zondag 17 maart 2013

Sitzfleisch

Een clubschaker beseft dat schaken meer is dan de houtjes tellen op het bord. Hoe sterker de speler, hoe gemiddeld meer en nauwkeuriger de juiste waarde wordt gegeven aan ruimte, dynamiek, initiatief.... We selecteren onze zetten deels op basis van concrete berekeningen maar evenzo door het afwegen van de voor-en nadelen. Coaches, schaakboeken,... trachten de minder ervaren spelers te helpen om dit proces sneller aan te leren en succesvoller te zijn.

Deze maximaliserende methode is in de meeste gevallen inderdaad de beste want enkele tempi verliezen, kan al snel leiden naar een bittere nederlaag. Nochtans wil dit niet zeggen dat er geen uitzonderingen op deze regel bestaan. Sommige voordelige eindspelen zijn ondanks een maximaliseren van de mogelijkheden niet te winnen tegen een correcte verdediging. In zulk scenario is het soms beter om op je Sitzfleisch te zitten en gewoon te wachten tot de tegenstander in tijdnood komt en onvermijdelijk fouten maakt. Sympathiek maak je jezelf hiermee niet maar het is wel erg doeltreffend zoals ik eerder al aantoonde in mijn blogartikeltjes: eindspelen loper tegen paardeindspelen met een kwaliteit meerde boemerangeindspelen met ongelijke lopers.

Marking time in het middenspel is zelden een bewuste keuze. Er bestaan wel bepaalde type stellingen (bv. gesloten stellingen) waarin beide partijen zonder buitensporige risico's te nemen, weinig of niets constructiefs nog kunnen bedenken maar meestal is het een gedwongen passiviteit die veroorzaakt werd door een falende strategie. In het middenspel geldt dan ook de regel dat het beter is een plan te hebben dan geen plan. De tegenstander een vrije hand geven om naar hartelust aan te vallen kan onmogelijk worden aanbevolen. Toch is dit net wat ik deed in mijn interclubpartij tegen de Litouwse grootmeester Kveiyns.

Ik kwam redelijk uit de opening en bouwde een solide stelling op. Het was een stelling waar heel wat mogelijkheden waren voor beiden waardoor je bij elke zet opnieuw tijd moest investeren om alles goed af te wegen. Dit zijn het soort stellingen waardoor iemand makkelijk in tijdnood kan geraken. Ik besefte dat mijn tegenstander vooral zijn extra sterkte en ervaring zou kunnen etaleren in wederzijdse tijdnood dus zocht ik naar een oplossing om die te vermijden. Ik koos voor de strategie om af te wachten met zetjes zonder veel nadenken en af en toe iets af te ruilen wanneer het witte stuk mij te dominant leek. Geen enkele pionzet speelde ik meer tussen zetten 12 en 34.

Mijn tegenstander stond zeker iets beter maar slaagde er niet in om ondanks een ruim tijdsverbruik een gaatje te prikken in de verdediging. Uiteindelijk begon de tijdnood roet in het eten te strooien en kon zwart profiteren. Wit als ervaren professional liet zich niet vermurwen tot een roekeloze aanval en alhoewel teleurgesteld, stelde zich tevreden met de remise.

Het toppunt van deze toch wel uitdagende strategie van passief spel is m.i. een oude partij tussen de Zweedse grootmeester Ulf Andersson en de Engelse IM Michael Basman. Basman is uiteraard bekend van de vele onorthodoxe openingen die hij testte en zelfs propagandeerde maar ook in het middenspel deed hij vaak gekke dingen. In deze beroemde partij staan de zwarte stukken op zet 12 en zet 24 precies op dezelfde plaats. Wit kreeg dus 12 tempi cadeau en toch gaat hij de boot in.

Het is hoogst eigenaardig uiteraard dat een toen nog jonge sterke grootmeester met 12 extra tempi kan verliezen tegen een speler die toen zelfs nog geen IM was. Echter als je rekening houdt met het feit dat Ulf voornamelijk een positionele speler is en geen aanvalsspeler dan wordt het wel een stukje duidelijker. Zwart heeft wit verleid om tijd te verbruiken en zichzelf in complicaties te storten die hij normaal liever vermijdt. We kunnen spreken van een soort creatieve passiviteit zoals de schaakauteur Sverre dit enkele jaren eerder op zijn blog al benoemde.

Het psychologische aspect in het schaken wordt vaak weggewuifd. Ik ken heel weinig schaakliteratuur die hierover durft te spreken. Misschien is het bewierookte boek van Willy Hendriks move first think later wel een uitzondering. Ik speel al een tijdje met het idee dat dit boek wel iets voor mij zou kunnen zijn dus ik moet dringend eens tijd vrijmaken om er eens in te snuisteren.

Sitzfleisch komt dus van pas in het schaken maar overal en altijd zou ik het zeker niet aanraden. Ik zou het meer als een laatste strohalm bekijken wanneer andere strategie├źn weinig of geen succes meer garanderen. Bovendien stel ik mij serieus de vraag of het soort creatieve passiviteit tegen topgrootmeesters (+2700 elo) wel nuttig zou kunnen zijn want zelfs met heel weinig tijd op de klok zijn die spelers toch in staat om zelfs stellingen met weinig potentieel succesvol te exploiteren.

Brabo

6 opmerkingen:

  1. Weeral een bijzonder boeiende bijdrage !

    BeantwoordenVerwijderen
  2. "Het is hoogst eigenaardig uiteraard ...
    Als je de blunder op zet 45 in ogenschouw niet :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik wil niet in discussie gaan over mogelijke blunders maar volgens Sverre Johnsen was zelfs het correcte 45.dxc5 niet rooskleurig voor wit omwille van d4 (zie de link).
    In elk geval mag je toch verwachten dat een grootmeester die duidelijk sterker is dan de tegenstander, een partij vlotjes wint wanneer hij 12 tempi cadeau krijgt zonder er sprake is van acute tijdnood. Het feit dat dit niet gebeurde, toont m.i. aan dat schaken tevens een psychologisch spelletje is waarin niet telkens de sterkste schaker wint.

    P.s. Ondertussen heb ik Willy Hendriks boek aangeschaft. Dit zal ik trachten te lezen tijdens het paasverlof dus hopelijk ben ik dan opnieuw wat wijzer betreffende psychologie in het schaken. Misschien volgt een blogartikeltje.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Carlsen heeft deze techniek mooi geillustreerd vandaag.

    Gr Ward

    BeantwoordenVerwijderen
  5. "Ons elosysteem meet de resultaten van die krachtmetingen en geeft dus met grote nauwkeurigheid weer hoeveel talent men heeft."

    Dat klopt natuurlijk niet of hoe leg je dat uit?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Valery, ik vermoed dat die opmerking voor het artikeltje Copycats is en dus hier per abuis staat. Ik heb dan ook onder Copycats geantwoord.

    BeantwoordenVerwijderen