vrijdag 18 juli 2014

Eten en drinken

De computer wordt aangezet. Een paar tellen later ben ik aan het blitzen op Playchess met een lang verlopen account (sorry voor de spelers die willen chatten want ik wil hiervoor niet betalen). Bijna elke 5 minuten krijg ik een andere speler voorgeschoteld. Duitsers, Spanjaarden, Fransen, Amerikanen, Russen,... zijn de nationaliteiten van mijn tegenstanders. Na een tijdje log ik af van de site en bekijk ik nog snel met een schaakprogramma de meest interessante partijtjes. De webserver bewaart alle gespeelde partijtjes automatisch in een persoonlijke database op mijn PC die met een paar klikken achteraf te consulteren is.

Dit is geregeld hoe ik fun heb met het schaken en tezelfdertijd toch ook een stukje oefen. Wat een groot verschil met de jaren 90 toen er niets anders op zat dan naar een schaakclub te gaan om te blitzen. In mijn studentenjaren ging ik vaak vrijdagavond blitzen in de KGSRL. Ik keek rond in de club en daagde steevast de sterkste speler(s) uit. In die periode liep heel wat schoon volk rond in de club: Schalkx, Abolianin, Deleyn, Goormachtigh, Van der Stricht,...  Allemaal spelers van 2300 elo of meer en tevens sterke blitzers want vele (alle?) namen prijken op de erelijst van het vergane 24 uren blitztornooi de Kameleon.

In de eerste ontmoetingen kreeg ik een pak slaag en mocht ik blij zijn om occasioneel een puntje te pakken. Nu ik ben niet de persoon die snel afhaakt. Ik bekeek thuis de systeempjes die mijn tegenstanders graag speelden met mijn allereerste PC en langzaam keerden de kansen. Na verloop van tijd was ik zeker de evenknie van de beste spelers en dit gecombineerd met de alcohol die steeds rijkelijk vloeide, ontaardden de blitzavonden geregeld in uitbundige feestjes tot in de vroege uren. Zo herinner ik mij eens een leuke anekdote.

Op een erg laat uur kwam Geert Van der Stricht binnengewandeld toen de sfeer er al duidelijk inzat. Geert wou wel enkele partijtjes spelen zodus organiseerden we een blitz 4-kamp waarbij de verliezer een rondje zou trakteren. Makkelijk verdiend moet Geert gedacht hebben want hij was de enige die nog nuchter was maar het liep helemaal anders. In onze onderlinge partij werd mijn hyper-agressie aanvankelijk goed opgevangen en ik stond al snel 3 pionnen in het krijt. Echter met de verdwenen pionnen, kwam ook heel wat tactiek in de stelling. Geert miste iets en ging plots spectaculair mat. Schalkx lapte hem iets gelijkaardigs zodat de laatste ronde niet meer belangrijk was en Geert met flinke tegenzin moest trakteren.

Achteraf begon ik te denken dat het misschien wel loont om voor blitzpartijtjes alcohol (met mate uiteraard) te drinken. Ik experimenteerde hiermee in het eveneens verdwenen internationaal blitztornooi van Blankenberge. Midden het tornooi stond ik 1,5 punt los maar na een paar pinten tijdens de pauze gedronken te hebben, gaf ik het alsnog uit handen. Ik kreeg wel nog de winststellingen met het hyper-agressief schaak dat ik speelde maar de afwerking bleef achterwege. De cruciale laatste ronde van dit tornooi kan je hieronder nog naspelen wat ik achteraf publiceerde als curiositeit op 1 van de allereerste fora.

We mogen dus stellen dat het dubieus is of een beetje alcohol drinken bevorderlijk is voor blitz. Wel heb ik geregeld voor officiële partijen 1 pintje vooraf gedronken om meer relax te zijn. In mijn artikeltje het sadistische examen liet ik eerder optekenen dat ik vaak heel wat zenuwen heb bij partijen en alcohol helpt mij om te kalmeren. Vandaag tracht ik over het algemeen alcohol te vermijden tijdens een tornooi. Ik kan makkelijker relativeren waardoor de zenuwen minder gespannen staan en ik voel ook dat ik minder goed tegen alcohol kan dan 20 jaar geleden toen ik nog student was. Alcohol maakt je sneller vermoeid, doet je trager rekenen en beïnvloedt ook de broodnodige nachtrust + belangrijke partijvoorbereidingen. In een buitenlands tornooi waar je vaak afgezonderd zit, is de verleiding groot als liefhebber van bier en wijn maar Sterke Jan bleef stoïcijns zich concentreren op het schaken, zie schaakfabriek. Ook voor onze wereldkampioen Magnus Carlsen is alcohol zelfs een dag voor een wedstrijd compleet uit den boze, zie the guardian.

Geen alcohol drinken betekent niet niets drinken. Zeker wanneer partijen over de 3 uren duren, is het absoluut belangrijk om te drinken. Het is iets wat ik al eens durf te verwaarlozen wanneer ik alleen nog oog heb voor de stelling. Barstende koppijn na een partij is iets wat ik al aantal keren heb meegemaakt in die mate zelfs dat ik verplicht was om een pijnstiller zoals dafalgan te nemen. Een fles water meenemen naar de tornooizaal vind ik bijgevolg zeker niet overbodig maar wordt soms door de tornooiorganisatie niet toegelaten.

Ook letten op de voeding wordt steeds belangrijker wanneer men ouder wordt. Ik hoor dat soms ploegen voor een interclubwedstrijd copieus eten op restaurant maar ik ben er zeker van dat het de resultaten beïnvloedt. De concentratie tijdens de wedstrijd verslapt en het groot toilet wordt al vaker eens noodzaak tijdens een partij. Trouwens met de heersende achterdocht bij vele spelers t.o.v. vals spelen durf ik bijna niet meer naar het toilet gaan. Helemaal onterecht is de vrees uiteraard niet wat o.a. nog recent werd bewezen, zie schaaksite. Tegenwoordig eet ik dan ook slechts iets licht voor een wedstrijd wat op zich dan wel betekent dat ik moet eten als een wedstrijd lang duurt.

Een interclubwedstrijd kan in België maximaal 6 uren duren dus neem ik steeds enkele boterhammen en wat fruit mee in het geval het later dan 18 uur wordt of er dus al 4 uren gespeeld zijn. In het begin keken enkele ploeggenoten raar op toen ik mijn proviand bovenhaalde maar ik zie dat steeds meer ploeggenoten mijn voorbeeld volgen want vaak is er ter plaatse weinig of niets te koop. Marcel heb ik al eens een boterham toegestoken toen hij hongerig toekeek.

Voor de laatste interclubronde zat ik met een dilemma. De club organiseerde op dezelfde avond van de speelronde een feestmaaltijd waarbij sterk werd aangedrongen om zo talrijk mogelijk aan deel te nemen. Normaal ben ik de eerste om in te schrijven op zulke feestjes maar ik voelde op voorhand al nattigheid. Zelf proviand meenemen en dit opeten om 18 uur zou mijn eetlust grotendeels bederven. Bovendien lag de menu vast en moest je op voorhand betalen dus achteraf nauwelijks iets van eten zou zonde zijn. Tenslotte zou men al beginnen om 18 uur dus wat als je als enige moet doorspelen tot 20 uur. Ik liet mij uiteindelijk overhalen en hoopte op het beste maar het liep natuurlijk helemaal verkeerd.

De stelling die thuis getaxeerd was als remisehet falen bij op winst spelen in de vorige onderlinge partijde kersverse grootmeester-titel van Bart, het ontbreken van proviand, het startende clubfeest, ... zullen allemaal wel ergens een rol gespeeld hebben bij het onbesuisd willen afdwingen van de remise. Remise had ik natuurlijk gemakkelijk kunnen behalen zonder de overhaasting. Dat jonge spelers deze fout maken is makkelijker begrijpbaar zoals recent nog in het open kampioenschap van Azië.

Opnieuw een makkelijk vermijdbare nederlaag waarin de minder ervaren speler te happig was om remise te maken.

Tot slot wou ik ook nog meegeven dat ik uiteindelijk als enige speler na de tijdscontrole doorspeelde tot bijna 8 uur. Ook dat was geen grote verrassing want met een gemiddelde van net geen 53 zetten per partij was ik veruit de actiefste speler. Dit ligt ook compleet in de lijn van mijn artikeltje sofia regels. Toen ik dan uiteindelijk ook aan tafel ging, hadden de andere ploeggenoten al gedaan en vertrokken ze naar huis. In de Franse interclub gingen we ook geregeld achteraf eten maar daar werd steeds gewacht op de laatste speler. Enkele bestuursleden zagen gelukkig ook wel in dat de situatie scheef zat en offerden zich op om mij niet alleen te laten eten wat ik zeer apprecieer maar ik trek sowieso wel mijn conclusies voor de toekomst.

Thuis kreeg ik ook steun van mijn vrouw die mij opbeurde door te stellen dat ik weer een speciaal verhaal heb voor op de blog. Tja als je het zo bekijkt dan heeft elk nadeel toch weer een voordeel.

Brabo

3 opmerkingen:

  1. Je vrouw heeft gelijk (want het is een goed verhaal) en het doet me deugd dat de invloed van Johan Cruijff zich inmiddels tot Vlaanderen uitstrekt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ooit eens een kort artikel gelezen in een Engels tijdschrift over voeding voor de partij. Blijkbaar kwam toen uit de bus dat een speler die rood vlees at scherper stond dan iemand die pasta gegeten had. Het experiment was wel heel beperkt - slechts twee partijen; 1.5/2 voor de "vleespartij" (beide spelers waren IGM of minstens van die sterkte).
    Je hebt gelijk over alcohol - volgens mij positief in blitz - tot een bepaalde hoogte, negatief in een serieuze partij. Fischer over koffie: het is zo goed dat het wel slecht moet zijn en hij dronk nooit meer koffie. Botvinnik ontdekte koffie pas in de nadagen van zijn carriere koffie - en zette meteen een prima resultaat neer in de betreffende olympiade.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Lang zitten twijfelen of ik het verhaal wel zou schrijven.
    Koffie drink ik zeker niet elke dag. Echter voor of tijdens de wedstrijden grijp ik wel sneller naar een koffie net om de concentratie te verbeteren. Als je weinig koffie drinkt dan heeft koffie ook meer effect. Eigenlijk zou je koffie als een soort legale doping kunnen beschouwen.

    BeantwoordenVerwijderen