dinsdag 30 augustus 2016

ROT

Wanneer is mijn kind rijp om toernooischaak te spelen bij de volwassenen? Het is een vraag die een trainer of ouder al snel stelt als men het kind wil laten doorgroeien. Tegenwoordig heb je al een europees en wereldkampioenschap voor de -8 dus sommigen beginnen er al erg vroeg aan om kans te maken op een ereplaats of zelfs medaille.

Voor mijn zevenjarige zoon heb ik beslist dat het volgend seizoen nog te vroeg is. Stap 3 en/ of 1100 elosterkte lijkt mij een minimum en zover staat hij nog niet. Bovendien heb ik hem de voorbije zomermaanden onbezorgd laten genieten van vakantie en werd er bijgevolg geen enkele keer geschaakt. Nee volgend seizoen houden we het nog bij jeugdles (hierbij veranderen we van club naar Mechelen) en enkele jeugdtoernooien.

Echter omdat het jeugdschaakcriterium van Leuven op 10 september niet meer veraf is en mijn zoon graag zou deelnemen, startte ik enkele dagen geleden toch stilletjes met enkele herhalingen. Dit bleek geen overbodige luxe want sommige begrippen als iedereen uitnodigen op het feestje (alle stukken ontwikkelen) en koningsveiligheid eerst (rocheren) was hij al vergeten. Het kennen en toepassen van deze basisprincipes in de opening, maakt vaak een cruciaal verschil in partijen bij de jeugd.

Natuurlijk bestaan er talloze uitzonderingen maar die leer je vanzelf door sterker te worden en het verwerven van ervaring. Een buitenbeentje is de Britse expert Mike Surtees die een eigen revolutionaire openingstheorie (vandaar ROT) heeft ontworpen net gebaseerd op uitzonderingen. Hierbij legt hij de klemtoon op pionzetten in de opening i.p.v. stukken te ontwikkelen en wordt er vaak niet gerocheerd. Voor een gedetailleerde omschrijving en verdediging van zijn theorie verwijs ik naar dit blogartikel.

Opmerkelijk is dat hij met deze zeer onconventionele theorie al heel wat successes heeft geboekt zelfs tegen veel sterkere tegenstanders. Pure onzin is het dus zeker niet want ook in het boek Chess For Life stond een mooi voorbeeld van oud-dameswereldkampioene Nona Gaprindashvili. Het was met die partij trouwens dat ik kennismaakte met dit concept. Het is te zeggen vanuit theoretisch perspectief want ik herinnerde mij onmiddellijk dat ik in de praktijk al dit concept onbewust een aantal keren had toegepast.

Een eerste partij die ik wil tonen waarbij zeker sprake is van ROT, was in de zilveren toren van 2004 tegen de Belgische expert Willem Hajenius. Achteraf moesten we allebei glimlachen bij de slotstelling.
Nog een extremere ROT was mijn partij tegen oud-voorzitter van KSK Deurne Guy Colpin. In de slotstelling staat geen enkel stuk van mij ontwikkeld maar wit staat compleet verloren. Guy was zo onder de indruk dat hij mij na de partij vroeg te poseren met de slotstelling om een foto te maken. Ik voelde mij niet helemaal gemakkelijk erbij maar ging toch maar akkoord.
Het meest fantastisch stukje ROT dat ik ooit gezien heb, is een analyse die ik maakte in 1998. Zwart speelt 8 koningszetten in de opening maar staat toch in de slotstelling beter.
Ik vind het spijtig dat de moderne programma's de oude analyses hebben kunnen weerleggen maar dat is nu eenmaal het lot van heel wat oude analyses. Het blijft voor mij in elk geval een ongelooflijke variant.

ROT levert dus bijna gegarandeerd spektakel op. Ik zou het zeker niet aanraden in elke opening en dat doet Mike evenmin maar het is een concept die af en toe eens te overwegen is.

Brabo

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen