maandag 17 december 2012

Hollandse perikelen deel 2

Toen ik rond 2009 de Ilyin-Zhenevsky (f5, e6, d6, Pf6, Le7 en O-O) niet meer vertrouwde wendde ik mij voor advies tot Alekhine: "de zwarte koningsloper is in deze variant nauwelijks van enig nut!" De Lb4-varianten als een superieure versie van de Ilyin-Zhenevsky, dat trok me wel aan. Het is waar dat zwart in het begin nogal eens gedrongen staat. Het is ook waar dat in deze structuur de afruil van de zwartveldige lopers in het voordeel van zwart werkt. Waarom dan niet meteen hiernaar gestreefd?

De uitkomst stelde mij teleur; ik had graag gewonnen. Maar dat was natuurlijk geen reden om deze variant aan de kant te schuiven. Wit boog en weigerde te barsten. De partij bevestigde mijn opvatting dat zwarts spel positioneel verantwoord is. Wit heeft dan wel enige ontwikkelingsvoorsprong, ik verkeerde in de gelukzalige veronderstelling dat hij/zij geen manier had om daar gebruik van te maken.

Natuurlijk had ik in 2003 al Play the Classical Dutch van Williams aangeschaft. Dat is een uitstekend boekje, vol frisse ideeën en originele analyses. Het eigenaardige is echter dat ik er vooral uit leerde waarom ik het met hem oneens ben. Vrijwel elke van zijn aanbevelingen verwerp ik; het leerzame bestond eruit uit te zoeken waarom. Williams beveelt in deze variant aan om even niet te rocheren, maar zo snel mogelijk e6-e5 door te zetten. De partij Magerramov-Laketic, Chelyabinsk 1991, laat zien dat zwart niet alle problemen kan oplossen. Vandaar dat ik toch eerst rocheerde.

Helaas hielp Bronznik - zich beroepend op Avrukh - mij middels Beating the Guerillas uit de zoete droom. Wit moet niet 10.Tfe1 spelen, zoals Sladek deed, maar 10.Tac1! Na het planmatige e5 volgt dan 11.dxe5 dxe5 12.Pd5! Pxd5?! 13.cxd5 en zwart zit langdurig met een zwakke c-pion opgescheept. Na het betere 12...Dd6 13.Tfd1 heeft wit alle plezier van de open d-lijn. Daarom beveelt Bronznik verwijzend naar Glek aan om 9...c6 te spelen en eventueel naar de Stonewall over te gaan. Dat vooruitzicht trekt mij echter totaal niet. Glek verliest er niet mee, maar wint ook nooit. Dus verkies ik tegenwoordig 5...Le7 met de bedoeling toch een Ilyin-Zhenevsky te spelen. Daarin staat Ld2 dan verkeerd. De dameloper is het gevaarlijkste op b2 of a3.

Van oudsher vreesde ik 5.Pbd2 meer. De afruil Lxd2 in combinatie met het thematische e6-e5 geeft het witte loperpaar monsterlijke kracht. Dat betekent dat Lb4 niet stabiel gepositioneerd is. Degelijk onderzoek van mijn database bracht een mogelijke oplossing. Zwart kan van de tijdelijke penning gebruik maken om veld e4 te veroveren. Dat idee bracht me een fijne overwinning.
Het witte loperpaar blijkt hier niet zo'n ernstig probleem te zijn. Waar ik een beetje trots op ben is hoe ik rond de 20ste zet mijn aandacht tijdelijk verlegde naar de damevleugel. Dit bleek slechts een afleidingsmanoeuvre te zijn. Wit wint de slag daar, maar gaat mat aan de andere kant. Dit is hoe ik wil spelen, positioneel verantwoord aanvalsschaak. De vraag is natuurlijk wel wat te doen als wit niet meewerkt en de pion nog even op c2 laat. Maar de volgende keer wil ik het eerst over het Rubinsteinsysteem hebben.

Mark Nieuweboer

1 opmerking:

  1. 2 prachtige correspondentiepartijen
    Het toont nogmaals aan dat het een totaal ander spelletje is dan bordschaak. Af en toe denk ik weemoedig aan mijn correspondentieperiode maar een comeback zie ik niet zitten.

    BeantwoordenVerwijderen