zaterdag 21 maart 2015

Identiteit

Met de schaakberichtgeving die bijna uitsluitend spreekt over topprestaties zouden we wel eens vergeten dat er ook geschaakt wordt op een meer recreatieve wijze. Voor 99% van de schakers is topschaak ver van hun bed. Dat kwam deze week impliciet pijnlijk tot uiting in de harde reacties op het berichtje van Oscar waarin Oscar slechts had vermeld dat onze nieuwbakken grootmeester Tanguy Ringoir zelf de 330 euro moet ophoesten om de titel aan te vragen. Explicieter was vorige interclubronde in Oude God Mortsel toen ik bij heel wat spelers al bij aanvang van de partij een pint bier zag staan naast het bord. Ik ben mij dus goed bewust van het feit dat er slechts weinigen zo serieus/ fanatiek met het schaken bezig zijn als mijzelf. 

Ik mag dan wel in mijn vorig artikeltje spreken over een wetenschappelijke methode om de openingskeuzes te optimaliseren, in de praktijk zullen de meeste amateurs al lang blij zijn als ze de openingsfase zonder kleerscheuren kunnen doorkomen. Het verfijnen van een repertoire door studeren of analyseren is iets waar velen zich niet mee bezig houden. Om te vaak openingsdebacles te voorkomen wordt veelal gekozen voor een sterk afgebakend repertoire van nevensysteempjes. Sommigen spelen dezelfde systeempjes vele jaren of decennia waardoor ze zelfs voor ervaren spelers gevaarlijk kunnen zijn. Het openingsrepertoire wordt een stukje van de identiteit van de speler. Hierbij moet ik onmiddellijk denken aan Leo Boeye die met zijn Ph3/ Ph6 als openingszetten erin slaagde om zijn stempel te drukken op elke partij.

In de luwte onder de kerktoren is het perfect mogelijk om openingstheorie te negeren maar eenmaal er partijen van jezelf in de databases verschijnen en de tegenstanders het schaken wat serieuzer aanpakken dan wordt het veel moeilijker om deze filosofie aan te houden. Dit begint vanaf een 2200 rating zie de sterktelijst. Zo herinner ik mij dat een grootmeester mij eens versloeg met een variant en 2 ronden later in hetzelfde tornooi kreeg ik dezelfde variant opnieuw voorgeschoteld van een 2300 speler. Ook die verloor ik alhoewel ik nog probeerde om het iets anders te spelen. Trouwens hier zien we ook een gevaar van blindelings statistieken te volgen. Er moet maar iemand een zwakke schakel vinden in je repertoire en er staan onmiddellijk andere spelers klaar om dit te kopiĆ«ren. In zulke situatie mag je uiteraard niet wachten op de statistieken om het repertoire aan te passen want anders kan je wel eens een lange reeks nederlagen slikken.

Af en toe gebeurt het dat ik een stukje van mijn repertoire moet vervangen dat ik al vele jaren speelde. Dit laat ik nooit zonder slag of stoot gebeuren want het zou niet consequent zijn om elke partij te spelen volgens de wetenschappelijke aanpak maar dan bij het minste probleempje in de analyse de opening op te geven. Nu ik geef toe dat ik al mij meerdere malen afgevraagd heb bij bv. het Hollands of ik niet beter mijn tijd had gestoken in andere openingen i.p.v. steeds opnieuw varianten te herstellen. Ik vind het niet makkelijk om afscheid te nemen van een opening waar je zoveel tijd en energie hebt ingestoken.

Echter wanneer ik overtuigd ben dat ik een variant niet meer kan herstellen dan verdwijnt die onmiddellijk en definitief van mijn repertoire. Het is te zeggen ik speel het enkel nog in blitz/ rapid. Dat zal zeker voor spelers die graag op de man spelen overdreven zijn maar dit is voor mij de logische keuze volgens het schaken dat ik speel. Enkele voorbeeldjes van deze wissels kwamen op deze blog aan bod, zie hollandse stappen in de engelse opening of de valse waarheid. In dit artikeltje toon ik een extreme wissel die ik recent toepaste.

Misschien zullen sommige trouwe lezers nog mijn artikeltje Gligorics systeempje tegen de spaanse ruilvariant herinneren. Hierin schreef ik dat ik het systeem sedert 1998 al speelde en ondertussen vrij goed kende maar tevens betwijfelde of het gezonder was dan het veel bekendere 7...,c5. Mijn vermoeden werd werkelijkheid toen ik recent ontdekte bij een partijvoorbereiding met houdini en stockfish dat er een probleem was.


Ik vond geen oplossing dus uiteindelijk koos ik in de partij om het niet te spelen maar ik nam mij wel voor om na de partij met meer tijd er eens serieuzer naar te kijken.

Ook na de partij slaagde ik er niet meer in om de variant te herstellen. De opening ging dus naar de prullenmand alhoewel ik een zeer sterk vermoeden had dat niemand van het probleem op de hoogte was. Noch in de big database noch in correspondentiepartijen kan je de kritieke lijn vinden en wit moet enkele typische problematische computerzetten spelen. Het is een extreme wissel van opening maar ik heb geen zin om te wachten tot iemand zijn huiswerk maakt en op het bord toont wat ik al lang wist.

Nu we het hebben over extreme wissels wil ik ook nog even meegeven dat mijn tegenstander van de vorige partij, Gorik Cools zeker niet moet onderdoen. In de database vond ik partijen van 1989 tot 2011 van hem met het koningsgambiet maar sedert 2012 heeft hij dit omgeruild voor de afuilvariant van het Spaans. Een van zijn koningsgambiet partijtjes die de databases niet haalde kan je hieronder naspelen.

Het type stelling in de afruilvariant van het Spaans verschilt enorm van de tactische stellingen in het koningsgambiet. Toch denk ik dat Gorik er goed heeft aangedaan om deze wissel te doen. Met de steeds sterker wordende schaakprogramma's is het steeds moeilijker om succesvol gambieten op lange termijn te blijven spelen. Daarnaast is het ook moeilijker om tactisch dezelfde frisheid op te brengen dan op 20 jarige leeftijd. Ik las trouwens dat de schrijver van het recente monumentale boek over het Koningsgambiet, John Shaw net dezelfde wissel maakte in zijn repertoire. Het lijkt mij inderdaad verstandig om te beseffen dat je niet eeuwig dezelfde speler blijft en je identiteit met de jaren langzaam verandert.

Brabo

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen