dinsdag 23 juni 2020

Revolutie in het millennium deel 2

Vandaag zijn de mogelijkheden bijna onbeperkt om beter te worden in het schaken. We hebben met enkele muisklikken toegang tot talloze partijen gespeeld op hoog niveau. Als student leer je heel veel door die goede voorbeelden te bestuderen maar kan het ook zinvol zijn om foute voorbeelden te bekijken? Daar bestaat veel minder een consensus over.

Zelfs het analyseren van de eigen partijen leidde recent al tot discussies zie mijn artikels welke partijen analyseren deel 1deel 2 en deel 3. Sommige jonge meesters doen nog maximaal een blundercheck (een kwartiertje per partij) en menen dat het meer rendeert om de studietijd te spenderen aan partijen van sterkere spelers. Ook in mijn lessen twijfel ik om partijen van mijn leerlingen in groep te bespreken. Soms doe ik het om een specifiek thema te bespreken maar over het algemeen probeer ik het te vermijden ook al omdat sommige studenten het niet kunnen laten om met fouten van anderen te lachen.

Desalniettemin zeker op amateurniveau draait schaken vooral om fouten en veel minder om concepten of ideeën. Er wordt niet zomaar gezegd dat de speler die de voorlaatste fout maakt, wint. Fouten compleet negeren, lijkt mij daarom geen juiste keuze. Dit hebben sommige auteurs al heel goed begrepen zie bv. swindels deel 2. Ik vind het dan ook heel positief dat in het boek "On the Origin of Good Moves" er niet alleen aandacht werd geschonken aan wat men kende in de vroege jaren van de schaakgeschiedenis maar ook nog niet kende.

Vooral de eerste officiële wereldkampioen Wilhelm Steinitz moet het hierbij ontgelden. Zowel tactisch maar ook strategisch en positioneel wordt hij door het slijk gehaald. Daarbij zoomt Willy vooral in op Wilhelm's theorie dat de koning best voor zichzelf kan zorgen. Zoiets klinkt absurd vandaag voor elke ervaren clubspeler maar Willem schrok niet terug om materiaal te slaan zelfs al bleef hierdoor zijn koning heel lang in het centrum staan. De variant van het koningsgambiet met Ke2 draagt niet toevallig zijn naam.

Je mag ook niet vergeten dat Wilhelm talloze partijen won met deze riskante strategie zeker in zijn beste jaren. Het is uiteraard niet zijn fout dat zijn tegenstanders niet sterk genoeg waren om hem af te straffen. Het is ook volstrekt begrijpelijk om iets opnieuw te spelen als je er al eerder succesvol mee was. Zelfs vandaag denk ik dat je hiermee best nog punten kunt scoren tegen zwakkere spelers. Daarentegen op meesterniveau is het een ander paar mouwen. Dat laatste ervoer ik recent nog in Cappelle La Grande. Mijn tegenstander de sterke Franse IM Chistophe Sochacki kende niet de opening en ik dacht hiervan te kunnen profiteren door een pion te winnen maar kreeg al heel snel spijt.
Ik werd gescheurd in de partij. Wit hield mijn koning in het centrum op straffe van groot materiaalverlies en toonde meesterlijk met het fijne 24.a3 aan hoe hopeloos al de situatie was voor mij. Kortom profiteren van een koning in het centrum is vandaag standaard op meesterniveau. Tenminste dat was het tot voor kort want recent horen we steeds meer een ander geluid. Hiermee kom ik tot de kern van dit artikel.

In het boek "On the Origin of Good Moves" wordt de evolutietheorie voorgesteld. De verbetering van het schaakniveau is door de geschiedenis een heel langzaam proces geweest. Echter dan spreken we enkel over de mens als schaker. In de laatste decennia verliep parallel een totaal andere proces van de schaakprogramma's die niet alleen veel meer schoksgewijs was maar ook tot honderd keer sneller. Zeker met de introductie van neurale netwerken is een nieuwe wereld opengegaan die we als mens nooit voor mogelijk hadden gehouden. Plots werd ons schaakinzicht met enkele honderden elopunten bijgesteld door een programma die slechts enkele uren nodig had om die kennis op te bouwen.

Er is al heel wat over geschreven maar 1 van de minst besproken revolutionaire veranderingen vind ik hoe verschillend Leela koningsveiligheid taxeert t.o.v. traditionele programma's als Stockfish. In de voorbije maanden was er weinig hoogstaand schaak omdat topspelers geen standaardschaak konden spelen maar de computers hadden geen last van het coronavirus en bleven/blijven gelukkig ons verwennen met absoluut topschaak. De TCEC superfinale van seizoen 18 is nog lopende maar in april hadden we al de fantastische TCEC superfinale van seizoen 17 die zelfs voor het eerst live op chess24.com door (top-) grootmeesters becommentarieerd werd. Het is moeilijk kiezen uit de plethora aan partijen maar persoonlijk vind ik onderstaande best een mooi voorbeeldje van hoe Leela weinig moeite heeft om de rochade weg te laten.
Trouwens om nog meer zulk moois te zien en van te leren, kan je natuurlijk ook nog altijd je eigen testwedstrijden organiseren. Vorig jaar deed ik dit al enkele keren zie mijn artikel schaakprogramma's testen en ook tijdens de corona-crisis vond ik het een leuke activiteit om nog eens te herhalen. Ook in mijn eigen georganiseerde rapidmatchen toonde Leela opnieuw aan dat je het niet te nauw moet nemen met koningsveiligheid. Ik heb opnieuw 1 partij geselecteerd die dit goed in de verf zet.
Het heeft ook niet lang geduurd voor mensen deze nieuwe inzichten probeerden toe te passen in hun eigen praktijk. Ik zie in de keuze van mijn openingen duidelijk de invloed van Leela met zijn hypergevoeligheid voor activiteit zelfs ten koste van (tijdelijke) koningsveiligheid. Een mooi voorbeeldje hiervan is de opening die ik speelde tegen de Belgische expert Tijs Cocquyt in Cappelle La Grande. Het ziet er optisch heel dubieus uit voor zwart en enkele grootmeesters hebben het al met de witte stukken gespeeld maar de computer toont haarfijn aan dat zwart voordeel heeft.
Zelf was ik erg onder de indruk van de opmars van de zwarte koning door de Belgische FM Hendrik Ponnet in onze meest recente onderlinge partij. In een bord vol stukken gaat zijn koning gewoon meehelpen in de voorste linie om de andere stukken vrij te maken voor andere taken. Achteraf las ik in een verslag van het volwassenenweekend 2020 van Schaakinitiatief Vlaanderen dat Hendrik een presentatie had gegeven over de diverse schaakmogelijkheden online om te spelen en bij te leren. Ik heb dus een sterk vermoeden dat Hendrik ook ervaring heeft met Leela of andere neurale netwerken.
Of dit betekent dat Wilhelm Steinitz het toch bij het rechte eind had, dat nu ook weer niet. Er bestaat een heel groot verschil tussen de type posities die Wilhelm en die Leela speelt met de koning nog in het centrum. Dat verschil draait uiteraard rond activiteit. Wilhelm pakte materiaal maar belandde daarna in zeer passieve stellingen waarbij hij enkel kon hopen dat zijn tegenstander niet het correcte pad zou vinden. Dat is zeker niet het geval bij Leela die vaak heel actief tegenspel kan creëren. Een laatste belangrijke opmerking is dat we echter nooit mogen vergeten dat wij mensen niet de rekenkracht hebben van een computer. Niet zelden gaat het in een positie die theoretisch ok is toch mis als mens omdat we niet in staat zijn om de optimale zetten te vinden met een koning in het centrum.

Brabo

2 opmerkingen:

  1. Hendriks gebruik van een "koningsmars" zou ik nu niet meteen koppelen aan een goede kennis van Leela. Er is de klassieker Short-Timman, maar ook Plaskett-Gutman, Polugaevsky-Makarov, Lanin-Skorchenko hebben winnende koningsmarsen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De koning in mijn voorbeelden is steeds omringd door een legertje pionnen. De koning verdedigt de pionnen en de pionnen verdedigen de koning. Je zou het als een testudo (romeinse legerformatie) kunnen bekijken die zowel verdedigend als aanvallend heel doeltreffend is. Bovendien creeert het hier in het schaken als extra voordeel dat de andere stukken vrijer zijn. Dit zie je heel vaak in partijen van Leela en lijkt mij toch iets helemaal anders dan winnende koningsmarsen.

      Verwijderen