwart voelde opnieuw veel beter de complicaties aan en ik kon alleen maar constateren achteraf dat het niet altijd eenvoudig is om een romantische opening te weerleggen.

Het spreekt voor zich dat zoiets nog meer tot uiting komt in partijen met een sneller tempo. De tijd om de nauwkeurige zetten te herinneren/ vinden ontbreekt waardoor een romantische opening een gevaarlijk wapen kan zijn. Het is dan ook vaak veel praktischer in die snelle partijen om niet perse een weerlegging te willen spelen maar gewoon de complicaties te vermijden. Een succesvol voorbeeldje hiervan paste ik vorig jaar toe in een beslissend rapidpartijtje tegen de Belgische FM Sim Maerevoet.
Ik had enige noties van het Olifantgambiet (Quality Chess kondigde eind vorig jaar aan hierover een boek te publiceren) maar 3..Pf6 was mij totaal onbekend. Achteraf ontdekte ik dat je de stelling ook via het Russisch kunt verkrijgen: 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 d5 en een zoveelste petvariantje is van de flamboyante Georgische grootmeester Baadur Jobava. Meer dan waarschijnlijk haalde Sim dan ook bij hem de mosterd.

In het artikel maak ik van romantisch schaak en romantische opening 1 pot nat. Echter we zouden ook de 2 kunnen opsplitsen in een theoretische kant (de opening) en een praktische kant (het middenspel). Jobava toont aan dat romantisch schaak vandaag nog steeds een plaats verdient zelfs op topniveau op voorwaarde dat de tegenstander het idee nog niet eerder bestudeerd heeft. De romantische openingen (19de eeuw vooral) zijn daarentegen enkel nog aanvaardbaar voor de amateurschaker.

Brabo

zondag 2 juni 2019

Schakende vrouwen

Ondanks vele jaren schaken heb ik er nooit bij stilgestaan waarom er zo weinig vrouwen schaken. Ik kijk er al lang niet meer van op wanneer ik weer eens in een schaaklokaal geen enkele vrouw opmerk. Ik voel absoluut geen gemis want ik ben enkel geïnteresseerd in de zetten die op het schaakbord verschijnen.

Echter voor de buitenstaander is het wel een vreemd gegeven. Die schakers moeten toch rare snuiters zijn als vrouwen er geen deel willen van uitmaken. Het bevordert allerminst het aantrekken van sponsors die nochtans noodzakelijk zijn in het verzekeren van de schaaktoekomst. Kortom we mogen concluderen dat het geen goede zaak is voor iedere schaker dat zo weinig vrouwen schaken.

België is hierin een slechte leerling zoals recent nog werd aangetoond in het Chessbase-artikel the best and worst countries to be a female chess player. Zelf deed ik het onderzoek nog eens over voor België maar dan gedetailleerder dus de veel grotere kbsb elo-lijst in beschouwing nemend i.p.v. enkel de Belgische fide-spelers met +1600 elo. Onderstaande tabel toont per leeftijdsgroep de verschillen in gender.
In om het even welke leeftijdscategorie zien we dat vrouwen/ meisjes een minoriteit zijn. Echter het meest opvallende uit bovenstaande gegevens, is natuurlijk de neerwaartse trend. Hoe ouder, hoe minder vrouwen schaken in verhouding met mannen.

In het eerder vermelde Chessbase-artikel wordt deze trend ook opgemerkt wereldwijd. Zelfs landen die het betreffende deelname van vrouwen vele malen beter doen dan België, slagen er niet in om de exodus van volwassen vrouwen te stoppen. Diverse redenen worden aangehaald maar meer dan gissen is het niet zonder concrete feedback van de vrouwen zelf.

Echter dit laatste krijg ik nu wel geregeld via mijn dochter Evelien die mij vertelt over haar wedervaren in de competities waaraan ze deelneemt. Dat de schaakwereld soms hard is, is voor mij geen verrassing maar dat er zoveel seksisme bestaat, daar keek ik wel van op. Hieronder een greep uit de handelingen/ uitspraken van jongens en mannen die ze enkel in het voorbije jaar al meemaakte.
- Een jongen, haar tegenstander wilde geen hand geven voor of na de partij ???
- Een jongen, haar tegenstander wenste haar een slechte partij ???
- Na de partij zei een jongen tegen haar: "Het had echt wel erg geweest als ik had verloren van een meisje."
- Een ouder die zijn zoon aanmoedigde terwijl Evelien het hoorde : "Niet te diep kijken in de ogen van je tegenstandster."
- Een oudere tegenstander in de interclub bij het schudden van de handen :"Je bent een heel mooi meisje."

We kunnen dat laatste beschouwen als een onschuldig complimentje maar mijn 11 jarige dochter voelde zich ongemakkelijk erdoor. In elk geval kan ik mij perfect inbeelden na jaren zulk gedrag van mannen getolereerd te hebben dat je als volwassene er de brui aangeeft wanneer tijd sowieso schaarser wordt.

Ik vroeg daarom aan Evelien recent of ze volgend jaar nog wilt blijven schaken. Ze moet het zeker niet doen voor mijn plezier. Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel want ze gaf aan dat er ook heel veel leuke ervaringen afgelopen jaar waren geweest. Zo vond ze het best leuk dat we meer tijd samen hadden doorgebracht dankzij het schaken. Daarnaast heeft ze ook veel nieuwe vriendinnen kunnen maken. Hierbij hadden we ook het geluk om een recordeditie mee te mogen maken van het Belgisch jeugdkampioenschap. Niet minder dan 23 meisjes namen deel in haar reeks van de -12.

Voor velen van hen was het een eerste keer dat ze een officiële standaardpartij speelden maar dat drukte de pret allerminst. Tussen of na de partijtjes werden heel veel nieuwe vriendschappen gesloten tussen de meisjes en mijn dochter Evelien deed zelfs een poging een woordje Frans te spreken om ook contact te leggen met de Waalse. Daarbij speelden ook de nevenactiviteiten een rol. Veel meisjes maakten een duo voor het doorgeefschaaktornooi. Dat ik al jaren ijver om dit soort alternatieve schaak niet te laten spelen door beginnende schakers, werd al lachend weggewuifd. Echter in de eerstvolgende ronde na het doorgeefschaaktornooi bleken nog heel wat speelsters zich te vergissen in de spelregels.
Na de partij aanhoorde Evelien beteuterd naar mijn opmerkingen maar ze liet het niet aan haar hart komen. Het kampioenschap was een verademing voor haar om eens zonder jongens te kunnen schaken. Sommigen twijfelen aan het nut van aparte kampioenschappen voor meisjes maar als we meer meisjes kunnen aantrekken door ze af en toe te scheiden van jongens dan lijkt mij dit een absolute aanrader.

Daarentegen is het splitsen van jongens en meisjes niet altijd zaligmakend. Zo hoorde ik in de hogere meisjes-reeksen van het bjk totaal andere geluiden. Het gering aantal deelneemsters zorgde ervoor dat er heel wat non-partijen waren dus waarbij het elo-verschil veel te groot was. Dit vervelend effect zien we bovendien ook groter worden bij de oudere reeksen omdat de kloof tussen top en staart groeit met de leeftijd.

Sommige deelneemsters wensten dan ook liever te schaken samen met de jongens maar dat mocht dan weer niet van de organisatie. Een open categorie (jongens + meisjes) naast een meisjes-categorie organiseren, heeft enkel zin wanneer er veel meisjes overblijven voor de meisjes-categorie wat hier niet het geval was. Anderzijds lijkt mij het vooraf consulteren van de weinige meisjes hier toch aangewezen als organisator. Als volgend jaar slechts de helft nog meedoet dan heb je nog veel minder bereikt.

Meer inspraak van de deelneemsters, positieve discriminatie d.m.v. extra tornooien en prijzengeld voor meisjes,... lijken mij vanzelfsprekende en makkelijk te behalen doelstellingen om meer vrouwen te doen schaken. Met een vrouwelijke voorzitter en penningmeester heeft de club van mijn kinderen, KMSK alvast een voetje voor.

Brabo