zaterdag 17 januari 2015

Optische illusies

Eindspelen hebben vaak een verborgen schoonheid. Die schoonheid wordt dikwijls pas opgemerkt in de analyse omdat er tijdens de partij nauwelijks tijd voor is of de spanning domineert. Een ogenschijnlijk eenvoudige stelling vraagt niet zelden heel wat extra onderzoek dan we aanvankelijk dachten.

Met het sterk gereduceerde materiaal spreekt het voor zich dat de koning een belangrijke rol speelt. De koning staat niet meer te wachten in een hoekje maar moet zo actief mogelijk meehelpen. In bepaalde eindspelen gaat dit zelfs zover dat je het gevoel krijgt dat de koning op zijn eentje de klus klaart. Recent hield ik mij bezig met enkele van dit soort eindspelen te bestuderen en werd ik weer eens verbaasd over hoe complex en mooi ons schaken kan zijn.

Na de erg fortuinlijke overwinning in ronde 3 van Open Leuven op Iuliia Morozova, moest ik dezelfde avond nog spelen tegen de Belgische grootmeester Alexander Dgebuadze. Ik speelde niet goed de opening en verloor bijgevolg heel veel tijd om een directe nederlaag af te wenden. Later in de partij kwam ik nog sterk terug maar uiteindelijk begon de klok mee te spreken. In tijdnood blunderde ik en belandde in een hopeloos eindspel waarna de vlag mij verloste. Tenminste zo dachten we allebei hoe de partij verlopen was tot ik met de computer ontdekte dat het eindspel helemaal niet verloren was.
De illusie is dat zwart makkelijk wint met een snelle vrijpion en een snelle loper die elke witte tegenpromotie in de kiem kan smoren. Echter de werkelijkheid toont dat de trage koning voldoende snel is om zowel de pionnen te ondersteunen als de vrijpion voldoende af te remmen. Een opmerkelijke prestatie die mij doet denken aan de befaamde Reti-studie.

Een 2de voorbeeld van een illusie ontmoette ik in het boek From London to Elista dat ik las tijdens mijn vakantie in Rusland. Ik pikte een paar maanden geleden per toeval het bestaan op van het boek en besliste bijna onmiddellijk om het te kopen. Het was een vlot lezend boek met beknoptere analyses dan Kasparovs boeken over zijn tweekampen met Karpov. Het boek werd niet geschreven door Kramnik zelf maar is een project van de voor mij onbekende Russische schaakamateur Ilya Levitov die voor het analytische deel steunde op de sterke Russische grootmeester Evgeny Bareev. Dit brengt een speciale dynamiek in het boek met soms goede maar ook minder goede stukken. Vooral wanneer Ilya tracht over het schaaktechnische iets te zeggen dan fronste ik soms mijn wenkbrauwen. Zo wordt in het boek na de gemiste winstkans door Kasparov in de 8ste matchpartij verwezen naar de vreemde opgave in de partij Kramnik Svidler, gespeeld in Wijk aan Zee 2004. Svidler gaf op in klaarblijkelijk een remisestelling wat Ilya onterecht classificeert als een beginnersfout.
De opgave had helemaal niets te maken met het niet kennen van de basisregel van 3 kolommen tussen 2 vrijpionnen in een ongelijk lopereindspel zoals Ilya beweert. Net omdat Svidler deze regel kende, gaf hij op omdat hij de optische illusie had dat zulke verloren positie onvermijdelijk was.

Een 3de en laatste voorbeeldje van een optische illusie dat ik hier wil tonen, is een eindspelletje dat ik enkele jaren geleden ontmoette tijdens een analyse. Opnieuw was ik verwonderd dat mijn schaakprogramma onmiddellijk winst toonde terwijl ik op het eerste zicht dacht dat het potremise moest zijn. Achteraf probeerde ik er nog een eindspelstudie van te maken met een inleiding maar ik moet toegeven dat het een ruwe diamant gebleven is.
Naast de leuke koningswandels vond ik het opmerkelijk dat wit er toch nog inslaagde om zwart in tempodwang te krijgen. Iemand met tijd en energie staat vrij om het idee te verwerken in een mooiere studie.

De koning is ondanks zijn kleine stapjes vaak niet minder sterk dan een licht stuk maar dit komt pas tot uiting in het eindspel als de koning kan deelnemen aan de actie. Daarbij komt ook nog dat de beweeglijkheid van een koning moeilijker te vatten is want een veld kan bereikt worden via verschillende routes in hetzelfde aantal zetten terwijl de afstand optisch anders lijkt. Misschien is dit voor een Ivanchuk allemaal makkelijk. Toen Yasser Seirawan hem vroeg waarom Jobava in de eerste ronde van het nog lopende Wijk aan Zee had opgegeven, antwoordde hij "It is not so difficult for a good grandmaster". Echter voor ons gewone stervelingen zijn dit soort optische illusies veel moeilijker te doorzien.

Brabo

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen