vrijdag 12 oktober 2018

Vals nieuws

Het verspreiden van vals nieuws is van alle tijden maar het is pas dankzij Trump dat het probleem door de media als een prioriteit wordt beschouwd. De zogenaamde kwaliteitsvolle media geeft schoorvoetend toe dat ze vandaag grotendeels falen in het verstrekken van correcte informatie aan het brede publiek. Voor velen zijn sociale media hun enige nieuwsbron die kwalitatief vaak een zeer bedenkelijk niveau haalt. Daarnaast zien we dat ook bij de grote productie-huizen er veel verkeerd loopt. Het oude financiële model staat onder druk door de steeds kleiner wordende inkomsten. Werknemers worden ontslagen waardoor de rest natuurlijk meer en sneller artikels moet publiceren. Controles op feiten/ de waarheid worden door kostenbesparing fel verminderd of zelfs achterwege gelaten. Artikels die financieel interessanter zijn, krijgen voorrang op inhoud.

Desalniettemin maakt de Belg zich geen zorgen hierover zie dit artikel op hln. Trump is voor de meesten een ver van mijn bed show en men ziet geen graten in de lokale berichtgeving. Kortom vals nieuws wordt hier nog steeds vooral bekeken als iets uitzonderlijk en als het dan toch eens voorkomt dan zal het wel makkelijk te detecteren zijn. Enkel naïevelingen worden slachtoffer. Echter daar ben ik het niet eens mee. Je hoeft echt geen domoor te zijn om misleid te kunnen worden. Trouwens iemand die de actualiteit op de voet volgt, zal al lang opgemerkt hebben dat we ook thuis in hetzelfde bedje ziek zijn.

Het meest recente voorbeeld van een paar dagen geleden is natuurlijk vrt kreeg ook geld voor programma's van de nieuwsdienst. Je kan onmogelijk van een vrije pers spreken wanneer nieuwsonderwerpen worden bepaald volgens wie het meeste betaalt. Dit is standaard in een dictatuur maar toch zeer bedroevend voor een zogenaamde democratie als België. Een paar jaar geleden hadden we een ander schandaal met Woestijnvis stuurt Vlaamse pers valse onderzoeken. De media publiceerden naar hartenlust de vaak smeuïge artikels zonder de minste controle of het waar was. De journalistieke deontologie vereist nochtans dat bronnen worden gecheckt op hun geloofwaardigheid maar dit blijft te vaak dode letter.

Net daarom vind ik het geregeld interessanter om de commentaren op artikels te lezen dan de artikels zelf. Niet zelden valt de auteur door de mand door een reactie van een lezer die meer afweet van het onderwerp dan de schrijver zelf. Ik denk bijvoorbeeld aan Ken je de Hanson-brothers nog die hebben nu een heel ander leven terwijl de reacties net het tegenovergestelde aantonen. Hier was duidelijk dat de auteur niet de minste moeite had gedaan om iets op te zoeken over zijn onderwerp. De eigen gedachten worden in een verhaaltje verpakt en zonder blikken of blozen aangeboden als feiten.

Er is niets mis op zich met een opinie neer te schrijven over iets maar dan wel gestaafd met feiten. Dit verplicht ik mezelf voor de blog. Hier kruipt heel veel tijd in. Alleen de statistieken die in mijn artikel de wetenschappelijke aanpak deel 2 staan, hebben mij al meer dan 10 uren werk gekost. Partijanalyses maken, referenties opzoeken,.... zijn allemaal tijdrovende activiteiten die een artikel inhoudelijk rijker maken. Nu ik heb natuurlijk een groot voordeel daar ik niet onder tijdsdruk sta. Het gebeurt geregeld dat ik een paar dagen extra neem om een artikel finaal te publiceren. Deze luxe heb ik met deze blog.

Desondanks zelfs zonder deze luxe mag tijdsgebrek geen excuus zijn. Vals nieuws is voor de betrokken personen onaangenaam en vaak ook schadelijk. Ik was dan ook verbouwereerd dat een toch wel een zeer integere persoon als Jan Gooris in een onderlinge communicatie erg lichtzinnig was over enkele foutjes in zijn artikels van Vlaanderen Schaakt Digitaal ontstaan door een gebrek aan checken van feiten. Bovendien ik heb het hier dan nog enkel over eenvoudige controles zoals snel even met bv. google je onderwerp op te zoeken. Data-mining, interviews afnemen,... laat ik dus buiten beschouwing.

Een recent voorbeeldje was bijvoorbeeld de persoonlijke interpretatie die Jan Gooris gaf op mijn partij tegen Sarah Dierckens die toevallig ook becommentarieerd staat op mijn blog zie de grote ontsnapping. Jan schrijft hierover dat Sarah heel veel moed toonde door onvervaard een zeer riskante opening zoals de Ponziani te spelen tegen een veel sterkere tegenstander. De werkelijkheid is totaal anders. Als Jan had gekeken in om het even welke gratis online database naar Sarah's partijen dan had hij opgemerkt dat de Ponziani al bijna 15 jaar op haar vast repertoire staat. Onderstaande is een partijtje van haar die dateert uit 2004.
Bovendien als je kijkt naar onze onderlinge partij dan zie je al heel snel dat ze helemaal nog geen kennis had van de 5...Lc5 variant. Moed had er dus helemaal niets mee te maken. Het is onwetendheid en conservatisme dat haar keuze voor de Ponziani verklaart. Ik zie trouwens dat ze ondertussen heeft begrepen dat het tijd is om te variëren want in de Open van Charleroi opende Sarah voor het eerst met Pf3.

Ik heb het al eerder aangehaald in mijn artikel partijen becommentariëren dat je jezelf op glad ijs begeeft wanneer je andermans partijen becommentarieert. Zeker bij het verslaan van toptornooien is het verstandig om geen uitspraken te doen over stellingen die niet door een computerevaluatie kunnen ondersteund worden. Dat mocht laatst zelfs Peter Doggers ondervinden toen hij claimde dat Le2 in de Najdorf niets is voor wit. Al snel werd hem erop attent gemaakt dat bijna de hele wereldtop Le2 recent nog heeft gespeeld. Het noodzaakte hem om zijn statement achteraf af te zwakken tot het nietszeggende dat geen enkele lijn tegen de Najdorf voordeel garandeert zie dortmund r4 kramnik shows duda whos the boss. In elk geval kan ik uit ervaring meedelen dat het zeker geen eenvoudige opening is om een remise met zwart af te dwingen. Mijn meest recente standaard-partij in die opening was een zeer ingewikkeld gevecht met kansen voor beide kleuren.
Professionele verslaggevers met vele jaren ervaring op de teller zijn dus niet feilloos. Niet verwonderlijk slaan lesgevers ook af en toe de bal mis. Zo kwam mijn zoon een paar maanden geleden naar huis met het fabeltje dat Komodo de sterkste engine is voor het eindspel. Ik weet niet met welke schaakprogramma's die lesgever al heeft gewerkt maar ik betwijfel ten zeerste of de meest recente versie van Stockfish vandaag inferieur is aan Komodo in het eindspel. Ik heb al eerder geschreven over de suprematie van Stockfish (zie o.a. minachting). Als je de partijen van de meest recente superfinale naspeelt dan valt je direct op hoe sterk Stockfish wel is in het eindspel. Onderstaande partij kan als bewijs zeker tellen. Komodo geeft +5 in het eindspel maar Stockfish geeft geen krimp.


Bovenstaande voorbeelden van vals nieuws in het schaken zijn natuurlijk vrij onschuldig. Het is niet opzettelijk en ik vermoed dat er behalve enige irritatie weinig schade is. Daarentegen toont het wel aan dat vals nieuws overal terug te vinden is. Ik heb daarom altijd mijn kinderen aangemoedigd om vragen durven te stellen. Geloof niet zomaar wat men zegt, mezelf incluis.

Brabo

vrijdag 5 oktober 2018

Afscheid

Ronny De Cock (2 december 1961 - 30 september 2018)
Een lang leven wordt algemeen beschouwd als een ideaal waarnaar we allemaal moeten streven. Echter niemand vertelt hierbij dat dit gepaard gaat met talloze malen vaak pijnlijk afscheidnemen. In meer dan 20 jaar competitieschaak zijn ondertussen al een lange lijst van spelers overleden waar ik ooit heb tegengespeeld. Luc Rogiers, Leo Boey, Jan Verslype, Phillipe Vanspeybroeck, Albert Vandezande, Jos Mollekens, Werner Vanden Brande, Tanguy Ragheno, Aloyzas Kveinys, Rene Beniest, Willem Hajenius,... zijn allemaal ooit 1 of meerdere keren mijn tegenstander geweest in een standaardpartij.

Elk van hen verdient zeker een memoriam maar dan zou deze blog wel heel donker worden. Bovendien is het ook zo dat ik meestal weinig of niets persoonlijks weet van schakers dan wat er al allemaal vrij beschikbaar is op het internet. De meesten zijn geen grote vertellers en zelf ben ik ook al lang geen grote tooghanger meer om uren te luisteren naar verhalen. Ik vind het soms wel jammer dat het schaken slechts beperkt is tot het schaakbord. Het is trouwens ook 1 van de belangrijkste redenen om dit jaar toch nog weer eens het klubkampioenschap mee te spelen in Deurne. De partijen worden vrijdagavond afgewerkt waardoor ik minder haast hoef te hebben om naar huis te gaan. Na de partijen is er gelegenheid om in de gezellige bar nog samen met een drankje een praatje te slaan met andere spelers.

Vrijdaglaatst speelde ik de eerste ronde tegen Ronny De Cock. De apres-schaak liep wat stroef door een pensioneringsfeestje voor een politie-agente die tezelfdertijd in het lokaal plaatsvond. Voor de schakers was er geen prive-ruimte maar dit weerhield ons niet om toch een paar drankjes te nuttigen samen met de vele politie-agenten in burger. Uiteraard was het eerste gespreksonderwerp de verhoging van de pensioenleeftijd. Vervolgens kwamen niet verwonderlijk ook enkele verhalen naar buiten over de politie. Zo wist Ronny ons te vertellen dat hij ooit door 2 politie-agenten die op dat moment aanwezig in het lokaal waren, was meegenomen naar het politiebureau. Hij verraste mij door te bekennen dat hij jaren lid is geweest van een motorclub waarmee hij heel wat heeft beleefd. Dit scherp kantje kende ik van Ronny niet maar zo begreep ik wel beter waarom hij geen risico's schuwde in het schaken. Het koningsgambiet was voor Ronny bijgevolg een geliefkoosd wapen die ook die vrijdag op het bord kwam.

Lang bleef ik uiteindelijk niet hangen in de club want andere spelers waren zelfs nog steeds bezig met hun partij toen ik huiswaarts keerde. Het politie-feestje vond ik nogal storend en dus konden we beter wachten tot zondag om onze babbel verder te zetten. Echter zondag bleef Ronny's bord leeg in de interclub. Pas de volgende dag kwam ik te weten dat Ronny overleden was. Zulke onvoorstelbare dramatische wending kon ik niet geloven. Het valt gewoon niet te accepteren want een paar dagen eerder was nog alles goed.

4 keer hebben we in klubkampioenschappen van Deurne elkaar partij gegeven. Geen enkele partij was makkelijk en 1 keer zorgde hij bijna voor een stunt door al heel vroeg in de partij mij in de problemen te brengen. Ter nagedachtenis geef ik deze partij met commentaar.

Ronny vertelde mij ook af en toe dat hij mijn blog las. Ik las in het meest recente nummer van Vlaanderen Schaakt Digitaal een oproep om spelers eens in de bloemetjes te zetten (zie pagina 2 van editie 2018-17). De auteur heeft misschien ook mijn artikel Jubileum gelezen. Ronny heeft deze kans niet meer gekregen maar dit artikel kan ik wel nog aan hem toekennen.

Brabo

dinsdag 2 oktober 2018

2. Edgar(d) Colle

2. Edgar(d) Colle
(18 mei 1897, Gent - 19 april 1932, Gent)



Edgar of Edgard Colle? In Chess notes 8764 buigt Edward Winter zich over de vraag en stelt vast dat in Colle’s tijd, zowat alle bronnen Edgard vermelden. Er is ook een “Edgard Colle” handtekening van Colle zelf onder een foto, en op zijn graf staat eveneens Edgard. Het zijn pas recentere bronnen die Edgar zijn gaan gebruiken, maar waar de oorsprong hiervan ligt, blijft in het midden…

Edgard Colle werd al in 1917 kampioen van Gent en in de jaren daarna is hij vijf keer schaakkampioen van België geweest, naast zes titels als kampioen van de Belgische schaakbond. Al in 1922 won hij een NK-titel door een match van Koltanowski met 6-2 te winnen. Vanaf 1918 trainde hij in de CREB in Brussel met de lokale speler Max Nebel, die van meestersterkte was. In datzelfde Brussel kreeg hij in 1922 zijn vuurdoop tegen een speler van Europees niveau, maar dat viel sterk tegen: Znosko-Borovski won met 6-0, een score die Colle deels aan zijn eigen, voortvarende speelstijl te “danken” had. Maar hij stak veel van de match op en dat rendeerde snel.

Hij brak internationaal door in 1923, in het tornooi van Scheveningen, dat dus niet enkel bekend is gebleven van het “Scheveningen” concept (elke deelnemer van ploeg A speelt tegen elke deelnemer van ploeg B). Hij moest er enkel Euwe en Maroczy laten voorgaan, twee spelers waarmee hij nog vaak de degens zou kruisen. Het goede resultaat bevestigde zijn streven om beroepsspeler (naast schaakjournalist) te worden en in de jaren die volgden was hij heel actief: tussen 1922 en 1931 speelde hij in meer dan 50 tornooien, wat neerkomt op een gemiddelde van zo’n 5 tornooien per jaar. Jammer genoeg kreeg hij al vanaf 1924 problemen met zijn maag – problemen die hij waardig droeg, maar die uiteindelijk leidden tot een serie operaties, waarvan de laatste hem fataal zou worden.

In Hastings 1923/24 kon hij als enige de tornooiwinnaar Euwe verslaan. Met Euwe zou hij trouwens een goede vriendschapsband ontwikkelen, omdat hij voor zijn maagproblemen vaak naar specialisten in Amsterdam reisde en dan bij Euwe kon blijven overnachten. In Merano 1924 betaalde hij nog leergeld – hij werd (briljant) van het bord gezet door de oude meester Tarrasch, en eindigde laatste met Opocensky en Steiner – op zich nog geen schande, om met dit gezelschap de rode lantaarn te delen. Dat hij Europese top was, bewees hij in het WK voor amateurs in Parijs (het individuele tornooi dat bij de Olympische Spelen hoorde), waarin hij derde werd, achter de Letten Matisons en Apsenieks, maar voor Euwe.

In 1925 won hij een hard bevochten tweekamp van Koltanowski. Het werd een duidelijke 4-0 overwinning voor Colle, met drie remises. Het matchboek is nu een collectors’ item geworden. Hoewel Koltanowski later Colle als “zijn vriend” zou bestempelen, en de Colle-opening ter zijner ere trouw zou blijven, was er toch een sterke competitie tussen hen beiden. Volgens de legende gebeurde volgend incident bij een interland tussen België en Nederland; Koltanowski eiste het eerste bord op, vóór Colle, die hierover zeer ontstemd was. Colle zou toen naar Euwe gegaan zijn met het dreigement dat hij zijn beide benen ging breken mocht Koltanowski winnen. Het lijkt een broodje-aap verhaal, want als er één ding naar voor komt in de eulogieën, dan is het dat Colle één en al vriendelijkheid was, zowel naast als aan het bord. Euwe won trouwens zijn partij…

In 1926 was het raak: winst in Amsterdam, een klein maar sterk bezet tornooi. Het was zijn eerste internationale tornooiwinst, voor Tartakover, Euwe en Pannekoek. 1926 was trouwens zijn beste jaar, waarin hij ook zijn bekendste tornooi-overwinning boekte, in Merano. Hij won dat tornooi voor Esteban Canal, die in die periode ook zijn beste schaak toonde, Grünfeld, Spielmann, Yates, Tartakover en Kostic. Het jaar erop won hij het BCF-Congres in Scarborough, voor Fairhurst, Yates, Thomas, Wahltuch en Berger. Dat was iets wat hij in Scarborough 1930 herhaalde. In dat laatste tornooi hield hij Maroczy, Rubinstein, Ahues, Sultan Khan en Grünfeld achter zich. Deze overwinning moet misschien hoger ingeschat worden dan zijn winst in Merano vier jaar eerder. Hij eindigde ongeslagen met een vol punt voorsprong op een selectie van zeer goede Europese spelers. Tussendoor werd hij nog eerste in Hastings 1928-29, gelijk met Marshall en Takacs.

Was Colle wereldtop? Net niet. Was hij Europese top? Ja; zijn score tegen Euwe, Tartakover, Znosko-Borovsky (door die match in het begin van zijn carrière), Nimzowitsch, Bogoljubov, Aljechin en Vidmar was duidelijk negatief, maar tegen Yates, Thomas, Koltanowski en Grünfeld had hij een plusscore. Tegen Rubinstein, Maroczy en Reti was de score gelijk. Daarnaast won hij matchen van Koltanowski, Olland, Landau, Tackels en Van Hoorn. Ondanks zijn korte carrière is het duidelijk dat hij in zijn korte leven (hij overleed net voor zijn 35ste verjaardag op de operatie-tafel) zijn stempel heeft kunnen drukken op de West-Europese schaakwereld. Samen met Koltanowski zette hij België als schaakland op de kaart. Door zijn successen en zijn opening, toonde hij aan dat hij een origineel denker was, dat er ook “simpele” systemen bestonden om sterke tegenstanders te bestrijden, die in het bereik van iedereen lagen.

Onderstaande partij is één van de meest geanalyseerde partijen ooit, mede omdat Vukovic het offer Lxh7 in de partij in zijn boek “The Art of Attack in Chess” incorrect vond. Latere analyses wezen uit dat het speelbaar was, maar tegen de beste verdediging niet noodzakelijk tot winst leidde.
Wat is de impact geweest van Colle op het Belgisch schaakleven? Wie deze vraag stelt, moet eerst kijken naar zijn leven en zijn impact hierop “schalen”. Colle was een tijdgenoot van de grote spelers van de nieuwe, hypermoderne school, maar zat nog volop in de klassieke periode van de grote namen (Tarrasch, Spielmann, Lasker, Capablanca, Aljechin). Net voor hij overleed, gingen namen als Burn, Janowski, Reti, Gunsberg, Weenink en Noteboom heen. Net na Colle overleed ook Sandor Takacs, waarmee hij in Hastings 1928-29 het tornooi gewonnen had. Niet veel later wisselden Loman, Yates, Matisons veel te vroeg het tijdelijke met het eeuwige. Het verschil met bv Nederland – dat bv de nog jongere Noteboom verloor – was dat Colle zowat met Koltanowski de enige Belg was die op Europees niveau mee kon, terwijl in Nederland er diverse sterke namen naast Euwe opkwamen (Landau, Van den Bosch, …). Daarnaast hadden de Nederlanders al een eerste sterke generatie, met onder andere de broers Van Foreest.

Dus ja, het overlijden van Colle was een grote aderlating voor het Belgische schaken – en toen Koltanowski, met zijn ervaring uit WOI in het achterhoofd, ervoor zorgde dat hij wegkwam voor WOII uitbrak, ook België liet voor wat het was, bleef het “Belgisch Schaakbord” achter zonder zijn twee koningen.

Qua impact heeft Colle wel degelijk een grote stempel gedrukt op het Belgische schaakleven. In de eerste plaats door zijn tornooi-overwinningen, die het schaken op de voorgrond bracht. Maar ook door zijn opening (hij won ermee drie keer van de Engelse kampioen Thomas, die tevergeefs telkens een andere opstelling probeerde), die nog altijd veel aanhangers telt op clubniveau – en terecht. Het is misschien een “te simpele” opening voor +2300-spelers – laat ons zeggen, te ééndimensionaal, wits plan is nogal duidelijk: koningsaanval – maar voor de gewone liefhebber is dat net het voordeel. En een grote populariteit van je eigen opening op clubniveau is misschien onder het niveau van een Kasparov, maar voor een “kleine Belg” betekent het wel faam over de hele schaakwereld. Ik besluit met de woorden van Euwe: “De mensch Colle stelde den schaker Colle nog verre in de schaduw”. 

Bronnen :

HK5000