donderdag 7 mei 2020

Chess position trainer deel 3

In mijn vorig artikel trachtte ik aan te tonen dat voor mij de 7...De8-variant in de Leningrader onvoldoende solide is om zorgeloos vaak te spelen tegen sterke spelers. Ik sloot het artikel af met enkele alternatieven voor te stellen maar liet de lezer in het ongewisse over welke precies ik zou willen spelen en hoe ik die dan zou aanleren. In dit artikel breng ik meer duiding zonder natuurlijk te ver in detail te gaan over de gemaakte keuzes want tenslotte lezen veel van mijn toekomstige tegenstanders dit artikel ook.

De eerste knoop had ik al snel doorgehakt. Ik zou switchen van 7...De8 naar 7...c6 die vandaag veruit de populairste keuze is bij de sterkste spelers. Trouwens hiermee geef ik geen grote geheimen prijs want sinds de Open van Cappelle La Grande 2020 staat er al een partij van mij met 7...c6 in de database (meer hierover in een later artikel). Echter toen ik vorig jaar die keuze had gemaakt, stelde ik vast dat ik een probleem had. Ik kon geen goed recent werk over de Leningrader met 7...c6 vinden die ik als leidraad kon gebruiken. In de meest recente megadatabase alleen al staan meer dan 7000 partijen met 7...c6. Hoe kan ik snel het kaf van het koren scheiden?

Wel ik ga te rade bij een expert natuurlijk. Dit bedoel ik figuurlijk want ik stel geen echte vragen maar kijk naar zijn/ haar partijen. Dus het eerste wat ik deed, was een expert vinden. Chessbase kan je hierbij op weg zetten want vandaag is het een koud kunstje om in Chessbase te weten te komen welke sterke spelers meermaals een specifieke variant gespeeld hebben. Echter bij het doorscrollen van de partijen stelde ik vast dat het merendeel blitz en rapid was. Sommige +2700 spelers speelden het zelfs uitsluitend op een sneller tempo. Het leek mij heel dubieus om de kern van mijn standaard-repertoire te laten steunen op een mix van blitz en rapidpartijen. Bijgevolg bleef er niets anders over om filters zelf te creëren en zo een echte expert te vinden.

De ultieme expert is een +2700 speler die vandaag uitsluitend kiest voor de opening. Spijtig bestaat die niet. Ik heb zelfs geen +2500 speler gevonden die de Leningrader met c6 altijd durft te spelen. Ik heb wel een handvol spelers gevonden die het afwisselend durven te spelen maar niemand boven 2700 elo. Tot vorig jaar zou ik David Anton Guijarro als grootste expert hebben beschouwd maar sinds kort is hij +2700 elo en speelt hij de opening enkel nog in partijen met een snel tempo of als uitzondering. Vandaag denk ik dat de sterke Franse grootmeester Maxime Lagarde de eer verdient van grootste expert. Alhoewel want hij mixt diverse systemen in de Leningrad en ik krijg het gevoel dat hij vaak gewoon zonder veel studie varianten kiest. De bekende quote van Korchnoi geldt hier zeker ook: I don't study, I create. Wetenschappelijk is zulke aanpak dus absoluut niet.

Veel wijzer werd ik niet. Gelukkig bezit ik ook een goed up to date correspondentiedatabase en daar vond ik wel een handvol spelers die op hoog niveau (+2400 ICCF) zeer vaak de Leningrad met c6 speelden. Sommigen van hen hadden zelfs nog geen enkele partij ermee verloren en dat is uiteraard heel goed nieuws rekening houdend met de engines die iedereen vandaag kan gebruiken om voor te bereiden. Dit betekent in elk geval dat een weerlegging nog niet voor onmiddellijk is. Hieronder geef ik een tabel van de experten in correspondentieschaak met hun titel, hun huidige iccf-rating en score met de opening volgens mijn database.
Ik heb de lijst beperkt tot de spelers met minimum 10 partijen maar elke recente partij van een +2300  correspondentiespeler is zeker de moeite om te bestuderen omdat iedereen zeer intensief gebruikmaakt van de computer.

We kennen nu de experten maar we moeten ook nog bepalen welke varianten we willen bestuderen. Daarin kan je zo ver gaan als je zelf wilt. Echter op het einde moet je het ook nog allemaal kunnen onthouden dus het is best hiermee van bij de start rekening te houden. Het is daarom praktisch om te beginnen met de meest gespeelde varianten. Hierbij maakte ik nogmaals gebruik van de 100 meesterpartijen-regel die ik introduceerde in mijn artikel schaakopeningen studeren deel 2. Echter i.p.v. achter naar voor werkte ik deze keer van voor naar achter. Onderstaand screenshot legt het beter uit.
Dus voor alle kandidaatzetten waarmee meer dan 100 meesterpartijen staan in de database in dit geval 8.d5, 8.b3, 8.Tb1, 8.Dc2, 8.Te1 en 8.Db3 zocht ik in eerste instantie op wat de experten zouden spelen. Vaak was er unanimiteit maar af en toe was er ook verdeeldheid. Willekeurig wou ik niet kiezen dus maakte in die twijfelgevallen een aparte speed-analyse geconcentreerd op de 2 of 3 weerhouden zetten. Ik liet dan Stockfish tientallen soms honderden verkorte blitzpartijtjes tegen zichzelf spelen (zie computers worden autonoom) waardoor ik een vrij goed idee kreeg van de plussen en minnen.

Hetzelfde proces herhaalde ik voor de volgende zet. Weer zocht ik via mijn openingsboek op welke zetten in meer dan 100 meesterpartijen werden gespeeld en weer bepaalde ik voor ieder van hen via de experten en eventuele speed-analyses mijn antwoord. Daarna herhaalde het proces weer voor de volgende zet en de volgende zet tot er geen enkele zet meer was waarmee 100 meesterpartijen gespeeld waren. Dit klinkt erg complex maar ik had uiteindelijk slechts 7 varianten die maximaal 4 zetten diep waren dus daarmee wist ik nog niet veel over de nieuwe opening.

Vervolgens breidde ik mijn openingsstudie stelselmatig uit door ook zetten te bekijken die minder dan in 100 meesterpartijen werden gespeeld. Eerst trachtte ik het voor alle zetten die in minstens 50 meesterpartijen werden gespeeld. Daarna zakte ik zelfs naar 30 meesterpartijen. De variantenboom groeide van 7 naar 12 varianten met maximaal 5 zetten diepte dus nog steeds heel beperkt maar onderschat niet hoeveel tijd zelfs zoiets vraagt. Ondertussen zat ik al een maand verder waarmee ik wil onderstrepen dat je best niet twijfelt om een boek/dvd te kopen als die beschikbaar is over je opening.

Toen in augustus dan ook plots een nieuw boek over de Leningrader met c6 werd aangekondigd door Thinkers Publishing, was ik er als de kippen bij. De Franse grootmeester Adrien Demuth had vanuit zijn eigen tornooiervaring een lijvig boek van bijna 500 pagina's over het Hollands geschreven met als kern dus de Leningrader met c6.  Net als meerdere boeken van deze relatief jonge uitgeverij  kreeg het boek als label modernized mee dus werd het logischerwijze The Modernized Dutch Defense.
Deze titel is zeker niet gestolen. Het boek staat volgepropt met originele analyses op een paar uitzonderingen na. Toeval of niet maar in de enkele overlappingen met het boek van Malaniuk staan ook exact dezelfde foute evaluaties die ik al vermeldde in de leningrader deel 1. Hadden die fouten kunnen vermeden worden dan was ik helemaal tevreden geweest van mijn aankoop.

Dus eindelijk had ik een compleet modern werk van de Leningrader met c6 maar wat moest ik nu doen met de zelf-gemaakte analyses? Het viel mij bovendien ook op dat Adrien vaak iets anders had gekozen als hoofdvariant. Wel eigenlijk was de beslissing eenvoudig. Ik varieer nog veel te weinig in mijn repertoire zie o.a. nog mijn recent artikeltje verrassingen deel 3 dus waarom niet beide in mijn repertoire houden. De eerste keer speel ik volgens mijn eigen analyses en een volgende keer kan ik het boek volgen. Dit betekent trouwens niet dat ik beide keuzes moet kunnen onthouden op hetzelfde moment. Een tweede keer dezelfde lijn gebeurt nooit in standaardpartijen op dezelfde dag.

Nu de meeste varianten in het boek had ik helemaal nog niet bekeken dus viel er ook niets te kiezen. Anderzijds bedankte ik feestelijk voor bijna 500 pagina's van buiten te leren. Een tip op chesspub vertelde mij om enkel te concentreren op de vet gedrukte zetten en die in een eigen boek te gieten via chessable maar dan bedacht ik mij dat ik ook nog chess position trainer bezit zie deel 1 en deel 2. In tegenstelling met chessable hoef ik helemaal niet online te gaan. Dat dit geen overbodige luxe is, ondervond ik laatst tijdens Cappelle La Grande toen ik enkel een uurtje had om mij voor te bereiden in de analysezaal waar geen wifi beschikbaar was. Natuurlijk kan je dat proberen te omzeilen met zelf een hotspot te creëren via je smartphone maar dan ben je weeral kostbare minuten kwijt zonder maar te spreken van extra kosten. Schakers die wensen te werken met chessable in het vliegtuig zijn al helemaal de pineut.

Ik vreesde vooraf dat het nog steeds veel werk zou zijn om de vet gedrukte zetten in een pgn te converteren maar dat viel best mee ook al omdat ik enkele hoofdstukken negeerde (ik speel iets anders of zie ze als te zeldzaam). In iets meer dan 2 uren had ik gedaan waardoor mijn oorspronkelijke analyses bestaande uit 25 zetten, werden uitgebreid met 133 nieuwe zetten. Op Chess Position Trainer kost het me een dik half uur om alles 1 keer correct te hebben nagespeeld dus dat lijkt mij voorlopig de limiet. Het is een mooi evenwicht tussen kwaliteit en kwantiteit. Dat ik hiervan vrij zeker ben is omdat zelfs de vrij zonderlinge variant aanbevolen door Sim Maerevoet in het artikel ideeen deel 2 niet vergeten is (stond dus in het boek bij de vet gedrukte zetten).

Kortom toen ik in 2017 voor het eerst kennismaakte met Chess Position Trainer stond ik sceptisch t.o.v. de mogelijkheden van de software. Ondertussen heb ik mijn visie aangepast alhoewel ik vermoed dat ik het programma wellicht niet gebruik volgens hetgeen de ontwikkelaar voor ogen had. Tenslotte wou ik ook nog meegeven dat ik onlangs probleemloos mijn compleet repertoire kon overhevelen naar een nieuwe PC met Chess Position Trainer. De licentiesleutel kan je 3 keer gebruiken en die bleek nog steeds actief.

Brabo

7 opmerkingen:

  1. Reacties
    1. Een laptop met AMD Ryzen 7 3750H processor. Daarnaast 16GB RAM en een Nvidea GTX 1660i als grafische kaart. Dit was bijna de helft van de prijs van de aanbevolen PC met Nvidea RTX 2080 maar nauwelijks zwakker. Op die nieuwe laptop van mij won een recente versie van Leela tegen Stockfish 11 in een rapidmatch over 100 wedstrijden met 52-48. Het is een beest en ook ideaal om naar tornooien mee te nemen.

      Vorig jaar in Open Gent liet ik mijn 4 jaar oude laptop per ongeluk vallen waarna het steeds moeilijker werken werd. De nieuwe laptop heb ik vorig jaar in oktober gekocht. Tijdens Open Leuven had ik nog niet alles geïnstalleerd waardoor ik nog de oude gebruikte maar daar kreeg ik spijt van omdat de batterij het onmiddellijk begaf en ter plaatse waren er problemen met de elektriciteit. Hierdoor liep mijn voorbereiding in de laatste ronde in het honderd.

      Verwijderen
  2. Thanks voor de info Helmut binnen kort bezoek aan PC software

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik begrijp persoonlijk niet goed dat je nu al die tijd gaat steken in het aanleren van een andere variant van het Hollands.

    Uiteindelijk weet je toch gewoon dat 1. ... f5 niet de beste zet is?
    Het lijkt me niet te rijmen met jouw "wetenschappelijke aanpak" om dit dan toch te blijven spelen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat klopt. Ik weet inderdaad dat 1..f5 niet de beste zet is. Met de wetenschappelijke aanpak bedoel ik enkel dat de nadruk ligt op het onderzoek. Je kiest een specifieke opening en probeert die helemaal te ontleden. Ik ben toevallig begonnen met 1...f5. Nu veranderen, voelt voor mij aan als een onafgewerkt project.

      Verwijderen
    2. Wat is eigenlijk je score met 1...f5 (eerder dubieus) tegen alles behalve e4, vergeleken met de score 1...e5 tegen e4 (klassiek en gezond)? Is daar een verschil tussen en zoja hoe groot het verschil?

      Stel met 1.e4-e5 scoor je 50% en met 1.d4/c4/Pf3-f5 scoor je 40%, dan zou ik 1...f5 in de vuilbak kieperen hoor. Stel dat je voor beide 50% scoort, is het misschien een interessante vraag hoe het kan dat je met een dubieuze opening evenveel scoort als een gerespecteerde!

      Verwijderen
    3. Dat is een heel goede vraag en aanvankelijk stond ik er huiverachtig tegen om die te beantwoorden want spelers die puur op de man spelen kunnen dan achteraf van mijn goedheid misbruik maken.
      Ik hou al lang een openingsboek bij met statistieken van mijn partijen maar deze specifieke vraag had ik ook nog niet trachten te beantwoorden. Het vergde me echter weinig moeite om de antwoorden uit mijn goed georganiseerde database te halen. Ik had verwacht een duidelijk voordeel te zien voor 1.e4 e5 maar dat bleek niet het geval te zijn.

      1.e4 e5: 135/210 partijen of 64%
      1....f5: 126,5/221 partijen of 57%.
      Echter percentages zeggen niet veel zonder iets te weten over de elo van de tegenstanders dus deed ik de oefening opnieuw met enkel mijn partijen tegen +2100 elo.
      1.e4 e5: 63/121 met TPR 2278
      1... f5: 70/151 met TPR 2268
      Als we dan ons beperken tot de laatste 5 jaren dus 2015-2020 dan zien we zelfs
      1.e4 e5: 13,5/25 met TPR 2248
      1... f5: 16/31 met TPR 2276
      Tenslotte heb ik een TPR van 2328 op mijn 5 recente partijen met de Leningrad.

      Het toont dus aan dat een dubieuze opening op ons niveau helemaal niet onder hoeft te doen t.o.v. een gerespecteerde. Ik krijg zelfs de indruk dat de laatste jaren het zelfs nog interessanter is geworden voor mij om 1...f5 te spelen in tegenstelling wat je zou verwachten met de steeds sterker wordende computers.

      De belangrijkste reden dat ik hiervoor zie is dat ik de laatste jaren veel intensiever gewerkt heb op mijn openingen dan voorheen. Op mijn niveau werken weinig spelers serieus aan hun repertoire waardoor het dan misschien wel interessanter wordt om een opening te spelen waarmee de meesten weinig of geen ervaring hebben.
      Ook leent 1...f5 veel meer tot specialisatie dan 1.e4 e5. Wat je moet kennen, is niet alleen veel minder dan 1.e4 e5 maar is ook minder onderhevig aan veranderingen. Op mijn niveau is een expert zeker niet zonder troeven.

      Verwijderen