dinsdag 4 augustus 2015

Stoppen met schaken

Stoppen met schaken: Karel Van der Weide en anderen


Schakers die stoppen met schaken – het is een weerkerend thema. Sommigen worden gek (of evolueren psychologisch zodanig dat ze niet meer functioneren zoals de meerderheid van de mensen), zoals Torre of Rubinstein – en misschien kan je Fischer hier ook wel in onderbrengen. Schakers zijn ook maar mensen en ook deze deelverzameling van de maatschappij kent zijn aandeel minder prettige kanten. Zelfmoord (Oll en vele anderen), alcoholisme (Tal, Stahlberg), misdadigers (Norman Whitaker), ongeoorloofd computergebruik (velen), sjoemelen om te komen tot eigen profijt (Gufeld), extreme interesses (Aleister Crowley), het komt allemaal ook bij schakers voor. Maar over die aspecten gaat het hier niet.

Karel Van der Weide
Recent stelde Karel Van der Weide (al bekend van “Schaken voor huisvrouwen” - zie foto) in Gent zijn boek voor. Het is eerder een verzameling artikelen die hij vroeger geschreven had en nu gebundeld, kan doorgaan als zijn schaaktestament. Het boek is lichte kost, het leest vlot en de partijen zijn uitstekend. Van der Weide was een aanvalsspeler en wat dat betreft is dit boek een topper – op andere vlakken (lay-out, illustraties) scoort het iets minder, maar de jonge uitgeverij Thinkers’ Publishing zet nog maar zijn eerste stappen en moet zijn weg nog vinden. Dat komt nog wel in orde. Bij de voorstelling analyseerde hij luchtig twee mooie partijen, waarbij mij vooral de winst tegen Piket bijbleef (niet in het boek opgenomen).

Natuurlijk kwam het gesprek uiteindelijk bij het punt waarom hij gestopt was. Het was heel herkenbaar: geen progressie meer, een te moeizaam schakersbestaan, te weinig steun van de federatie, maatschappelijk niet echt een beroep waarmee je kan uitpakken. In het boek geeft Van der Weide nog wat extra inzicht in enkele karaktertrekken, wat het begrip voor zijn beslissing te stoppen vergroot. Bijvoorbeeld wanneer hij heel tevreden rustig op zijn kamer het slotdiner van een tornooi aan zich laat voorbijgaan, of wanneer hij de orde en rust van een Oostenrijks tornooi verkiest boven de halfdronken sfeer van de Gentse open. Op zich zijn dat geen karakterkenmerken die iemand doen stoppen met wat hij graag doet, maar het is deel van een persoonlijkheid (die ik ook bij mezelf terugvind - ik verkies ook liever een goed boek boven matig gezelschap of een nietszeggend gesprek), die wel in die richting wijst. Als de kern van de motivatie wegvalt, dan zijn de – al dan niet verplichte randactiviteiten (reizen, ceremonies, uithuizig zijn, niet ter zake doende commentaren, slechte speelomstandigheden) plots negatieve bijzaken, die een beslissing om te stoppen versnellen. 

Ik kan me goed voorstellen dat KVDW streng voor zichzelf is/was en de lat voor zichzelf als schaker hoog heeft gelegd: als je niet meer op een bepaald niveau kan meedraaien, dan wegen de andere aspecten van het schakersbestaan niet meer op tegen de vreugde van het spelen. Ik vond dit in elk geval heel herkenbaar, het was min of meer ook de reden waarom ik zelf stopte (waarbij ik mijn schaaksterkte allerminst wil vergelijken met die van KVDW). Niet zozeer omdat ik al jarenlang stapsgewijs achteruitging, maar vooral omdat ik meer en meer goed opgezette partijen begon te verknallen door blunders. Geklopt worden op je waarde door een evenwaardige of sterkere tegenstander is één ding, tegen zwakkere spelers partijen weggeven is iets totaal anders. Vergelijk het met een 1500-meter loper die meer en meer een zekere overwinning misloopt, omdat hij zijn veters niet goed meer kan knopen. Het is slechts de echte schaker gegeven om ook in deze omstandigheden ‘waardig ouder te worden’.

Het leger van ex-schakers is groot – veel groter dan het leger actieve schakers, dat steeds maar kleiner wordt. Bekende ex-schakers zijn er voldoende – en dan bedoel ik niet de gepensioneerde schaker die door zijn pennenvruchten zijn pensioen aanvult (Hans Ree en Genna Sosonko zijn hier respectabele voorbeelden van, die literair nog altijd bijdragen aan de schaakcultuur). Ik heb het over mensen die het spel hebben gelaten voor wat het is en hun carrière elders hebben opgebouwd. Iemand als Kenneth Rogoff bijvoorbeeld, IGM, maar nu PhD en professor economie. Zelfs Josh Waitzkin, bekend van de schaakfilm Searching for Bobby Fischer, heeft het later (in 2004) nog geschopt tot WK Tai Chi. De nog niet zolang overleden Richard Von Weiszäcker (zie Schachbund en chessbase) was ook een goed schaker, maar de wereld zal hem zeker niet hiervoor herdenken. Op lokaal vlak ken ik enkele goede clubschakers die hun academische carrière in de USA hebben voortgezet en dan ook het schaken als hobby gelaten hebben voor wat het is. Je kan ze geen ongelijk geven, wanneer ze professioneel op een veel hoger niveau kunnen komen dan het schaken hen biedt.

Daarnaast zijn er ook de topschakers die er al dan niet gedwongen mee ophouden. Zo schijnt Danailov, de manager van Topalov een actieve rol te hebben gespeeld in de te korte schaakcarrière van Valeri Salov. Topalov vond in Salov een tegenstander met een ongrijpbare positionele stijl en Danailov zou organisatoren onder druk hebben gezet om voor tornooien waar Topalov werd uitgenodigd, zeker Salov niet uit te nodigen. Zou, zou… in elk geval, wie nu op internet naar Valeri Salov zoekt, vindt enkel een grote leegte na zijn schaakcarrière. Zelf zou hij nog in een interview in 2009  gezegd hebben dat zijn kritiek op Kasparov eerder de uitnodigingen voor toptornooien stop zette. Ik kan me voorstellen dat de jeugd vandaag de dag Salov niet zo goed kent – uiteindelijk was zijn carrière relatief kort. Als eerste kennismaking beveel ik de spannende partij tegen Karpov uit Rotterdam 1989 aan – geen toppartij misschien, maar deel van de legendarische 0/3 waarmee Karpov een zekere tornooi-overwinning (en misschien wel winst in de World Cup) vergooide.

Zijn mooiste tornooi-overwinning was misschien wel het Polugaevskytornooi in Buenos Aires 1994, waar het Siciliaans verplicht was – Salov had 1.e4 niet eens op zijn repertoire.

Het bekendste recente voorbeeld van een vrijwillige uitstap is zeker Gata Kamsky, die éénmaal in Amerika aangekomen (na zijn verloren WK-finale in 1996 tegen Karpov), stopte met schaken om medicijnen én rechten te studeren en daarna (vanaf 2004) een succesvolle comeback maakte, die zelfs indruk op Kasparov maakte. Kamsky heeft al vaker te kennen gegeven dat hij gaat stoppen als hij 40 is, maar we zijn dat punt nu gepasseerd en hij blijft spelen, misschien door de nieuwe uitdagingen die Nakamura, So en Caruana hem stellen. Enrique Mecking, wereldtopper, stopte toen hij ernstig ziek was, maar kwam uiteindelijk ook terug – een goede, maar geen schitterende comeback.

De tegenpolen van de vroege ‘quitters’ zijn de dinosauriërs van het schaken. Kortchnoi, Reshevsky, Najdorf, Smyslov, Lasker, Mieses… bleven tot op hoge leeftijd meedraaien op topniveau. Nakamura heeft al te kennen gegeven dat hij het doorspelen van Kortchnoi – zelfs in rolstoel – niet echt een voorbeeld vindt van professionalisme, maar ik vind dat je wel bewondering moet hebben. Bovendien krijgen jongere spelers dan de kans om tegen een echte levende legende te spelen. Dat laatste aspect heb ik altijd fascinerend gevonden – dat contact met het verleden. Spelen tegen iemand die nog mensen heeft gekend, die je alleen vanuit boeken of databases kent. Zo schreef Afek in een nummer van New in Chess (jaargang 2000) over zijn (ver) familielid I.M. Vistanieckis, die nog actief was op hoge leeftijd (hij was toen de oudste I.M. in de wereld) – en jeugdspelers in Israël over zijn knie legde - maar wel al in de jaren 20 en 30 van vorige eeuw gespeeld had met mensen als Mikenas.

Besluit: vroegtijdig stoppen met schaken is onderdeel van het leven – ook andere sporten kennen hun “afvallers” (zonder hierover negatief te willen zijn). Life goes on en de ene maakt keuzes in die richting, de andere in een andere richting. Ergens denk ik wel dat het vuur blijft sluimeren (een beetje zoals een roker die gestopt is met roken), maar onderdrukt wordt tot het moment weer rijp is. Het mooiste voorbeeld in Vlaanderen is natuurlijk de sympathieke Jan Rooze, één van de toptalenten van zijn lichting in België, maar die een professionele carrière uitbouwde. Pas na pensionering gooide hij zich weer ten volle op het schaakspel en kon dit verzilveren in een Europese titel en de IM-titel. Misschien is hij wel het te volgen voorbeeld voor de uitstappers?

HK5000

8 opmerkingen:

  1. Op Quality Chess Blog is men deze zomer een marktonderzoek aan het doen en 1 van de resultaten is vrij opmerkelijk: http://www.qualitychess.co.uk/blog/3870
    70% van de deelnemers aan de peiling zeggen dat hun piek nog moet gebeuren.
    Als je dan kijkt naar mijn artikel over http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/12/elo-inflatie.html dan zou je normaal net het omgekeerde verwachten dus minder dan 30% waarvan de piek nog moet gebeuren. Hiervoor zijn meerdere verklaringen mogelijk.
    1) Toeval want een te klein aantal deelnemers: 274 t.o.v. miljoenen schakers
    2) Bezoekers van de blog zijn voornamelijk ambitieuze spelers met groeipotentieel.
    3) De mens is van nature een optimist. Dit aspect werd deels aangeraakt in mijn artikel http://schaken-brabo.blogspot.be/2015/01/stijlen.html
    4) Spelers stoppen massaal wanneer ze voelen geen progressie meer te maken.

    Persoonlijk denk ik dat vooral 2 en 4 een rol spelen in de verklaring. M.a.w. ik ben het eens met "Het leger van ex-schakers is groot – veel groter dan het leger actieve schakers, dat steeds maar kleiner wordt."

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De eerste twee reacties in het marktonderzoek geven aan dat ze 'ja' hebben geantwoord op de onderzoeksvraag, met als argument dat ze verwachten dat hun rating nog wel een klein beetje hoger zal kúnnen worden in de toekomst.

      Ik denk dat de vraagstelling niet zo specifiek was, waardoor er velen die geen échte piek meer verwachten in hun schaken, wél 'ja' gaven als antwoord.

      Verwijderen
    2. Klopt de vraagstelling was zeker niet optimaal. "Denk je dat de kans groter dan 50% is dat je nog 50 punten bovenop je best ooit gepubliceerde rating in de toekomst erbij zult doen." De kans schatten blijft deels subjectief maar mijn formulering is in elk geval veel duidelijker dan "Ligt je beste schaak voor of achter jou". Wat is beste schaak en wat als je nu je beste schaak speelt zoals iemand terecht opmerkte.

      Dit jaar speelde ik slechts 10 partijen voor fide. Als ik dit zou kunnen laten stijgen naar (+)50 en combineren met een meer praktische studie en aanpak dan zou ik op mijn eigen vraag ja antwoorden. Echter ik zie niet onmiddellijk in de volgende jaren zulke drastische wijziging gebeuren en jonger word ik ook niet dus veiliger is nee op mijn eigen vraag te antwoorden.

      Om terug te keren naar de poll dan ben ik dus akkoord dat misschien sommigen de vraag anders geïnterpreteerd hebben. Toch kan het m.i. bijlange niet de hoge 70% verklaren. Ik interpreteerde in elk geval de vraag zoals ik ze veel specifieker stelde.

      Je mag ook niet vergeten dat de boeken die Quality Chess publiceert, bekend zijn voor hun hoogstaande analyses. Automatisch betekent dit dat ze vooral de markt van ambitieuze spelers met groeipotentieel aanboren. Het marktonderzoek bevestigt dus dat hun aanpak inderdaad de beoogde doelgroep bereikt. Anderzijds ben ik er zeker van dat hun blog ook wordt gelezen door andere spelers. Zelf koop ik bijvoorbeeld geen openingsboeken van Quality chess (ik koop van geen enkele uitgever openingsboeken dus niets persoonlijk) maar toch lees ik hun blog. Ik moet er wel onmiddellijk bij vermelden dat ik niet gestemd heb net omdat ik het gevoel had dat de vraag gesteld werd aan klanten en niet de bloglezers.

      Verwijderen
    3. Een interessant verhaal. Mijn complimenten. Hans Meijer.

      Verwijderen
  2. Ook nog even meegeven de link naar een ouder artikel van deze blog die dicht aanleunt bij dit artikel: http://schaken-brabo.blogspot.be/2013/02/profschaak.html
    Ondertussen speelt Paco opnieuw maar duidelijk minder dan vroeger. Judit Polgar (ex-2700 speler) kondigde vorig jaar het einde aan van haar profcarriere: http://en.chessbase.com/post/judit-polgar-to-retire-from-competitive-chess Ze is van hetzelfde bouwjaar als ik dus vind ik veel te vroeg om te stoppen. Echter zoals de auteur hierboven al schrijft, maakt iedereen zijn eigen keuzes en die moeten we respecteren.

    Tja en het vuur blijft vaak smeulen. Zo zag ik recent de Nederlandse GM Harmen Jonkman nog eens optreden: http://schaaksite.nl/page.php?al=maaike-keetman-schiet-als-een-komeet-uit-de-startblokken

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Voorbeelden zijn er verder genoeg - Sadler en McShane zijn nu 'amateurs', Francisco Vallejo Pons heeft een LAT-relatie met het schaken na zijn verlies tegen Karjakin in Bilbao 2012, Ivanchuk's ontgoocheling en aankondiging te gaan stoppen na zijn verlies tegen So was schaakwereldnieuws, Sisniega (deelnemer aan IZT Taxco 1985) was eigenlijk filmregisseur, Margeir Petursson koos na een kort bestaan als prof, voor een beroep in de lijn van zijn academische opleiding rechten. Maar echt stoppen en niet meer terugkeren - dat doen er maar weinig...

    BeantwoordenVerwijderen
  4. En waar plaatsen we Kasparov? Zijn politieke carriere is een flop. In de schaakwereld zie ik nog heel geregeld iets van hem verschijnen alhoewel hij geen competitie meer speelt. Ik verwacht in elk geval niet meer dat hij zich zal meten met Carlsen, Caruana, Nakamura,...

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Inderdaad, the greatest zelf - hij zou beter terugkeren naar het schaken, want zijn politieke carrière staat op een zeer laag pitje, en hij kan het schaken nog altijd niet loslaten. Maar zijn ego zal hem verhinderen om tevreden te zijn met een plaats buiten de top vijf. En dan hebben we nog mensen als bv Jeroen Piket, die nu wschl ook een veel hoger en stabieler inkomen heeft dan hij als schaker ooit zou gehad hebben.

    BeantwoordenVerwijderen