woensdag 27 november 2013

Hoe winnen van een sterkere speler?

Tijdens een partij moet je als speler bij het bepalen van een zet geregeld afwegingen maken gebaseerd op heel gebrekkige informatie. Het zorgt ervoor dat er een onzekerheid gecreëerd wordt over de kwaliteit en uiteindelijk ook het resultaat. Het elo-systeem houdt rekening met deze onzekerheid door voor elke partij een prognose gebaseerd op statistisch onderzoek voor te stellen afhankelijk van het verschil in speelsterkte tussen beide spelers. In 2011 was er een competitie om een ratingsysteem te ontwikkelen die een meer nauwkeurige prognose maakt, zie the deloitte fide chess rating challenge. Heel wat teams slaagden erin om een beduidend nauwkeuriger mechanisme voor te stellen zoals je op de leaderboard kan zien. Echter een aanpassing van het bestaande elo-systeem bij de fide kwam er niet. Ik was niet betrokken bij de interne discussies maar ik kan mij wel enkele goede redenen voorstellen:
  • de meer nauwkeurige systemen zijn gebaseerd op complexe formules waardoor men erg afhankelijk wordt van computers
  • het huidige ratingsysteem laten vervangen door een nieuw betekent extra kosten
  • een ratingsysteem heeft als primaire functie om de speelsterkte van de spelers te bepalen. Een prognose maken voor een partij is van ondergeschikt belang vandaar dat het huidige elo-systeem  met zijn beperkingen volstaat

Het nadeel van het bepalen van een prognose is vaak dat ze nogal intimiderend kunnen zijn voor de lager gekwoteerde speler. Als zwakkere speler heb je bij een elokloof van 200 punten slechts een verwachtingspercentage van 24%. Intimidatie is uiteraard geen goede raadgever. Zo zie je geregeld spelers die heel passief spelen tegen sterkere spelers om toch maar geen grote fout te maken terwijl ze net op deze wijze kansloos van het bord worden geschoven. Omdat in de literatuur weinig vermeld staat over wat dan wel de juiste strategie is om als underdog je kansen te optimaliseren, vond ik het bijgevolg interessant om er een blogartikeltje aan te wijden.

Vooreerst moet ik erkennen dat je als lager gekwoteerde speler bij een verschil van 300 of meer elopunten nog weinig kunt proberen. De tegenstander is dan zo veel sterker op elk domein dat hij elk plannetje dat je hebt al lang op voorhand heeft doorprikt. Een voorbeeldje van zulk scenario kan je vinden in mijn blogartikeltje met een kanon op een mug schieten. Bij een kleiner verschil van pakweg 200 punten zijn er meer mogelijkheden om een vuist te maken als zwakkere speler. De strategie vermeld o.a. op de blog van de Oekraïnsche grootmeester Igor Smirnov is wellicht de meest bekende. Als je tegen een sterkere tegenstander speelt dan speel zo agressief mogelijk en compliceer zelfs al kost dit materiaal. Het principe is gerelateerd aan de eerder vermelde onzekerheden die in elke partij aanwezig zijn. Als we een partij zouden hebben die 100% uit onzekerheid zou bestaan dan mogen we stellen dat het resultaat random zal zijn en dus het verwachtingspercentage 50% zal zijn. Hoe meer complexiteit in een partij, hoe meer onzekerheden en dus hoe interessanter voor de zwakkere speler die zijn prognose gevoelig ziet verbeteren. Een speler die je geen 2 keer hoeft te vertellen om chaos op het bord te creëren, is mijn clubvoorzitter en ploegkapitein Robert Schuermans. In 2006 overtrof Robert zichzelf door met zwart in een va-banque partij de Oekraïnsche grootmeester Stanislav Savchenko te verslaan.

De partij is een mooi voorbeeldje van hoe de grootmeester compleet de controle verloor over de stelling en uiteindelijk als eerste zwaar in de fout ging. Alhoewel ik dus wel graten zie in de "chaos"-aanpak, stel ik mij wel de vraag of deze methode echt wel voor iedereen positieve resultaten zal opleveren. Bestaat het risico niet dat je als zwakkere speler complicaties creëert die vooral (of nog erger, enkel) jezelf in de fout duwen? O.a. in mijn blogartikeltje tactiek schrijf ik dat ik niet graag risico's neem dus ik twijfel of het spelen tegen je eigen stijl in wel de verstandigste strategie is. Ik vind het dus niet overbodig om eens te kijken of er andere strategieën bestaan die je kansen als lager gekwoteerde speler verbeteren.

Zo herinner ik mij vorig jaar dat de Nederlandse expert Danny De Ruiter in 2 weken tijd de bekende grootmeesters Ivan Sokolov en Jan Timman versloeg. In dit artikeltje wordt uitgelegd hoe Danny 3 weken op voorhand de openingsstudie aanvatte voor zijn partij tegen Ivan Sokolov en hiervan de vruchten plukte. De partijvoorbereiding is een belangrijk wapen voor de lager gekwoteerde speler want zoals beschreven in mijn blogartikeltje de sterktelijst neemt het beschikbare studiemateriaal sterk toe met de rating. Zelf herinner ik mij 1 overwinning op de Bulgaarse grootmeester Ventzislav Inkiov gebaseerd op een succesvolle partijvoorbereiding.

Nu het is een utopie om te geloven dat je steeds zo makkelijk met voordeel uit de opening dankzij een partijvoorbereiding kunt komen tegen een grootmeester. Zelf denk ik dat mijn Bulgaarse tegenstander wellicht nooit op voorhand had vermoed dat ik in een uurtje tijd (tijd tussen het bekendmaken van de paringen en aanvang van de partij) een voor mij onbekend systeem (geen enkele partij van mij in de database) had kunnen instuderen in die mate dat het te gevaarlijk werd om te spelen. Zoals beschreven in een ander blogartikeltje van Igor Smirnov zullen de meeste grootmeesters afwijken van hun standaard repertoire wanneer ze onraad voelen. Een snel spelende tegenstander in een voor hem onbekende opening is uiteraard een waarschuwingssignaal die een professional niet zal negeren.

Een strategie waarin ik wel meer graten in zie, is het opzoeken van stellingen die objectief misschien niet een voordeeltje garanderen maar wel makkelijk speelbaar zijn. Naast het studeren van schaakopeningen speelt hierin ook psychologie een rol. De hoger gekwoteerde speler voelt zich verplicht om te winnen maar op winst spelen vereist in dit type stellingen disproportionele risico's. In de eerste ronde van het nieuwe Belgische interclubseizoen etaleerde ik deze strategie ten volle.

Mijn ploeggenoot Daniel Sadkowski vatte het goed samen achteraf door te stellen dat ik de makkelijker spelende kant van het bord had gekozen. Trouwe lezers zullen zeker nog mijn blogartikeltje over groene zetten herinneren waarin ik het heb over het gebruik van openingsboeken voor schaakprogramma's. Wel als je de opening zou bekijken met een recent openingsboek dan zou je al snel ontdekken dat ik meermaals niet de meest populaire/ kritieke voortzetting heb gekozen maar wel de voortzetting met de beste praktijk-score. We weten allemaal dat statistieken hun beperkingen hebben maar betreffende praktische kansen voor een bordpartij vind ik ze erg nuttig.

Puur spelen op de man zonder rekening te houden met de eigen sterke punten lijkt mij dus tekort door te bocht. In bovenstaande voorbeelden zien we vooral dat je de beste kansen kunt creëren door te vertrekken vanuit je eigen sterkte: chaos voor de scherpe agressieve speler, openingskennis voor de schaker die vlijtig voorbereidt en openingen studeert, positiespel voor de meer positionele speler,...  Ik opteer dan ook om een strategie tegen sterkere spelers te gebruiken, gebaseerd op zelfvertrouwen en de eigen troeven i.p.v. (faal)-angst.

Brabo

16 opmerkingen:

  1. De partij van Robert vind ik helemaal geen chaos, wat mis ik dan?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wit miste door de complicaties een sterk dameoffer met 14.axb4! Pxb4 15.Lxf5! Pxc2 16.Lxc2 met voordeel voor wit.
    Of dat je na 15.Pxc7 niet hoeft te verliezen na 15....Lxf3 16.Kxf3 Dg5! -+ of 16.gxf3 Pxd4 -+ want het koele Kf1 wint.
    Er is nog meer maar de vermelde varianten geven duidelijk aan dat het voor de grootmeester allemaal te complex werd.
    Nu ik veronderstel dat er veel betere voorbeelden van chaos bestaan maar ik vond het aangenamer om een partij te vermelden van iemand die we allemaal goed kennen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. "Omdat in de literatuur weinig vermeld staat ...."
    Toch geniet het onderwerp al enkele decennia een zekere belangstelling. Przewoznik en Pein verwijzen in hun boekje over het Blumenfeldgambiet van een jaar of 20 geleden (ik kon geen datum vinden!) naar een onderzoek uit 1984. Conclusie: "even in tactically simple positions (mate in one) the chessplayer's performance depends on the type of position!"
    Przewoznik beschrijft ook eigen onderzoek uit 1986 gedaan in Polen. Zijn aanbeveling: "if your opponent is stronger than you are, try to create untypical, unclear complications on the board".

    "Bestaat het risico niet ...."
    Natuurlijk bestaat dat risico. Ik ben er een keer door een GM in twaalf zetten afgemept en tegen Josef Boey duurde het niet veel langer. Dit argument is echter voor kansrekening irrelevant. Het gaat om optimalisering van je kansen, niet om risico vermijden.
    Daarom tonen je voorbeelden hooguit aan wat iedere statisticus weet: uitspraken over een groep (in dit geval zwakkere schakers met sterkere tegenstanders) zeggen nul komma niets over een individueel lid van die groep. De Ruiter en jij mogen andere manieren toepassen om sterkere spelers te verslaan, aan de Wet van de Grote Getallen ontkomen jullie niet.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. In mijn ervaring is de Black Queen Blues (Dd8-a5-a4) geen erg goede manier om winstkansen te creëren. Ik heb er in correspondentiepartijen 100% mee - 100% remises in een stuk of 6 partijen. Vanuit Feygin's perspectief was iets a la Petrosian (Lf8, b6, Pc6 zonder c5) vermoedelijk een betere keus geweest.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Zoals ik al aangegeven heb in mijn blogartikeltje http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/03/kinderen-leren-schaken.html ben ik erg kritisch betreffende onderzoeken. Hoe groot was de testgroep? Was er een controlegroep? Zijn alle mogelijke invloedsfactoren in rekening gebracht/ geëlimineerd .... Er worden vaak veel te snel conclusies getrokken.
    Bovendien het onderzoek waar je naar refereert gebeurde bijna 3 decennia geleden. Ook dit is m.i. een reden voor terughoudendheid. Enkel op openingsgebied is het schaakspel al enorm geëvolueerd. Trouwens alhoewel ik het niet specifiek vermeld in het blogartikeltje, heb ik het eigenlijk vooral over de confrontatie van amateur tegen profschaker/grootmeester. Het aantal grootmeesters rond 1985 was een fractie van wat we vandaag hebben en computers met databases waren toen zeker nog niet ingeburgerd zodat de verspreiding van de partijen slechts erg beperkt was. Ik heb dan ook een sterk vermoeden dat het onderzoek vooral is toegespitst op de lagere elo-regionen. Onderzoeksresultaten van partijen tussen bv. 1400-1600 spelers mogen niet zomaar als waarheid worden genomen voor partijen tussen 2300-2500 spelers.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Over openingskeuzes kan altijd gedebatteerd worden. Er was bv. heel veel kritiek op Anands keuzes in zijn wk-match tegen Carlsen. Nu wie zijn wij om 1 of zelfs een team (top)grootmeesters te vertellen dat ze de verkeerde keuze gemaakt hebben. Puur ter verdediging van mijn tegenstander Feygin wil ik nog het volgende vertellen.
    1) In een eerdere onderlinge ontmoeting koos Feygin voor een Frans met f5 waarmee hij won. Ik was daarop uiteraard voorbereid dus zoals beschreven in mijn blogartikeltje http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/10/een-uitgebreid-zwartrepertoire.html, koos hij om te variëren.
    2) Om het met jouw (MnB) woorden over de wet van de grote getallen te hebben, wil ik ook even aangeven dat mijn openingsboek helemaal geen 100% remises toont, integendeel. Trouwens correspondentieschaak is geen bordschaak. In een commentaar onder mijn blogartikeltje groene zetten (http://schaken-brabo.blogspot.fr/2013/08/groene-zetten.html?showComment=1377806757690#c6652973404804535182) heb ik al aangegeven dat ik geen correspondentiepartijen binnenbreng in een openingsboek met bordpartijen omdat het de statistieken zou vervormen.
    3) Van de Black Queen Blues stond slechts 1 partij in de database van mijn tegenstander waarmee hij had gewonnen tegen een + 2400 speler. Alhoewel ze erg recent was, mocht mijn tegenstander (gezien ik op voorhand onmogelijk kon weten dat Feygin 100% zeker mijn tegenstander zou zijn) toch er op vertrouwen dat ik niet of nauwelijks had gekeken naar deze opening.
    4) Carlsen toont vandaag duidelijk aan dat het als sterkere speler interessant is om geen tactische openingen te spelen met veel theorie als je technisch de sterkere speler bent. De Black Queen Blues valt zeker in deze categorie van strategische openingen waarin taktiek/ exacte openingskennis van ondergeschikt belang is.

    Ik had als partijvoorbereiding nauwelijks tijd gestoken in de opening die Feygin koos maar ik had wel de opening recent nog goed bestudeerd naar aanleiding van mijn partij in 2011 tegen Larmuseau. Die partij staat niet in de database maar werd wel vermeld op mijn blog, zie http://schaken-brabo.blogspot.be/2013/04/ik-wist-het-wel.html. Ik krijg heel wat bezoekers op mijn blog vanuit het buitenland maar ik heb een sterk vermoeden dat Feygin hier niet bij was en dus een stukje bruikbare informatie voor de openingskeuze hierdoor gemist heeft.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. zelf een goede dag hebben en hopen dat de tegenstander een rotdag heeft? Volgens mr Elo moet je af en toe, statistisch gezien, winnen van hogergekwoteerden. Gewoon hopen dat het dan net die dag is.

    wat ik in dit stuk mis is de simpele vaststelling dat een hogergekwoteerde ook gewoon de betere schaker is. Dit is reeds van toepassing bij 70 of 80 punten. Anand heeft ook gewoon daardoor verloren, 100 punten veeg je niet zomaar vd tabellen of kun je zomaar negeren.

    en welke strategie is beter? chaos zoeken, in de touwen gaan hangen en hopen dat je het overleeft, een keertje een Lucky shot in de opening hopende dat je in het verdere partijverloop niet weggetikt zult worden?

    over 10 matchen ben je tegen de sterkere kansloos, over 1 partij zijn de 3 resultaten mogelijk maar maak je niet de illusie dat je even goed als de sterkere bent. in dat geval heb je evenveel elo

    BeantwoordenVerwijderen
  8. "Vooreerst moet ik erkennen dat je als lager gekwoteerde speler bij een verschil van 300 of meer elopunten nog weinig kunt proberen. De tegenstander is dan zo veel sterker op elk domein dat hij elk plannetje dat je hebt al lang op voorhand heeft doorprikt." Dit staat letterlijk in het artikeltje. Hiermee geef ik niet alleen aan dat bepaalde strategieën alleen maar nut hebben als het eloverschil relatief klein blijft maar ook dat ik erken dat hoger gekwoteerde spelers ook de sterkere spelers zijn.

    Het gaat mij in het artikeltje niet om het feit dat je als zwakkere speler in een match gaat winnen van een sterkere speler. Wel denk ik dat je met een slimme strategie bv. 3 punten uit 10 kunt halen i.p.v. 2 uit 10 wat de prognose volgens elo ons vertelt.

    Tenslotte elo is de som van al je resultaten dus zowel zwakkere, gelijkwaardige en sterkere spelers. Hiermee wil ik aangeven dat iemand die 90% van zijn partijen tegen zwakkere en gelijkwaardige tegenstanders speelt, lichtjes beter dan zijn elo kan presteren tegen sterkere tegenstanders met behulp van een strategie. Het spreekt voor zich als die speler uitsluitend zou spelen tegen sterkere tegenstanders dat zijn rating zou convergeren naar de betere eloprestatie indien hij voortdurend gebruik maakt van een succesvolle strategie.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. "Volgens mr Elo moet je af en toe, statistisch gezien, winnen van hogergekwoteerden. Gewoon hopen dat het dan net die dag is."
    Dit moet genuanceerd worden. De statistieken zijn opgebouwd niet alleen op basis van grote aantallen partijen maar ook op basis van grote aantallen spelers. Er is een grote mix van spelers gaande van zeer ervaren spelers tot zwaar ondergekwoteerde spelers. Het is bijgevolg een utopie om te denken dat je door heel veel partijen te spelen (in de veronderstelling dat je niveau stabiel blijft) dat je uiteindelijk eenzelfde score zal behalen dat wat de prognose volgens elo ons vertelt. Het is geen toeval dat bv. vorig jaar in Open Gent alle rondeprijzen (met beste eloprestatie in vergelijk met eigen rating) naar jonge spelers gingen. Ik herinner mij dat voorval nog goed want de organisatie had voor alle rondewinnaars alcoholische dranken wat uiteraard geen geschikte prijzen waren.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. bij jeugdspelers is elo zelden een correcte weergave vd speelsterkte. bij hen, toch de goede, is zelfs een verschil van 300 elopunten irrelevant.
    hetzelfde gaat natuurlijk op voor spelers die op hun retour zijn, ook bij hen komen elo en speelsterkte niet overeen. deze categorie spelers moet je in dit soort discussie's buiten beschouwing laten.

    bij jou klopt die verhouding wel. Als jij systematisch tegen iemand 3/10 haalt ipv de verwachte 2/10 dan komen je speelsterkte en elo niet overeen. dat je tegen een bepaalde categorie speler beter scoort als verwacht wordt in principe gecompenseerd door een andere categorie spelers. Ik weet perfect tegen wie ik goed en slecht scoor en daarvoor heb je een gewoon een portie eerlijkheid voor nodig

    over 1 enkele partij kan ik, statistisch gezien, zelfs van Carlsen winnen. over heeldere reeksen ben ik kansloos, dat kun ja adhv elo aflezen.
    ik vind het gewoon logisch om je eigen spel trouw te blijven en niet plots gekke dingen te gaan doen. Robert kan compliceren maar Van Herck zijn beste kans blijft in het eindspel liggen en jouw beste kans om tegen hogergekwoteerde te scoren ligt in de opening.
    de score an sich (over meerdere partijen) zal uiteindelijk binnen de verwachte marges liggen.
    daar kun je volgens mij niets aan doen, behalve dan op langere termijn zwaar studeren en zo gewoon beter te leren schaken.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. "ik vind het gewoon logisch om je eigen spel trouw te blijven en niet plots gekke dingen te gaan doen"
    Dit is net mijn stelling in het artikel. Echter als je de verwijzing leest naar de Oekrainsche grootmeester Igor Smirnov en de commentaar van MnB dan begrijp je dat er een andere (chaos) theorie heerst vandaag. Slechts een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek kan uitsluitsel geven welke theorie nu precies de beste resultaten oplevert. Mijn blogartikel kan je dan ook slechts beschouwen als een aanzet om kritisch te zijn over de aanpak om optimaal te scoren tegen sterkere spelers.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. er zullen altijd allerlei theorieën ronddwalen. volgens mij blijft het gewoon gok- en giswerk, ik zie zelfs niet hoe je dat wetenschappelijk wil onderzoeken. Marcel van Herck dwingen om er tegen een 2400 op los te offeren. Robert dwingen om een eindspel te gaan schuiven en jou dwingen je openingsvoorbereiding te verlaten? mij lijkt dat geen goed recept om evtl succesvoller te zijn (los vh evtl. lucky shot). Beter scoren tegen betere spelers is gewoon beter leren schaken. lijkt mij het enige dat echt werkt. dat geldt voor zowel de 1500 alsook voor de 2500

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Een aardig boekje (humoristisch als start, maar met enkele waarheden en praktische tips) is Chess for Tigers van Simon Webb, waarin dit onderwerp, naast andere wordt behandeld. De naam van het hoofdstukje luidt "how to catch heffalumps", hoe je als tijger een mammoetachtig wezen moet verschalken. Advies : take him into the swamp, complicaties niet uit de weg gaan en hopen dat je niet als eerste kopje onder gaat, de chaos uit de tekst.
    Een ander hoofdstuk gaat over "how to catch rabbits", hoe lagergekwoteerde spelers te verslaan. Zie review op chesscafe http://www.chesscafe.com/text/review512.pdf . Maar sluit goed aan bij dit topic.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Twee opmerkingen:

    1- Ik vind je blog steeds interessanter om te lezen en ook steeds beter geschreven. Ik ben steeds minder bezig met schaak door een combinatie van gebrek aan talent, tijd en passie (in die volgorde) maar hier probeer ik toch regelmatig is langs te komen (meer dan schaakfabriek). En inderdaad, je bent geen schrijver maar ik ook niet maar aan de kwaliteit van jouw artikels kom ik zeker niet. Je stillaan een beetje beginnen kennende vermoed ik dat je ook aan dat aspect wat hebt zitten schaven bij jezelf. Kudos!

    2- Zelf een kleine 2000 zijnde met zeer weinig openingskennis vind ik dat het grootste problem om sterke spelers te verslaan. Ze spelen natuurlijk ook gewoon zoveel beter maar als ik met wit voor chaos of complexe stellingen wil gaan vermoed ik toch dat we akkoord zijn dat de grob spelen niet de manier is. Dus ik speel e4 en mijn sterkere tegenstander c5. We zijn dan vermoedelijk akkoord dat Morra ook niet de beste manier is om proberen een complexe stelling op het bord te krijgen (al heb ik dat wel geprobeerd en ja er zijn sterkere spelers dan ik die bij Morra zweren maar ze zijn dan ook sterker dan ik ;)).

    je snapt al waar ik naartoe wil, voor je weet zit je in1 of andere hoofdvariant die je 20 zetten diep moet kennen en elke afwijking zal afgestraft worden door de sterkere speller.

    Dus ja, wat Robert gedaan heeft kan, en ik geloof wel in het systeem (in blitz pas ik het regelmatig zelf toe) maar om toch een sterkere speller te winnen (voor mij dus een +2200) als we over een gap van 200 elo spreken zal ik toch onvermijdelijk theorie moeten kennen en weten wat mijn tegenstander speelt die dan dikwijls nog zal afwijken van zijn repertoire tegen zwakkere spelers (zoals je zelf aanhaalt). Dus in een officieel partij zie ik mezelf het niet rap doen wat de praktijk ook bevestigd. Mijn resultaten tegen +2200 zijn hoop en al 5% als ik al zover kom (ik hou het niet bij) maar weet wel dat ik tegen een FM, IM of GM in een lange partij nog nooit een punt of half punt heb gescoord.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Bedankt voor het compliment. Het is zeker niet mijn bedoeling om in concurrentie te gaan met Schaakfabriek. Ik gebruik een totaal andere invalshoek dus ik meen eerder dat we complementeren wat je trouwens kan zien in mijn artikels.
    Persoonlijk vind ik wel dat het op Schaakfabriek wat minder is de laatste tijd maar ik heb zelf ook heel wat minder tijd dan vorig jaar (en bijgevolg ook heel wat minder artikels) dus ik snap wel dat je niet eeuwig even actief kunt zijn.

    Ik meen dat je toch overdrijft met de 20 zetten theorie. Zeker heel wat FM's hebben een gebrekkige openingskennis. Het gemiddelde openingsnieuwtje ligt trouwens vandaag voor + 2200 spelers op 22 plies of slechts 11 zetten, zie http://en.chessbase.com/post/sonas-what-exactly-is-the-problem-of-draws-part-2 Tenslotte is het zeker mogelijk om met wit snel af te wijken van de theorie en toch een interessante stelling op het bord te hebben. Ok je hebt misschien geen voordeel maar je hoeft in elk geval niet te vrezen dat je zal verliezen door de superieure openingskennis van de tegenstander.

    BeantwoordenVerwijderen