donderdag 19 mei 2022

Computerevaluaties deel 2

Vorige week kreeg ik een berichtje van een vriend/ jeugdcoach met de vraag om te helpen met het begrijpen van een computerevaluatie. Stockfish gaf een score van meer dan + 2 voor zwart maar zelfs na meerdere minuten zetten uitproberen, slaagde hij er niet in het winstplan te ontdekken. Kon ik het hem uitleggen in enkele woorden wat de computer niet met cijfers kon?

Het is een steeds vaker wederkerend probleem tegenwoordig dat schakers zich verloren voelen bij het bekijken van de computerevaluaties. HK5000 schreef er eind vorig jaar een artikel al over zie deel 1 dat computerevaluaties voor ons stervelingen vaak buiten ons begrip liggen. Voor computer-haters is het koren op de molen om computers zoveel mogelijk te bannen uit analyses van partijen gespeeld door mensen.

Nu i.p.v. mijn vriend enkel uit te leggen waarom meer dan +2 voor zwart, toonde ik aan mijn vriend ook hoe hij zelf in het vervolg het winstplan kon ontrafelen. Daar is 1 heel simpele truuk voor en dat is de computer de positie laten uitspelen tegen zichzelf. Dat kan via een eenvoudige "shootout" met een blitzpartijtje maar je kan het ook uitbreiden zoals ik al beschreef in een van mijn allereerste artikels op deze blog: Analyseren met de computer.

"Dat kost (te) veel tijd" was de reactie van mijn vriend. Ja, je hebt inderdaad veel meer tijd nodig dan wat een 1000-2000 elo sterkere computer in soms enkele seconden kan berekenen. Daar wringt uiteraard het schoentje. Ik schreef het onlangs nog in het artikel Amateurs: de meeste schakers hebben geen flauw benul van wat er nodig is om een sterke schaker te worden en vooral zijn niet bereid om de nodige inspanningen ervoor te leveren. Persoonlijk slaag ik er dus altijd in om een computerevaluatie mits de nodige tijd te investeren (jawel soms vele uurtjes) uiteindelijk te doorgronden. Echter dat is voor mij niet het einde van de rit.

De volgende vraag is dan ook "Wat doen we met die nieuwe verworven kennis"? Opnieuw lopen de meningen tussen profschakers/ coaches uiteen. Sommige zijn van mening dat we ten allen tijde lessen kunnen trekken en die vervolgens in toekomstige partijen moeten kunnen toepassen. Think Like a Machine (die ik al vermeldde in het artikel Praktisch schaak) is het meest categoriek. We moeten trachten te denken als de computer. Anderen zijn subtieler zoals Leren leren van computers met Matthew Sadler the silicon road to chess improvement of laatst nog in het chess.com-artikel Modern chess trend double edged pawn push. Ik krijg soms koude rillingen van die onzin want daar zou altijd onderstaande waarschuwing moeten bij vermeld staan.
Echt ik ben ervan overtuigd dat het "aanleren" van bepaalde computerzetten/ winstplannen vaak meer slecht dan goed doet voor iemands schaakontwikkeling. Zo gingen alle alarmbellen bij mij laatst af  bij het chess.com-artikel dat ik hierboven naar refereerde. De computer toont vandaag in de meest onmogelijke stellingen dat g4-g5 de beste zet is maar het is absurd volgens mij om de lezers te vertellen dat we zelf ook dit soort zetten moeten opzoeken en durven spelen.

Eigenlijk ondermijnt de auteur al met het eerste voorbeeld in zijn artikel zijn eigen verhaal. Als we zo gemakkelijk van de computer leren dat g4-g5 de beste zet is in heel veel stellingen dan waarom werd dit door de jonge Nederlandse supergrootmeester Jorden Van Foreerst gemist in onderstaande partij? Hij had zee├źn van tijd op de klok en Jorden is ontegensprekelijk iemand die zeer intensief met de computer werkt en weet er het allerkleinste voordeel uit te destilleren.
Dus nee g4-g5 is geen zet die je zelfs als zeer sterke professional automatisch op je radar hebt staan zelfs na vele jaren geleerd te hebben van een computer. Er zijn gigantische risico's verbonden aan deze zet die je door de jaren heen met scha en schande hebt leren inschatten. Ik durf te stellen dat een sterke schaker dit slechts durft te spelen in een onbekende stelling als er een concreet voordeel zichtbaar is (behalve misschien een schaakpersoonlijkheid zoals de Nederlandse IM Manuel Bosboom die kickt op deze onorthodoxe zetten).

Kortom als de computer in mijn eigen partijen de zet g4/g5 aanduidt als beste/interessante zet dan zal ik wel eens glimlachen bij het zien van zoveel wonderlijk moois maar ik zal het mezelf zelden kwalijk nemen dat ik de zet niet eens overwogen heb tijdens de partij. Recent botste ik minstens 2 maal op zulke stellingen bij het analyseren van mijn eigen partijen. In het eerste voorbeeld was het mijn tegenstander die de kans aan zich liet voorbijgaan.
Dus g4 werkte omwille van enkele briljante tactische motieven die in de stelling verscholen zaten. Dat het ver boven de rekencapaciteiten ligt van een mens, wordt bewezen door Leela die als 3500 schaakprogramma zich eveneens schromelijk misrekent.

Het andere voorbeeld heb ik zelf gemist in de Belgische interclub tegen de Belgische FM Adrian Roos. Opnieuw twijfel ik sterk of het een goed idee ware geweest om g4 te spelen in de praktijk ondanks dus dat het aanbevolen wordt door de computer.
Dat zetten zoals g4-g5 mogelijk zijn en soms zelfs de beste kunnen zijn in bepaalde stellingen, ontken ik absoluut niet. Ik denk wel dat we dit in de voorbeelden die ik in dit artikel toon, moeten overlaten aan de professionele idioot die onze schaakcomputers zijn. We moeten een duidelijk onderscheid maken in het beoordelen van computeranalyses  (synthese) van wat wel of niet door ons in de praktijk kan worden gebruikt. Daarbij moeten we zeker ook rekening houden met ons eigen speelsterkte. Voor minder ervaren spelers is dit geen eenvoudige opdracht. Een persoonlijke coach is daarom geen luxe.

Ik heb in dit artikel het gehad over een valkuil van computerevaluaties maar er valt zeker ook veel van te leren. Daar zal ik het later (nog) eens over hebben. Behalve de evidente openingen kan je ook door de jaren heen een heleboel middenspel/ eindspelkennis aanleren door dagelijks met de computer te werken. Ik ben daar het levende bewijs van want ik heb nauwelijks of geen schaakboeken over strategie/ positiespel gelezen.

Brabo

2 opmerkingen:

  1. Als ik het me goed herinner was een vroeg g2-g4 net niet het handelsmerk van niemand minder dan Karpov. Of hoe "everything forgotten becomes new again" nog altijd geldt.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. In bovenstaand artikel heb ik het alleen over g4/g5 waarbij lange rochade geen optie is, het centrum niet vastligt en bovendien geen deel uitmaakt van enige partijvoorbereiding/theorie.
      In het chess.com artikel wordt alles op een hoop gegooid want g4/g5 is al vele decennia standaard in stonewallstructuren. In heel veel moderne openingen wordt g4 vandaag gespeeld zie https://schaken-brabo.blogspot.com/2015/09/g4-in-de-najdorf.html en dit breidt zich nog steeds uit. Dus we moeten opletten dat we geen appelen met peren aan het vergelijken zijn.

      Verwijderen