Als er 1 speler vandaag toont dat je met weinig middelen veel partijen kunt winnen dan is het zeker de regerende wereldkampioen Carlsen. Keer op keer bewijst hij dat het spelen van gezonde zetten vaak voldoende is om de tegenstander te doen kraken. Niet iedereen wordt enthousiast van zulke speelstijl wat bijvoorbeeld uit de reactie van de Duitse ere-president Robert von Weizsacker kan worden afgeleid. Zielloos, vervelend, dit heeft niets te maken met wie de betere schaker is maar gewoon wie het langst geconcentreerd aan het bord kan blijven zitten (sitzfleisch) , werden als harde verwijten rondgestrooid.
Of Carlsens partijen al dan niet aantrekkelijk zijn, wil ik het hier niet over hebben want over kleuren en smaken wordt niet getwist. Echter wat ik hieruit wel onthoud is dat de meeste spelers zelfs in gelijke stellingen niet in staat zijn om de balans in evenwicht te houden. Voor het niveau waarop ik speel, is dit uiteraard nog veel meer het geval. Mijn artikeltje mijn mooiste zet bespreekt dit aspect uitgebreid. Mijn tegenstanders spelen veel minder stabiel dan Carlsens tegenstanders waardoor vaak het vermijden van grove fouten al voldoende is om de partij te winnen. Mijn partijen duren door het toepassen van deze voorzichtige strategie door de regel ook een stuk langer dan gemiddeld. Ik moet toegeven dat de halfoogstsimultaan in Veurne waar ik als simultaangever onlangs speelde hierdoor deels ontspoorde in een ware uitputtingsmarathon. Mijn excuses nogmaals voor degene die dit niet leuk vonden.
Dus Stevens reactie op mijn vorig artikeltje vind ik deels overdreven. Partijen stranden echt niet zo snel in remise omdat op 1 of 2 momenten niet de kritieke zetten worden gespeeld. Bovendien vooraleer te klagen over het aantal remises, moeten we eerst kijken of we voldoende Sofia regels toepassen. Het heeft weinig zin om meer agressie te eisen in partijen als er te gemakkelijk voortijdig tot remise wordt besloten. Anderzijds moet ik natuurlijk ook toegeven dat de reactie ook een stuk waarheid bevat. Soms maakt de tegenstander evenmin duidelijke fouten en kan je niet meer dan remise behalen zonder risico's te nemen. Dit gebeurde ook in mijn partij tegen Andrew Stone.
Dit is ook de reden waarom ik op zet 42 plots wel besliste om een stuk te offeren op g4 voor 2 verbonden witte pionnen. Met minder dan 5 minuten resterend op de klok moet ik toegeven dat het grotendeels intuïtief was maar snel bleek dat het offer volledig correct was. Achteraf vertelde ik aan Kara dat ik pas erg laat in de partij aan het offer had gedacht toen ik begon door te krijgen dat rustige solide zetten niet voldoende zouden zijn voor de winst. Kara antwoordde mij droog dat het offer bekend is uit het Koningsindisch. Tegenwoordig ben ik bezig met de Kasparov reeks over My Great Predecessors om o.a. mijn gebrekkige kennis van de schaakhistorie bij te schaven. Dit is een absolute must voor mij wegens mijn eng repertoire maar dit type offer was ik nog niet tegengekomen in de Koningindische partijen.
Op Kara's advies speelde ik ook alle winstpartijen in het Koningsindisch na van oud wk-finalist David Bronstein en de Franse grootmeester Igor Nataf die beiden in deze opening specialisten zijn/waren maar het offer op g4 kon ik niet terugvinden. Trouwens g4 wordt m.i. zelden of nooit door wit gespeeld in het Koningsindisch dus ik denk dat er wellicht een verwarring is met de standaard offers op h3. Het ene offer is het andere niet. Ik kon 3 grote categorieën van lichte stukoffers voor 2 verbonden pionnen vinden.
Een eerste categorie is het stukoffer in het eindspel. Een licht stuk wordt geofferd om zelf 2 verbonden en ver opgerukte pionnen te verkrijgen die in sterkte het lichte stuk overtreffen. Ik herinner mij een anekdote met de huidige Belgisch kampioen Geert Van der Sticht die na een pijnlijke nederlaag tegen oud wereldtopper Michail Gurevich zijn hart kwam luchten.
Achteraf had Mikhail iets gezegd in de stijl van "Elementary, my dear Watson" wat voor Geert uiteraard niet aangenaam was. Het stukoffer was bijlange niet winnend maar praktisch is het wel erg kansrijk. Nu een speler van het kaliber zoals Mikhail kent wel wat meer bouwstenen dan de meeste schakers dus hij had wel gelijk. Een variant van dit thema kan je bijvoorbeeld terugvinden in de beroemde partij Capablanca - Lilienthal die besproken wordt in My Great Predecessors part 1.
De tweede categorie is de meeste bekende namelijk het lanceren van een koningsaanval. Het pionnenschild voor de koning wordt ontmanteld waarna de koning onder vuur komt te liggen. Als speciaal voorbeeldje koos ik een Koningsindische partij met een stukoffer op g4 waarvan ik eerder vertelde dat ik geen voorbeelden vond. Wel het verschil zit hem uiteraard in het feit dat wit offerde en niet zwart.
Tenslotte heb je de moeilijkste categorie en dat zijn de meer positionele stukoffers. Er wordt geen directe koningsaanval gelanceerd of er dreigen geen onmiddellijk pionnenpromoties maar de tegenstander wordt vooral beperkt in zijn tegenspel. Een prachtig voorbeeld hiervan is zonder twijfel Bronstein - Botvinnik terug te vinden in My Great Predecessors part 2.
In mijn partij tegen Stone kan je m.i. de 3 bouwstenen terugvinden. Wanneer ik het stukoffer uitvoer, is het al grotendeels een eindspel. Echter eerder in de partij was het stukoffer ook mogelijk en waren de omstandigheden anders. Mijn analyses hieronder bespreken de diverse mogelijkheden in detail.
Dit is ook de reden waarom ik op zet 42 plots wel besliste om een stuk te offeren op g4 voor 2 verbonden witte pionnen. Met minder dan 5 minuten resterend op de klok moet ik toegeven dat het grotendeels intuïtief was maar snel bleek dat het offer volledig correct was. Achteraf vertelde ik aan Kara dat ik pas erg laat in de partij aan het offer had gedacht toen ik begon door te krijgen dat rustige solide zetten niet voldoende zouden zijn voor de winst. Kara antwoordde mij droog dat het offer bekend is uit het Koningsindisch. Tegenwoordig ben ik bezig met de Kasparov reeks over My Great Predecessors om o.a. mijn gebrekkige kennis van de schaakhistorie bij te schaven. Dit is een absolute must voor mij wegens mijn eng repertoire maar dit type offer was ik nog niet tegengekomen in de Koningindische partijen.
Op Kara's advies speelde ik ook alle winstpartijen in het Koningsindisch na van oud wk-finalist David Bronstein en de Franse grootmeester Igor Nataf die beiden in deze opening specialisten zijn/waren maar het offer op g4 kon ik niet terugvinden. Trouwens g4 wordt m.i. zelden of nooit door wit gespeeld in het Koningsindisch dus ik denk dat er wellicht een verwarring is met de standaard offers op h3. Het ene offer is het andere niet. Ik kon 3 grote categorieën van lichte stukoffers voor 2 verbonden pionnen vinden.
Een eerste categorie is het stukoffer in het eindspel. Een licht stuk wordt geofferd om zelf 2 verbonden en ver opgerukte pionnen te verkrijgen die in sterkte het lichte stuk overtreffen. Ik herinner mij een anekdote met de huidige Belgisch kampioen Geert Van der Sticht die na een pijnlijke nederlaag tegen oud wereldtopper Michail Gurevich zijn hart kwam luchten.
De analyses vergden heel veel tijd vooral omdat computerprogramma's ook vandaag nog vrij hulpeloos zijn in het plannen van dit type stukoffers. Leren schaken bestaat uit het studeren van een groot aantal van dit soort bouwstenen en computers zijn hierbij niet de beste leermeesters. Ik realiseer mij dan ook steeds meer dan het onontbeerlijk is voor de eigen schaakontwikkeling dat we de klassieke meesterwerken uit onze rijke schaakgeschiedenis op zijn minst moeten bekijken.
Brabo




