maandag 26 november 2018

Jong en oud deel 2

Onze maatschappij is de laatste decennia sterk geïndividualiseerd. Dit is zeker geen uitsluitend negatief verhaal. Meer dan ooit hebben we vandaag de vrijheid om te doen wat we zelf willen. De sociale kooi die een halve eeuw geleden ons nog gevangen hield, staat vandaag grotendeels open. De globalisering en de vele nieuwe multi-culturele elementen veranderden onze kijk op soms eeuwenoude normen en gedragsregels.

Natuurlijk doordat we steeds vaker voor onszelf kiezen, ontstaan nieuwe conflictsituaties. Individuele belangen botsen waardoor polarisatie optreedt. Dit zien we tegenwoordig zeer regelmatig bij jong-oud confrontaties waarbij menig heilig huisje gesloopt wordt. Zo herinner ik mij een paar weken geleden de protesten tegen het lawaai van de speelplaats in de basisschool Notre Dame des Champs te Ukkel. De school bestaat al meer dan een eeuw maar dit weerhoudt volwassenen niet om vandaag hun eisen op tafel te leggen. Hetzelfde geldt bij het zwartepietendebat van de laatste jaren waarbij een steeds groeiend aantal volwassenen het eeuwenoud kinderfeest niet meer in zijn origineel kleedje accepteert. Blackface is volgens de Amerikaanse cultuur racistisch en dit komt zoals Halloween, Black Friday,... naar onze streken overgewaaid.

Volwassenen zijn minder verdraagzaam maar de recente jong-oud problematiek wordt ook gecreëerd door de steeds groter wordende vrijheden van het kind zelf. Zelf heb ik nooit als kind gevlogen in een vliegtuig. Op restaurant gaan was uiterst zelden of nooit. Ik was ongeveer 14 jaar toen ik voor het eerst samen met volwassenen een publieke activiteit uitoefende (zie mijn artikel over jubileum waarin ik het had over mijn muziekjaren). Vandaag zien we piepjonge kinderen dit allemaal al veelvuldig doen. Dit creëert automatisch een enorm spanningsveld want sommigen eisen dat de stilte van weleer ook door de kleinsten gerespecteerd wordt. Daarbij komt nog dat de oude harde opvoedingstechnieken die onze (voor-)ouders hanteerden niet meer aanvaard worden. Met Triple P waarvan ik fan ben respecteer je dat een kind als kind zich mag gedragen.

Sommige volwassen leggen zich niet neer bij deze situatie en kiezen daarom voor onorthodoxe oplossingen zoals een uitbater van een brasserie in Nieuwpoort die kinderen onder de 14 jaar niet meer toelaat. Hotels voor enkel volwassenen bestaan al langer maar een eet-establishment op een populaire publieke plaats is weer een stap verder. Kortom we zien een groeiende vraag van volwassenen om hun geliefkoosde activiteiten te kunnen doen zonder kinderen in de buurt en daar gaan sommige handelaars graag op in want commercieel valt er zeker iets mee te verdienen.

Deze tendens bestaat ook in de schaakwereld. Een zeer leuk artikeltje op schaaksite "pestjochies" beschrijft het goed: gelurk aan rietjes, overdreven kinetische energie, pruillippen, zwaar ondergekwoteerd en de meest recente openingstheorie kennend dus aartsgevaarlijk om rating te verliezen, nodeloos doorspelen van een dode remise- of verloren stelling,... Niet verwonderlijk zijn seniortornooien vandaag aan een steile opmars bezig. Onder het mom van speciale kampioenschapen voor senioren kunnen jeugdspelers zonder schroom worden geweigerd. In de meest recente senior-wereldkampioenschappen werd een record-aantal van 580 deelnemers geregistreerd waarin zelfs voor het eerst een professioneel team uit US deelnam en won.

Echter volwassenen die nog niet de leeftijd hebben om in seniortornooien te spelen of liever lokaal spelen, kunnen de jeugdspelers niet vermijden. Sommigen opperen daarom luidop voor een minimum-leeftijd in tornooien met volwassenen. In een commentaar op mijn artikel sneller deel 2 werd uitdrukkelijk gevraag om te jonge spelers te weren en ik weet van gesprekken met andere spelers dat de anonieme schrijver zeker niet alleen staat met deze opinie. In diverse clubs zijn er in het verleden al felle discussies geweest over het al dan niet toelaten van (te jonge) jeugdspelers in competities met volwassenen. Sommige Belgische clubs hebben daarom zelfs besloten om de interne partijen niet meer voor rating te laten meetellen. Daarnaast zien we ook een onwil bij de meeste clubs om hun speeldag voor de interne competitie aan te passen voor de jeugd. Ik heb alle Belgische clubs onder de loep genomen en de relatie tussen speeldag en aantrekking jeugd is heel duidelijk.


We zien dus 3 tot 4 keer meer jonge jeugdspelers deelnemen aan interne kampioenschappen wanneer de speeldag zaterdagmiddag is i.p.v. 's avonds laat. Bovendien zijn de 9 clubs met een speeldag zaterdagmiddag niet verspreid over het land. 7 van de 13 liga's hebben geen club met een kindvriendelijke speeldag waaronder de grootste liga Antwerpen waardoor ik zeer geregeld vragen krijg van andere ouders. Het is de belangrijkste reden waarom ik met mijn zoon ben uitgeweken naar de Nederlandse interclub zie het zenuwblok.

Jonge kinderen laten schaken tussen volwassenen is dus geen evidentie. Echter ik heb ook begrip voor de irritaties bij volwassenen. Ik heb in de voorbije 2 jaren een aantal incidenten gezien waarin mijn zoon verwikkeld was die inderdaad best storend waren voor de andere spelers. Hierbij merkte ik 1 constante op. Als Hugo de enige jeugdspeler was in het tornooi dan was er geen enkel probleem maar van zodra schaakvriendjes hem omringen dan was het koekenbak. In de Brugse meesters 2017 was het met de 2 jaar oudere Nederlandse jongen Nanne Van Foreest die Hugo uitdaagde om tikkertje te spelen in de speelzaal. In Open Maastricht 2018 zag ik dat de arbiter moest ingrijpen toen er te wild met de Akulovs in de speelzaal werd gespeeld. In de voorbije Brugse meesters was er dan weer een klacht van een volwassene omdat Hugo te vaak in de buurt was van de jongste LSV-kinderen. Het verloop/ resultaat van onderstaande partij stond zelfs even ter discussie hierdoor.
Voor mij is het kattenkwaad typisch eigen voor de zeer jeugdige leeftijd. Voor sommigen zal dit het bewijs zijn om de jeugd nog meer te weren uit tornooien met volwassenen. Dit klinkt logisch maar het is gevaarlijk voor de toekomst van het Belgische schaken. Vooreerst is het perfect mogelijk om de kinderen bij te sturen tijdens het tornooi. Kan er iets niet door de beugel dan stap gewoon direct naar de scheidsrechter en de kinderen zullen op vriendelijke wijze worden gevraagd hun gedrag aan te passen zoniet zullen er minder prettige consequenties zijn. Daarnaast denk ik dat we nog steeds in België geen overschot hebben aan schaak-ambities integendeel.

De voorbije Europese jeugkampioenschappen in Riga en wereldkampioenschappen in Santiago de Compostela hebben nogmaals aangetoond dat onze kinderen al heel jong op zeer grote achterstand staan t.o.v. de toppers. Echter misschien nog meer alarmerend is de recente drastische terugloop van het ledenaantal. Ik vergeleek de huidige elolijst met de elolijst die ik 2 jaar eerder hier op deze site publiceerde zie vakantie deel 2.


De cijfers voor de 2 jongste categorieën zijn catastrofaal. 1 lichtpuntje dat ik moet vermelden is dat wellicht heel veel jeugdspelers gekozen hebben voor de nieuwe gratis g-licentie en hierdoor niet meer in de lijst voorkomen. Ik vermoed dat de filosofie hierachter is dat door het gratis te maken, de drempel kleiner wordt om te leren schaken en die schakertjes in eerste instantie toch nog niet deelnemen aan KBSB-tornooien. Ik heb er mijn bedenkingen over. Spelers met een g-licentie hebben geen stemrecht in de KBSB. Daarbij heb ik al proefondervindelijk ondervonden dat gratis meestal leidt tot minder respect. Tenslotte lijkt het mij ook niet uitnodigend om betalend lid te worden als je al bepaalde tornooien kunt meedoen zonder te betalen.

Diverse clubs in en buiten het schaken hebben de voorbije jaren de jeugd geen prioriteit gegeven. Zij hypothekeren hun toekomst. Ondertussen zijn er al verdwenen. Enkele clubs en tornooien hebben wel begrepen dat de individuele wensen van volwassenen niet steeds kunnen worden gehonoreerd. Zo koos de Brugse meesters om het aantal jeugdprijzen uit te breiden t.o.v standaard 1 zoals in Le Touquet naar 6 leeftijdscategorieën. De Open Brasschaat deed het iets minder met slechts 4 leeftijdscategorieën maar maakte wel de drastische beslissing om hun avondpartijen naar de middag te verschuiven waar uiteraard niet iedereen mee gelukkig was. Schaken is een hyper-individualistische activiteit dus het wordt niet makkelijk om te overtuigen.

Brabo

Addendum 2 december 2018

Ik heb deze week een mailtje van een lezeres gekregen die een ander licht werpt op de catastrofale statistieken die ik in bovenstaand artikel publiceerde.

Zo blijkt dat het begrip inactieve speler recent werd uitgebreid. Vroeger was een inactieve speler, iemand die zijn lidgeld niet meer had vernieuwd. Echter vandaag is een inactieve speler ook iemand die geen fide-id heeft en geen standaardpartijen heeft gespeeld. Dit betekent dus dat een groot aantal spelers uit het eloklassement zijn verdwenen ondanks dat ze lidgeld betaald hebben. Hierdoor is het uiteraard zinloos om vergelijkingen te maken.

Daarnaast kreeg ik ook bevestiging dat er heel veel g-licenties bestaan. In een recent verslag van de KBSB werd een getal boven de 1500 genoemd. M.a.w. als we alles samentellen dan komen er toch veel (genoeg ?) mensen in contact met het schaakspel.

maandag 19 november 2018

Vakantie deel 5

In de voorbije Open Le Touquet behaalde mijn 9 jarige zoon tot onze grote verrassing de eerste prijs in de categorie 1400-1599 elo. Ik wist dat hij progressie had gemaakt maar met een +1700 TPR had ik geen rekening gehouden want anders had ik mezelf niet ingeschreven voor Open Leuven. Ik had op voorhand beslist om de prijsuitreiking van Open Le Touquet te negeren om zo zelf nog nipt de 3de ronde 's avonds in Open Leuven mee te spelen. Uiteraard was mijn zoon niet blij dat ik zijn moment de gloire afnam maar toen ik de volgende dag via Belgische schaakvrienden alsnog zijn geldprijs van 100 euro kon geven, vergaf hij het mij al snel.

Naar verluid zullen de tornooien volgend jaar niet overlappen. Hiermee keert men terug naar hoe het was vorig jaar en ik vermoed dat dit vele Belgen graag zullen horen. Dit laat toe om Le Touquet rustig af te sluiten en eventueel nog een stukje vakantiesfeer zonder schaken op te snuiven. Zo beslisten we vorig jaar bij gebrek aan gewonnen prijzen de vakantie af te ronden met het opzoeken van de nabije filmlocatie die gebruikt werd in de waanzinnig populaire Franse film : Bienvenue chez les Ch'tis
De super-komische film uit 2008 is in Vlaanderen wellicht niet goed bekend maar werd in Frankrijk door meer dan 20 miljoen mensen bekeken en is hiermee de best bekeken film ooit in Frankrijk. De verhaallijn speelt zich rond een postkantoor-directeur die zich misdragen heeft en van het warme zuiden naar het koude noorden wordt overgeplaatst waardoor allerlei dolkomische situaties ontstaan.

Bij het opzoeken van deze locatie in het Noorden maakten we eerst de fout door naar Berck te rijden i.p.v. Bergues of ook Sint-Winoksbergen genoemd. Onze kinderen konden er niet meer lachen met de verloren tijd maar als je op vakantie bent, vind ik dit niet zo erg. Uiteindelijk bereikten we dus het juiste Bergues en daar konden we zelfs 9 jaar na datum van de film nog uitgebreid informatie over de filmlocaties vinden in het office de tourice met zelfs een echte Ch'ti-tour. Het dorpje heeft duidelijk in de voorbije jaren geprofiteerd van het massa-toerisme die de film gecreëerd heeft zie artikel in het nieuwsblad.

Deze combinatie van een schaaktornooi spelen en een filmlocatie van een leuke film te bezoeken, smaakte naar meer en dus vatten we dit jaar het plan op om de Open St Antonin mee te spelen. St.Antonin is de filmlocatie van de feel-good film The Hundred Foot Journey uit 2014 met de Britse steractrice Helen Mirren en produced door o.a. de top-producer Steven Spielberg.
De film beschrijft 2 rivaliserende restaurants die na allerlei conflicten elkaar toch uiteindelijk vinden. Echter bezoekers van film-locaties wil ik waarschuwen want de restaurants zijn niet terug te vinden in St Antonin want ze zijn volledig in de studio's opgebouwd. Echter in St Antonin blijven voldoende interessante plaatsen over waar de film opnames heeft gemaakt zoals bijvoorbeeld het zeer mooie historische centrum. Ook hier creëerde de film heel wat toerisme voor het piepkleine dorpje zie Visit the village from the film the hundred-foot journey.

Mijn echtgenote bestelde de dvd online zodat we het begin deze zomer samen konden bekijken maar de trip zelf naar St Antonin ging spijtig niet door. We waren erg laat begonnen met de details te bekijken maar vooral de afstand (bijna 1000km) gecombineerd met de late einddatum van het tornooi (30 augustus dus slechts een paar dagen voor de start van het nieuwe schooljaar) maakten het een te lastige opgave. Volgend jaar bestaat het tornooi wellicht ook nog dus haast lijkt mij onnodig.

Echter het is niet omdat we St Antonin niet bereikt hebben dat we deze zomer geen schaken met een filmlocatie gecombineerd hebben. Brugge heeft geen film nodig om toeristen aan te trekken maar het is perfect mogelijk om de open Brugse meesters te combineren met het bezoeken van diverse filmlocaties uit de misdaadkomedie In Bruges uit 2008 met o.a. de bekende Ierse acteur Colin Farrell.
Brugge bezoeken we geregeld want het is voor mijn vrouw haar favoriete stad in België. Echter de film zelf smaakt haar minder omdat het verhaal te donker voor haar is. Dus haar volgorde is dan ook eerst Bienvenue chez les Ch'tis, the Hundred-foot journey en als laatste In Bruges. Ik heb dezelfde nummer 1 maar ik verkies In Bruges om te wisselen met the Hundred-foot journey. In de feel-good film is het mij allemaal iets te melig en romantisch.

Schaaktornooien spelen combineren met filmlocaties bezoeken, is wellicht een link dat weinigen zullen bedenken. De combinatie film - schaken wordt normaliter enkel gelegd wanneer er een filmfragment met schaken voorkomt. Trouwens over die combinatie bestaat een uitstekende blog van de Belgische expert Nikolaas Verhulst zie belgianchesshistory. Hij bespreekt hierin talloze films met schaken maar ook andere media die schaken vermelden komen aan bod zoals tekenfilms, tv-series, music-clips, strips, schilderijen, tekeningen, leesboeken, reclame, magazines, computerspelen,... Nikolaas klaagt over het lage aantal bezoekers zie cipc 47 Bennett cat and window. Kwalitatief is zijn blog absolute top in deze niche dus jammer om dit te horen want het is moeilijk om op termijn een blog vol te houden wanneer er weinig lezers zijn. Persoonlijk vind ik het wel vreemd waarom Nikolaas deze rijke en unieke artikels niet afsplitst van zijn Belgianchesshistory-website daar het er niets mee te maken heeft. Ik hoop dat deze paragraaf een kleine boost kan geven voor zijn blog.

Brabo

P.s. Als toetje wil ik jullie ook een hilarische tekenfilm van Masha en de beer niet onthouden. Het is in het Russisch maar perfect ook zonder de taalkennis te volgen en kwalitatief uiterst goed (schaken zit dan ook in het Russisch DNA): Masha leert schaken van beer en tijger. Er bestaat ook een Nederlandse vertaling hiervan maar die is spijtig niet openbaar beschikbaar.

zondag 11 november 2018

Wespen

De grote koude blijft nog even achterwege dus er blijft nog tijd over om de tuin klaar te maken voor de winter. Naast het jaarlijks snoeien van de bomen moet ik zeker ook niet vergeten het gras te bemesten. Het herstel van mijn grasperk na de maandenlange droogte is gepaard gegaan met een explosieve toename aan mossen. Uiterlijk ziet het er allemaal weer groen uit maar van dichtbij zie je dat bijna alle kale plekken zijn opgevuld door ongewenste mosgroei.

De voorbije zomer was bijzonder hard voor de natuur. Veel planten en bomen hebben zwaar geleden en sommige hebben het zelfs niet overleefd. Daarentegen viel het mij wel op dat sommige insecten daarentegen profiteerden van deze weersomstandigheden. Zo waren er duidelijk veel meer wespen zoals bijvoorbeeld dit artikel getuigt: "Dubbel zoveel mensen naar spoed met wespensteek." De beestjes waren een echte pest want je kwam ze overal tegen. Schaaktornooien waren geen uitzondering want net na de laatste ronde op de Brugse Meesters werd mijn zoon Hugo ook gestoken bij het ravotten met andere kinderen buiten. Gelukkig kwam er geen allergische reactie en bleef het ongemak beperkt.

Trouwens tijdens de partijen waren de beestjes al veelvuldig aanwezig. Net naast de zaal was er een wespennest en ondanks heel wat klachten slaagde de organisatie hiervoor geen oplossing te bedenken. Ik gaf daarom als raad aan mijn zoon om zeker niets met suiker mee te nemen in de zaal. Dus het werd water i.p.v. cola. Omdat mijn zoon in de zaal vrij ver zat van waar het nest bevond, viel het toch nog mee om te spelen. Echter de spelers die op de topborden speelden, hadden minder geluk want zij zaten veel dichter. Zo kostte een wesp uiteindelijk een vol punt aan mijn sterkste leerling Sterre Dauw. Sterre heeft een panische angst voor wespen en dus liep het logischer wijze verkeerd af toen er in ronde 3 eentje aan zijn bord kwam rondvliegen. Hij wou zo snel mogelijk weg van zijn bord maar was toevallig ook aan zet en dus speelde hij de eerste zet die hij zag.
Ik was de partij live aan het volgen en begreep in eerste instantie niet wat er gebeurd was. De Indische IM Vav Rajesh was compleet weggespeeld en de winst leek een zekerheid maar plots stond Sterre naast mij en vertelde hij mij dat hij had opgegeven. "Wespen zijn heel gevaarlijke beesten." was zijn geniale droge humor die zo typisch is voor hem. Tja dan had ik toch even gewoon weggegaan van mijn bord tot de wesp was verdwenen.

Nu hij is niet de eerste en zal niet de laatste schaker zijn die iets met wespen heeft. Zo ontdekte ik enige tijd geleden dat een Amerikaanse programmeur John Stanback zijn schaakprogramma Wasp (het Engelse voor wesp) had genoemd. Je kan het gratis downloaden op zijn site en speelt behoorlijk goed: 34ste plaats op de huidige ranking van CCRL40/40 en met +3000 elo meer dan waarschijnlijk beter dan om het even welke mens. Een partijtje van het programma kan je hieronder naspelen.
Een schaakprogramma dat kan steken, is gemakkelijk te neutraliseren door de voeding af te sluiten. Het wordt een ander paar mouwen als de stukken zelf in insecten veranderen. Echter hiermee verlaten we de gewone schaakwereld en treden we binnen in de wonderlijke wereld van fairychess (sprookjesschaak). Een samenvatting van de bestaande soorten sprookjesstukken vond ik op wikipedia zoals antilopen, bizons, flamingo's, leeuwen en zebra's. Een wesp zat er niet bij in de lijst maar het staat iedereen vrij om zelf zulk stuk te ontwerpen. Echter een ander schrikbarend insect en zelfs heel populair sprookjesfiguur zit er wel tussen: de sprinkhaan. Dit stuk beweegt volgens de dame maar heeft als specialiteit dat er hierbij steeds gesprongen moet worden over een ander stuk waarbij de landing op het veld gebeurt direct na het stuk. Met dit stuk bestaan heel wat leuke schaakproblemen zoals onderstaande opgave.

Niet elk artikel hoeft even serieus te zijn. De winter staat voor de deur dus die gevaarlijke maar ook nuttige beestjes zullen we weer 6 maanden niet meer zien.

Brabo

Oplossing Sprinkhaanprobleem:
1.Sh3 Sh4 2.Sh5 Sh6 3.Sh7 Sh8 4.Se7 Sd7 5.Sc7 Sb7 6.Sa7+ Sa6 7.Sa5+ Sa4 8.Sa3#

maandag 5 november 2018

4. Luc Winants

4. Luc Winants 

(1 januari 1963, Watermael-Bosvoorde)

(bron foto: chess-db.com
Na 2 komt 3 maar omdat Jozef Boey al ruimschoots aan bod kwam in een memoriam, gaan we direct door naar Luc Winants. Als zoon van dokter-schaker Henri Winants (zelf éénmaal NK) leert Luc Winants al snel de loop van de stukken. Lucs ouders waren gescheiden, en bij één van de bezoeken aan zijn vader, vindt hij een boek met schoonheidspartijen en speelt er één na – hij is meteen “hooked”. Vader Winants vindt het best OK dat zoonlief ook een passie voor het schaken heeft en schrijft hem in in een Brusselse kring. Daar speelt hij ontelbare blitzpartijen tegen de iets oudere Daniël Pergericht. In zijn eerste jaar wordt hij al kampioen bij de kadetten. Latere (inter)nationale jeugdtornooien scherpen zijn speelsterkte verder aan; zo is hij deelnemer aan het WK jeugd in Kopenhagen in 1982, waar hij kennis maakt met de wereldtop van zijn generatie. Als hij 23 wordt, staat hij al eerste op de elolijsten van België en wordt later grootmeester. Het zal duren tot Bart Michiels eer hij als “in België geboren grootmeester” afgelost wordt.

Dat is in een notedop het verhaal van Luc Winants. Maar daar stopt het niet. Hij heeft midden jaren ’80 het geluk dat net dan Willem Hajenius de grote baas van Swift, Bessel Kok, kan overtuigen om het schaken te sponsoren, in navolging van OHRA-verzekeringen, dat in 1984 een meestertornooi houdt. En zo worden er in de tweede helft van de jaren ’80 enkele grote internationale tornooien in Brussel gehouden. In 1985 mogen Luc en Michel Jadoul zich meten met de wereldtop in het Swift-tornooi. Een onverdeeld succes wordt het niet, maar de beide jonge spelers doen enorme ervaring op in het gezelschap van kleppers als Karpov, Kortchnoi, Timman, Miles, Ljubojevic, Torre, Romanishin, Zapata, Van der Wiel en Seirawan.

Het jaar erop wil OHRA-verzekeringen niet onderdoen, en ook zij nodigen de wereldtop uit, in december 1986. Alleen… het is niet de bedoeling om de Belgen ertegen te laten spelen. Dus wordt parallel een 9-rondig Zwitsers tornooi met twintig spelers georganiseerd. Luc geraakt niet uit de startblokken: hij wint twee partijen, verliest van Gutman, en blijft op 5//9 steken, twee punten achter tornooiwinnaar William Watson (7/9). Toch wordt hij nog beste Belg.

In de zomer van 1986, dus een half jaar eerder, was hij in Anderlecht al Belgisch kampioen geworden met 10/12 (goed voor een IM-norm), en in het open tornooi van Oostende (dat toen een zeer sterk bezet tornooi was), behaalt hij nog een IM-norm. Samen met die van de olympiaden van Thessaloniki in 1984, is dat genoeg voor de titel, en op het einde van 1986 wordt hij dan ook I.M., als bekroning van een zeer goed jaar.

In 1988 krijgt hij weer een mooie kans om aan te treden tegen de wereldtop: hij is de lokale kaart die organisatoren mogen trekken in de World Cup. Brussel is één van de steden van dit regelmatigheidscriterium en zo krijgt hij een kans tegen spelers die quasi allemaal 150 elo sterker zijn dan hemzelf. Enkel tegen Sax kan hij scoren, maar remises tegen Ljubojevic, Anderssen en Tal zijn toch ook niet slecht.

Dat de grootmeestertitel erin zit, daaraan twijfelt niemand, alleen, het duurt zo lang… Ondanks goede resultaten (2de-4de in Dordrecht 1988 en winst in Barcelona 1991) en hoge elo’s passeert hij diverse keren rakelings langs de zo begeerde normen. Het duurt uiteindelijk 12 jaar eer hij de IGM-titel toegekend krijgt, na normen in Oostende, Wijk aan Zee (B), en Barcelona.

Maar hij vindt dat de bond spelers van zijn niveau beter kan ondersteunen. Wanneer een Belgische ploeg voor Manila 1992 wordt gevormd, blijkt er geen geld voor de spelers te zijn. Dat betekent voor de amateurs (onbetaald) verlof nemen, voor de (semi)profs een onbetaald tornooi, waar enkel reis en onderkomen zijn betaald. Hij stapt uit de bond, keert later op die beslissing terug, en neemt uiteindelijk niet deel aan die olympiade. Gurevich (bord 1) krijgt 50.000 BEF (niet geïndexeerd zo’n 1.250 EUR, wat door Winants (terecht) als “belachelijk laag voor een speler van wereldklasse” wordt bestempeld. De andere vijf spelers krijgen zelfs geen aalmoes en Pergericht vult de leemte op die Winants achterlaat. De kritiek op dit punt en de werking van de bond in het algemeen (er is geen bondsgebouw of een centraal telefoonnummer), is grotendeels terecht, maar schaken is nu eenmaal geen voetbal, en zonder sponsoring blijft het bij ledengeld bijeenharken.

In de acht olympiades, waaraan hij deelnam, heeft hij diverse successen behaald, alsof tegenstanders waartegen hij zelden tot nooit speelt, hem beter liggen. Zo speelt hij een ongeslagen +2,=7,-0 bij elkaar in Calvia in 2004 op het eerste bord, goed voor een eloprestatie van 2651. Het is pas de tweede keer dat een Belgisch eerste bord op een olympiade ongeslagen blijft (na O’Kelly in Moskou 1956). Ook bij zijn eerste olympiade, in Thessaloniki in 1984, waarin hij op het eerste reservebord zit, blijft hij ongeslagen - hij haalt dan de 7de beste score op dat bord. Maar mede door die strubbelingen met de Belgische bond en zijn eisen op financieel vlak, telt hij slechts 7 deelnames aan olympiaden sinds 1984; een opvallend laag aantal, voor iemand die sinds 1990 slechts enkele keren onder 2500 elo is gekwoteerd.

Luc Winants is niet iemand waar flitsende overwinningen, of memorabele partijen tegen sterke spelers van bekend zijn. En toch; als we even filteren in de databanken, dan vinden we onder andere winstpartijen tegen Evgeny Bareev, Christian Bauer, Zoltan Almasi, Vyacheslav Ikonnikov, Oleg Korneev, Gata Kamsky, Bent Larsen en zelfs de jonge Magnus Carlsen (in 2003), en remises tegen klasbakken als Karpov, Morozevich, Seirawan, Nikolic, Van Wely, Tiviakov, Gurevich, Khenkin, Romanishin en nog eens Kamsky.

In 2002 deelt hij de tweede plaats in Cappelle-la-Grande, achter Rozentalis, maar voor 675 andere spelers. Dankzij een beetje hulp van inflatie enerzijds, maar zeker ook door eigen verdienste, pompt hij zijn rating langzaam op tot een piek van 2571 in november 2015, wat hem op dat moment zelfs net vóór Mikhail Gurevich plaatst. In maart 2016 bereikt hij zelfs 2574. Zijn lange, hoge niveau houdt hij trouwens al aan sinds het begin van de jaren ’90: dat is dus bijna dertig jaar dat hij in België aan de top staat. Zijn lokale tornooiwinsten opsommen is quasi onbegonnen werk (zie hiervoor de uitstekende site www.belgianchesshistory.be van Nikolaas Verhulst) – ik pik er slechts twee uit: de Soultanbeieff Memorial in Hoei wint hij voor Lane, Dunnington en Lukov; en in de tiende Open van Oostende (1992) behaalt hij een tweede plaats, gelijk met Tischbiereck, achter Lutz. Ze laten klasbakken zoals Psakhis, Sadler, Dunnington, Eingorn, Hebden, Miles, Bosboom, Rogers achter zich. Winants wint hier van o.a. Hebden, Vaiser, Naumkin en Bosboom.

Naast het schaken heeft (had?) hij ook een website “Les jardins de Caissa”, waar hij historisch schaaknieuws uit België verzamelde – het is me niet duidelijk of hij de site nog onderhoudt, maar de site was wel lang een ijkpunt voor andere schaakhistorici. Tenslotte kende hij persoonlijk of via zijn vader vele Belgische topspelers uit eerste of tweede hand.

Op openingsvlak speelt hij graag 1.d4 d5 2.Lf4 (Mason-variant) als verrassingswapen, dat hij ook tegen (groot)meesters durft bovenhalen. Maar net als veel andere Belgische toppers, eert hij bij momenten ook de erfenis van Colle en haalt soms die opening boven. Hoewel hij hoofdzakelijk een 1.d4-speler was in het begin van zijn schaakloopbaan, durft er soms wel eens een 1.e4 of 1.c4 op het bord komen. Met zwart gaat hij voor 1.e4 e5 en in gesloten stellingen kan je zowel Nimzo- of Bogo-Indisch, 1.d4 d5 als Benoni tegen krijgen.

Ter illustratie van “zijn” systeempje, onderstaande partij uit de Franse interclub. Ik heb de partij niet gevonden in MegaBase 2018, wat nogmaals het punt van Brabo onderschrijft dat niet alle partijen in databanken terug te vinden zijn. De partij wordt zeer helder door Winants geanalyseerd, en je zou bijna zin krijgen om dit systeem ook met wit te gaan spelen; zo “natuurlijk” lijkt het dat hij de partij wint. Het is bijna meester tegen amateur – alleen zwart is ook I.M.



HK5000