zondag 26 juni 2022

Powerplay

De term powerplay was tot enkele jaren geleden populair schaakjargon vooral gebruikt door grootmeesters. Diverse interpretaties bestaan maar ik vermoed dat de meeste schakers powerplay koppelen aan een soort optimaal schaak van wit dat tracht min of meer geforceerd elke opening/variant te weerleggen. Het is te zeggen wit kiest altijd de meeste kritieke voortzetting en behoudt hierdoor na de opening op zijn minst een (klein) voordeel.

Voor mij is oud-wereldkampioen Garry Kasparov hiervan het beste voorbeeld. In zijn topjaren stak hij betreffende openingsstudie kop en schouder boven de andere wereldtoppers en dat zorgde ervoor dat hij veel partijen bijna rechtstreeks won uit de opening. Er bestaan talloze succes-voorbeelden hiervan maar misschien de meest frappantste was de 10de partij uit het wereldkampioenschap van 1995 tegen uitdager Viswanathan Anand. Kasparov's team bracht een belangrijke verbetering op zet 14 van de 6de partij. Hierdoor verloor Anand niet alleen de partij maar was hij ook voor de rest van de wk-finale verplicht om over te schakelen naar zijn backup-repertoire die bijlange niet zo goed was uitgewerkt.
In elk geval het moet sindsdien zijn dat powerplay echt trendy werd en (heel sterke) schakers steeds meer de klemtoon op openingsstudie legden. Iedereen wou partijen winnen zoals Kasparov dus door in de opening al de basis te leggen voor de partijoverwinning. Bijzonder populair waren daarom ook de openingsboeken geschreven in het eerste decennium van 2000 over de repertoires van wereldtoppers zoals Anand (14 boeken !!, Kramnik 6 boeken !!...).

Echter dezelfde Kramnik toonde in de wk-finale Kasparov - Kramnik gespeeld in 2000 ook aan dat er limieten zijn aan het powerplay-schaak. Kasparov realiseerde zich te laat dat hij tijdens de tweekamp geen bres kon slaan in de Berlijnse verdediging en verloor hierdoor zelfs de wereldtitel die hij toen al 15 jaar in bezit had. Het was de eerste keer dat powerplay serieus in vraag werd gesteld maar daar bleef het voorlopig bij. Het was uiteindelijk wachten tot de computer zo sterk was geworden dat elke schaker moeiteloos nu kan zelf zien hoe remise onvermijdelijk is bij perfect spel (rond 2015 zie bv. Computers worden autonoom).

Vandaag denk ik dat niemand nog denkt aan een openingsrepertoire te kunnen uitwerken waardoor je met wit tegen om het even welk systeem een voordeeltje kunt garanderen. Dat is totaal onrealistisch wat dan ook weer niet wilt zeggen dat openingsstudie geen rol meer speelt, integendeel. De klemtoon ligt nu ten allen tijde op het verrassingselement in combinatie met de moeilijkheidsgraad van een stelling. M.a.w. de computerevaluatie is van ondergeschikt belang (die is toch vaak 0.00 dus volledig gelijk). Een prachtig voorbeeldje van dit soort hypermoderne openingskeuzes kan je hieronder zien.
Het is een extreem voorbeeld maar ik vermoed dat het voor iedereen duidelijk is dat het zeer onwaarschijnlijk is dat je dit soort zettenreeksen zonder voorafgaande studie met de computer kunt vinden in een partij. Trouwens zelfs als je dit kent, ben je nog niet veilig zoals ik aan de levende lijve ondervond in de Belgische interclub. Mijn tegenstander de Belgische FM Arno Sterck introduceerde een kleine variatie waarop ik onvoldoende voorbereid was en ik werd daarna hardhandig van het bord gemept.
Ondertussen kan je in de analyses zien dat ik mijn huiswerk grondig gemaakt heb (weliswaar pas na de verloren partij dus nogmaals een bewijs dat je vandaag niet kunt wachten met het bestuderen van nieuwe trends). Of ik het allemaal zal kunnen onthouden is een ander paar mouwen. Wit kan kiezen uit een gamma aan vlijmscherpe 0.00 varianten waardoor je toch bijzonder kwetsbaar bent als je dit niet net vooraf hebt opgefrist. Ik hoop door in mijn analyses extra aandacht te hebben geschonken aan alternatieven voor zwart dat enigszins te hebben gecompenseerd maar ik geef toe dat dit twijfelachtig is (des te meer na het publiceren hier van die analyses). Ik ben dus niet verwonderd dat de meeste topspelers geen zin hebben in deze variant met zwart dus ondanks de computerevaluatie. Pas na 4 nederlagen (3 online + bovenstaande klassieke) en het maken van de uitgebreide analyses kon ik eindelijk tegen scoren.
De computer heeft het speelveld even gemaakt maar meer dan ooit staat de schaker voor de loodzware opdracht om er zoveel mogelijk bruikbaar informatie uit te halen. De "oude" powerplay is evenmin iets dat compleet verdwenen is. Dubieuze of zelfs gewoon compleet verliezende varianten zullen blijven gespeeld worden door sommigen. De computerweerleggingen moet je nog altijd leren en onthouden.

Brabo

donderdag 16 juni 2022

Damesschaak in historisch perspectief

Birth of the Chess Queen



Al wie geïnteresseerd is in geschiedenis, schaken en feminisme (of één van die drie onderwerpen alleen) moet beslist eens het boek “Birth of the Chess Queen” lezen. Ik heb het boek al meer dan 15 jaar liggen. Ik had het onlangs eens terug vastgepakt doordat ik deze paasvakantie in Spanje was met het gezin en in Toledo een paar bouwwerken van “Isabella la Catolica” heb gezien. Toevallig was ik net ook een boek van Dan Jones aan het lezen waar Eleonara van Aquitanië een hoofdrol in speelt.

In dit boek neemt de Amerikaanse historica en feministe Marilyn Yalom (overleden 20 november 2019) de lezer 250 pagina’s lang op sleeptouw doorheen 5 eeuwen Europese geschiedenis (van de 11de eeuw t.e.m. de 15de eeuw ongeveer). Marilyn Yalom was gefascineerd geraakt door middeleeuwse schaakstukken en meer specifiek door de dames op het bord.

Aan de hand van het oudst bewaard gebleven schaakmateriaal legt Marilyn Yalom verbanden met de koninginnen die wel eens rolmodel geweest zouden kunnen zijn voor het schaakstuk. De weergave van de dame/koningin op het schaakbord moet ons iets kunnen vertellen over de socio-culturele verhoudingen uit die tijd en de wijze waarop men naar koninginnen (of dames in het algemeen) keek.

Van een 6de eeuws oorlogsspel naar een typisch vrouwelijke bezigheid

Van origine was het schaken een oorlogsspel dat ergens in de 6de eeuw ontstaan moet zijn in het oude Perzië. Naast de koning (de “sjah”), had je de generaal (de “vizier”) en de traditionele legereenheden die men daar kende, olifanten, paarden, strijdwagens en voetvolk. Via de Moren (die de figuren abstraheerden; afbeeldingen van levende wezens was immers verboden in de islam) waaide het spel over naar Europa, waar het bijzonder populair werd aan sommige adellijke hoven.

Anders dan vandaag, was schaken in de vroege middeleeuwen een uitgesproken vrouwelijke bezigheid. In die tijd kon een vrouw niet zomaar gaan of staan waar ze wou. Meisjes uit adellijke families werden uitgehuwelijkt aan jongens uit families die politiek en/of financieel interessant waren voor de ouders. Voor een dame van adel moet het leven dan ook meestal vrij eenzaam en saai geweest zijn, ergens in een kasteel in een ander land, met een uithuizige echtgenoot waar ze zelf niet voor gekozen had. Het schaakspel was in die tijd een welgekomen afleiding en ontwikkelde zich tot een hoofse bezigheid die een dame van stand hoorde te beheersen. Als een man zich verdiepte in het schaken, werd die niet zelden verdacht van erotische bijbedoelingen. Het laat zich immers raden dat het schaakspel een uitgelezen manier was voor de mannelijke hovelingen om in contact te komen met de dames.

De evolutie van de spelregels en vooral de rol die de dame erin speelt is opmerkelijk. Rond het jaar 1000, was de vizier (of koning/dame in Europa) nog het zwakste stuk op het bord (na de pionnen), want ze kon slechts één veldje schuin vooruit of achteruit. 5 eeuwen jaar later was de dame het sterkste stuk op het bord.

Dit is best wel opmerkelijk, want de middeleeuwen waren nu niet meteen de meest vrouwvriendelijke tijd. Politiek en oorlogsvoering was bijna uitsluitend een mannenaangelegenheid. Toch zijn er in die periode een aantal vrouwen opgestaan die als koningin hun mannelijke tijdgenoten overvleugelden en een uitwisbare stempel op de verdere loop van de geschiedenis hebben gezet. Van sommigen onder hen, weten we dat ze ook schaakten.

Zou het kunnen dat deze vrouwen ook model gestaan hebben voor de koningin in onze geliefkoosde spel?

Eleonora van Aquitanië (1122-1204)

Eleonora van Aquitanië was volgens de overlevering één van de knapste vrouwen van haar tijd, maar het is vooral haar intelligentie en daadkracht die haar exceptioneel maakte. Ze was eerst gehuwd met Lodewijk VII koning van Frankrijk, maar de eerder saaie en matig begaafde koning was geen partij voor Eleonora. Zoals dat vaak gaat met vrouwen die boven hun man uitstijgen, werd dit door Lodewijk niet in dank afgenomen, temeer daar ze er niet in slaagde om hem een zoon te schenken. Lodewijk kreeg de paus zo ver om zijn huwelijk met Eleonora nietig te laten verklaren, maar dat zou de flater van zijn leven blijken en één met grote consequenties voor de verdere Europese geschiedenis. Na de scheiding wist Eleonora behendig enkele kidnappogingen te omzeilen van rivaliserende edelen die haar trachtten in te lijven. Zo vluchtte ze recht de armen in van de hertog van Normandië, de latere koning Hendrik II van Engeland, met wie ze prompt een nieuw huwelijk sloot. Het zou het begin zijn van een conflict tussen Frankrijk en Engeland dat nog een slordige 300 jaar zou blijven voortduren. Hendrik II was een veel sterkere persoonlijkheid dan Lodewijk. De relatie tussen Hendrik en Eleonora was veel evenwichtiger. Het paar verwekte 8 nakomelingen, waaronder de latere Engelse koningen Richard Leeuwenhart en Jan Zonder Land. Het koppel overtroefde het Franse koningshuis in stijl en daden, wat een diepe indruk liet op hun tijdgenoten. Het kan geen toeval zijn dat de koningin (de “regina”) vanaf die periode veel prominenter aanwezig blijkt in Latijnse manuscripten over schaken, dan in de periode ervoor. Eleonora kon zelf ook behoorlijk schaken. Naar verluidt bracht ze een heel pak schaaksets mee uit Byzantium toen ze haar eerste man (de verguisde Lodewijk) vergezelde op kruistocht.

Aan de vruchtbare periode met Henri II kwam een einde toen Eleonora partij koos voor haar zoons in een conflict met hun vader. Het kwam tot een heuse oorlog tussen vader en zoons. In 1174 kwam de koning hier als winnaar uit en zag hij zich genoodzaakt om zijn opstandige vrouw onder huisarrest te plaatsen. Dit huisarrest zou duren tot Hendriks dood zo’n 15 jaar later. Het schaakspel was in die duistere periode een welgekomen afleiding. Na Hendriks dood keerde Eleonora terug op de voorgrond. Als koningsmoeder leidde ze de regeringen van de daaropvolgende koningen. Voor Richard Leeuwenhart redde ze bijna eigenhandig de kroon toen die op kruistocht was. Na Richards dood, zou ze ook nog meerdere kastanjes uit het vuur halen voor diens opvolger, koning Jan, tot ze in 1204 op de uitzonderlijk hoge leeftijd van 82-jaar kwam te overlijden. Eleonora was een heel straffe dame en één van de markantste persoonlijkheden uit de westerse geschiedenis.

Isabella van Castillië (1451-1504)

De schaakregels zoals we die vandaag kennen, zijn pas tegen het eind van de 15de eeuw in hun definitieve plooi gelegd. Het is in die periode dat de dame haar volle kracht kreeg op het schaakbord. Deze periode viel toevallig of niet samen met de heerschappij van een andere vrouw buiten categorie, nl. Isabella van Castilië. Isabella had zichzelf als jong meisje met het betere ellebogenwerk op de Castiliaanse troon gemanoeuvreerd ten koste van haar broers (die in principe meer aanspraak maakten op de erfopvolging dan zij). Achter de rug van haar halfbroer huwde ze met Ferdinand van Aragon. Hiermee bewerkstelligde ze de samenvoeging van de koninkrijken Castilië en Aragon. Het echtpaar veroverde de rest van Spanje op de moren (de reconquista), legde de verdere basis voor de Spaanse monarchie en zette Columbus op weg naar de Nieuwe Wereld. Zo gaven ze de wereldgeschiedenis een beslissende wending. Isabella werd bewonderd om haar vroomheid en daadkracht. Al is het bilan niet zonder meer positief. Naar de normen van vandaag, zouden we hen als fundamentalisten brandmerken, want Ferdinand en Isabella waren ook de oprichters van de inquisitie en ze verdreven ook de joden uit Spanje.

Zowel Ferdinand als Isabella schijnen fervente schakers geweest te zijn. Toen Columbus bij hen om koninklijke steun (en vooral koninklijke financiering) kwam bedelen, werd hij aanvankelijk wandelen gestuurd. Volgens de legende zou Ferdinand van gedacht zijn veranderd toen hij vlak na het bezoek van Columbus een prachtige zet vond op het schaakbord.

In de tijd van Isabella en Ferdinand is het allereerste (nog bewaard gebleven) echte schaakboek geschreven, nl. rond 1495 door Lucena: Repetición de amores y arte de ajedrez. Tot op vandaag is de “stelling van Lucena” verplichte kost voor al wie zich in toreneindspelen verdiept (al staat die specifieke stelling nu niet in zijn boek). Over de man zelf is weinig gekend. Eén van de weinige zaken die we wel weten is dat Lucena een “converso” was, een tot het katholicisme bekeerde jood, niet het type volk dat in de bovenste schuif lag bij de streng katholieke koningin. Misschien heeft Lucena zich via de schaakkunst in de gunst trachten te werken van de koningin. Zou het kunnen dat Lucena om die reden de nieuwe spelregels (met een veel sterkere dame op het bord) promootte? Het is niet eens een heel ver gezochte hypothese.

De neergang van het damesschaak

In de 16de eeuw stonden klinkende namen als Catherine de Medici (1519-1589, koningin van Frankrijk) en Anna van Oostenrijk (1528-1590, hertogin van Beieren), gekend als zeer sterke speelsters, maar in de daaropvolgende eeuw geraakte het schaakspel stilaan uit de mode aan de adellijke hoven. Met de opgang van professionele spelers en tornooischaak vermannelijkte het schaken helemaal.
 
Tot op de dag van vandaag blijft schaken vooral een mannenbastion. Ruim 5 eeuwen na Isabella blijft het sterkste stuk op het bord, de dame, de stille getuige dat het ooit anders was.

Steven Keirse

PS
Het boek zelf is best leuk om lezen, heel veel geestige anekdotes, maar weinig over het schaken zelf. (de schrijfster is zelf geen schaakster en dat merk je wel). De centrale stelling van het boek (nl. dat de dame gemodelleerd is op de maagd Maria en/of bepaalde middeleeuwse koninginnen) lijkt mij historisch-wetenschappelijk betwistbaar (zoals de recensent van The Economist ook suggereert zie Queening it), maar ik vind het te mooi om niet te geloven. De mythevorming over het schaken, is ongetwijfeld een deel van de charme van het spel.

maandag 13 juni 2022

Geheim deel 2

Gibraltar neemt al vele jaren een voortrekkersrol op in het vrouwenschaak en ging dit jaar (die uitgeroepen werd als jaar van de vrouw in het schaken) nog een stap verder. Een fantastische prijzenpot van 100.000 Britse pond werd voorzien voor een uniek tornooi tussen de seksen zie prizes. 10 speelsters (allemaal wereldtoppers) namen het op tegen 10 mannelijke spelers met ongeveer dezelfde rating zie player bios 2022 in een klassiek 10 ronden Scheveningen.

Het tornooi ligt al enkele maanden achter ons dus we kunnen vandaag zeker stellen dat het zowel organisatorisch als publicitair een succes was. Er was veel aandacht in de media voor dit tornooi en de vrouwen bewezen nogmaals dat geslacht geen rol speelt in het schaken. Het werd een nek aan nek-race met weliswaar een onverwacht scoreverloop. De vrouwen kenden een blitz-start met in de eerste 2 ronden telkens een +3 score maar vanaf ronde 4 wonnen de mannen 6 opeenvolgende ronden. Uiteindelijk was de einduitslag dan ook vrouwen 47 - mannen 53.

De Roemeense IM/ WGM Irina Bulmaga schreef hierover een heel interessant Chessbase-artikel. Daarin tracht ze te verklaren wat de ommekeer heeft veroorzaakt. Aanvankelijk dacht ze dat de vrouwen een duidelijk voordeel hadden t.o.v. de mannen. De vrouwen zijn allemaal professionele schakers die dagelijks hard werken aan het schaken en voortdurend competities meespelen. De meeste mannen zijn amateurs of op zijn minst spelen geen professioneel schaken. Dit zien we dan ook duidelijk in de eerste ronden waar de vrouwen beter voorbereid zijn.

Echter vanaf ronde 4 zien we dat het element "samenwerking" de balans in het voordeel van de mannen doet omslaan. De mannen kenden elkaar nauwelijks of niet op voorhand en zullen in de toekomst wellicht ook nooit (of uiterst zelden) elkaar ontmoeten aan een schaakbord. De vrouwen spelen allemaal in hetzelfde professionele circuit en weten dus dat ze zeer binnenkort weer elkaar zullen moeten bekampen op een schaakbord. Dat betekent dus niet verwonderlijk dat de vrouwen veel terughoudender zijn dan de mannen om kennis te delen.

Als je niets hoeft te vrezen van elkaar in de toekomst is het makkelijk om "geheimen" (kennis dus, voornamelijk over openingen) te delen. De vrouwen zaten echter in een heel oncomfortabele situatie want moesten steeds een afweging maken of delen echt wel voordeliger is of niet. Sowieso zal je dan niet alles willen tonen dat op zijn beurt dan weer een spiraal van achterdocht creëert waarna niemand na een tijdje nog iets wilt delen.

Trouwens dat is zeker niet iets typisch voor vrouwen. Ik merk dezelfde terughoudendheid van informatie delen ook op tussen mannen en het is volgens mij de belangrijkste reden waarom Cosmo geen succes is geworden ondanks de verwoede pogingen van de organisatie en de meerdere reclamecampagnes. "Sharing is caring" wordt gebruikt als motto maar dat werkt alleen als iedereen duidelijk voelt dat hij/ zij er op vooruitgaat. Het schaakwereldje (zeker in België) is erg klein. We spelen vaak x-keer tegen dezelfde zie bv. mijn artikel matchen. Ik ben net daarom enkele jaren geleden ook begonnen met het opslaan van mijn partijvoorbereidingen per speler zie screenshot hieronder.
Extract uit mijn Spelers-voorbereiding database

Hoe groter deze database wordt, hoe groter de kans wordt dat ik eens een partijvoorbereiding kan hergebruiken. Je investeert enkele uren hierin maar ik merk op dat je die snel terugwint want het gebeurt recent steeds vaker dat ik iets kan hergebruiken. Hieronder zien we een voorbeeldje hiervan. Als ik dan weer eens speel tegen Marcel Van Herck dan hoef ik dit enkel eens op te frissen/ aan te vullen met zijn meest recente partijen.
Extract van mijn voorbereiding met zwart op Marcel Van Herck

Merk op dat de data die ik verzamel dus veel verdergaat dan wat Chessbase toelaat om automatisch te bekijken. Op elke variant/ opening waarmee de tegenstander een partij heeft staan in de database(s) staat mijn zorgvuldig geselecteerd antwoord al netjes naast (met jaartal waarin het laatst door mijn tegenstander werd gespeeld).

Ik wijk af want ik wou uiteraard in de eerste plaats aantonen dat het volstrekt begrijpelijk is waarom schakers zeer voorzichtig zijn met het delen van informatie. Weinigen zijn bereid om "geheimen" te delen met potentieel toekomstige tegenstanders want je mag er zeker van zijn dat de meesten niet zullen aarzelen om het tegen jezelf te gebruiken. Zo merkte ik op dat mede dankzij mijn blog meerdere Belgische tegenstanders afgelopen seizoen handig gebruik maakten van het feit dat ik dezelfde openingen decennia lang blijf spelen (zie De wetenschappelijke aanpak deel 2). Zo kreeg ik al 26 jaar geleden onderstaande opening voor het eerst op het bord.
Normaal zullen de meeste spelers in een partijvoorbereiding niet verder kijken dan een paar jaar terug naar de partijen van iemand in de database. Bijna niemand speelt 5 jaar later nog steeds dezelfde openingsvariant van een partij in een database maar iemand die mijn blog volgt weet dat Brabo hierop een uitzondering is. Dat kost mij punten of tenminste enkele goede stellingen per seizoen maar eigen schuld dikke bult uiteraard want de blog is mijn eigen keuze.

Anderzijds is het soms wel even slikken voor mezelf als ik hoor hoe sommige schakers er alles aan doen om elke communicatie over het schaken de grond in te boren. Zo hoorde ik laatst iemand zeggen tegen zijn ploeggenoten dat ze niets mochten vertellen aan "Brabo" over het schaken. Zeg niet welke schaakboeken je leest. Zeg niet op welke site je online schaakt. Zeg niets helemaal niets dat "Brabo" misschien uberhaupt ooit ergens zou kunnen gebruiken. Ik vind het maar een triestige reactie vooral omdat we toch allemaal gewoon amateurs zijn. Ik twijfel er ook sterk aan of je met dit soort attitude op termijn iets hebt gewonnen.

Brabo

dinsdag 7 juni 2022

De schaakclub

Vandaag zijn er ongeveer een 130 clubs aangesloten bij de Belgische schaakbond. Dat betekent dus dat slechts een kleine minderheid van de 581 gemeenten in België een schaakclub huisvest. Echter geen schaakclub in de buurt betekent een belangrijke extra drempel voor beginners om de stap van online naar clubschaak te maken.

Dat kunnen we afleiden uit waar de meeste schakers wonen. België telt ongeveer 4500 aangesloten Belgische leden bij de Belgische schaakbond. Dus gemiddeld is 1 op 2500 inwoners in België lid maar ik merk op dat er een groot verschil is qua densiteit als er al dan niet een schaakclub in de gemeente bestaat. Bijvoorbeeld mijn woonplaats Kontich bevat meer dan 20.000 inwoners maar ik ken geen andere schakers dan ikzelf en mijn 2 kinderen die er ook wonen.

Kortom afstand is zonder twijfel de hoofdreden waarom iemand een bepaalde club kiest of überhaupt zelfs schaakt. Bovendien zijn de meeste schakers erg honkvast. Velen spelen hun hele schaakcarriere onder dezelfde kerktoren hun partijtjes. Veel clubs zie je dan ook weinig of niets veranderen doorheen de jaren. Dan spreek ik niet alleen over de mensen maar ook de gewoonten van een club. Aan de speeldagen wordt bijna nooit gesleuteld. Competities, simultaans, tijdschriften, kampioenenvieringen, jeugdwerking... liggen bijna zo vast als DNA.

Uniek is daarom elke schaakclub ook. Als beginner bij het binnenstappen van de eerste schaakclub ben je meestal niet daarvan op de hoogte of tenminste slechts heel oppervlakkig. Pas (veel) later gaan sommigen op zoek naar een alternatief of komen per toeval door bv verhuis in contact met andere schaakclubs. Schaakclubs wisselen heel weinig of niets van info hierover uit want willen uiteraard liever geen leden zien vetrekken. Jammer want het loont echt wel de moeite om eens te kijken over de eigen clubmuren zoals ik uit ervaring kan vertellen. Het is ook de reden waarom ik vorig jaar een schuchtere poging ondernam om het DNA van al die Belgische schaakclubs proberen te ontrafelen zie de Belgische online schaakclub deel 2.

Ook vermoed ik dat je eerste schaakclub voor ieder van ons ook zo een beetje de lat legt voor de verwachtingen later. Ik herinner mij dat in mijn eerste schaakclub Koninklijke Roeselaarse Schaakkring (de Torrewachters) het clubkampioenschap en apres-schaak heel aanwezig waren tijdens de clubdagen. Wel tot op vandaag vind ik dat belangrijke elementen die ik zoek in een schaakclub. Ik knap daarom af op schaakclubs die in scholen spelen want sociaal krijg je nooit dezelfde beleving als in een gezellig cafe. Een schaakclub betekent voor mij meer dan enkel competitie (die voor de meesten op lange termijn toch steeds minder aanspreekt) maar is ook een plaats waar je gelijkgezinden vindt en zelfs vrienden voor het leven kunt maken.

Dat laatste kwam ook recent weer eens tot uiting toen ik op interclubbezoek met mijn huidige schaakclub Koninklijke Schaakkring Deurne was naar mijn eerste schaakclub de Torrewachters. Ondanks dat ik voor het andere team speelde en het 16 jaar geleden was dat ik er nog was geweest, werd ik hartelijk verwelkomd door mijn "oude" schaakvrienden (zie ook mijn "speciaal" verslag voor beide schaakclubs: de Verloren zoon). De partij van die ontmoeting was best interessant dus geef ik hieronder nog eens integraal mee (ook omdat dit artikel anders weer allemaal tekst is 😀)
Het feit dat ik met sommige leden van die eerste club tot op vandaag nog geregeld via mail communiceer, heeft wellicht er ook voor gezorgd dat de band nooit helemaal verwaterd is over die lange tijdsperiode. Ik hoop trouwens in de nabije toekomst (een jaar ?) eens weer samen ergens een tornooi te kunnen spelen.

Ik weet dat veel schakers zich heel hard concentreren op de resultaten en dus weinig geven om alles wat er gebeurt naast het schaakbord. Schakers zijn ook vaak zonderlingen of zelfs eenzaten dus niet altijd de meest sociale mensen. Anderzijds heb ik ook al heel interessante persoonlijkheden in het schaken tegengekomen of gewoon heel toffe mensen om mee te socializen. Als je net als ik dat ook erg apprecieert dan loont het soms om eens iets verder te zoeken naar de juiste schaakclub. Schaken wordt een pak aantrekkelijker als het plaatje niet alleen op het bord maar ook naast het bord klopt.

Brabo

zondag 29 mei 2022

Evolutie deel 2

De Nederlanders Johan Boskamp en Jan Mulder zijn al jaren kind aan huis bij de Vlaamse voetbalstudio's. Hun directe aanpak in de analyses en aanstekelijke lach zorgen voor een belangrijk tegengewicht t.o.v. hun Vlaamse collega's die vaak nogal te terughoudend en zelfs saai overkomen. Ook ik ben fan. Nederlanders zijn meer open dan Vlamingen en die eerlijkheid mis ik soms.

Dat ondervond ik ook laatst toen ik net mijn partij had beëindigd in de Nederlandse interclub. Bij het verlaten van het clublokaal in Sas van Gent botste ik op een Nederlandse IM die al jaren mijn blog volgt (Rara wie is hij? Hij won zonet het Vlaams kampioenschap. 😂). Na een paar complimentjes vond hij het tijd om mij uit mijn kot te lokken met "Brabo jouw aanpak in het schaken sucks". Nadat ik hem mijn leeftijd had verteld, pookte hij het vuur nog wat verder aan met "Je hebt 30 jaar van je leven weggegooid.".

"Je hebt gelijk" zei ik al lachend. In 4 van de 5 partijen die ik speelde het voorbije seizoen in de Belgische interclub was ik weer opzettelijk in de voorbereiding van mijn tegenstanders gelopen. In mijn 3 witpartijen had ik nog telkens de remise-handrem gevonden om grotere schade te vermijden. In mijn ene zwartpartij had ik de opening niet overleefd. Wat is daar nu leuk aan en vooral het is volstrekt onbegrijpelijk (idioot) om dit nog steeds na bijna 3 decennia competitieschaak te doen.

Kortom ik speel met compleet andere prioriteiten. Bovendien merk ik recent ook op dat ervaring zeker op gebied van openingen steeds minder relevant blijkt te zijn. Zoiets zei oud-wereldkampioen Viswanathan Anand ook in een vrij recent interview die hij gaf: Technology has reduced the value of experience. It has put experience in a sort of silo, where it’s valuable only in certain conditions. All experience gives now is some kind of wisdom of having faced a certain situation before, understanding the complexities of making certain decisions, but it doesn’t benefit you as much. Vrij vertaald zegt hij dat technologie heeft de waarde van ervaring laten devalueren. Technologie heeft ervaring in een soort silo geplaatst waar het enkel nog van tel kan zijn in specifieke situaties. Ervaring is een soort van wijsheid die je laat de complexiteit van bepaalde beslissingen beter inschatten maar het helpt je niet echt met de beslissingen zelf.

Begin 2021 schreef ik in een artikel revolutie in het millennium deel 3 hoe grote openingen die soms al 100 jaar of meer op het repertoire staan van wereldkampioenen vandaag door de computer in de vuilbak worden gekeeperd maar het gaat nog verder dan dit. Met de recente opgang van de neurale netwerken zien we dat bijna de hele openingstheorie wordt herschreven. Ik kan het niet meer exact terugvinden maar een topgrootmeester zei dat hij verplicht was om al zijn openingsfiles opnieuw van scratch op te bouwen. Dit ondervond op pijnlijke wijze vorig jaar ook de 13de wereldkampioen Garry Kasparov (zie Vachier Lagrave wins Croatia-rapid-blitz). In tegenstelling met zijn optreden in 2017 zie Evolutie deel 1 werkte deze keer voor geen meter meer zijn openingsrepertoire.
Het is mij duidelijk dat Garry niet al zijn oude openingsfiles van scratch weer opgebouwd heeft met behulp van de neurale netwerken. Iemand die al jaren op schaakpensioen is, heeft geen zin in dat soort titanenwerk. Dat het echt wel de openingen waren die hem parten speelden, bewees hij kort daarna in een Fischer-random-tornooi die hij mits enig geluk had zelfs kunnen winnen tegen de huidige elite zie Dominguez wins 2021 champions showdown chess9lx.

Dus ervaring blijkt meer dan ooit erg vergankelijk te zijn. We kunnen altijd blijven genieten van de talloze prachtige winstpartijen van Kasparov maar op vlak van openingstheorie is zijn rol uitgespeeld. Dat merkte ik recent ook op toen ik de anti-Marshall van Kasparov nog eens van stal haalde in de Belgische interclub. Mijn tegenstander de Belgische FM Adrian Roos wist precies hoe hij het varkentje moest wassen en speelde het beduidend nauwkeuriger dan Kasparov's wk-tegenstander in 1993: Nigel Short.
Dat betekent dus ook dat ik misschien toch niet zo veel heb gemist in de voorbije 30 jaar. Het lijkt mij dat voor iedereen de counters recent reset zijn en we allemaal weer zullen moeten leren. Dat niet iedereen daar nog zin in heeft, verwondert mij evenmin zoals ik vorige week las op schaaksite zie Ajuus. Na 30 jaar hoofdklasse/ meesterklasse houdt o.a. de Nederlandse IM Henk Vedder het voor bekeken. De veelvuldig kampioenenploeg En Passant laat zich vrijwillig degraderen om op een niveau te kunnen spelen waar het opvolgen van de laatste openingstrends onbelangrijk is.

Dat is allerminst hoe ik er zelf tegen aan kijk. Ik heb de voorbije 2 jaar nooit harder gewerkt aan de openingen. Ik vind het razend interessant om zelf met een computer openingen te kunnen fileren als nooit tevoren. De tools zijn er eindelijk om als gewone sterveling te kunnen wedijveren met topgrootmeesters in de openingsstudie. Aan een schaakpensioen denk ik nog niet, integendeel.

Brabo

donderdag 19 mei 2022

Computerevaluaties deel 2

Vorige week kreeg ik een berichtje van een vriend/ jeugdcoach met de vraag om te helpen met het begrijpen van een computerevaluatie. Stockfish gaf een score van meer dan + 2 voor zwart maar zelfs na meerdere minuten zetten uitproberen, slaagde hij er niet in het winstplan te ontdekken. Kon ik het hem uitleggen in enkele woorden wat de computer niet met cijfers kon?

Het is een steeds vaker wederkerend probleem tegenwoordig dat schakers zich verloren voelen bij het bekijken van de computerevaluaties. HK5000 schreef er eind vorig jaar een artikel al over zie deel 1 dat computerevaluaties voor ons stervelingen vaak buiten ons begrip liggen. Voor computer-haters is het koren op de molen om computers zoveel mogelijk te bannen uit analyses van partijen gespeeld door mensen.

Nu i.p.v. mijn vriend enkel uit te leggen waarom meer dan +2 voor zwart, toonde ik aan mijn vriend ook hoe hij zelf in het vervolg het winstplan kon ontrafelen. Daar is 1 heel simpele truuk voor en dat is de computer de positie laten uitspelen tegen zichzelf. Dat kan via een eenvoudige "shootout" met een blitzpartijtje maar je kan het ook uitbreiden zoals ik al beschreef in een van mijn allereerste artikels op deze blog: Analyseren met de computer.

"Dat kost (te) veel tijd" was de reactie van mijn vriend. Ja, je hebt inderdaad veel meer tijd nodig dan wat een 1000-2000 elo sterkere computer in soms enkele seconden kan berekenen. Daar wringt uiteraard het schoentje. Ik schreef het onlangs nog in het artikel Amateurs: de meeste schakers hebben geen flauw benul van wat er nodig is om een sterke schaker te worden en vooral zijn niet bereid om de nodige inspanningen ervoor te leveren. Persoonlijk slaag ik er dus altijd in om een computerevaluatie mits de nodige tijd te investeren (jawel soms vele uurtjes) uiteindelijk te doorgronden. Echter dat is voor mij niet het einde van de rit.

De volgende vraag is dan ook "Wat doen we met die nieuwe verworven kennis"? Opnieuw lopen de meningen tussen profschakers/ coaches uiteen. Sommige zijn van mening dat we ten allen tijde lessen kunnen trekken en die vervolgens in toekomstige partijen moeten kunnen toepassen. Think Like a Machine (die ik al vermeldde in het artikel Praktisch schaak) is het meest categoriek. We moeten trachten te denken als de computer. Anderen zijn subtieler zoals Leren leren van computers met Matthew Sadler the silicon road to chess improvement of laatst nog in het chess.com-artikel Modern chess trend double edged pawn push. Ik krijg soms koude rillingen van die onzin want daar zou altijd onderstaande waarschuwing moeten bij vermeld staan.
Echt ik ben ervan overtuigd dat het "aanleren" van bepaalde computerzetten/ winstplannen vaak meer slecht dan goed doet voor iemands schaakontwikkeling. Zo gingen alle alarmbellen bij mij laatst af  bij het chess.com-artikel dat ik hierboven naar refereerde. De computer toont vandaag in de meest onmogelijke stellingen dat g4-g5 de beste zet is maar het is absurd volgens mij om de lezers te vertellen dat we zelf ook dit soort zetten moeten opzoeken en durven spelen.

Eigenlijk ondermijnt de auteur al met het eerste voorbeeld in zijn artikel zijn eigen verhaal. Als we zo gemakkelijk van de computer leren dat g4-g5 de beste zet is in heel veel stellingen dan waarom werd dit door de jonge Nederlandse supergrootmeester Jorden Van Foreerst gemist in onderstaande partij? Hij had zeeën van tijd op de klok en Jorden is ontegensprekelijk iemand die zeer intensief met de computer werkt en weet er het allerkleinste voordeel uit te destilleren.
Dus nee g4-g5 is geen zet die je zelfs als zeer sterke professional automatisch op je radar hebt staan zelfs na vele jaren geleerd te hebben van een computer. Er zijn gigantische risico's verbonden aan deze zet die je door de jaren heen met scha en schande hebt leren inschatten. Ik durf te stellen dat een sterke schaker dit slechts durft te spelen in een onbekende stelling als er een concreet voordeel zichtbaar is (behalve misschien een schaakpersoonlijkheid zoals de Nederlandse IM Manuel Bosboom die kickt op deze onorthodoxe zetten).

Kortom als de computer in mijn eigen partijen de zet g4/g5 aanduidt als beste/interessante zet dan zal ik wel eens glimlachen bij het zien van zoveel wonderlijk moois maar ik zal het mezelf zelden kwalijk nemen dat ik de zet niet eens overwogen heb tijdens de partij. Recent botste ik minstens 2 maal op zulke stellingen bij het analyseren van mijn eigen partijen. In het eerste voorbeeld was het mijn tegenstander die de kans aan zich liet voorbijgaan.
Dus g4 werkte omwille van enkele briljante tactische motieven die in de stelling verscholen zaten. Dat het ver boven de rekencapaciteiten ligt van een mens, wordt bewezen door Leela die als 3500 schaakprogramma zich eveneens schromelijk misrekent.

Het andere voorbeeld heb ik zelf gemist in de Belgische interclub tegen de Belgische FM Adrian Roos. Opnieuw twijfel ik sterk of het een goed idee ware geweest om g4 te spelen in de praktijk ondanks dus dat het aanbevolen wordt door de computer.
Dat zetten zoals g4-g5 mogelijk zijn en soms zelfs de beste kunnen zijn in bepaalde stellingen, ontken ik absoluut niet. Ik denk wel dat we dit in de voorbeelden die ik in dit artikel toon, moeten overlaten aan de professionele idioot die onze schaakcomputers zijn. We moeten een duidelijk onderscheid maken in het beoordelen van computeranalyses  (synthese) van wat wel of niet door ons in de praktijk kan worden gebruikt. Daarbij moeten we zeker ook rekening houden met ons eigen speelsterkte. Voor minder ervaren spelers is dit geen eenvoudige opdracht. Een persoonlijke coach is daarom geen luxe.

Ik heb in dit artikel het gehad over een valkuil van computerevaluaties maar er valt zeker ook veel van te leren. Daar zal ik het later (nog) eens over hebben. Behalve de evidente openingen kan je ook door de jaren heen een heleboel middenspel/ eindspelkennis aanleren door dagelijks met de computer te werken. Ik ben daar het levende bewijs van want ik heb nauwelijks of geen schaakboeken over strategie/ positiespel gelezen.

Brabo

zaterdag 14 mei 2022

Mode deel 4

In het vorig blogartikel liet ik doorschijnen dat ik het niet heb op gokkers in het schaken. Speel om het even welk ander spel maar blijf weg van het schaken. Ik sta te roepen in de woestijn want de schaakwereld bestaat uit een allegaartje van spelers. De drijfveren lopen soms zeer uiteen tussen de schakers.

Bovendien kan ik niet ontkennen dat geluk toch geregeld in een schaakpartij een rol speelt. Een partij kan niet gewonnen worden als de tegenstander geen fout maakt. Elke competitieschaker hoopt dus in zekere zin altijd op fouten van de tegenstander.

Het niveau van de schaker is hierbij niet de enige factor die een rol speelt.  Door het opzoeken van (opening-)stellingen die fouten (liefst grote) eerder bij de tegenstander uitlokken, kan je het lot een serieus handje helpen. Die bereik je vaak niet door het spelen van de beste zetten (eerste keuze aangegeven door de computer) want daar kan je moeilijk iemand mee verrassen.

Vooral in snellere partijen (die nog steeds in populariteit winnen) zien we hoe efficiënt deze aparte techniek kan zijn. Het is veel meer dan hoopschaak want je hebt een groot saftey-net. Een mooi voorbeeldje uit mijn eigen (online) bordpraktijk hiervan zien we in onderstaande partij.
Jawel dus in 16% van mijn online blitzpartijtjes (28/171) antwoordde mijn tegenstander 7.Dh5 met 0-0. Echter minstens even belangrijk vind ik ook dat er geen weerlegging bestaat van 7.Dh5 en ik ook zonder 0-0 nog steeds volgens mijn rating scoorde.

Ik ben er best een beetje trots op dat ik dit idee eind 2020 ontdekt heb (zie geometrie) dus ik schrok recent wel toen ik in de lichess database per toeval zag hoe vaak anderen dit ook al gespeeld hebben.
Reeds 5064 partijen staan reeds geregistreerd met deze nochtans vreemde openingspositie. Met meer dan 25% (1289/5064) wordt zelfs een gemiddeld hogere succespercentage behaald (wellicht omdat hier ook snelle bulletpartijen zijn meegerekend die ik niet speel).

Hoe is dit uberhaupt mogelijk? Zou het? Ik bedoel, was ik met mijn blogartikel begin vorig jaar de katalysator hiervoor? De complete lichess database bekijken is te omslachtig maar dankzij Lichess Elite Database (enkel blitzpartijen van +2400 spelers) kan ik toch een goed idee krijgen wanneer de meeste partijen met die opening gespeeld zijn.
De gele ster is de maand (december 2020) wanneer ik het begon te spelen op lichess. De rode ster (januari 2021) is de maand wanneer ik erover schreef in een blogartikel. We zien een duidelijke toename van de populariteit in die maanden dus hoogstwaarschijnlijk heb ik er inderdaad aan meegeholpen.

1 van de fans die er van het eerste uur bij was en nog steeds bij is, is de Belgische FM Frederic Decoster. Hij schreef op 26 januari 2021: "Heel interessant" Dit is een nieuwtje die zijn ingang wel kan vinden." Ik merk op dat hij ondertussen het al minstens 26 keer zelf online getest heeft. De onderstaande is een leuke en knappe overwinning in het 2de oks (online klassiek schaaktornooi) tegen een jonge speler die recent heel veel progressie gemaakt heeft.
Echter in de grafiek zien we ook een terugval in de 2 volgende maanden en een derde groene ster waardoor er toch meer aan de hand is. Het duurde even vooraleer ik besefte waarom er in april precies een nieuwe piek werd bereikt tot ik ergens las dat de regerende wereldkampioen Magnus Carlsen had verloren in 8 zetten en na nauwelijks een paar seconden spelen. Zou het? Nee toch, jawel.

We hebben "geluk" want Carlsen was live aan het streamen toen hij met exact dit truukje werd mat gezet zie twitch.tv. De partij kan je hier nog "naspelen". Carlsen kon er zelf hartelijk mee lachen maar het filmpje en de zetten gingen als een lopend vuurtje door de schaakgemeenschap. Plots kende bijna iedereen het nu.

Dit zien we heel duidelijk in de populariteit van de opening in de maanden daarna. Als de wereldkampioen in deze val was getrapt dan was het zeker de moeite waard om het tegen om het even wie eens te proberen.

Ik ben dus een illusie rijker dat ik als onbekende kleine schaker een nieuwe trend/ mode in de schaakwereld had gecreëerd. Marcel Van Herck zei het laatst nog in een reactie op mijn artikel tablebases: het zijn altijd de grote spelers die met de pluimen gaan lopen. Alles wat Carlsen aanraakt, verandert in goud zelfs als hij een bulletpartijtje verliest in 8 zetten door te premoven. Tja er valt weinig tegen te beginnen en gelukkig hoef ik er geen boterham minder door te eten.

Brabo