dinsdag 5 augustus 2014

Koningsgambiet met Lc4

Vele clubspelers spelen vandaag nog geregeld het koningsgambiet ondanks de bedenkelijke reputatie. De exacte evaluatie van de stellingen is voor deze amateurs veel minder belangrijk dan het krijgen van een complexe stelling op het bord waarin compromisloos schaak kan worden gespeeld. Ik begrijp dan ook niet goed welke markt John Shaw met zijn monumentaal boek over het koningsgambiet wil aanboren. 680 pagina's telt het boek dus duidelijk geen lichte lectuur waarin de amateur op een vrij moment even zal bladeren. Ik vroeg recent aan Ben van de denksportkampioen hoeveel hij er al van verkocht had en ik meen mij te herinneren dat het er ongeveer 15 waren. Dit lijkt mij weinig voor een topboek (want dat is het wel degelijk) maar stemt wel overeen met het aantal spelers waarvan ik acht dat ze niet alleen compromisloos schaken ambiëren maar tevens ook adept zijn van het koningsgambiet.
Het boek kreeg uiteraard ruimschoots aandacht in reviews op het internet. De meeste commentaar ging terecht over de weerlegging die de auteur gevonden had op de Lc4 variant van het koningsgambiet. Oud-wereldkampioen Robert James Fischer heeft deze opening meerdere malen met wit gespeeld dus ik was wel nieuwsgierig wat er precies ontdekt was. Openingsboeken koop ik nog steeds niet maar dankzij chesspub kon ik toch vrij snel een goed idee krijgen waar de hete hangijzers liggen. Hieronder kan je een samenvatting lezen van wat ik als belangrijkste lijnen beschouw.

De weerlegging met 3... Pc6 lijkt mij dus een erg geflatteerde evaluatie. Zwart heeft comfortabel spel maar een concreet voordeeltje durf ik zwart niet toe te kennen. Zelf speel ik al geruime tijd 3...d5. Het is zeker niet beter dan 3...Pc6 of vandaag het meer populaire 3....Pf6 maar heeft wel als voordeel dat de witspeler meestal op een terrein komt waarin ik de stelling beter ken. Recent in de bekercompetitie kreeg ik het wel 2 keer op het bord.

Rapidwedstrijden had ik al een decennium niet meer gespeeld maar zoals aangeven in mijn vorig blogartikeltje sukkelde ik met problemen van inactiviteit dus met het motto "beter iets dan niets" schreef ik mij in. Rapidwedstrijden passen niet in mijn wetenschappelijke aanpak en blitz vind ik beter als puur voor fun. Dus de bekercompetitie speelde ik voornamelijk mee als voorbereiding op het Open van Gent. Ik ben bijlange niet de enige die zo tegen rapidtornooitjes aankijkt, zie Bart Michiels uitspraak op Schaakfabriek: "Mijn volgend tornooi is de olympiade en ik zocht een rapidtornooi om mijn speelritme te behouden." Ik wijk af uiteraard van het onderwerp dus hoogtijd om terug te keren naar het koningsgambiet met Lc4.

In de kwart-finale kreeg ik het een eerste keer voorgeschoteld door Marcel Van Herck. Marcel heeft het koningsgambiet al decennia op zijn repertoire maar gevaarlijke nieuwtjes verwachtte ik niet. Dit bleek enigszins optimistisch want achteraf verraste hij mij door te vertellen dat hij de inhoud van het boek van John Shaw kende. Marcel had enkele weken eerder gezien dat ik last had met een variant in elke blitzpartijtjes en wou mij wel eens op de rooster ermee leggen.

Het positieve uit de partij is dat wits opening best wel interessante elementen bevat die kunnen herhaald worden. In de halve finales kreeg ik het een 2de keer op het bord van onze voorzitter en oud Belgisch kampioen Robert Schuermans. In de reguliere rapidpartijen had Robert mij onaangenaam verrast met openingen die ik hem nog nooit eerder heb zien spelen. In de barrage-blitzpartijen greep hij terug naar zijn huidig repertoire wat ik een dubieuze strategie vond. Sedert een paar jaar speelt Robert ook geregeld het koningsgambiet op zijn Fischers dus met Lc4. Het is algemeen bekend dat Robert een grote fan is van Fischers schaakwerk, zie bv. het interview op radio 1. Robert koos in tegenstelling tot Marcel voor de principiële aanpak met 5.Pc3 wat ik als kritieker beschouw maar hij botste op een beter gewapende tegenstander.

Uiteindelijk mocht ik dus met een tikkeltje geluk de finale spelen en had ik mijn streefdoel om competitieritme op te doen gehaald. Echter ook Robert haalde zijn gram uit de bekerwedstrijden. In ronde 3 van de Open van Gent speelde hij tot mijn verbazing dezelfde opening tegen de Franse FM Julien Lamorelle. Ik had al snel meer aandacht voor de ontwikkelingen op zijn bord dan op mijn eigen bord.

Dat de opening niet populair zal worden bij profspelers kan ik goed begrijpen maar voor de gewone stervelingen is de opening zeker voldoende om uren plezier te hebben. Een duidelijke weerlegging bestaat voorlopig niet en meer heeft de romantische speler niet nodig.

Brabo

6 opmerkingen:

  1. Mwah, juist de varianten met ...d5 (en ook 3...Nc6 4.Nc3 Nf6) laten maar weinig romantiek over. Veelal komt er een stelling op het bord die een koude, technische benadering vereist.
    Vorig jaar heb ik in de winkel het boek van Shaw doorgebladerd. Het is een uitstekend boek, gebaseerd op grondig onderzoek. Het grote probleem en ook de reden dat ik het heb laten liggen is dat er maar weinig nieuws in staat. Dankzij Thomas Johansson's boek over het Koningslopergambiet was ik al meer dan tien jaar op de hoogte van het probleem 3...Pc6, inclusief 6...f3. Wie 3.Lc4 wil spelen moet dat boek hebben.
    Blijft over 3.Pf3. Ook daar biedt Shaw mij eigenlijk geen nieuwe inzichten. Een goed overzicht is te vinden op Ian Simpson's site (geen concurrentie, dus ik kan veilig linken):

    http://tws27.weebly.com/

    Shaw's boek is dus handig als je nog niets over het KG hebt. Anders is het tamelijk overbodig.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een link naar Ian Simpson's site zit in het artikeltje verborgen. Zie net onder de foto van het boek. Ik raad de lezer aan om geregeld ook eens te ontdekken wat er achter de linken zit die ik steeds veelvuldig toevoeg.
    Ik meen dat ik wel heel wat extra aanbied t.o.v. wat Ian of misschien ook John opgeeft.
    1) De kritieke lijn in het Hansteingambiet wordt in mijn samenvatting voorgesteld als beter voor zwart dankzij 15.. Te8 wat een kritieke zet is.
    2) De referentie naar chesspub analyses en enkele belangrijke recente correspondentiepartijen zijn cruciaal voor de evaluatie van 3.Lc4 Pc6
    3) Het idee 5.Pf3 in de variant met 3.Lc4 d5 kon ik niet terugvinden op Ian's site. Ik vraag mij trouwens af in hoeverre mijn analyses overeenstemmen met wat terug te vinden is in Johns boek. De lezer is zeer welkom om hierover informatie te verstrekken.
    4) De belangrijke zet 8... Tg8 in mijn partij tegen Robert Schuermans kan ik nergens terugvinden. Ik weet dat er 1 belangrijke correspondentiepartij bestaat met de zet die verloren werd door zwart maar ik heb er een verbetering op klaar liggen (die ik in het artikel niet heb vermeld deels om zelf ook nog wat munitie achter de hand te hebben.)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. "Ik meen dat ik wel heel wat extra aanbied"
    Ik heb slechts vluchtig vergeleken (oud, lui, druk) en zal je op grond daarvan niet tegenspreken. Integendeel, je bent nog te bescheiden: Craciuneanu's 12...Le6 wordt door Ian ook niet vermeld. Dat is de enige vergelijking die ik heb gemaakt.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Thomas Johansson heeft ook een groep op facebook, "The Fascinating King's Gambit".
    Daar beveelt hij 13.Ld3 aan ( ipv Lxe6 in Eberl - Craciuneanu ).

    BeantwoordenVerwijderen
  5. TJ is een veel en veel sterkere speler dan ik, maar ik kan toch niet erg onder de indruk zijn van 13.Ld3. Zwart heeft de betere pionnenstructuur en enige ontwikkelingsvoorsprong. Wit heeft een halfopen g-lijn, dus hij/zij zal nauwelijks slechter staan. Toch is dit niet erg bemoedigend.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Bedankt Marcel. 13.Ld3 ziet er inderdaad ok uit voor wit. TJ komt geregeld met interessante ideeën op de proppen. Zo vermeldde ik hem al eerder in het blogartikeltje "The Modern French deel 2."
    Alhoewel ik heel actief ben op het internet, facebook komt bij mij voorlopig niet binnen. Het wordt wel steeds moeilijker om de deur gesloten te houden want op meer en meer plaatsen moet je een facebook-account hebben om toegang te krijgen.
    De reactie van MNb kan ik ook wel begrijpen. Ik ben zelf een klassieke schaker en de witte pionnenstructuur zou ik niet prettig vinden om mee te spelen. Een romantische schaker legt de prioriteiten wellicht ergens anders.

    BeantwoordenVerwijderen