dinsdag 22 maart 2022

Amateurs

Op deze blog heb ik het al eens geschreven. Ik voel me geprivilegieerd om papa te mogen zijn van 2 fantastische kinderen. Trouwens ik wist al heel lang vooraf dat ik die rol dolgraag zou willen opnemen. Echter dit wilt niet zeggen dat ik iedereen hetzelfde aanraad. Ik kom geregeld mensen tegen die heel gelukkig zijn zonder kinderen. Bovendien zijn er ook ouders die achteraf wensten nooit aan kinderen te zijn begonnen.

Heel triestig vind ik dit in het bijzonder voor de betrokken kinderen maar ik werp evenmin een steen naar die ouders. Onze maatschappij is nog steeds helemaal gecentraliseerd rond het klassieke gezin. Het is heel lastig en zelfs onmogelijk om alle veranderingen die kinderen met zich meebrengen vooraf in te calculeren. Veel overkomt je en je moet voortdurend bijsturen. Persoonlijke dromen/ambities komen hierdoor automatisch onder druk te staan of gaan voor onbepaalde tijd in de koelkast.

In schaakmiddens wordt daarom wel eens gezegd dat elk kind ongeveer 100 elo kost. Niet verwonderlijk geven veel schakers dan ook de brui er aan wanneer ze met een gezin beginnen. Het is niet leuk om plots te verliezen van spelers waar je vroeger van won. Die drastische keuze heb ik echter nooit gemaakt. De terugval was voor mij beperkt (of zelfs onbestaande) en mits een beperkt speelprogramma verloor ik nooit de connectie met de passie die het schaken voor mij altijd al geweest is.

Bovendien ervaar ik tegenwoordig dat mijn kinderen steeds vaker zelf plannen maken en daar is weinig of geen plaats meer voor hun ouders. Tieners trekken veel liever op met leeftijdsgenoten. Dat is soms confronterend als ouder maar heeft dan weer als voordeel dat er ook extra vrije tijd voor mezelf vrijkomt. Zo ben ik in het laatste half jaar 2 keer in het buitenland telkens een week gaan schaken terwijl mijn kinderen gewoon naar school gingen. Mijn echtgenote bleef doorwerken van thuis uit zodat ze niets tekort kwamen.

Over een paar dagen word ik 46 jaar dus ik ben nog (veel) te jong voor seniortornooien. Desalniettemin was ik verwonderd over het aantal jeugdspelers die meespeelden in mijn meest recente schaaktornooi alhoewel we buiten de schoolvakantie waren (ook in het buitenland). Mijn veertienjarige Tsjechische tegenstander Matyas Paseka van ronde 6 gaf achteraf gewoon toe dat hij normaal les had op school en dus die opzettelijk miste om in Mariënbad te kunnen schaken.
Nu moet ik daar wel aan toevoegen dat zijn lesgevers op school hiervan op de hoogte waren. Bovendien stond hij en enkele anderen onder directe begeleiding van een of meerdere schaakcoaches. Ik twijfel er niet aan dat een coach hem ook hielp met de partijvoorbereiding want daarvoor kwam zwart te goed uit de opening. Kortom ik was onder de indruk van hoe serieus men in Tsjechië het schaken neemt. Zoiets lijkt mij in de verste verte onmogelijk in België.

Ik schat de kans ongeveer 0 dat een speler van het niveau van Matyas de toelating van een Vlaamse school zou krijgen om geregeld een weekje de lessen te verlaten om te kunnen schaken. Zelfs voor de enkelingen die de minimum-elo hebben om een topsport-statuut aan te vragen, blijft het telkens een gevecht met school. Ik vermoed dat dit ook een belangrijke reden is waarom ons grootste Belgisch talent Daniel Dardha beslist heeft om niet meer naar school te gaan (zie interview in de tijd) en de leerplicht tot 18 jaar via thuisonderwijs af te werken.

Dat nieuws zal zonder twijfel voor velen in Vlaanderen een harde noot geweest zijn. Ik merk ook op dat de Vlaamse schaakwereld erg stil is hierover. Schaken werd de voorbije jaren in elke communicatie van de bond/ federaties ... altijd als een middel beschouwd en nooit als doel op zich om sponsors aan te trekken. Kinderen door het schaken zich laten ontwikkelen om later een meerwaarde te betekenen op de arbeidsmarkt, was de missie. Het uithangbord die stopt op 16 jarige leeftijd met school, is daarom een enorme tegenvaller.

Ik denk dat het nieuws ook onverwacht is want hoe valt dit te rijmen met de eerdere uitspraak van de familie Dardha: "School is een moetje, schaken is een magje". Anderzijds ben ik van mening dat er soms echt wel goede redenen zijn om drastische koerswijzigingen te maken. Dat lijkt mij zelfs een stuk verstandiger dan koppig vasthouden aan bepaalde principes. Soms krijg je maar 1 kans en dat lijkt mij hier zeker het geval. Een grootmeestertitel behalen voor je 16 jaar is een gamechanger en indien je droomt van beroepsschaker dan is het best nu en niet over x aantal jaar dat je daar naar toe werkt. In het buitenland hebben al vele jonge beloften de keuze van stoppen met school voorgedaan. Ik denk aan Magnus Carlsen, de Polgars, de Foreests.... Niet iedereen is/was even succesvol maar het spreekt voor zich dat jezelf beter kunnen toeleggen aan het schaken, de kansen om later beroepsschaker te kunnen worden serieus verbetert.

In elk geval zelfs al lukt het Daniel om zijn droom waar te maken dan nog vrees ik dat hij hiervoor geen felicitaties moet verwachten van de Vlaamse schaakgemeenschap in tegenstelling tot de grootmeestertitel die hij vorig jaar behaalde als amateur. Beroepsschaker moet je echt alleen maar doen voor jezelf want de meesten vinden het helemaal niets. Schaken is een prachtig spel maar daar blijft het ook bij want het brengt niets bij aan de maatschappij. Financieel zien we veel te vaak beroepsschakers terugvallen op ons sociaal vangnet.

Dat betekent echter niet dat ik geen fan ben van Daniel's keuze om beroepsschaker te worden. Er zijn zoveel mensen rondom mij die elke dag gedurende heel hun leven met heel weinig goesting of zelfs tegenzin naar hun job gaan. Dan lijkt mij het nog geen domme zet om voor een droom te gaan voor iets wat je echt graag doet. Dit is ook wat ik opmerkte in 2 biografieën (gepubliceerd in 2021) die ik recent lees/ las:

1) It is never too late to become a grandmaster geschreven door en over de Franse (Oekraïense) grootmeester Vladimir Okhotnik. Hij vertelt zijn uniek levensverhaal als schaakprofessional met pas de grootmeestertitel op zijn 61ste. Hij werd ook 2 keer wereldkampioen bij de seniors (+60 en +65).
2) Chess Buccaneer geschreven door de Nederlandse internationaal meester Merijn van Delft en de Nederlandse fidemeester Peter Boel beschrijft het onnavolgbaar leven van de Nederlandse internationaal meester Manuel Bosboom. Manuel staat bekend voor extravagantie zowel op als naast het bord. Het verwondert mij dan ook niet dat zijn boek als zoete broodjes over de toonbank gaan.
Ik ben nog bezig met Chess Buccaneer maar weet nu al dat ze geen spijt hebben van hun keuze om beroepsschaker (geweest) te zijn. De levensomstandigheden zijn vaak hard maar het is allesbehalve saai. Ze ontmoeten tal van grote persoonlijkheden en hebben allebei vele verhalen te vertellen. Echter minstens even belangrijk vind ik dat ze op het einde van de rit ook een karrevracht aan geweldige partijen kunnen voorleggen. Het is een echt oevre die ook nog lang nadat ze er niet meer zullen zijn, zal blijven staan. Wie kan dat zeggen na een normale loopbaan?

Nu net als met kunst is het lastig om daar door het grote publiek erkenning voor te krijgen. Als het al gebeurt dan zoals hier op het einde van de carrière d.m.v. een boek. Tijdens de beroepscarriere is het dus veelal overleven. Men wordt gedoogd maar verwacht geen bloemetjes. Zelfs voor de beste profschakers is er nog steeds weinig begrip. Je ziet het in "kleine dingen" zoals vorig jaar toen wereldster Firouzja tijdens de laatste ronde van Wijk aan Zee werd gevraagd om zijn bord te verplaatsen zie tata steel chess 2021 statement firouzja controversy. Of ook dit jaar wanneer de organisatie in Wijk aan Zee aan wereldster Dubov eiste om een mondmasker te dragen tijdens de partij na een hoogrisicocontact zie tata steel chess 2022 round 7. Het is toch uiterst amateuristisch om dit na bijna 2 jaar corona niet op voorhand te hebben voorzien in de reglementen. Of nog enkele jaren geleden in Wijk aan Zee wanneer bepaalde spelers verplicht waren om voorbereidingstijd op te offeren aan de pers en anderen niet.

Het is een wederkerend probleem dat amateurs geen flauw benul hebben wat het vergt om topschaak te produceren. Het helpt ook niet dat de meeste organisatoren zelf amateurs zijn want uiteindelijk zijn 99,9% van alle schakers amateurs. Ik kijk daarom ook niet meer op wanneer laatst in de Nederlandse interclub iemand in het eerste team een lekkere trappist drinkt tijdens de partij. Evenmin ben ik verwonderd wanneer achteraf ik te horen krijg dat de dame van Maleisië uit mijn vorig artikel tijdens het tornooi in Mariënbad aan het werken was aan haar universiteitsstudies.

Voor de meeste schakers is en blijft het dan ook een spelletje. Ik respecteer dat maar krijg het wel lastig wanneer topschaak hierdoor ook op de schop gaat. Kwaliteit wordt verwacht maar daar hangt een prijskaartje aan vast waar men niet wil voor betalen. Tsjechië heeft ongeveer evenveel bewoners als België maar de gemiddelde elo van de Tsjechische schaaktop 10 staat meer dan 100 punten hoger dan de Belgische schaaktop 10. Dit is geen toeval maar een rechtstreeks gevolg van de erg verschillende kijk op schaken tussen beide landen.

Brabo

Geen opmerkingen:

Een reactie posten