dinsdag 11 februari 2020

De expert deel 3

In 2013 schreef ik al op deze blog dat het Hollands een dubieuze opening is omdat wit een heel ruime keuze heeft aan mogelijkheden om zwart het vuur aan de schenen te leggen zie een hollands gambietje deel 2. Ik bedoelde hiermee niet dat de opening theoretisch weerlegd is. Wit heeft enkel veel meer opties t.o.v. meer solide openingen om zwart serieus te testen waardoor de zwartspeler extra veel erg verschillende type stellingen moet studeren.

Echter vorige maand schreef Sim Maerevoet in ideeën deel 2 dat er meerdere systemen zijn tegen het Hollands die voordeel geven dus de opening echt wel weerleggen. Het is enkel een kwestie van studie om zwart in verlegenheid te kunnen brengen. Spijtig genoeg ben ik steeds meer overtuigd dat Sim gelijk heeft. De laatste maanden heb ik bijna niets anders gedaan dan gaten te repareren in het Hollands. Vooral sedert ik begonnen ben met het analyseren met de nieuwe engine lc0 zijn tal van nieuwe hardnekkige problemen opgedoken in het Hollands. Lc0 maakt voortdurend brandhout van mijn oude analyses die varianten als speelbaar beschouwden.

Het lijkt mij een kwestie van tijd dat ik de pijp aan maarten zal geven. Trouwens ondanks Sim vertelde dat hij nog niet Lc0 gebruikt, hoorde ik wel al dat vele andere sterke schakers op de trein zijn gesprongen. Computers worden autonoom is recent duidelijk in een hogere snelheid geraakt. Bij het Hollands staat dus het water aan de lippen. Andere openingen zijn er al erger aan toe en zijn ondertussen kopje onder gegaan. In de vorige interclubronde kloeg de Belgische FM Frederic Verduyn over het bankrupt van het schaken door de computers. Ik wil niet doemdenken maar we zullen moeten aanpassen of (veel) elo verliezen.

Dit kan betekenen andere openingen spelen maar ook simpel tornooien kiezen waarbij je voorbereidingen veel minder hoeft te vrezen. Bovendien merk ik op dat steeds vaker tornooien met standaardschaak kiezen om het aantal speeldagen te beperken en dus meerdere partijen per dag te laten spelen. De tijd die je krijgt om iets voor te bereiden wordt hierdoor tot een minimum gereduceerd. Zo werden de paringen van de beslissende laatste ronde van Open Leuven 2019 minder dan een half uur vooraf aangekondigd waardoor van een serieuze voorbereiding helemaal geen sprake was.

Dit aspect komt nog veel meer tot uiting in rapid of blitz-tornooien. Op een enkeling na bereidt niemand zich specifiek voor op een speler. Daar is het dus veel makkelijker om weg te komen met een dubieuze opening. Sim antwoordde mij laatst dat een voordeel van het Hollands is dat het makkelijk speelt voor zwart maar daar ben ik het helemaal niet eens mee. Ik heb in de eerste jaren met het Hollands meerdere miniatuurtjes (minder dan 20 zetten) verloren met zwart. Echter na 25 jaar onafgebroken Hollands spelen heb je natuurlijk een enorme berg ervaring opgebouwd. Dit viel mij ook op de voorbije 2 jaren in de rapidtornooien die ik meespeelde. In die tornooien speelde ik uitsluitend het Hollands als ik de kans kreeg. Ik verloor er slechts 1 keer mee en won er talloze partijen mee o.a. zelfs van IM Tom Piceu, FM Sim Maerevoet, FM Warre De Waele, FM Sterre Dauw (mijn leerling is me zonet op de fide-elolijst voorbij gegaan)....

In deel 1 en deel 2 toonde ik aan dat het vandaag praktisch onmogelijk is geworden om te wedijveren met voorbereidingen van spelers als je enkel specialiseert in 1 opening. In dit artikel wil ik eens de andere kant tonen en dat een openingsexpert zijn soms voordelen oplevert tot ver in het middenspel/ eindspel. De pionstructuur speelt hierbij een grote rol maar ook het kennen van bepaalde stukken-maneuvers is erg nuttig zoals Sim al in zijn meest recente artikel opmerkte. Onderstaande koningsaanval tegen de Draak is wellicht 1 van de meest bekende opening/middenspel-thema's maar toch kom je soms nog spelers tegen die elke ervaring missen.
Na de partij vond ik in de database terug dat exact dezelfde partij nog minstens 2 keer gespeeld werd. 

Aan de tegenovergestelde kant van bekende thema's is wellicht onderstaand voorbeeld dat ik ontdekte tijdens het analyseren van mijn partij tegen Jan Rogiers en die ik integraal al publiceerde op deze blog zie the hyper modern french.
In het rapidtornooi van Gent (24 november 2019) miste ik de kans niet om hetzelfde uiterst merkwaardig thema uit te voeren in een partij tegen Robert Decruyenaere. We spelen dezelfde opening maar een iets andere variant. Echter het thema komt zo laat in de partij en de posities zijn zo verschillend dat ik mij afvraag of het puur toeval is. Ik vermoed daarom dat het thema al ook met totaal andere openingen is voorgekomen. De lezers kunnen het in een reactie vertellen.
Ervaring in openingen bestaat dus in diverse vormen. Ik overdrijf zeker niet dat je na +25 jaar Hollands spelen veel meer weet dan enkel de openingszetjes in het Hollands. Net daarom vind ik het dan ook zo lastig om het Hollands over boord te gooien. Ik schreef eerder in dit artikel dat het een kwestie van tijd is maar na +25 jaar heb ik geen haast. Onze nationale jeugdleider Arben Dardha vertelt in een recent interview over zijn zoon Daniel dat tijd kostbaar is. De tijd tikt inderdaad heel snel voor onze jeugd en eenmaal ze volwassen zijn, wordt het veel moeilijker om nog grote sprongen voorwaarts te maken. Dit is voor mij als 43 jarige natuurlijk veel minder of helemaal niet van tel. Er zijn nog een aantal varianten in het Hollands die ik wens nader te bestuderen en pas daarna zal ik in het reine zijn om het dikke boek te sluiten.

Brabo

12 opmerkingen:

  1. In het verleden genoot het Hollands vooral een slechte reputatie, omdat het een opening was die vooral door mindere goden gespeeld werd, dus die zoudeen met om het even welke opening minder succes hebben gehad. Maar in de handen van bv. Botwinnik was de opening dan weer wat respectabeler. En ook bv. Bronstein, veel later o.a. Mischa Gurevich en Malaniuk en heel recent nog Nakamura hadden er toch ook succes mee. Tegen de sterkste moderne computers zal het echter altijd vechten tegen de bierkaai zijn en is het maar de vraag of er één enkele verdediging echt deugt als de machine ze fileert. Maar als je de engine met zwart een dubieuze opening laat spelen tegen om het even welke mens, liggen de zaken allicht weer anders. Slotsom volgens mij: de machine speelt schaak van een dusdanig niveau, dat de menselijke geest het niet meer kan bevatten - tegen de machine dan!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Enkel de partijen van de allerbeste spelers zullen herinnerd worden in de toekomst. Als je als gewone schaker een beetje herinnerd wilt worden dan moet je iets speciaals doen zoals je hele schaakcarriere het Hollands spelen. Meerdere Hollandse partijen van mij zijn zo al in schaakboeken over het Hollands terecht gekomen. Je schrijft hiermee als het ware een stukje schaakgeschiedenis.

      Echter nu lijkt het er steeds meer op dat het Hollands een doodlopende straat aan het worden. Het Hollands wordt een voetnoot in de schaakgeschiedenis want de computer heeft aangetoond hoe voordeel er tegen te bereiken. Het Hollands zal enkel nog goed zijn als verrassingswapen of om door de amateur te worden gespeeld.

      Verwijderen
    2. "is het maar de vraag of er één enkele verdediging echt deugt als de machine ze fileert"
      Feit is dat het bijna allemaal remises zijn in correspondentieschaak of computerschaak op het allerhoogste niveau. Dus de algemene visie is nog steeds dat remise het normale resultaat is voor het schaken. Er zijn dus zeker verdedigingen die deugen maar Hollands hoort daar wellicht niet bij. Ik heb trouwens nog net 1 van mijn leerlingen op het Vlaams jeugdkampioenschap streng berispt om het spelen van het Hollands. Laat dat over aan mij maar doe het zelf niet!

      Verwijderen
    3. Michael Gurevich is een nogal ongelukkig voorbeeld - hij scoorde tegen het Hollands over de 70%. Tegen spelers van 2600+ had hij er helemaal niet zoveel succes mee.
      Malanjuk deed het met zwart wat beter, maar scoorde met wit eveneens uitstekend.
      Nakamura speelt ongeveer alles, dus dat is ook niet meteen een aanbeveling. Vooral niet omdat hij het Hollands meestal in rapid en snelschaak speelt.
      Begrijp me goed, ik heb het altijd het voordeel van de amateur gevonden dingen te kunnen spelen die niet helemaal door de beugel kunnen. Maar ik heb nooit de stap van de fanaticus kunnen zetten (ik denk aan het BDG) en altijd geprobeerd de objectiviteit in het oog te houden. En dan is het Hollands, in welke versie ook, inferieur aan bv. het Slavisch. Het grote voordeel van het Hollands was voor mij altijd (en ik denk ook voor Brabo) ons superieure begrip van de opening tov de tegenstanders, plus het feit dat het zo gemakkelijk is om na een onnauwkeurigheid van wit het initiatief over te nemen. Valt dat voordeel weg (en dat lijkt voor Brabo in toenemende mate het geval te zijn; ik zie het eveneens met enig angst en beven tegemoet) dan is het Hollands heel wat minder leuk. Dat wordt nog verergerd door het feit dat het Hollands een package deal is. Elke variant die wit kiest is potentieel gevaarlijk, dus de kans nadert 1 dat iemand vroeg of laat er eentje vindt die de variant onspeelbaar maakt. Daarbij hanteer ik overigens een iets andere definitie dan Brabo: onspeelbaar betekent voor mij een stelling waarin wit zonder enig risico voor de winst kan gaan. Urenlang vechten zonder uitzicht op remise is niet waar ik ...f5 voor speel.

      Verwijderen
    4. Ik denk dat ik dezelfde definitie hanteer voor onspeelbaar. Dus een opening met veel lastige varianten is voor mij ok zolang er een oplossing kan worden gevonden voor elke lastige variant. Dit hoeft voor mij niet perse kunnen tijdens een partij dus analyse volstaat. Spelers die winnen absoluut prioriteit geven, zullen hiermee niet akkoord gaan want het is voor hen uit den boze om partijen te verliezen doordat de oplossing slechts achteraf in de analyse kan worden gevonden.
      Wanneer ook blijkt dat in de analyse geen oplossing kan worden gevonden dan pas is voor mij een opening onspeelbaar. Ik ga het dan zelfs ook niet meer gebruiken als verrassingswapen. Blitz/rapid vind ik te snel om wetenschappelijk schaak te spelen dus daar zal ik eerder kiezen voor puur op de man te spelen. Dan kan een weerlegde opening voor mij wel door de beugel.

      Verwijderen
  2. "Sim antwoordde mij laatst dat een voordeel van het Hollands is dat het makkelijk speelt voor zwart maar daar ben ik het helemaal niet eens mee."
    Ik ook niet. Het overkomt me vaak dat ik tussen zet 6 en zet 10 mij afvraag waarom ik in vredesnaam niet iets normaals speel (het Von Hennig-Schara Gambiet, bv. - OK, dat was met de tong in de wang). Pas als mijn tegenstander zo vriendelijk is geweest (en op mijn niveau gebeurt dat nu eenmaal vaak) om mij het probleem van de damevleugel op te lossen krijg ik er plezier in.
    Wat mij opvalt in de statistieken van de Leningrader is het enorm hoge remisepercentage. Daar speel ik geen ...f5 voor.
    De enige versie van het Hollands waar ik nog enig vertrouwen in heb is Klassiek met ...Bb4(+). Dat betekent uiteraard 1...e6 en dan maar hopen dat het geen Frans wordt.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dit is ook een mooie gelegenheid op een ander punt te wijzen. Net zoals in de wetenschap de overtuiging van amateurs (dwz zonder behoorlijke training en onderzoekservaring) niet of nauwelijks meetelt geldt voor de algemene beoordeling van schaakopeningen eigenlijk alleen de grootmeesterlijke consensus. Je hebt er meer verstand van en beter zicht op dan ik - maar toch heb jij ook niet in de melk te brokkelen op dit punt. En de grootmeesterlijke consensus betreffende het Hollands (en eigenlijk alle schaakopeningen - ik ken geen enkele uitzondering en als zij er al zijn bevestigen ze slechts de regel, zo weinig zijn het er) is niet veranderd door de siliconenrevolutie(s). Sinds Bronstein en Botvinnik, dus al meer dan 50 jaar, geldt het Hollands als dubieus. Daar veranderen jij en ik niets aan.
    Het is natuurlijk wel fijn, vergeleken met wetenschap, dat eigenwijze figuren, die tegen de grootmeesterlijke consensus in gaan, hoogstens zichzelf schade berokkenen, itt bv de anti-vaccinatiebeweging. Dus ik werk zo af en toe wel aan een mogelijke overstap. Want ook ik zie het moment naderen dat ik iets anders moet gaan spelen. Maar zolang het duurt, duurt het.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De openingstheorie is voortdurend in beweging. Varianten die vroeger als perfect speelbaar golden, worden vandaag weerlegd. Daarnaast worden steeds nieuwe ideeën ontdekt. Feit is dat ook grootmeesters vaak hun mening wijzigen en dus niet de waarheid in pacht hebben.
      Noem het eigenwijs maar ik vertrouw liever op mijn eigen analyses dan de mening van om het even welke andere speler omdat ik ook weet dat ik steeds werk met de beste instrumenten. Dit wil niet zeggen dat ik nooit naar de mening van een grootmeester luister. Ik heb niet de tijd om alles in mijn repertoire zelf grondig te analyseren dus als shortcut vind ik het wel handig om snel een openingsboek of dergelijke te gebruiken.

      Verwijderen
    2. Ik heb het niet over varianten (die gaan soms tot zet 30 tegenwoordig), maar over openingen (tot maximaal zet 5). Je spreekt me dus geenszins tegen.

      Verwijderen
  4. Brabo, als jij 1..f5 afschaft kun je nog steeds 25 jaar kennis en ervaring met de Stonewall benutten: stap over op de Driehoeksverdediging (Nederlandse chauvinisten noemen deze ook wel de Noteboom en Engelse de Abrahams). Na 4.e3 en 4.Pbd2 speel je doodleuk 4...Ld6 en 5...f5. Eventuele problemen met het Engels (1...e6 en 2...d5) en de Reti (1...d5 en 2...c6) zijn dan ook relatief eenvoudig op te lossen. Er is natuurlijk werk te doen, maar in termen van aantal gespeelde partijen valt dat nog wel mee, vergeleken met bv. het Nimzo-Indisch. Je hebt, als je niet alles zelf wilt doen, alleen het boek van GM Scherbakov nodig.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Beste Brabo,

    Wat raad je je studenten aan om te spelen tegen 1. d4?

    Groeten,
    Bruno

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik was de voorbije dagen aan het spelen in Cappelle La Grande vandaar mijn trage reactie.

      In mijn schaaklessen werken we niet aan een openingsrepertoire. Dit is ook zo goed als onmogelijk omdat mijn groep bestaat uit 1500 tot 2300 elo en ze hebben ook heel verschillende speelstijlen. Ik geef uiteraard wel mijn mening over bepaalde varianten maar de openingskeuze laat ik volledig aan hen over.

      Het helpen/ aansturen van openingskeuzes is vooral de taak van een persoonlijke coach. Dit ben ik enkel voor mijn eigen kinderen. Anderen hebben ook al interesse in mij getoond maar ik heb tot nu toe altijd geweigerd. Ik heb al tijd tekort en het extra geld vind ik onvoldoende interessant.

      Desalniettemin kan ik wel vertellen hoe ik mijn eigen kinderen geholpen heb om een antwoord op 1.d4 te verzinnen. Zoals ik al eerder schreef, vond ik het Hollands vanuit mijn eigen ervaring absoluut verboden terrein. Echter met andere openingen tegen 1.d4 heb ik geen enkele ervaring dus het was ook even zoeken voor mezelf.

      Vooreerst vind ik het belangrijk dat de opening alle basisregels respecteert van de opening voor een beginnende schaker. Dit wil zeggen pion in het centrum plaatsen, stukken snel ontwikkelen en rocheren. Dit klinkt kinderachtig vanzelfsprekend maar ik val soms achterover als ik zie wat sommige coaches van abstracte openingen aan hun studenten durven aanleren zie bv mijn artikel https://schaken-brabo.blogspot.com/2019/05/coaches.html Andere coaches leren dan weer hun kinderen uiterst dubieuze gambieten aan zodat hun studenten alvast minstens enkele gemakkelijk snelle punten kunnen scoren. Het effect op de lange termijnsontwikkeling is ongetwijfeld desastreus door zulke coaches.

      Uiteindelijk viel mijn oog op de Meraner. Pion op d5. Paarden ontwikkelen. Lopertje op e7/d6. Snel rocheren. Loper via b7 ontwikkelen. Daarna tracht je met zwart c5 of e5 te spelen, liefst na de voorbereiding van de torens op de c en e-lijn te spelen.

      Je hebt een compacte flexieble structuur en het is relatief eenvoudig spelen (-1800 elo moet ik er wel bij vertellen want hoger wordt het wel een stuk lastiger). De c8-loper binnenhouden, heeft als voordeel dat er veel minder een ongeluk gebeurt met b7 wegens Db3 taktiek.

      Nu enige tijd geleden kloeg mijn zoon Hugo dat hij de Meraner nogal passief vond en niet echt aangenaam om te spelen. Hij steeg recent boven de 1700 speler en ondertussen was het mij ook duidelijk geworden dat hij veel meer in zijn element was in open dynamische stellingen. Bovendien wou ik niet dat Hugo dezelfde fout zou maken als ik door vast te pinnen op het spelen van slechts 1 opening dus zocht ik naar een alternatief en vond de Grunfeld.

      Toen ik vertelde aan andere coaches dat ik Hugo de Grunfeld wou laten proberen dan was de eerste reactie van andere coaches dat ik hem hiermee in een zee van openingstheorie zou laten verdrinken. Wel tot nu toe heb ik daar nog niets van gemerkt. Hugo kreeg van mij niet meer dan 5 minuten uitleg over de Grunfeld en scoorde ondertussen aan de lopende band punten ermee waaronder zelfs +1900 spelers (dus 200 punten hoger).

      Ik beschouw mezelf als een beginnende coach op het vlak van openingen aan te raden maar ik heb natuurlijk heel veel gezien en meegemaakt waardoor ik het misschien nog niet zo slecht doe. In elk geval er bestaat geen beste opening die voor iedereen geldt. Daarnaast is het ook zeker goed om stelselmatig je repertoire uit te breiden met nieuwe systemen. Ik raad mijn zoon voortdurend aan om nieuwe dingen uit te testen of te kijken wat anderen spelen om zo een steeds slimmere speler te worden.

      Verwijderen