dinsdag 21 oktober 2014

Interferenties

Geregeld op deze blog toon ik tekortkomingen aan van onze beste schaakprogramma's. Enerzijds om programma's onderling met elkaar te vergelijken maar ook om te tonen dat sommige ideeën gevonden door mensen, nog niet in een algoritme kunnen worden beschreven. Ondanks de tekortkomingen zullen er weinigen nog twijfelen aan het nut van schaakprogramma's. Zelfs mijn ploegkapitein Robert verraste mij gisteren door computerevaluaties in zijn verslagje door te sturen wat ik enkele jaren geleden nog als compleet onmogelijk had beschouwd. We kunnen het niet ontkennen dat de schaakprogramma's ons allemaal hebben voorbij gestoken in sterkte. "I can't beat the best computers" zei Carlsen enige tijd geleden in een interview. 

Recent stond op Quality Chess een mooi voorbeeldje van hoe groot het krachtsverschil wel is geworden tussen mens en computer. Aan een + 2650 speler werd gevraagd hoeveel grote fouten (directe winst of een belangrijke tactische wending)  hij zelf had gemaakt in 24 partijen (waarbij sommige tegenstanders slechts 2200 elo hadden). Een schaakprogramma kon er al snel 10 vinden ondanks de matige tegenstand. Als 2300 speler maak ik uiteraard een veelvoud van dit soort zware fouten. Sommige van die fouten zijn zonder twijfel vermijdbaar maar ik denk dat er ook fouten zijn waartegen de beste tijdsindeling en tactische trainingen geen remedie zullen bieden.

Zo mistten zowel mijn tegenstander als ikzelf een prachtige tactische wending in ronde 6 van Open Gent. Het was de enige smet op een anders vrij rimpelloze overwinning. Net voor slapen gaan na de speeldag ontdekte ik het met een schaakprogramma. Het mag na middernacht zijn maar het onmiddellijk checken van de zonet gespeelde partij(en) is iets waaraan ik niet kan weerstaan. Sommige spelers vertellen mij dat ze net het omgekeerde doen omdat ze dan helemaal niet meer kunnen goed slapen.

Een fantastische zet waarna de computerprogramma's aanvankelijk stellen dat zwart gelijkspel heeft maar bij verder rekenen toch een groot voordeel kunnen aantonen in de complicaties. Het stukoffer creëert een interferentie tussen dame en loper. Dit soort interferenties zijn uiterst zeldzaam in bordschaak maar in de compositiewereld is het welbekend. Zo bestaan een stel thema's rond (Holzhausen) interferenties. Omdat ik dit zowel interessant als mooi vind, zal ik vervolgens in een notendop schetsen wat er allemaal mogelijk is.

De Grimshaw kwam al aan bod in mijn blogartikeltje schaakcompositities want het wordt veelvuldig gebruikt in mijn werkje over Loydse orgelpijpen. Een Grimshaw is een onderlinge interferentie van 2 stukken. Het eenvoudig voorbeeld hieronder legt dit thema goed uit.
Grimshaw-probleem Wit geeft mat in 2
Wanneer de onderlinge interferenties van de 2 stukken gebeurt door een stukoffer dan spreken we over een Novotny. In probleemschaken is dit erg gewoon en dus meestal verwerkt in een groter concept. Hiervan selecteerde ik een zeldzaam voorbeeldje uit de bordpraktijk die in zijn eenvoud het idee goed toont.

Als de Novotny gebeurt door stukken die bewegen in dezelfde richting (diagonaal of verticaal) dan kunnen we spreken over een Plachutta. Een eenvoudig maar duidelijk werkje van de Amerikaanse topcomponist William Anthony Shinkman is hieronder na te spelen.
Plachutta-probleem Wit geeft mat in 3
Mijn partijfragment is geen Plachutta ondanks er een stukoffer gepleegd wordt en de dame + toren rechtlijnig bewegen. Er is slechts 1 interferentie en geen 2. De dame kan het paard niet slaan omdat de dame dan verloren gaat en niet omdat de toren geinterfereerd wordt. Tenslotte wanneer we een Plachutta hebben over eenzelfde lijn dan spreken we over een Anti-Bristol. Van dit laatste en meest complexe thema is het al moeilijker om een eenvoudig voorbeeld te vinden.
Anti-Bristol Wit geeft mat in 3
Het thema anti-Bristol is afkomstig van de Bristolruiming die ik al eens eerder besproken heb in mijn artikeltje probleemzetten. Er bestaan dus heel wat soorten van interferenties. Erg nuttig zijn deze weetjes niet om goed te kunnen schaken maar als amusementswaarde denk ik dat het wel kan tellen. Schaken doen we toch eerst en vooral voor ons plezier, niet?

Brabo

Oplossingen:
Grimshaw-probleem: 1.Db1 (dreigt Db7#)
1...., Lb2 2.Dh1# De loper interfereert de toren.
1...., Tb2 2.Df5# De toren interfereert de loper.

Plachutta-probleem: 1.d5 (dreigt Ta8# en Tg8#)
1...., Lxd5 2.Tg8+ Lxg8 3.Ta8# De loper interfereerde de dame.
1...., Dxd5 2.Ta8+ Dxa8 3.Tg8# De dame interfereerde de loper.

Anti-Bristol: 1.c3 (tempo)
1...., Dc6 2.Pd6+ Dxd6 3.Pe3# De dame interfereerde de toren.
1...., Tf6 2.Le6+ Txe6 3.Pa3# De toren interfereerde de dame.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen