maandag 5 januari 2026

De schaakclub deel 5

Voor de 13de podcast van de Lange Rokade werd voor het eerst een gast uitgenodigd. Het was niemand minder dan de nummer 1 van de Belgische arbiters: IA Geert Bailleul. De podcast kwam langzaam op gang. Geert had veel tijd nodig om de verschillende arbitersniveaus en speciale reglementen uit te leggen. Dat is interessant maar na een uur hadden IMs Tom en Glen toch genoeg hierover gehoord. Het was tijd om vermaak met sappige verhalen uit de arbiterswereld. Geert ging iets te gretig hierop in.

"Topspelers zijn fenomenale ego's die denken dat ze het centrum zijn van de wereld en die ervan overtuigd zijn dat zonder hen de wereld in elkaar stuikt." Zelfs de altijd gemoedelijke Tom en Glen lieten dit niet zomaar passeren. Dat was voor hun een paar bruggen te ver. Die mening deelden ze niet. Geert moest alle zeilen bijzetten om de vrede te redden : "Ik bedoelde dat topspelers veel minder bereid zijn om compromissen te maken."

Het lijkt een fait-divers maar het bevestigt nogmaals mijn eerdere artikels over amateurs zie deel 1deel 2 en deel 3. Veel amateurs hebben noch begrip, noch empathie voor topspelers. Trouwens een ander hardnekkig misverstand is dat topschaak enkel de absolute wereldtop behelst. Topschaak begint al veel vroeger. Dit zie je duidelijk in een recent artikel van schaakfabriek.
Bron: Impact van het nieuwe nic-reglement vrijer schuiven

In de reacties op het artikel kon je eveneens duidelijk aflezen dat sommige amateurs het niet eens waren met het nieuwe interclubreglement van de Belgische schaakbond. Amateurs zijn de overgrote meerderheid en moeten zich niet aanpassen aan de zotte eisen van de topschakers. Je bent gek om bewust te kiezen voor een zwakkere tegenstander. Je bent ook gek als je 4 uren per dag spendeert aan het schaken. Je bent gek als je ruim 11.000 km rijdt voor slechts 44 partijen. Je bent gek om meer dan 10.000 euro per jaar aan schaken uit te geven. Je bent gek als je een lidmaatschap van 27 jaar opzegt voor een half punt.

De emoties liepen bij dit laatste zo hoog op dat ik voor het eerst heb moeten ingrijpen. Ik liet tot een week geleden zelfs elke anonieme reactie automatisch toe op deze blog. Dit is nu (tijdelijk) niet meer het geval. Veel bloggers hebben die restrictie als standaard-instelling maar ik ben daar geen fan van. Het vertraagt en bemoeilijkt discussies die vaak een belangrijke meerwaarde kunnen hebben.

Een ander facet in dit verhaal is ook dat veel amateurs overtuigd zijn dat ze perfect kunnen spelen zonder die topschakers. Sliedrecht van ons vorig artikel is daar een modelvoorbeeld van. In hun 90 jaar bestaan, hebben ze nog nooit een speler in de club gehad met een titel (FM, IM, GM). Echter daar wil ik enkele kanttekeningen bij maken. Een heel gezellige vriendenclub is wellicht niet de beste plaats om je schaaksterkte maximaal te laten ontplooien. Het succes van Sliedrecht is geen evidentie. Het is het resultaat van decennia voortdurend zichzelf te verbeteren in combinatie met de loyaliteit van een sterke groep enthousiaste vrijwilligers. Zeer weinig vriendenclubs slagen er in om die dynamiek van Sliedrecht enigszins te benaderen. Vele van die vriendenclubs hebben het daardoor heel lastig om hun toekomst veilig te stellen. Je ziet dit heel duidelijk in onderstaande grafiek. Van alle Belgische clubs heb ik hun top 5 gemiddelde elo bekeken t.o.v. hun aantal leden.

KGSRL is de grootste en sterkste club in de Belgische schaakbond (volgens aangesloten leden)
De Belgische schaakbond heeft 6505 leden verspreid over 130 clubs

Er is heel veel variatie tussen clubs maar je ziet een trendlijn. Topspelers zorgen voor extra leden en maken dus een club interessanter. In Nederland erkennen clubs dat al veel langer door aan hun eerste team de eretitel vlaggenschip te geven. Je hebt dus 2 soorten amateurschakers. Er zijn er met en zonder (veel) ambities. Er zijn er die graag in de aanwezigheid van topspelers spelen en er zijn die liever helemaal niets te maken hebben met topspelers. Er is geen juist of fout hier. Het is een keuze die een club maakt en soms wijzigt die ook tijdens het bestaan. Deurne maakte langzaam de switch van een topclub naar een gemiddelde club. Oostende (KOSK) maakte een paar jaar geleden de omgekeerde switch van een vriendenclub naar een topclub in 1ste afdeling.

Tijdens Cocoon 2025 (Open tornooi van Oostende) gaf uittredend voorzitter Jose Vandekerckhove mij enige toelichting. "Als je wilt groeien als speler dan moet je kunnen spelen tegen sterkere tegenstanders. We hebben enkele talentvolle spelers die we willen steunen als club." De koerswijziging heeft zonder twijfel bijgedragen dat Benjamin Decrop zich heel binnenkort FM mag noemen. Sinds 1 januari 2026 heeft zijn fiderating voor het eerst de 2300 overschreden.

Een andere talentvolle jongere van de KOSK die ik tip is Alex Peeters. Ook hij is bezig aan een opmars. Op het BK in Lier 2024 was ik al erg onder de indruk van zijn talent. In onze onderlinge partij won hij het openingsduel met een knappe partijvoorbereiding. In het middenspel werd ik compleet weggespeeld. Enkel mijn reputatie kon de nederlaag nog afwenden maar dat zal wellicht een volgende keer niet meer lukken.
Elke club heeft het recht om zijn eigen beleid uit te stippelen. Echter een keuze heeft ook gevolgen. Ik zie vaak dat vriendenclubs hun beste spelers verliezen aan grotere clubs die wel inzetten op topschaak. Tenslotte wil ik ook nog opmerken dat topschakers altijd afhankelijk blijven van de inzet van amateurs. Garry Kasparov heeft in de 90 jaren geprobeerd om de PCA (een schaakbond voor uitsluitend professionele schakers) op te richten. Dit faalde al na enkele jaren omdat de professionele schakers enkel wilden bezig zijn met hun eigen carrière.

Brabo