vrijdag 12 februari 2016

Basis

Slechts 6 interclubpartijen in 6 maanden speel ik. Ik bedoel uiteraard standaardpartijen. Ik voel er mij niet goed bij want ik wil dolgraag meer spelen maar ik vind geen interessante wedstrijden in de buurt die makkelijk in te plannen zijn. Het spook inactiviteit blijft hardnekkig terugkeren wat elke progressie onmogelijk maakt.

Echter zoals zo vaak heeft elk nadeel ook een voordeel. Door zelf weinig te spelen kan ik veel makkelijker mijn zoon begeleiden naar de jeugdschaaktornooien waar hij aan deelneemt. Zo speelde hij de voorbije maanden al in GentZottegemDeurneBrasschaat en Geel. Hij heeft de smaak te pakken want wou zelfs dit weekend meespelen in het krokustornooi van Gent ondanks goed wetende dat we zijn verjaardagsfeest hadden gepland.

Minder leuk vindt hij het oplossen van de oefeningen uit de stappenmethode. Nochtans beseft hij ook wel dat het wellicht geen toeval is dat de resultaten grotendeels afhankelijk zijn van welke stap men al geraakt is. Een speler van stap 3 zal in de meeste gevallen winnen van een stap 2 speler terwijl een stap 2 speler meestal weer sterker is dan een stap 1 speler. Kortom de boekjes laten toe om op eigen tempo een basis op te bouwen. 

Dit tempo wordt natuurlijk ook beïnvloed doordat ik zelf thuis al zijn oplossingen kan nakijken. Dit is een enorme luxe t.o.v. de meeste andere jongeren wat bevestigd werd door een mama van een talentvolle jongen die bij mij klaagde over te traag en te laat verbeteringswerk. Dankzij het verbeteringswerk kreeg ik ook een vrij goed beeld over het didactische van de boekjes. Elk hoofdstuk snijdt een thema aan zoals dubbele aanval, aftrekaanval, mat in 2,... en wordt daarna erin gehamerd met tientallen oefeningen.

Het verbeterwerk is voor een 2300 speler spielerei maar af en toe moet ik toch ook eens flink nadenken zoals in de opgave hieronder uit Stap 2, pagina 31. Het is voor sommige lesgevers niet overbodig om ook over het boekje met de oplossingen te beschikken.
1) Plaats een witte toren en wit paard op het bord zodat zwart mat staat
Achteraf stelde ik mij de vraag hoe de stelling in de praktijk kan voorkomen zonder rekening te houden dat de koning nog ergens op het bord moet staan. Een paardzet is zonder twijfel de matzet maar welke zet speelde zwart voordien? Dit moet wellicht een pionzet zijn maar waarom sloeg zwart de toren niet? Dit reconstrueren is iets typisch voor  een retrogradeprobleem wat een bijzonder kleine niche is in het schaken die helemaal niets meer te maken heeft met de stappenmethode. Lezers die graag eens willen proeven van een echt retrogradeprobleem kunnen onderstaande stelling trachten op te lossen. Wat was zwarts laatste zet en waarom? Daarbij wordt als bijkomende voorwaarde gesteld dat er bij de matzet niets werd geslagen.
2) Wat was zwarts laatste zet en waarom?
We wijken af want ik wil het vooral hebben over het nut van de boekjes. Tussen de opgaven kan er wel eens een speciale zitten maar over het algemeen vind ik dat ze erg goed gekozen zijn en vaak praktisch onmiddellijk bruikbaar zijn. Neem nu onderstaande opgave uit Stap 2, pagina 30.
3) Wit speelt en wint
Dit thema heb ik al besproken in mijn artikel taktiek deel 2 en kwam verrassend recent nogmaals voor in mijn standaardpartij tegen de Nederlandse IM Miguoel Admiraal.
4) Is de pion op d6 slaan een goed idee?
De boekjes staan vol met patronen die we voortdurend terugzien in de praktijk. Nog eentje uit Stap 2, pagina 35.
5) Wit geeft mat in 2
We zien hetzelfde thema terug in de slotstelling van de partij Anna Muzychuk - Laurent Fressinet 2 weken geleden gespeeld in Gibraltar.
Zwart had geen verhaal meer tegen g6 gevolgd door Tf7# en gaf op.
Door het stap voor stap oplossen van de oefeningen wordt een belangrijke tactische basis gelegd. Hierbij speelt leeftijd wellicht ook een rol want net als het aanleren van talen is er vroeg bij zijn belangrijk om iets optimaal te beheersen. Een valkuil die ik als ouder tracht te vermijden, is te snel of te veel oefeningen hem te laten maken. Het is net daarom dat ik naar de schaaklessen op zondag met opzet geen boekje meeneem om er zeker van te zijn dat het fun-element dus spelen niet vergeten wordt.

Brabo

Oplossingen:
1) Witte toren op b5, wit paard op c3
2) De laatste zet moet Tf2 geweest zijn. Als de toren daarvoor op de f-lijn stond dan moet wit een zwart stuk geslagen hebben. Echter gegeven is dat dit niet mocht. De witte toren kan dus niet op de f-lijn hebben gestaan. Dus hij moet van de tweede rij komen: d2,e2,g2 of h2. Maar waar kwam de zwarte koning vandaan? Die stond pat lijkt het. Toch is er een oplossing.
De zwarte toren stond op d2, de zwarte koning op f2 in dubbelschaak, zo lijkt het althans. De stelling is echter gespiegeld! Zwarts koning is in onze aanvangsstelling, de diagrampositie, niet op f2 maar op c7! De enige mogelijkheid om dit probleem op te lossen is een witte pion op d7, die op e8 promoveert tot paard, met schaak gevolgd door 1..., Kc7-c8 2. Te7-c7. Dus de oplossing is 1.d7xe8 (P)+, Kc7-c8 2.Te7-c7# 
3) 1. Td8+ Txd8 2. Dxc5 (Thema weglokken van de verdediger)
4) Nee wegens 1. Dxd6 Te1+ 2. Kh2 Dh1#
5) 1. Pe6+ Ke8 2. Te7# (of ook nog 1...Kg8 2. Tg7#)

3 opmerkingen:

  1. 2) Wie dat soort gefoefel bedenkt, zet natuurlijk beter geen coördinaten naast het bord.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Lol of je legt met opzet het bord verkeerd om het nog moeilijker te maken maar dan kan je achteraf wel eens klop krijgen.

    Goed opgemerkt want ik had het zelf niet gezien anders had ik wel eventjes fotoshop gebruikt bij de standaarddiagrammen van chessbase.

    Tussen haakjes, 1 stelling heb ik effectief bewerkt met fotoshop. De eerste die mij niet alleen kan vertellen welke maar ook wat ik gedaan heb, krijgt van mij een pint. Het is niet echt moeilijk want ik ben geen pro in fotoshoppen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ja, wij zitten hier te kijken uit de wetenschap dat het zeker geen promotie kan zijn omdat de coördinaten erbij staan, da's wel een klein foutje in de opgave lijkt me :D

    BeantwoordenVerwijderen