zondag 6 januari 2013

Pionneneindspelen: vaak een comedy of errors

Geef aan gelijk welke schaker een (beetje complex) pionneneindspel, en de kans is groot dat het mis gaat. Van zwakke tot sterke speler, dit ogenschijnlijk eenvoudige eindspel bevat zo vaak verrassende wendingen, dat een misstap gauw gebeurd is. Beroemde voorbeelden zijn Timman-Shirov, Kasparov-Bareev, ...

De reden lijkt te zijn dat – éénmaal de stukken van het bord zijn – een pionneneindspel opnieuw “concreet” wordt. Stukkeneindspelen kunnen door een grootmeester vaak op techniek afgewerkt worden, het is gemakkelijker een sterke positie te houden en uit te bouwen met nog een stuk op het bord, dan in een pionneneindspel, waar concrete berekeningen het weer halen van techniek. Het is net alsof er na de opening (begrip en geheugen), het middenspel (creativiteit, initiatief, positioneel of combinatorisch gevoel) en het stukkeneindspel (techniek en ervaring) er een nieuw hoofdstuk begint met het pionneneindspel, waarin rekenkracht weer centraal komt te staan. Daarnaast is er ook het aspect van vermoeidheid na het urenlang spelen van een partij en de steeds kortere tijdscontroles, die het de spelers ook niet makkelijker maken. Een fout in het middenspel kan soms nog rechtgezet worden, het eindspel is meestal onverbiddelijk.

Onlangs had ik volgend eindspel op het bord. Wit vermeed het al even hopeloze toreneindspel (de witte toren kuist meteen de damevleugel op) en maakte misschien wel de goede psychologische keuze om het pionneneindspel in te gaan. Als zwartspeler had ik daar natuurlijk geen bezwaar tegen: na fxe3 ziet een beetje schaker in dat zwart “altijd” wint; wits structuur is compleet naar de vaantjes en zwart heeft uitzicht op een vrijpion op elke vleugel – hij moet enkel wits centrale pionnen tegenhouden.

De manier waarop ik het speelde, was echter verre van optimaal – de winst werd wel nergens weggegeven, maar het was zeker niet de snelste winstweg, die ik koos. Maar het geeft wel wat inzicht in het beperkte beslissingsproces van een -2000 speler; het stellingsoordeel was goed, het rekenen veel minder.


Even grasduinen in recente schaaktijdschriften leert dat ik niet alleen sta met mijn beperkte begrip/rekenkracht in pionneneindspelen. Onderstaand voorbeeld lijkt eenvoudig - wit zondigt meteen al tegen de regel dat de vrijpion moet opgespeeld worden, maar zwart profiteert niet en de partij wordt remise.


HK5000 (Y.S.: ik gebruik vanaf nu deze alias omdat het rondstrooien van namen op internet vaak gepaard gaat met meer spam)

14 opmerkingen:

  1. "het beperkte beslissingsproces van een -2000 speler". Herman is 77 en heeft nog 1750 Belgische Elo :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Onder de partij staat vermeld "ik niet alleen sta met mijn beperkte begrip/rekenkracht in pionneneindspelen" waaruit ik afleid dat "het beperkte beslissingsproces van een -2000 speler" slaat op Yves en niet Herman.
    Nu ik wil er wel op wijzen dat Herman, zo'n 20 jaren geleden 2072 bordelo had dus ik zou zijn schaakbegrip niet onderschatten. In het begin van mijn schaakcarriere heb ik zelf eens een smadelijke nederlaag in een officiele partij geleden tegen Herman door iets te voortvarend te werk zijn gegaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Pionnen eindspelen zijn enorm verraderlijk. De inschatting dat het makkelijk gewonnen is is vaak verkeerd. Vaak is het beter een toreneindspel door te spelen waar je vaak op techniek je de betere kunt tonen dan kost wat kost alles te willen afruilen tot pionneneindspelen.

    Een goede raad voor alle schakers: Overweeg altijd enorm je kansen in een pionnneneindspel en wees goed bekend met de verschillende pawn-breaks!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik vind dat u wat te streng bent voor uzelf. Als u correct hebt uiterekend dat 51...Ke5 en 53...b5 wint zijn deze zetten even goed als de alternatieven die u geeft. Ik heb het altijd tijd- en energieverspilling gevonden om naar zetten te zoeken die sneller winnen als ik de winst al tot het einde had uitgerekend.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik ben het eens met MNb. Zolang je de controle houdt over de stelling, doet het er niet toe of de ene winst sneller is dan de andere. Zelf geef ik al enkele jaren geen commentaar meer bij zetten die trager maar nog steeds duidelijk winnen. Er zijn geen extra punten te verdienen met snelheid in tegenstelling met oplosschaak.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Het is dikwijls ook zo dat men gewoon de snellere én nog duidelijkere winst niet zag...

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Dat klopt. Ik herinner mij dat ik eens een mat in 7 zag en gaf terwijl ik de mat in 2 miste. Alhoewel de mat in 2 sneller is, bleek de mat in 7 voor mij eenvoudiger en sneller om te zien.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. @ Valery, die opmerking sloeg op mijn eigen spel, niet op dat van Herman.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Leuk dat er eens een artikeltje verschijnt over pionneneindspelen. Het is me al lang geleden opgevallen hoe ingewikkeld dergelijke eindspelen kunnen zijn met beperkt materiaal op het bord. Het is een beetje een paradox, hoe minder materiaal hoe ingewikkelder :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  10. KAra, vergeet niet mijn blogartikeltje http://schaken-brabo.blogspot.be/2012/03/jean-michel-delfosse-en-het-beroemde.html waar ik 1 van de meest beroemde en krankzinnige pionneneindspelen heb besproken.
    Ik kan echter uit mijn eigen bordpraktijk geen serieuze pionneneindspelen vinden die de moeite waard zijn om eens te publiceren (behalve dan varianten die in de analyse verschenen). Zoals 'TheUnknownone' vertelt, is de verklaring wellicht te zoeken in het feit dat ik eerder verkies op techniek te spelen dan louter op concrete soms onmenselijke berekeningen.

    Hoe minder materiaal op het bord, hoe ingewikkelder is een dubieuze stelling. Het is zeker zo dat computerprogramma's meer moeilijkheden hebben met pionneneindspelen dan eindspelen met lichte stukken omdat het horizoneffect meespeelt bij de promoties. Elke pion kan een stuk worden waardoor de mogelijkheden al snel exponentieel stijgen. Daarentegen vind ik wel dat pionneneindspelen veelal schematischer zijn dan puur stukkeneindspelen. Je moet gewoon eens kijken naar de chaotische winstpaden bij vele tablebase-eindspelen met stukken en je begrijpt onmiddellijk wat ik bedoel.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Zelf kan ik me 2 interessante pionneneindspelen herinneren.
    Eentje op het Vlaams Kampioenschap tegen Benny Willen waar ik mooi won en een smerig valletje ontweek doordat ik net het eindspelboek uithad van Van Perlo (een aanrader!).
    Een ander eindspel had ik tegen Maarten Passchyn in de Open van Leuven, daar dacht ik vlotjes naar winst af te wikkelen maar ik vermoed dat onderweg naar de winst ik wel even verloren stond :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Ik heb 1 keer een potremise pionneneindspel gewonnen van Arthur Bruyneels nadat hij zich in tempodwang liet brengen maar interessant kan ik het niet noemen. Interessante pionneneindspelen krijg ik dus zelden of nooit in een partij op het bord, enkel in de analyse.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Leuk dat er nog mensen zijn die pionneneindspelen leuk vinden. Misschien een idee voor een vervolgartikel. Voor de liefhebbers alvast deze: speel eens Van den Doel - Nazarov na (Ol. Elista 1998) na; wit was niet in tijdnood op zet 39...

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Tegen mij heeft ooit iemand opgegeven hoewel hij met een Réti-manoeuvre kon remise maken. We hadden beiden slechts 1 pion.

    BeantwoordenVerwijderen