maandag 23 november 2015

In memoriams

Binnen het schaken zijn er diverse aspecten waarin men zich kan “specialiseren”. Onze webmaster hier benadert het schaken op wetenschappelijke wijze – hij focust op de strijd op het bord. Hij houdt consequent vast aan zijn aanpak en zijn openingsrepertoire, waarbij hij relatief minder aandacht heeft voor het sportieve of artistieke aspect van het schaken. Dat is geen oordeel, gewoon een vaststelling. Want dat is net het leuke aan schaken (en andere sporten/spellen) dat er geen “winnende” aanpak is.

Ikzelf heb graag geschaakt, maar nog liever lees en schrijf ik over schaken – en dan nog vooral de onbekende kanten van het schaken, zijn opvallende en minder bekende actoren, de uitzonderlijke gebeurtenissen. Dat heeft deels te maken dat mijn eerste schaakboek ‘Thieme’s Nieuwe Schaakboek’ was (van Unzicker) – een zeer goed eerste boek voor beginnende 1.e4 spelers. Hierin zit een beknopt overzicht van de moderne schaakgeschiedenis, samen met de beste partijen van de wereld-kampioenen, zodat ik vanaf mijn eerste boek al in aanraking kwam met de klassiekers. Met Tim Krabbé als uitmuntend schrijver over de anekdotische kant van het schaken even later (eerst via zijn schaakrubriek in ‘Kijk’, later met de komst van het internet) kreeg ik interesse voor het toeval en het bizarre in het schaken.

Toen in mijn club een lid en wielertoerist overleed in een verkeersongeval, vond ik dat de man minstens een kort artikel verdiende om herdacht te worden – al was het maar op schaakvlak. Het was het begin van een reeks ‘in memoriams’ voor het clubblad, waarin ik niet enkel de eigen ontvallen leden nog eens in het zonlicht zette, maar ook de (sub)toppers die het tijdelijke voor het eeuwige ruilden.

Ook hier was internet een dankbare (maar niet noodzakelijk volledige) bron en vaak stootte ik op namen die tot mijn verrassing ook in het lijstje opgenomen konden worden. Ik weet dat deze website eerder de focus heeft op het schaaktechnische, maar een artikeltje over de (on)bekende schaaksoldaat nu en dan kan geen kwaad, denk ik.

Om niet helemaal uit de toon te vallen, ga ik proberen om een beetje spelers te selecteren wiens openingsrepertoire wat aansluit bij dat van de webmaster (1.e4 openingen met vooral Spaans en op 1.d4 het Hollands).

Een lange inleiding om als eerste in de reeks Bert Enklaar (1/12/1943-3/10/1996) voor te stellen. Bert Enklaar kende een wisselvallige carrière – in die mate zelfs dat hij verschillende keren overwoog om te kappen met schaken. Zijn eerste grote tornooi was de B-groep van het IBM tornooi in Amsterdam 1964, gewonnen door Karaklajic. Enklaar werd zevende met 4/9. Zeven jaar later (nadat hij in 1970 de reservegroep had gewonnen) verbeterde hij zijn score: 5,5/11 in de B-groep. Zijn doorbraak kwam toen hij samen met Zoltán Ribli de Meestergroep won van het Hoogovenstoernooi 1973. Beiden haalden 12/15 – 2 punten voorsprong op Hecht en vier op Krnic en Cafferty.

Maar voor het echt grote werk viel Enklaar te licht uit: in Amsterdam IBM 1972, gewonnen door Polugaevsky, werd hij gedeeld laatste met 4/15 (ondanks winst in de eerste ronde tegen Walter Browne); Amsterdam IBM 1973: gedeeld voorlaatste met 5,5/15. Het jaar erop weer maar 4,5/11 in de meestergroep, waarin Jos Boey tweede werd achter Makarichev. Hoogovens 1974: 6/15; zijn elo lag in die periode boven de 2400. In 1973 werd hij gedeeld eerste in het Nederlands kampioenschap samen met Genna Sosonko en Coen Zuidema. Sosonko won toen de beslissingsdriekamp om de nationale titel. Het was zijn meest succesvolle deelname aan het NK, later was zijn rol eerder die van middenmotor. Enklaar speelde voor Nederland in de Olympiades van Skopje (1972) en Nice (1974). In de jaren 1980 en 1990 speelde hij veel minder maar bleef een zeer sterk schaker, getuige zijn spectaculaire overwinning op Ljubomir Ljubojević gespeeld in het Lost Boys-toernooi in Antwerpen, vlak voor zijn overlijden.

Met wit speelde Enklaar bijna alles – 1.d4, 1.c4, 1.Pf3, 1.e4; deze Spaanse partij is dus niet representatief voor Enklaar en het is zeker ook niet zijn beste. Tot aan zet 25-30 vallen de fouten nogal mee, maar eenmaal de tijdnood meespeelt is het hek van de dam en heeft de computer de ene na de andere opmerking.


HK5000

2 opmerkingen:

  1. Een gespeelde zet die een winnende evaluatie krijgt dus boven de 1,6 beschouw ik in mijn analyses nooit als fout zelfs al gooit het vele punten weg. In bovenstaande partij gaat het inderdaad na zet 30 op en neer in de evaluatie maar nooit gaat de score onder de 1,6 en dus liet ik de opmerkingen van de computer weg. Het is trouwens heel normaal om als mens veilig uit te rekenen winstvarianten te kiezen boven scherpe sneller winnende zetten. Er zijn geen extra prijzen te winnen voor korte partijen (behalve misschien een zeldzame schoonheidsprijs). Tenslotte laat mijn sadistisch kantje mij ook genieten van het afzien van de verslagen tegenstander door nog even de genadeslag uit te stellen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. HK5000, de auteur van dit artikel heeft een prachtige en zeer uitgebreide collectie van memoriams. Ik heb een sterk vermoeden dat het de grootste in Belgie is en wellicht 1 van de grootste zelfs in de wereld. Het is een machtig tribuut aan talloze al dan niet vergeten schaakhelden en een belangrijke historische collectie die zeker niet verloren mag gaan. Best zou dit ergens op een publieke plaats worden opgeslagen en bewaard maar deze blog is hiervoor niet geschikt. Wie kan/ wil helpen want HK5000 compromis om af en toe een specifieke memoriam hier te publiceren vind ik een gemiste kans tot veel meer interessante artikels.

    BeantwoordenVerwijderen