woensdag 26 juni 2019

Computers worden autonoom deel 2

Het voorbije toptornooi Norway Chess Altibox beschouwen als een mixed succes is wellicht een eufemisme. De lokale held, regerend wereldkampioen Carlsen won zoals de organisatoren hadden gehoopt maar kwalitatief en kwantitatief bleef het schaken beneden verwachtingen. Sommige spelers verborgen niet eens hun intenties om snel van het klassieke schaak af te geraken en de beslissing in de armageddon te laten vallen. Bovendien zagen we meermaals dat die armageddons van een bedroefd niveau waren daar ze doorspekt waren van talloze blunders.

Als het de bedoeling was om de remisedood van het schaken af te wenden dan heeft men alvast de bal compleet verkeerd geslagen. Trouwens heeft Carlsen ons niet net in de laatste maanden getoond dat winnen nog altijd mogelijk is zelfs tegen de beste schakers? Kortom de remedie maakte het alleen maar erger. Daarentegen in correspondentieschaak zien we dat het remisepercentage wel een groot probleem geworden is op het allerhoogste niveau. Ik rapporteerde hierover al in computers worden autonoom deel 1 en ondertussen is de situatie nog verslechterd.
De 30ste WK-finale is nog lopende maar daar staat het remisepercentage voorlopig op 93% met 95% van de partijen gespeeld. Een verandering van de spelregels voor een wk-finale dringt zich op want het alternatief is op termijn de stopzetting.

Echter zoals zo vaak zien we dat bestaande systemen ondanks beter weten in, er niet in slagen om zichzelf te corrigeren. Grote veranderingen zien we in de geschiedenis bijna altijd pas ontstaan door invloed van extreme situaties. Eveneens is het zo dat bijna alles in de geschiedenis al eens is voorgekomen maar we vergeten de lessen. Ook de remisedood is niet iets nieuw. Reeds in 1900 dus bijna 120 jaar geleden werd een oplossing ervoor bedacht voor de vele remises in checkers (dammen op 64 velden). Aanvankelijk werd gekozen om de spelers te verplichten een opening te spelen waarvan de eerste 2 zetten op voorhand bij loterij werden bepaald. Later vanaf 1934 werd dit uitgebreid naar de eerste 3 zetten. Daar elke opening eens met beide kleuren moet worden gespeeld, wordt niemand bevoordeeld.

Dit concept bestaat ook in het schaken. Je hebt de vrijwillige thematornooien al dan niet georganiseerd zoals ik uitlegde in het artikel een minithematornooi maar vandaag is dit al vele jaren standaard in computerschaak. Trouwens opgelegde openingen werden aanvankelijk in computerschaak niet zozeer gebruikt tegen de remises maar om meer variatie te krijgen in de partijen. Zeker oude computers hadden de vreselijke gewoonte om altijd hetzelfde te spelen zie chesskids maar ook het nieuwe Lc0 is in hetzelfde bedje ziek zie mijn commentaar op de bonusfinale van maart 2019 tussen Lc0 en Stockfish.

Pas na de superfinale van seizoen 8 waarbij 89 op 100 partijen remise waren, realiseerde men dat variëren in openingen niet voldoende is voor een interessante match. Vanaf dan werd ook gekeken naar welke openingen meer beslissingen zouden kunnen creëren. Dat ging niet altijd van een leien dakje. Sommige ingewikkelde openingen voor mensen werden moeiteloos door de topprogramma's ontzenuwd. Anderzijds wil je ook geen openingen waarin winst/ verlies al op voorhand vaststaat. Dus het ene kleur mag geen voordeel krijgen waardoor het andere kleur kansloos wordt.

Dit laatste wordt bovendien steeds moeilijker om te verwezenlijken. Tot enkele jaren terug was het voldoende om openingen te vermijden die tactisch weerlegd zijn. Vandaag zien we dat ook meer en meer strategisch dubieuze openingen niet meer interessant zijn voor computerschaak. Een mooi voorbeeldje is wat er gebeurde met de Grob : 1.g4 in de TCEC superfinale van seizoen 12. Zowel Komodo als Stockfish gaven groot voordeel voor zwart (-0,9 tot -1,46) al na wits 1ste zet en slaagden er allebei in om dit te converteren naar winst.
Slechts een halve zet werd er gespeeld en de partij was al in hogere zin beslist. Het doembeeld van een opgelost schaakspel komt hiermee weer een stukje dichterbij. Anderzijds is dit allemaal wel relevant voor ons? Op chesspub werd geopperd dat enkel topspelers met die nieuwe inzichten van computers iets zouden kunnen doen. Wel ik bewees een paar maanden geleden het tegendeel op mijn veel lagere niveau. In 2012 schreef ik op mijn blog over de tsjechische verdediging dat er van de opening geen duidelijke weerlegging bekend is. Vandaag zien we dat de opnieuw veel sterker geworden topprogramma's een stuk verder geraken in het ontrafelen van de puzzel. Deze nieuwe kennis paste ik perfect toe tegen misschien wel de grootste expert in België van de Tsjechische opening, Frederic Verduyn in onze partij gespeeld tijdens de Belgische interclubs.
Achteraf gaf Frederic mij misschien wel het mooiste compliment door te vertellen dat in honderd(en) partijen met deze opening, ik de eerste ben die hem doet twijfelen aan de speelbaarheid ervan. Persoonlijk vind ik het altijd bijzonder amusant om iemand op zijn favoriete terrein te kunnen verslaan. Zo herinner ik mij ook nog tot op vandaag dat de Britse Senior Internationaal Meester John Anderson mij na de opgave (zie onze correspondentiepartij in het artikel databases gebruiken deel 2) vertelde dat ik de allereerste was die erin geslaagd was om een partij te winnen tegen zijn lievelingsvariant.

Nu ik vermoed dat sommigen niet zullen akkoord gaan met dat ik deze strategisch dubieuze openingen als weerlegd beschouwd. Kan je uberhaupt ooit spreken van een weerlegging wanneer het onmogelijk is om als mens een eenduidig winstplan te formuleren? Behalve misschien voor de absolute wereldtop zullen er altijd praktische kansen zijn. Anderzijds in hoeverre is het zinvol om jezelf met zulke handicap op te zadelen?

Als verrassingswapen zullen strategisch dubieuze openingen wel blijven bestaan. Echter nu de computers erin slagen om autonoom die te weerleggen, verwacht ik in de volgende jaren dat we ze steeds minder vaak zullen zien verschijnen zelfs in de partijen van de amateurschakers. Het is niet zomaar dat ik vorige maand schreef in het artikel chess position trainer deel 2 weg te blijven van het Hollands.

Brabo

dinsdag 18 juni 2019

Rapidtornooien

In 2014 en 2016 speelde ik de bekercompetitie van Deurne waarover ik rapporteerde in de artikels koningsgambiet met Lc4 en oude wijn in nieuwe zakken deel 2. Dit jaar net als vorig jaar liet ik het aan mij voorbijgaan. Rapids had ik al het jaar door gespeeld samen met mijn zoon en/ of dochter dus competitieritme heb ik niet tekort.

In mijn artikel het geheugen had ik aangekondigd vanaf begin 2018 niet meer aan de zijlijn te blijven staan in de rapidtornooien waaraan mijn kinderen deelnemen. Ondertussen staat de teller reeds op 12 en voor de volgende in Landegem zijn we ook weer present. Het loopt verrassend veel beter dan ik op voorhand had gedacht. Als we een handvol handicapwedstrijden van enkele Deurnse beker- competities buiten beschouwing laten dan was het meer dan 15 jaar geleden dat ik nog had deelgenomen aan rapidtornooien. Bovendien is er vaak te duchten concurrentie met de sterkste Belgische jeugdspelers en zelfs af en toe een internationaal meester.
Met slechts 5 verliespartijen op 84 gespeeld en 8 tornooioverwinningen op 12 gespeeld, overdrijf ik dus niet dat ik tot nu toe goed geboerd heb. Desondanks stop ik onmiddellijk met rapidtornooien spelen van zodra mijn kinderen er geen zin meer in hebben of als ze zelfstandig genoeg zijn om zonder mijn hulp de verplaatsingen kunnen maken.

Ondertussen ben ik al meermaals er aan herinnerd waarom ik precies lang geleden gestopt was met dit soort tornooien te spelen. Ik zie dat sommige spelers kicken op dit soort tornooitjes want je ziet ze overal opduiken ongeacht ze leerlingen al dan niet begeleiden. Zelf vind ik er weinig aan want het heeft soms heel weinig met schaken te maken.
  • Het aantal al dan niet onopzettelijk gespeelde illegale zetten kan ik niet meer op mijn handen tellen.
  • Heel dikwijls wordt ongegeneerd puur op de klok gespeeld. Zo had ik iemand die met een volle dame achter met verder enkel pionnen op het bord mijn remise weigerde om mij door de vlag te kunnen jagen.
  • Betwistingen over aangeraakt/ losgelaten stuk veroorzaken ellenlange discussies.
  • Stukken worden omver gegooid en soms verkeerdelijk of zelfs niet rechtgezet.
  • Op de klokken wordt hard geslagen waardoor ze soms uitvallen waarna niemand nog weet hoe de partij correct moet verder worden gezet.
  • Remiseclaims zijn geregeld een punt van ergernis. Zo had ik eens een tegenstander die remise claimde met een stuk minder en toen die hoorde dat de claim niet zou worden ingewilligd, prompt de claim introk. ???
Sommigen zullen dit net de charme vinden van de snelle partijen maar ik heb er geen behoefte aan. Misschien ben ik te oud geworden hiervoor. In elk geval 4 van mijn 5 verliespartijen waren direct gelinkt aan de beperkte bedenktijd en niet dat mijn tegenstander sterkere zetten had gespeeld. Niet toevallig gebeurde die allemaal in de rapidtornooien met slechts 15 minuten K.O. In 2 partijen deelde ik mijn tijd compleet verkeerd in waardoor mijn vlag viel terwijl mijn tegenstanders nog minuten over hadden. In 2 partijen gokte ik en verloor op tijd door mijn resterende bedenktijd volledig op te gebruiken voor een ultieme winstpoging. Praktisch is het altijd verstandiger om een remise te verzekeren wanneer een winstpoging teveel energie kost maar in een laatste ronde met de 1ste plaats op het spel, vind ik een riskante gok wel te verrechtvaardigen.

Tijd speelt dus een zeer grote rol in die snellere partijen. Het is bijna altijd verstandiger om snel te kiezen voor een minderwaardige zet dan een minuut of meer te spenderen voor een betere. Ik probeer ook steeds ervoor te zorgen dat ik meer tijd over hou dan de tegenstander. Ik heb vele extra halfjes en hele punten gescoord door gewoon dat toe te passen.

Tenslotte speel geen stellingen waarmee je geen ervaring hebt. Uiteraard in een partij ontstaan altijd stellingen die onbekend zijn maar ik bedoel dat je best geen theoretische opening zonder kennis speelt. Ik wijk dan ook voortdurend af van te scherpe openingen in de rapidtornooien als ik de theorie niet recent eens bestudeerd heb. 1 keer negeerde ik deze eigen adviesregel. Het werd de enige keer  op 84 rapidpartijen dat ik verloor puur door de schaakzetten van mijn tegenstander.
Die jeugdspelers mag je trouwens nooit onderschatten in de rapidtornooien. Zo had de Nederlander Luuk Baselmans in september 2018 nog maar 2025 fide. Een half jaar later is hij reeds FM. Echter dat betekent niet dat ik vandaag geen kans meer maak. Ik vermoed dat Luuk tot nu toe weinig last heeft gehad van tegenstanders die zich voorbereiden maar in maart profiteerde ik hiervan met een prachtige revanche in het rapidtornooi van Geel.
Eindelijk kan ik hiermee mijn falen in de schaakmicrobe voorgoed klasseren. Alhoewel het slechts een rapidpartijtje was, gaf het mij veel voldoening. Ook mijn tegenstander was sportief om mij te feliciteren met de mooie afwerking. Daarnaast merkte hij ook op dat openingen steeds belangrijker worden op een hoger niveau en dus een werkpunt wordt indien je verder wilt doorgroeien.

Het was dus zeker niet allemaal kommer en kwel. Je leert het repertoire kennen van potentiële tegenstanders die je later opnieuw ontmoet in het standaardschaak en bovendien leer je ook geregeld iets bij over nieuwe varianten mits achteraf de opening te bekijken met een computer.

Een verbetering aan de tornooien zou zijn om een increment toe te passen waardoor veel ongemakken zouden verminderen of zelfs verdwijnen. De aanwezige scheidsrechters zijn meestal niet bij machte om de conflicten op te lossen. Vandaag zijn er bijna overal elektronische klokken dus waarom niet bijvoorbeeld 15 minuten met 5 seconden increment voor elke zet. Een partij zou dan pas langer dan 25 minuten duren wanneer er meer dan 120 zetten gespeeld zijn dus zeer onwaarschijnlijk. Wat houdt ons tegen om dit te proberen in België?

Brabo

dinsdag 11 juni 2019

Romantisch schaak deel 2

Als je het jaar 1997 vandaag nog beschouwt als de moderne tijd dan is de kans heel groot dan je zelf niet meer jong bent. Ik was dan ook helemaal niet verwonderd om te ontdekken dat de auteur van het recente artikel a romantic opening in modern times reeds de respectabele leeftijd heeft van 53 jaar. In de laatste 2 decennia heeft het schaken een metamorfose ondergaan.

Advertenties mag je natuurlijk nimmer klakkeloos accepteren. De bedoeling van het artikel is om in de eerste plaats de nieuwe DVDs over het Koningsgambiet van de Britse grootmeester Simon Williams te verkopen en dan ga je niet vertellen dat het de laatste jaren zeer zelden of nooit nog in klassiek schaak gespeeld werd op topniveau.

Trouwens als je geen wereldtopper bent dan kom je vandaag nog steeds regelmatig in contact met romantische openingen. Er zijn nog heel wat amateurs die de objectieve evaluatie niet zo belangrijk vinden en geloven dat hun tegenstanders (meestal ook amateurs) niet in staat zullen zijn om van de dubieuze reputatie in de praktijk te profiteren. Echter ik bemerk wel een duidelijke wijziging in het type amateur dat vandaag nog durft te kiezen voor een romantische opening. Toen ik meer dan 2 decennia geleden begon met het schaken, waren het vooral jonge spelers met een agressieve speelstijl. Vandaag zijn het bijna uitsluitend spelers op leeftijd die teruggrijpen naar vaak vergeten gambieten.
In bovenstaande tabel, heb ik een samenvatting gemaakt van de romantische openingen die ik in klassiek schaak op het bord heb gekregen van +2100 spelers. Je kan discussiëren over wat precies een romantische opening is of niet maar de trend is duidelijk. In de eerste jaren zien we vooral geel dus sterke spelers jonger dan 30 jaar die de openingen spelen. In de meest recente jaren is het bijna uitsluitend groen dus spelers ouder dan 50 jaar die de openingen spelen.

Een groeiende nostalgie zal wellicht hierin een rol spelen maar ik hoor ook geregeld oudere spelers zeggen dat de jeugd hun klassiekers niet meer kennen. De jonge schakers bekijken enkel de openingen van de huidige wereldtoppers waardoor ze vaak zeer kwetsbaar zijn in een romantische opening. Anderzijds vinden jonge schakers het flauw van de oudere schakers om hen met valletjes trachten te verslaan. Je scoort hiermee misschien wel geregeld een makkelijk punt maar je leert er niet mee bij en zoiets lukt je nooit 2 keer tegen dezelfde speler.

Bij veel oudere spelers is de wilskracht om zichzelf te blijven verbeteren en/of ontwikkelen dan ook al lang verdwenen. Het is geen toeval dat boven de 2300 elo bijna niemand nog een romantische opening speelt in standaard schaak. Slechts 3 van de 63 tegenstanders in bovenstaande tabel hadden een rating van +2300 elo. Als ik spreek met jonge sterke schakers dan krijg ik ze niet overtuigd om toch eens een romantische opening te proberen zelfs al heb ik een fris idee voor hen klaar liggen. Waarom al die moeite doen voor 1 partijtje want volgende keer zal de tegenstander al een anti-dote voorbereid hebben met de computer. Tijd is kostbaar dus je spendeert het beter aan solide openingen die in een repertoire veel langer kunnen worden gebruikt.

Nu iedereen botst vroeg of laat tegen zijn maximum. Er is niets mis om dan te kiezen voor een romantisch repertoire waarbij je jezelf goed voelt. Uiteindelijk is fun de enige weg om te blijven schaken en niemand behalve jezelf weet beter waar er fun kan worden gevonden. Bovendien als je onder de radar kan blijven van de databases (vooral dus voor -2300 spelers) dan is het vaak mogelijk om heel succesvol met romantische openingen te worden.

Een mooi voorbeeld hiervan is de Gentse expert Nouri Zouaghi. Vorig jaar in de interclub verraste hij mij met een dubieuze lijn uit het Schliemanngambiet maar de twijfelachtige reputatie compenseerde hij ruimschoots met een veel beter begrip van de stelling. Het werd een leuke pot schaak.
Achteraf bleek hoe uiteenlopend onze stijlen wel zijn. Terwijl ik erop hamerde dat de opening niet goed kan zijn, vond Nouri een 0,6 nadeeltje compleet accepteerbaar voor zwart.

Echter toen ik dit jaar opnieuw Nouri toevallig met dezelfde kleuren in de interclub ontmoette, werd ik opnieuw verrast door dezelfde dubieuze lijn uit het Schliemanngambiet. Hoezo, wel ik had nooit gedacht dat iemand 2 keer zoiets zou durven spelen tegen dezelfde tegenstander. Ik weet niet of het onverschilligheid was van Nouri of iets anders. In elk geval ben ik 1 van de laatste om een duel uit de weg te gaan (zie een theoretisch duel in de svechnikov.)
De topprogramma's mogen dan wel 6.Ph4 verkiezen over 6.Pg5, gemakkelijker spelend is het voor wit allerminst. Zwart voelde opnieuw veel beter de complicaties aan en ik kon alleen maar constateren achteraf dat het niet altijd eenvoudig is om een romantische opening te weerleggen.

Het spreekt voor zich dat zoiets nog meer tot uiting komt in partijen met een sneller tempo. De tijd om de nauwkeurige zetten te herinneren/ vinden ontbreekt waardoor een romantische opening een gevaarlijk wapen kan zijn. Het is dan ook vaak veel praktischer in die snelle partijen om niet perse een weerlegging te willen spelen maar gewoon de complicaties te vermijden. Een succesvol voorbeeldje hiervan paste ik vorig jaar toe in een beslissend rapidpartijtje tegen de Belgische FM Sim Maerevoet.
Ik had enige noties van het Olifantgambiet (Quality Chess kondigde eind vorig jaar aan hierover een boek te publiceren) maar 3..Pf6 was mij totaal onbekend. Achteraf ontdekte ik dat je de stelling ook via het Russisch kunt verkrijgen: 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 d5 en een zoveelste petvariantje is van de flamboyante Georgische grootmeester Baadur Jobava. Meer dan waarschijnlijk haalde Sim dan ook bij hem de mosterd.

In het artikel maak ik van romantisch schaak en romantische opening 1 pot nat. Echter we zouden ook de 2 kunnen opsplitsen in een theoretische kant (de opening) en een praktische kant (het middenspel). Jobava toont aan dat romantisch schaak vandaag nog steeds een plaats verdient zelfs op topniveau op voorwaarde dat de tegenstander het idee nog niet eerder bestudeerd heeft. De romantische openingen (19de eeuw vooral) zijn daarentegen enkel nog aanvaardbaar voor de amateurschaker.

Brabo

zondag 2 juni 2019

Schakende vrouwen

Ondanks vele jaren schaken heb ik er nooit bij stilgestaan waarom er zo weinig vrouwen schaken. Ik kijk er al lang niet meer van op wanneer ik weer eens in een schaaklokaal geen enkele vrouw opmerk. Ik voel absoluut geen gemis want ik ben enkel geïnteresseerd in de zetten die op het schaakbord verschijnen.

Echter voor de buitenstaander is het wel een vreemd gegeven. Die schakers moeten toch rare snuiters zijn als vrouwen er geen deel willen van uitmaken. Het bevordert allerminst het aantrekken van sponsors die nochtans noodzakelijk zijn in het verzekeren van de schaaktoekomst. Kortom we mogen concluderen dat het geen goede zaak is voor iedere schaker dat zo weinig vrouwen schaken.

België is hierin een slechte leerling zoals recent nog werd aangetoond in het Chessbase-artikel the best and worst countries to be a female chess player. Zelf deed ik het onderzoek nog eens over voor België maar dan gedetailleerder dus de veel grotere kbsb elo-lijst in beschouwing nemend i.p.v. enkel de Belgische fide-spelers met +1600 elo. Onderstaande tabel toont per leeftijdsgroep de verschillen in gender.
In om het even welke leeftijdscategorie zien we dat vrouwen/ meisjes een minoriteit zijn. Echter het meest opvallende uit bovenstaande gegevens, is natuurlijk de neerwaartse trend. Hoe ouder, hoe minder vrouwen schaken in verhouding met mannen.

In het eerder vermelde Chessbase-artikel wordt deze trend ook opgemerkt wereldwijd. Zelfs landen die het betreffende deelname van vrouwen vele malen beter doen dan België, slagen er niet in om de exodus van volwassen vrouwen te stoppen. Diverse redenen worden aangehaald maar meer dan gissen is het niet zonder concrete feedback van de vrouwen zelf.

Echter dit laatste krijg ik nu wel geregeld via mijn dochter Evelien die mij vertelt over haar wedervaren in de competities waaraan ze deelneemt. Dat de schaakwereld soms hard is, is voor mij geen verrassing maar dat er zoveel seksisme bestaat, daar keek ik wel van op. Hieronder een greep uit de handelingen/ uitspraken van jongens en mannen die ze enkel in het voorbije jaar al meemaakte.
- Een jongen, haar tegenstander wilde geen hand geven voor of na de partij ???
- Een jongen, haar tegenstander wenste haar een slechte partij ???
- Na de partij zei een jongen tegen haar: "Het had echt wel erg geweest als ik had verloren van een meisje."
- Een ouder die zijn zoon aanmoedigde terwijl Evelien het hoorde : "Niet te diep kijken in de ogen van je tegenstandster."
- Een oudere tegenstander in de interclub bij het schudden van de handen :"Je bent een heel mooi meisje."

We kunnen dat laatste beschouwen als een onschuldig complimentje maar mijn 11 jarige dochter voelde zich ongemakkelijk erdoor. In elk geval kan ik mij perfect inbeelden na jaren zulk gedrag van mannen getolereerd te hebben dat je als volwassene er de brui aangeeft wanneer tijd sowieso schaarser wordt.

Ik vroeg daarom aan Evelien recent of ze volgend jaar nog wilt blijven schaken. Ze moet het zeker niet doen voor mijn plezier. Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel want ze gaf aan dat er ook heel veel leuke ervaringen afgelopen jaar waren geweest. Zo vond ze het best leuk dat we meer tijd samen hadden doorgebracht dankzij het schaken. Daarnaast heeft ze ook veel nieuwe vriendinnen kunnen maken. Hierbij hadden we ook het geluk om een recordeditie mee te mogen maken van het Belgisch jeugdkampioenschap. Niet minder dan 23 meisjes namen deel in haar reeks van de -12.

Voor velen van hen was het een eerste keer dat ze een officiële standaardpartij speelden maar dat drukte de pret allerminst. Tussen of na de partijtjes werden heel veel nieuwe vriendschappen gesloten tussen de meisjes en mijn dochter Evelien deed zelfs een poging een woordje Frans te spreken om ook contact te leggen met de Waalse. Daarbij speelden ook de nevenactiviteiten een rol. Veel meisjes maakten een duo voor het doorgeefschaaktornooi. Dat ik al jaren ijver om dit soort alternatieve schaak niet te laten spelen door beginnende schakers, werd al lachend weggewuifd. Echter in de eerstvolgende ronde na het doorgeefschaaktornooi bleken nog heel wat speelsters zich te vergissen in de spelregels.
Na de partij aanhoorde Evelien beteuterd naar mijn opmerkingen maar ze liet het niet aan haar hart komen. Het kampioenschap was een verademing voor haar om eens zonder jongens te kunnen schaken. Sommigen twijfelen aan het nut van aparte kampioenschappen voor meisjes maar als we meer meisjes kunnen aantrekken door ze af en toe te scheiden van jongens dan lijkt mij dit een absolute aanrader.

Daarentegen is het splitsen van jongens en meisjes niet altijd zaligmakend. Zo hoorde ik in de hogere meisjes-reeksen van het bjk totaal andere geluiden. Het gering aantal deelneemsters zorgde ervoor dat er heel wat non-partijen waren dus waarbij het elo-verschil veel te groot was. Dit vervelend effect zien we bovendien ook groter worden bij de oudere reeksen omdat de kloof tussen top en staart groeit met de leeftijd.

Sommige deelneemsters wensten dan ook liever te schaken samen met de jongens maar dat mocht dan weer niet van de organisatie. Een open categorie (jongens + meisjes) naast een meisjes-categorie organiseren, heeft enkel zin wanneer er veel meisjes overblijven voor de meisjes-categorie wat hier niet het geval was. Anderzijds lijkt mij het vooraf consulteren van de weinige meisjes hier toch aangewezen als organisator. Als volgend jaar slechts de helft nog meedoet dan heb je nog veel minder bereikt.

Meer inspraak van de deelneemsters, positieve discriminatie d.m.v. extra tornooien en prijzengeld voor meisjes,... lijken mij vanzelfsprekende en makkelijk te behalen doelstellingen om meer vrouwen te doen schaken. Met een vrouwelijke voorzitter en penningmeester heeft de club van mijn kinderen, KMSK alvast een voetje voor.

Brabo